Opinie Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Tweeluik China-EU: Temper enthousiasme over Chinese plannen

19 Jun 2017 - 13:14
Photo: Elvir K / Flickr
Terug naar archief

Onderzoekers Vincent Chang en Frank Pieke pleiten in dit artikel voor een nieuw EU-beleid waarin China wordt gezien als een partner in plaats van een rivaal. Ze pleiten ook voor het opgeven van Europese morele stokpaardjes die de samenwerking met China nodeloos stroef maken. We zouden juist samen met China weerstand moeten bieden aan het Amerika van Trump, dat zich steeds meer afkeert van globalisering en mondiale vrijhandel. Hebben zij gelijk en moet de Europese Unie zich veel meer op China gaan richten?

Je zou het bijna denken, zeker nu zelfs de Duitse bondskanselier Angela Merkel uitspreekt dat Europa niet langer volledig op de Verenigde Staten kan rekenen en nu China en de EU elkaar vinden in een verdediging van het klimaatakkoord van Parijs. Toch zou het onverstandig zijn om al te enthousiast in te gaan op de plannen die China met Europa heeft. China heeft die plannen vooral verwoord in de zogeheten ‘Belt & Road’, een plan om een moderne Zijderoute tussen onder meer Europa en China te verwezenlijken. Daarvoor moeten onder meer wegen, vliegvelden, spoorwegen en pijpleidingen worden aangelegd die beide gebieden economisch maar ook politiek nauwer met elkaar verbinden.

Het is interessant en belangrijk om te weten hoe Chinese beleidsmakers, diplomaten en waarnemers over Europa spreken. Het is alleen een gevaarlijke basis om Europees beleid op te baseren. Als je wilt weten waar China in de praktijk op uit is, dan moet je toch vooral kijken naar wat het land concreet aan Europa voorstelt en hoe het met Europa omgaat. Te meer omdat Chinese diplomaten, academici en beleidsmakers maar een beperkte vrijheid hebben in het benoemen van alle aspecten en achtergronden die een rol spelen in de Chinese benadering van Europa.

Dat constateren is geen uiting van misplaatste achterdocht tegen China omdat het een communistisch land is, het heeft meer te maken met hoe China als autoritaire éénpartijstaat naar buiten treedt. Zeker Chinezen die officieel met buitenlanders over Chinees beleid spreken, zullen zich niet gemakkelijk begeven buiten de kaders die de Chinese overheid stelt.

Schulz watches over the shoulder of Xi Jinping as he signs a document. Source: Flickr / European Parliament
Toenmalig Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz in 2014 met de Chinese president Xi Jinping in Brussel. Source: Flickr / European Parliament

Waar China op uit is in de samenwerking met de EU…
Als we concreet kijken naar Chinese acties in de EU, dan valt vooral op dat China niet zozeer uit is op samenwerking met de EU als geheel, maar eerder op samenwerking met delen van de EU en met individuele (kandidaat-)lidstaten. Chang en Pieke spreken van een subregionale benadering bij de ‘Belt & Road’ en stellen dat China erop is gericht “deze subregionale samenwerking, met oog voor de uiteenlopende noden en mogelijkheden, duurzaam te verankeren”.

Daartegen maken Chang en Pieke geen bezwaar: zij zien het als een weerspiegeling van de Europese realiteit van het moment, een realiteit waarin de Europese eenheid nu eenmaal onder druk staat. Zij gaan er goeddeels aan voorbij hoezeer het gedrag van China juist actief bijdraagt aan verdere ontwrichting van de EU als geheel, en hoe weinig China zich in de praktijk gelegen laat liggen aan het EU-belang of zelfs aan het belang van het land of de landen waarmee het samenwerkt.

…en dat is voor de EU lang niet altijd een win-win situatie
Een voorbeeld van een voor China voordelige, maar voor het partnerland niet zonder meer gunstige samenwerking is de aanleg van een weg in kandidaat-lidstaat Montenegro. Bepaald geen groot land, wel een land dat al jaren de staatsbegroting niet op orde krijgt. China sloot in 2014 een overeenkomst met Montenegro voor de aanleg van een deel van een snelweg die Servië en Montenegro met elkaar moet gaan verbinden. Daarvoor bood het een zachte lening aan. Het project moest dan wel goeddeels worden uitgevoerd door twee Chinese bedrijven. Daarop besloot de Wereldbank af te zien van een lening aan Montenegro die bedoeld was als steun aan de staatsbegroting. Reden was de angst van de Wereldbank dat Montenegro zich met het project in schulden zou steken die niet meer af te lossen zijn.

Dat is een probleem wat vaker speelt: China verleidt niet langer alleen in Afrika, maar nu ook in Europa, regeringen tot het doen van uitgaven aan infrastructuur die misschien onverantwoord hoog zijn. Het staat ook lang niet altijd vast dat die projecten ook winstgevend zullen worden. China is vaak wel betrokken bij de financiering en bouw, maar heeft veel mindere interesse in de exploitatie van dergelijke projecten. Zo’n beleid doorkruist het beleid van de EU. Die wil dat de kandidaat-lidstaten juist niet te zeer boven hun stand leven. De EU wil ook voorkomen dat er infrastructurele projecten tot stand komen die economisch niet rendabel zijn.

Chinese investeringsplannen vs. Europese aanbestedingsregels
Chinese investeringsplannen in de EU zijn ook al snel strijdig met de Europese aanbestedingsregels. Veel projecten worden namelijk gefinancierd door de China Development Bank. Die stelt als voorwaarde dat er minstens één Chinees bedrijf bij de uitvoering van de plannen betrokken is. Maar de EU kent een openbare aanbesteding van grote projecten, waarbij niet al van tevoren mag vaststaan wie een project mag gaan uitvoeren.

China verleidt regeringen niet langer alleen in Afrika, maar nu ook in Europa, tot het doen van uitgaven aan infrastructuur die misschien onverantwoord hoog zijn

Dat botst dus per definitie. Zo staat er een hoge-snelheidsspoorlijn gepland tussen Boedapest en Belgrado, een van de pronkstukken in de Belt & Road-plannen. Maar het project is problematisch, omdat het volgens de EU nooit openbaar is aanbesteed. Volgens de Financial Times van 20 februari jl. zou de Europese Commissie nu een onderzoek zijn begonnen naar die aanbesteding. De Commissie heeft ook twijfels of het project wel financieel zal renderen.

Het is moeilijk in te zien wat de EU nu precies aan dit soort projecten heeft, en het is zelfs de vraag of de EU überhaupt behoefte heeft aan de infrastructurele projecten die China initieert. China dendert in veel gevallen als een olifant door de Europese porseleinkast en houdt weinig rekening met al bestaande Europese infrastructurele plannen en prioriteiten. Voor China zijn de voordelen duidelijk: zo kan het land overcapaciteit exporteren en geld investeren in Europa. Het land kan zo ook de export van Chinese goederen naar Europa vereenvoudigen. En China kan in ruil voor investeringen politieke steun van individuele Europese landen verwerven, zodat die bijvoorbeeld eerder de Chinese kant kiezen in het conflict rondom de Zuid-Chinese Zee.

Valt China iets te verwijten?
Chang en Pieke hebben tegen het dubieuze Chinese optreden in vooral Zuid- en Oost-Europa geen bezwaar. China valt in hun ogen niets te verwijten: als de EU niet wil dat China dit soort initiatieven neemt, dan moet ze zelf maar zorgen dat ze haar zaakjes intern beter op orde heeft. Natuurlijk zou het beter zijn als de EU zo sterk stond dat individuele landen niet in de verleiding kwamen met China deals te sluiten die ongunstig zijn voor de EU als geheel. Maar dat betekent nog niet dat China in dezen geen enkele verantwoordelijkheid draagt. Juist als China, zoals Chang en Pieke stellen, erin gelooft dat een sterke EU ook in het voordeel van China is, mag China stevig worden aangesproken op gedrag dat de eenheid binnen de EU verder in gevaar brengt.

Gebrek aan wederkerigheid
Het grootste bezwaar van de EU tegen de Chinese plannen is het gebrek aan wederkerigheid. China maakt gebruik van de openheid voor investeringen en handel van de EU, maar biedt de EU in China niet dezelfde openheid. Integendeel, buitenlandse bedrijven en investeerders klagen over steeds moeilijker toegang tot de Chinese markt.

Om te spreken van Eurocentrische worden ze onterecht van hun universele aspect beroofd

Dat bevorderde ook de toenemende Europese irritatie op de grote Belt & Road-conferentie in Beijing in mei, toen de 28 EU-lidstaten unaniem en tot schrik van China een Chinese slotverklaring over handel weigerden te tekenen. Naar verluidt kregen zij de verklaring ook pas kort van tevoren voorgelegd en konden ze alleen tekenen of niet tekenen: wijzigingen in de tekst waren niet meer mogelijk. Zo heeft China ironisch genoeg door een al te assertieve houding misschien juist bijgedragen aan een sterkere Europese eenheid.

Over de Europese kernwaarden
Een wonderlijk aspect in het verhaal van Chang en Pieke is hun voorstel om de Europese kernwaarden niet langer op China te “projecteren”. Wat die kernwaarden zijn, blijft enigszins onduidelijk. In het rapport dat ten grondslag ligt aan hun artikel spreken ze van “universeel geachte Eurocentrische waarden.” Klopt het dat de Europese kernwaarden niet meer zijn dan Eurocentrische waarden, en dat China zich daar logischerwijze niet in kan vinden? Dat valt moeilijk vol te houden. Het gaat bijvoorbeeld om zaken als voedselveiligheid, volksgezondheid, milieubescherming en dierenwelzijn, zaken waarvan ook China het belang juist steeds meer onderschrijft.

Daarnaast gaat het om mensen- en arbeidsrechten. Bij arbeidsrechten moeten we denken aan het recht op een gezonde, veilige werkplek en op een redelijk loon, bij mensenrechten aan zaken die te maken hebben met een goed functionerende rechtsstaat. Dan gaat het vooral over afdoende bescherming tegen de willekeur van de staat, dus over eerlijke processen, geen marteling en geen willekeurige gevangenschap. Daarnaast gaat het om rechten als persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en het recht om te demonstreren, allemaal zaken die ook zijn opgenomen in de Chinese grondwet. Ook China onderschrijft ze in theorie dus gewoon, al is de praktijk vaak anders.

Waar de EU vaak bruggen bouwt naar China voor openheid, stuiten zij wederkerig op een muur. Bron: Pixabay / Dondelord
Waar de EU vaak bruggen bouwt naar China voor openheid, stuit zij bij Beijing juist op een muur. Bron: Pixabay

Om te spreken van Eurocentrische worden ze onterecht van hun universele aspect beroofd. De EU kan de internationale promotie van deze waarden niet opgeven zonder daarmee ook een belangrijk deel van haar bestaansgrond en kracht te verliezen. Juist de promotie van waarden die erop zijn gericht internationaal een opwaartse spiraal van standaarden te stimuleren, geven de EU een internationale aantrekkingskracht. Dat is bij uitstek het soort aantrekkingskracht dat China goeddeels ontbeert.

Waarschijnlijk zijn Chang en Pieke het daarmee oneens, maar dan nog blijft hun argument zwak. Ze maken namelijk niet duidelijk wat er nu precies te winnen valt met het opgeven van de promotie van die kernwaarden. Wat denken ze dat China in ruil daarvoor zou willen doen? Meer rekening houden met Europese belangen bij infrastructurele projecten in de EU? Een grotere openstelling van de Chinese markt voor westerse investeringen? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk.

Veel waarschijnlijker is dat de EU dan zou worden meegetrokken in de amorele, pragmatische en door interne belangen gedreven benadering van internationale betrekkingen die China thans hanteert. Het is daarbij ook allang niet meer de vraag of de EU haar kernwaarden wel of niet op China moet “projecteren”, het is de vraag hoe de EU die kernwaarden geloofwaardig kan beschermen en uitdragen, ook tegenover een assertief optredend China dat andere prioriteiten heeft.

De EU moet leidend zijn
Het is al met al zeker verstandig om na te denken over het China-beleid van de EU en Nederland in deze veranderende tijden, maar dan niet op basis van de visie van Chinese overheidsvertegenwoordigers op Europa. Laten we liever gewoon kijken naar wat China in de praktijk doet, en in het bijzonder naar wat daarvan nu precies wel, en wat er juist niet in de belangen van een sterke EU is. De EU moet leidend zijn waar het Chinese activiteiten in de EU betreft, niet China.

 


Garrie van Pinxteren is als Senior Visiting Fellow verbonden aan Instituut Clingendael. Zij was eerder correspondent voor de NOS en NRC Handelsblad in China.

Auteurs

Garrie van Pinxteren
Senior Visiting Fellow at the Clingendael Institute