Artikelen Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Tweeluik China-EU: tijd voor frisse kijk toekomst met China

Vincent Chang +1
19 Jun 2017 - 10:46
Photo: Li Yang
Terug naar archief

Hoewel er veel wordt gezegd en geschreven over de opkomst van China, vormen Chinese beleidsvisies zelden een wezenlijk onderdeel van dergelijke analyses. Terwijl nieuwe ontwikkelingen en onzekerheden vragen om inzicht in de drijfveren en uitgangspunten van de belangrijkste opkomende wereldspeler, wordt het debat over China dus gekenmerkt door grote informatieachterstand. Een recent onderzoek naar Chinese beleidsvisies op Europa toont aan dat het tijd is voor een realiteitscheck en herziening van het huidige beleid.

Tussen september 2016 en mei 2017 verrichte het LeidenAsiaCentre onderzoek naar Chinese beleidsvisies en percepties inzake de Europese Unie, de EU-China relatie en bilaterale betrekkingen tussen Nederland en China. Als onderdeel van het project ‘China en Nederland’ beoogt het onderzoek een bijdrage te leveren aan het openbare debat over China en toekomstige beleidsvorming. Dit artikel bevat een verkorte weergave van de belangrijkste onderzoeksbevindingen en conclusies naar aanleiding van een brede analyse van Chinese publicaties en een rondgang bij 30 beleidsmakers, diplomaten en waarnemers in Beijing, Shanghai, Brussel en Den Haag. Het complete rapport is hier te vinden.

Intern deficit
Uit het onderzoek blijkt dat het Chinese beeld van de EU nooit eerder zo somber was als nu. De vluchtelingencrisis, de terroristische aanvallen in diverse Europese steden en de trend van groeiende Euroscepsis, belichaamd in de uitkomst van het ‘Brexit’-referendum, hebben volgens vele Chinese waarnemers structurele problemen van de EU aan het licht gebracht. Zij plaatsen stevige vraagtekens bij het vermogen van de Unie de huidige politieke crisis te boven te komen. De algemene verwachting onder Chinese commentatoren is dat de EU er op korte termijn niet in zal slagen zich te hervormen tot een eensgezinde, economisch gezonde en politiek slagvaardige mondiale speler. Het huidige Europese leiderschap is in Chinese ogen onvoldoende in staat de groeiende verwijdering tussen Unie en burger, en tussen de lidstaten onderling, te dichten.

Extern deficit
Een tweede belangrijke bevinding, voortvloeiend uit de eerste, is dat vanuit Chinees perspectief de externe geloofwaardigheid en ‘normatieve’ invloed van de EU ernstig zijn aangetast. Had China altijd al moeite met de dwingende projectie door de EU van haar waarden in de wereld, inclusief in Chinese binnenlandse kwesties, nu is in Chinese optiek niet alleen de morele, maar ook de economische legitimatie daarvan komen te vervallen. Wie zijn eigen zaken niet op orde heeft, moet anderen niet de les lezen, aldus de impliciete boodschap in Chinese commentaren. Volgens Chinese waarnemers is deze realiteit echter nog onvoldoende ‘geland’ in Europa, zodat er sprake is van een tweede kloof, namelijk tussen een nog steeds opgeblazen zelfbeeld van de EU en haar in werkelijkheid tanende invloed in de wereld.

In Chinese ogen: ondanks haar superieure ‘waarden’-beleid is de EU er niet in geslaagd tot constructieve relaties te komen met haar belangrijkste buren Turkije en Rusland, heeft zij geen stabiliteit kunnen brengen in het Midden-Oosten, is zij haar goodwill in Afrika goeddeels kwijt, verliest zij steeds meer het vertrouwen van de eigen bevolking en kan zij nu zelfs in Washington steeds minder op sympathie rekenen. De geloofwaardigheid van de EU als wereldspeler heeft daarbij verder te lijden onder de dubbele moraal waaraan zij zich vanuit Chinees perspectief schuldig maakt. Een vaker genoemd voorbeeld is dat Europese politici terrorisme en vluchtelingenstromen in Europa vaak als externe dreigingen zien, zonder oog voor het eigen aandeel in de dieper liggende oorzaken ervan, terwijl terroristische aanslagen door minderheden in China – denk aan Tibetanen of Oeigoeren – in Europese commentaren steevast worden geweten aan laakbaar Chinees overheidshandelen.

Chinese beleidsmakers zien weinig heil in door de EU gesteunde humanitaire interventies gericht op regimewisseling in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Als zo’n operatie in militair opzicht al slaagt, dan maakt de ene dictatuur veelal plaats voor een andere dan wel voor jarenlange machtsstrijd of burgeroorlog die de EU onmachtig is te bestrijden. Mislukt de interventie, dan verstevigt de bestaande dictatuur zijn greep. In beide gevallen is mislukking vooraf verzekerd en zijn de bij voorbaat voorzienbare maatschappelijke gevolgen negatief tot buitenproportioneel ontwrichtend. Dat de EU daaraan haar steun verleent, onderstreept voor Chinese waarnemers haar dubbele standaarden en ongeloofwaardigheid. Vanwege dit aandeel in het teweeg brengen van grootschalige schendingen van economische, sociale en politieke mensenrechten in de wereld, ontbeert de EU in Chinese optiek het politieke of morele gezag de mensenrechtensituatie in China aan de kaak te stellen.

Strategisch belang
Ondanks deze negatieve bevindingen wijst het onderzoek tegelijkertijd uit dat de EU voor China niet principieel aan belang heeft ingeboet. Hierbij gaat het in de eerste plaats om de balancerende invloed die de Unie en de EU-China relatie voor hun rekening kunnen nemen in Chinese visies op de multipolaire wereldorde en de huidige imperfecties ervan. Enerzijds ziet China een sterkere EU als noodzakelijk tegenwicht tegen het unilateralisme van de Verenigde Staten, en hoopt het dat de EU op zijn minst een mitigerend effect uitoefent op Amerikaanse pogingen China strategisch in te dammen.

Xi Jinping op de Russo-Chinese gesprekken in 2014. Bron: Kremlin
De Chinese president Xi Jinping tijdens Russisch-Chinese gesprekken in 2014. Bron: Kremlin

Anderzijds kijkt China ook naar de EU in het kader van zijn relatie met Rusland, die van oudsher – ondanks de schijn van het tegendeel – wordt gekenmerkt door wantrouwen en latente spanningen, die zullen oplopen naarmate China’s rol in Centraal-Azië groeit. Waar Beijings betrekkingen met zowel Moskou als Washington dus in toenemende mate op de proef zullen worden gesteld door China’s voortgaande opkomst, neemt het belang van goede banden met Europa navenant toe.

Ook op economisch gebied heeft China een alsmaar groeiend belang bij een duurzaam partnerschap met de EU. Voor de duurzame ontwikkeling van de binnenlandse economie – een absolute voorwaarde voor de politieke en sociale stabiliteit in het land – is China afhankelijk van verdergaande globalisering en mondiale vrijhandel. Ook hier neemt voor China de strategische betekenis van Europa dus toe als gevolg van tegenstellingen met Washington, waar president Trump zijn pijlen op het handelstekort heeft gericht en het huidige systeem van vrijhandel op de tocht lijkt te zetten. Dat president Xi Jinping op weg naar zijn eerste ontmoeting met Trump, onlangs een staatsbezoek bracht aan het sterk op vrijhandel gerichte Finland was dan ook geen toeval, maar een bewust diplomatiek signaal aan Europa. Iets soortgelijks geldt voor de internationale strijd tegen klimaatverandering, waar China en de EU hun belangen eveneens zien convergeren.

Subregionale benadering
Ondanks recente tegenslagen in de onderlinge betrekkingen blijft Beijings bereidheid tot samenwerking met de EU dan ook groot. Wel verschuift het zwaartepunt van China’s relaties met de EU van Brussel richting de lidstaten en clusters van lidstaten. Deze subregionale focus vertaalt zich – aan de hand van zowel geografische als economische factoren – in een gedifferentieerde benadering van Centraal-Oost, Zuid-, Noord- en West-Europa. Naast uitdagingen voor de EU, ziet Beijing in de uiteenlopende politiek-economische realiteiten van deze subregio’s juist ook kansen voor samenwerking. Het in 2013 door Xi gelanceerde ‘Belt & Road’-initiatief, dat in korte tijd een centrale plaats verkreeg in het Chinese buitenlandbeleid, heeft mede tot doel deze subregionale samenwerking, met oog voor de uiteenlopende noden en mogelijkheden, duurzaam te verankeren.

In deze gedifferentieerde benadering is West-Europa voor China vooral van belang vanwege zijn welvarende en koopkrachtige consumentenmarkten, hoogstaande technologische en financiële expertise, en stemgewicht in Brussel. Als hoogontwikkelde lidstaat met een gezonde en open economie in het hart van deze regio, vormt Nederland voor China een belangrijke potentiële partner in het kader van de toekomst van de globalisering en de vrijhandel. Na ‘Brexit’ hoopt China dat Nederland – met andere lidstaten – zich in Brussel sterk zal blijven maken tegen protectionisme, en zich nadrukkelijker zal opwerpen als partner van China. Ook hoopt Beijing op Nederlandse steun voor zijn pogingen in het kader van WTO-regels de status van markteconomie te verkrijgen.

Verdeel en heers
Met de verplaatsing van de Chinese aandacht van de sterktes van de EU naar haar kwetsbaarheden, schuift ook het zwaartepunt van de onderlinge relatie steeds verder op van het institutionele politieke niveau naar het regionale economische niveau. Daarbij maakt China gebruik van onderlinge verschillen en competitie tussen lidstaten, waardoor het geregeld op beschuldigingen komt te staan van ‘verdeel en heers’-strategieën die de EU ondermijnen.

Chinese waarnemers geven toe dat Beijing niet beschroomd is zijn invloed op de lidstaten ten behoeve van eigen gewin aan te wenden. Dit brengt de bestaande verdeeldheid binnen de EU soms op pijnlijke wijze aan het licht. Maar China – vinden zij – is niet debet aan die onderliggende verdeeldheid, noch erop uit de EU structureel te ondermijnen – een fundamenteel verschil met Rusland. Wel laat het in de onderlinge relatie met de EU – net zoals overigens de lidstaten zélf – het eigenbelang of specifieke korte-termijn-belangen gemakkelijk prevaleren boven het (ook door China erkende) lange-termijn-belang van een sterke, verenigde EU. Aldus illustreert de relatie met China vooral de fundamentele gebreken en kwetsbaarheden van de EU als internationale speler.

Overigens ondervindt Beijing ook de praktische nadelen van de duale EU-structuur, en zou het alleen al daarom een grotere interne coördinatie binnen de EU verwelkomen.

Realiteitscheck
De Chinese beleidsvisies die uit dit onderzoek naar voren komen, hebben belangrijke implicaties voor de EU en Nederland. Allereerst tonen zij aan dat het in Europa tijd is voor een realiteitscheck. De strategische intenties van deze opkomende wereldmacht maken in toenemende mate onderdeel uit van de realiteit voor de rest van de wereld. Een goed besef daarvan en herwaardering van de eigen capaciteiten zijn voor de EU temeer van belang nu Rusland de Europese waarden en samenhang steeds openlijker ondermijnt, en blijvende steun vanuit Washington onder president Trump minder zeker lijkt.

Anders dan wellicht voor de VS, is voor de EU het strategische dilemma tussen containment en engagement van China niet meer dan een schijnkeuze

Zo maken Chinese visies inzake China’s nationale kernbelangen, waaronder de algemene stabiliteit van het Chinese politieke systeem, onmiskenbaar duidelijk dat het inzetten op regimewisseling of fundamentele democratisering in China een illusie is die tot gevaarlijke verkeerde keuzes kan leiden. Door de Chinese Communistische Partij niet als geloofwaardige partner te beschouwen, maar als obstakel voor gewenste verandering, wordt enkel aangestuurd op conflict. Juist op dit punt zou de Europese benadering anders moeten zijn dan de Amerikaanse, waarin China als strategische rivaal wordt gezien.

Vitale belangen
Het voorgaande betekent niet dat de formulering van Europees of Nederlands China-beleid zou moeten worden ingegeven of zelfs mede bepaald door Chinese percepties of belangen. Wel hangt de effectiviteit van dat beleid af van de mate waarin intelligent wordt ingespeeld op Chinese doelstellingen, beleidsvisies en de vormende denkbeelden daarachter, waarvan dus allereerst rustig en objectief kennis moet worden genomen. Tegen deze achtergrond zouden Brussel en Den Haag zich bijvoorbeeld moeten afvragen wat er feitelijk valt te bereiken – en tegen welke prijs – met het centraal stellen van de projectie van de eigen kernwaarden in China, waar Beijing het juist tot zijn ultieme kernbelangen rekent om ongevraagde externe politieke invloeden buiten de deur te houden.

Overigens zijn het niet zomaar de Chinese percepties en belangen die Europa aansporen tot samenwerking met China. Ook de geopolitieke realiteit noopt daartoe. Want anders dan voor de VS, met zijn mondiale militaire suprematie en autonome buitenlandbeleid, is het strategische dilemma tussen indamming (containment) en inschakeling (engagement) van China voor de EU niet meer dan een schijnkeuze. Het vermijden van een bipolair Koude Oorlog-scenario is voor de EU van levensbelang, omdat het anders steeds verder in een afhankelijke positie zou geraken, waarin het zijn senior partner steeds minder te bieden heeft. Juist door goede banden met China én de VS te onderhouden, zal de EU op beide fronten invloed blijven houden en niet buitenspel komen te staan. Ook in het licht van de moeizame relatie met Rusland is de EU gebaat bij een substantiëler partnerschap met China.

Partners
Hiervoor is echter nodig dat beide zijden elkaar werkelijk als partners kunnen beschouwen. Op dit punt schort het nog. In Europa worden vraagtekens gezet bij China’s strategische aspiraties en heerst bezorgdheid over de groeiende invloed en assertiviteit van haar ‘partner’ in verschillende delen van de Unie. China, op zijn beurt, ziet een partner die zich superieur waant, maar zich inferieur gedraagt. Superieur, waar de EU het nodig vindt China met sancties en publiekelijke verklaringen de les te lezen over internationale normen en waarden, inclusief mensenrechten. Inferieur, waar de EU – zoals Trump tijdens zijn verkiezingscampagne – China de schuld blijft geven van haar eigen zwakheden.

China ziet in de EU een partner die zich superieur waant, maar zich inferieur gedraagt

Illustratief voor dat laatste zijn de regelmatig terugkerende klachten over de groeiende Chinese invloed in Oost- en Zuid-Europa, zoals recentelijk nog geuit door de Duitse ambassadeur in Beijing. Niet alleen weerspiegelen zulke klachten bovenal de sentimenten uit de westelijke lidstaten (die in andere delen van de EU niet zonder meer worden gedeeld), fundamenteler is dat deze zorgen hun oorsprong vinden in bestaande verschillen binnen de EU zelf. Wie op het hoogste niveau wil meespelen, moet fit zijn. Brussel zal Beijing effectiever op onsportief gedrag kunnen aanspreken wanneer het onderlinge meningsverschillen meer gelijkgezind en vooral binnenskamers aankaart, zoals van partners mag worden verwacht, en de ander niet de schuld geeft van eigen gebreken.

Constructieve betrokkenheid
Zonder afbreuk te doen aan het belang van duurzame standaarden en kritische toetsstenen, zouden de EU en de lidstaten gebaat zijn bij een open, en in beginsel positieve, grondhouding en retoriek met betrekking tot de relatie met China, waarin de principiële wil tot onderlinge verbinding en samenwerking nadrukkelijker tot uiting komt. Dit betekent uiteraard niet dat de EU zich ‘soft’ moet opstellen jegens China of erop uit moet zijn bij China in het gevlij te komen. Integendeel, constructieve betrokkenheid en goodwill kunnen juist als breekijzer dienen om Chinese initiatieven te beïnvloeden en in het licht van de eigen beleidsdoelen bij te sturen. Bestaande zorgen moeten dan ook primair worden vertaald in gerichte en scherpe onderhandelingen over adequate waarborgen, modaliteiten en condities in het kader van de implementatie van de samenwerkingsinitiatieven.

Tegen deze achtergrond biedt het ‘Belt & Road’-initiatief in beginsel een welkom kader, niet alleen voor economische samenwerking, maar ook om China structureel te kunnen aanspreken op zijn beloften en voornemens aangaande zaken als inclusiviteit, wederkerigheid, duurzaamheid en good governance. Per slot van rekening zou China ook zónder het overkoepelende label van ‘Belt & Road’ de met dit initiatief te dienen doelstellingen en activiteiten ontplooien, waarbij dan echter de ruimte voor externe beïnvloeding kleiner zou zijn. In plaats van theoretische bespiegelingen en binaire debatten over Chinese geopolitieke aspiraties zouden politici en beleidsmakers in Europa en Nederland zich veel meer moeten richten op de vraag hoe de Chinese initiatieven – met alle kansen en risico’s die daarin worden belichaamd – kunnen worden aangewend op een wijze die ten goede komt aan de Nederlandse samenleving.

Hordes
Uiteraard zijn er daarbij vele lastige hordes te nemen. Waar China zich opwerpt als pleitbezorger van mondiale vrijhandel en globalisering, denkt het primair aan vergroting van buitenlandse afzetgebieden ten behoeve van de eigen export, verlichting van industriële overcapaciteit en aan het verzekeren van toegang tot grondstoffen, energiebronnen en investeringen. Voor de EU is daarom het veiligstellen van reciprociteit en een gelijk speelveld van groot belang. Ook hier moet de (historische) realiteit echter niet uit het oog worden verloren. Reciprociteit gaat niet zozeer over het creëren van gelijke omstandigheden, maar over gelijke inspanningen en concessies gedurende het proces. Met het openen van zijn markten zal China de weg der geleidelijkheid blijven volgen, en voor de EU is het zaak dit proces te versnellen – niet door retoriek, maar door het maken van concrete deals.

Om de vele hordes te nemen, zullen beide zijden bereid moeten zijn concessies te doen. Daarnaast zal de EU de nodige daadkracht en wendbaarheid aan de dag moeten leggen om te verzekeren dat de door China gepropageerde ‘win-win’-samenwerking ook voor Europa resulteert in een positieve optelsom. Al met al staat of valt een succesvolle politiek-economische China-strategie bij een slagvaardige EU, die in staat is haar handelspartners, inclusief China, effectief aan te spreken op hun verplichtingen en verantwoordelijkheden. Daarvoor is nodig dat de EU interne verschillen bedwingt en uiteindelijk ook weet te overbruggen. Een effectief China-beleid begint dus niet bij het hervormen van deze opkomende supermacht naar eigen voorkeuren en idealen, maar bij het onder ogen zien en aanpakken van de uitdagingen in Europa zelf.

Dualiteit
De uitkomsten van dit onderzoek onderstrepen de complexe dualiteit die de EU-China-relatie kenmerkt. Aan de ene kant zijn beide ‘polen’ tot elkaar veroordeeld vanwege hun grote onderlinge verwevenheid, gedeelde belangen en de geopolitieke realiteiten. Aan de andere kant lopen waarden, visies en beleidsdoelen op belangrijke punten uiteen, en brengt juist de samenwerking met China de interne verdeeldheden en zwakten van de EU aan de oppervlakte. Europese leiders doen er goed aan deze belangrijke bilaterale relatie goed in het achterhoofd te houden bij hun beraadslagingen over méér, minder dan wel een gedifferentieerd Europa van meerdere snelheden. Het is aan de EU om China in woord en vooral daad te tonen dat betrekkingen met de EU als geheel desondanks efficiënter zijn en zullen blijven dan met – zelfs de grootste – individuele lidstaten.

Het is aan de EU om China te blijven overtuigen dat betrekkingen met de EU als geheel efficiënter zijn en zullen blijven dan met de individuele lidstaten – zelfs de grootste

Zolang er fundamentele economische, sociale en politieke verschillen tussen EU-lidstaten blijven bestaan, kan alleen grotere compromisbereidheid leiden tot een effectieve gezamenlijke China-strategie. Wil de EU een rol van betekenis blijven spelen in een multipolaire wereld waarin China een groeiende invloed opeist, dan zal iedere lidstaat, inclusief Nederland, bereid moeten zijn potentieel pijnlijke concessies te doen en die ook publiekelijk te honoreren. Die bereidheid vereist grote inspanningen op het niveau van individuele lidstaten in het licht van de toegenomen Euroscepsis en renationalisatie-trends. De politiek moet de kiezer duidelijk maken dat het rationele debat niet alleen gaat over méér of minder Europa binnen de betreffende lidstaat, maar ook over de keuze tussen een collectief dan wel individueel antwoord op de groeiende invloed van landen als China.

Nederlands China-beleid
Op voor Europa en Nederland relevante terreinen, waaronder handel en klimaat, is in toenemende mate sprake van gelijkgezindheid met China. Als welvarend en innovatief handels- en dienstenland valt er voor Nederland dan ook veel meer te winnen dan te verliezen bij een vruchtbaar partnerschap met China. Dit moet zich vertalen in aangepaste, meer realistische beleidsuitgangspunten en een duidelijke politieke wil tot samenwerking. Net als voor de EU betekent dit dat Nederland zijn verwachtingen, uitgangspunten en beleid jegens China opnieuw tegen het licht zal moeten houden.

De bevindingen van dit onderzoek tonen aan dat het huidige China-beleid van ‘investeren in zaken en waarden’ aan structurele herziening toe is. Samenwerking op het gebied van kennis, cultuur en onderwijs behoort daarin een integrale plaats te krijgen, en effectiever op elkaar te worden afgestemd. Daarnaast verdient de plaats van de EU in het Nederlandse China-beleid een duidelijkere strategische afbakening. Verscheidene Nederlandse belangen ten aanzien van China worden beter gediend door inspanningen in Brussel dan in Beijing. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het scenario dat Nederland in de toekomst vaker ook een eigen koers moet bepalen. Nederland dient daarom een beleid te volgen gericht op duurzame samenwerking met China dat zowel binnen EU-verband als daarbuiten realistisch en effectief uitvoerbaar is.

CSCL Globe arriveert in het Verenigd Koninkrijk. Bron: Flickr / Keith
Op het gebied van handel met China zal ook juist Nederland zich moeten profileren als medestander van mondiale vrijhandel. Bron: Flickr / Keith

Handel
Nederland zal zich moeten beraden over de vraag hoe het na de ‘Brexit’ (al dan niet samen met andere lidstaten) het liberaal-economische stemgeluid binnen de EU effectief kan blijven vertolken tegen de achtergrond van anti-globaliseringstendensen. Binnen de EU dient Nederland meerderheden te vormen teneinde consensus te bereiken over gezamenlijk beleid dat China effectief aanspoort zijn markten verder te openen voor Europese goederen en investeringen. Tegelijkertijd kan Nederland zich richting China profileren als medestander van maatschappelijk verantwoorde, inclusieve, mondiale vrijhandel én als open handels- en investeringsbestemming binnen de EU.

Voortbouwend op de constructieve samenwerking in het kader van de door China geleide Aziatische Infrastructuur Investeringsbank, zou Nederland het ‘Belt & Road’-initiatief openlijk moeten verwelkomen als potentieel instrument om onderlinge verbondenheid en samenwerking te verankeren en daarnaast de Europese economie te versterken en verduurzamen. Door samen met andere lidstaten – bijvoorbeeld Duitsland – een multilaterale respons te formuleren die recht doet aan Europese belangen, zorgen en wensen, kan Nederland de basis leggen voor een duurzame en verantwoorde inrichting van het project. Daarin kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan waarborgen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en een rol voor het midden- en kleinbedrijf.

Dialoog
Ook op het gebied van de promotie van waarden, inclusief mensenrechten, nopen de bevindingen van dit onderzoek tot aanpassing van het huidige beleid. Nederlandse inspanningen in dit dossier zouden zich primair moeten richten op het bevorderen van consensus in Brussel en een effectievere EU-diplomatie. Het publiekelijk aankaarten van mensenrechtenschendingen buiten EU-verband, zoals via verklaringen bij de VN-Mensenrechtenraad, is contraproductief en ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van de EU, maar ook juist de meer constructieve componenten van het Nederlandse beleid, waaronder de bilaterale mensenrechtendialoog.

Deze dialoog en de door Nederland gesponsorde projecten in China dienen bovenal gericht te zijn op het creëren van constructieve prikkels die Chinese overheden aantoonbaar motiveren tot, of bijstaan bij, het doorvoeren van verbeteringen en hervormingen binnen de bestaande Chinese politieke en sociale contexten. Daarvoor is een adequaat begrip van deze contexten nodig.

Naast formele bilaterale consultaties met de Chinese regering kan Nederland op specifieke beleidsterreinen informele of semi-formele dialogen met China aangaan om de ontwikkeling van het open en pragmatisch brede partnerschap tussen beide landen permanent te voeden en te ontwikkelen. Naar het voorbeeld van de Scandinavische landen kunnen in samenwerking met het diplomatieke postennet periodieke ronde-tafel-gesprekken worden opgezet tussen Nederlandse en Chinese denktanks, kennisinstellingen en NGO’s. Een geïnstitutionaliseerde dialoog op dat niveau zal een blijvende bijdrage kunnen leveren aan bottom-up toenadering en verkleining van de informatieachterstand waar het openbare debat over China thans door wordt gekenmerkt.

In een tijd van verschuivende geopolitieke realiteiten en nieuwe onzekerheden is het wenselijk de oude paradigma’s omtrent China eens goed tegen het licht te houden. Lang moet daar niet mee worden gewacht. Dit jaar, waarin het 45ste jubileum van de Nederlands-Chinese betrekkingen op ambassadeursniveau wordt gevierd, biedt een uitgelezen kans voor de nodige reflectie en dialoog. Het komende kabinet doet er goed aan werk te maken van een constructief partnerschap met China.


Vincent Chang is consultant en onderzoeker en sinds eind 2016 als research fellow verbonden aan het LeidenAsiaCentre, en oprichter van ChinaNext Strategy. Hij onderzoekt China’s internationale betrekkingen in historisch en hedendaags verband, en promoveerde recentelijk op de moderne ontwikkeling van de Chinese diplomatie en van de Nederlands-Chinese betrekkingen.

Frank Pieke is antropoloog en hoogleraar Modern China Studies aan de Universiteit Leiden en uitvoerend directeur van het LeidenAsiaCentre. Onlangs verscheen van hem het boek Knowing China bij Cambridge University Press en de Nederlandse versie China, een gids voor de 21e eeuw bij Amsterdam University Press.

 

Auteurs

Vincent Chang
Consultant and founder of ChinaNext Strategy and international relations Researcher at the Southwest University in Chongqing, China
Frank Pieke
Anthropologist and Executive Director at LeidenAsiaCentre