Waarom de oorlog tegen het terrorisme beëindigd moet worden
Opinie Conflict en Fragiele Staten

Waarom de oorlog tegen het terrorisme beëindigd moet worden

21 Jun 2018 - 10:45
Photo: Amerikaanse militaire activiteiten in Afghanistan, 2012. Bron: U.S. Army
Terug naar archief

Na zeventien jaar ‘Oorlog tegen het Terrorisme’ pleit SP-Tweede Kamerlid Sadet Karabulut voor de beëindiging van deze militaire strijd zonder einde. ‘Het is onmiskenbaar dat juist de militaire aanpak van terrorisme een belangrijke verklaring is voor de averechtse resultaten.’

Nederland steunt sinds 2001 allerlei interventie-oorlogen in het Midden-Oosten en elders. Die worden onder leiding van de VS en de NAVO gevoerd om, naar eigen zeggen, het wereldwijde terrorisme te verslaan. Het begon in Afghanistan, waar ook na zeventien jaar vechten nog geen einde aan het conflict in zicht is.

Integendeel, de ontwikkelingen zijn juist dat de Taliban en andere gewapende groepen sterker worden en steeds meer aanslagen plegen. Toch is de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan in 2017 weer met een jaar verlengd. Het kabinet Rutte-III besloot vorige week , na verzoek daartoe van president Trump, zo’n 60 extra militairen naar het land te sturen, voor maar liefst drie jaar. Wie kijkt naar doelen en resultaten, de honderden miljarden euro’s die aan deze oorlog zijn uitgegeven en de vele honderdduizenden vluchtelingen en doden die er een gevolg van zijn, vraagt zich af wat het kabinet bezielt om deze inmiddels permanente oorlog te blijven steunen. 

180619 Blok bezoekt Afghanistan  Op maandag 18 en dinsdag 19 juni 2018 was minister Blok in Afghanistan. Hij sprak in Kaboel met President Ghani en Commandant van Resolute Support Mission John W. Nicholson over het kabinetsbesluit om de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie te intensiveren en verlengen. In Mazar-e-Sharif in Noord-Afghanistan bezocht hij de Nederlandse militairen en bracht hij een bezoek aan het HALO ontmijningsprogramma. Ook ontmoette hij Afghaanse jongeren en was hij aanwezig bij de onthulling van een muurschildering bij de Nederlandse ambassade in Kaboel.    Credits: Ministerie van Defensie
Op 18 en 19 juni 2018 was minister Blok in Afghanistan waar hij onder andere de Nederlandse militairen bezocht en in Kabul sprak over het kabinetsbesluit om de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie te intensiveren en verlengen. Bron: Ministerie van Defensie

In Irak wordt sinds 2003, met een onderbreking van een paar jaar, oorlog gevoerd. Wat begon met leugens over de aanwezigheid van massavernietigingswapens en banden van dictator Saddam Hoessein met Al Qaida, culmineerde in 2014 in de snelle opmars van Islamitische Staat (IS). Opnieuw werd gereageerd met bombardementen uit het Westen op Irak, en later ook op Syrië. Ook aan de oorlog in Irak lijkt voorlopig geen einde te komen, het land blijft erg instabiel. Minderheden worden er gemarginaliseerd en onderdrukt waardoor de voedingsbodem voor terrorisme volop aanwezig blijft. Ondanks de povere resultaten blijven westerse landen naar het oorlogsinstrument grijpen om, naar eigen zeggen, het terrorisme te verslaan en stabiliteit te brengen, ook in landen als Jemen, Pakistan, Somalië en Libië, waar geregeld drone-aanvallen plaatsvinden.

Ondanks de ineenstorting van het kalifaat van IS en de dood van Osama bin Laden, moet geconcludeerd worden dat die aanpak faliekant mislukt is

We moeten vaststellen dat na zeventien jaar oorlog, terrorisme en de dreiging daarvan, enorm is toegenomen. Op basis van cijfers van een Amerikaanse universiteit en de federale overheid berekende het Amerikaanse Cato Institute dat er in het jaar 2000 dertiendoor islamisme geïnspireerde buitenlandse terroristische organisaties waren en dat in 2015 dat aantal gegroeid was naar 44. In 2000 beschikten die dertien organisaties over iets meer dan 32.000  strijders, terwijl dat aantal in 2015 was opgelopen tot bijna 110.000. Wereldwijd is het aantal aanslagen met acht keer toegenomen, naar bijna 15.000. 

Ook Europa kreeg meer met terrorisme te maken. Onder andere Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, België, Spanje en in Nederland zijn sinds 2001 geconfronteerd met bloedige aanslagen, niet zelden gepleegd door jongeren van eigen bodem. De spanning tussen verschillende bevolkingsgroepen is in snel tempo gegroeid. Buitenlandpolitiek is meer en meer binnenlandpolitiek geworden. Dat er jongeren zijn in onze samenleving die de bizarre, niet goed te praten stap zetten om zich in een ander land aan te sluiten bij een moordlustige groep is illustratief.  De gegroeide onveiligheid in binnen- en buitenland zou de (inter)nationale leiders aan het denken moeten zetten over de door hen gekozen veiligheidsstrategie. 

Militaire aanpak van terrorisme
Er is gekozen voor oneindige oorlog, waarin leiders beloven het terrorisme te verslaan door inzet van de krijgsmacht. Ondanks de ineenstorting van het kalifaat van IS en de dood van Osama bin Laden, moet geconcludeerd worden dat die aanpak faliekant mislukt is.

Niet alleen is er sinds 2001 veel meer terrorisme en dreiging daarvan, er is uit naam van de strijd tegen terreur door de VS en zijn bondgenoten ook op immense schaal dood en verderf gezaaid. Vele honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen en verwoeste steden zijn ook een resultaat. Verder zijn morele grenzen overschreden, denk aan  de gevangenis van Guantánamo Bay, en is het internationaal recht geweld aangedaan, onder andere door de illegale, door Nederland gesteunde inval in Irak. 

Het is onmiskenbaar dat juist de militaire aanpak van terrorisme een belangrijke verklaring is voor de averechtse resultaten. De bizarre realiteit is dat de ‘Oorlog tegen het Terrorisme’ zichzelf voedt. Door onbezonnen militaire interventies veranderen landen waar jihadisten eerder niet of nauwelijks voet aan de grond hadden in veilige havens voor hen. En elke aanval met een drone of F-16 waarbij burgerslachtoffers vallen – en dat zijn er veel – motiveert een volgende generatie jongeren om de wapens tegen het Westen op te nemen. Dat is ook exact wat westerse inlichtingendiensten concluderen.

Aanslagen die volgen, vooral die tegen het Westen, worden vervolgens door voorstanders van eindeloze oorlogvoering aangewend om de strijd voort te zetten, om nog meer te bombarderen en nog meer militairen aan gevaar bloot te stellen. Het is een vicieuze cirkel.   

Als we doorgaan op deze ingeslagen weg, zoals president Trump met Nederlandse steun doet, betekent dat oorlog zonder einde, een permanente oorlog. Behalve de militaire industrie en enkele oliegiganten, die zich in Irak na 2003 flink verrijkt hebben, kent die strijd enkel verliezers. Daarom moet die beëindigd worden. Deze waanzin moet stoppen. Nederland kan daarmee beginnen door geen nieuwe missie naar Afghanistan te sturen en lopende missies, in Irak en Syrië, Mali en Afghanistan te beëindigen. 

VN-militairen in 2014 op patrouille in Mali voor de VN-missie Minusma. Bron: UN Photo
VN-militairen in 2017 op patrouille in Mali voor de VN-missie Minusma. Bron: UN Photo

Het alternatief?
De vraag wat het alternatief dan wel is, valt niet makkelijk te beantwoorden. Maar zeker is dat wanneer westerse landen niet langer onschuldige slachtoffers maken in Irak, Syrië, Afghanistan en elders, jihadistische organisaties hun belangrijkste argument om aanslagplegers te werven uit handen wordt genomen.      

Daarmee zal de terroristische dreiging tegen het Westen niet ineens van de aardbodem zijn verdwenen. Daarvoor is er te veel gebeurd. Militair ingrijpen heeft hele generaties in het Midden-Oosten en elders van het westen vervreemd en sommige individuen zijn bereid tot onacceptabel handelen. Die bereidheid is er soms ook bij individuen in westerse landen met een migratieachtergrond in de regio waar de ‘War on Terror’ woedt. 

Daar moet natuurlijk tegen opgetreden worden. Dat is vooral een binnenlandse aangelegenheid. Voldoende financiering voor effectieve deradicaliseringsprogramma’s, en voor de politie en geheime dienst is nodig. Belangrijk is ook dat het buitensluiten van migrantengemeenschappen, waar discriminatie en racisme effectief bestreden worden, want ook dat is een voedingsbodem voor terrorisme. Tegelijk is van belang dat onwenselijke financiering uit onder andere Saudi-Arabië waarmee radicaal, onverdraagzaam gedachtegoed wordt verspreid – dat gaat jaarlijks om miljarden euro’s – aan banden wordt gelegd.    

Politici die pleiten voor miljardeninvesteringen in het militaire apparaat kunnen niet aantonen dat het leger tegengewicht kan bieden tegen een dreiging als die van Al Qaida

Na zeventien jaar oorlog zonder resultaat is het vooral van groot belang dat de rol van de krijgsmacht in het buitenlandbeleid stevig wordt teruggedrongen. Het is bizar dat westerse beleidsmakers, de Amerikanen voorop, de overtuiging hebben gehad met militaire middelen complexe problemen in verre landen, zoals terrorisme en dictatuur, effectief aan te kunnen pakken. Terwijl de maakbaarheid van de eigen samenleving met de opkomst van het neoliberale denken in het laatste kwart van de vorige eeuw in het westen werd losgelaten, werd diezelfde maakbaarheid van landen als Afghanistan en Irak – ‘nation-building’ werd dat genoemd – wel omarmd. Die gedachte moet men laten varen. Na zeventien jaar oorlog past hier enkel bescheidenheid.

Er moeten gevolgen zijn voor de organisatie van de krijgsmacht. De resultaten van de permanente oorlog bieden geen rechtvaardiging voor een expeditioneel leger dat ver van huis en in het hoogste geweldsspectrum op kan treden, waar nu aan vastgehouden wordt, onder andere door de aanschaf van JSF-gevechtsvliegtuigen. Een (stevige) verhoging van het budget voor defensie, waar brede politieke consensus over is, wordt er evenmin door gerechtvaardigd. Politici die pleiten voor miljardeninvesteringen in het militaire apparaat kunnen niet aantonen dat het leger tegengewicht kan bieden tegen een dreiging als die van Al Qaida. Terrorisme laat zich niet weg bombarderen. Het voedt zich juist met oorlogsgeweld.   

Dat neemt uiteraard niet weg dat de krijgsmacht een aantal belangrijke taken te vervullen heeft, te beginnen met de verdediging van het grondgebied. Maar ook daarbuiten kan opgetreden worden, als de omstandigheden juist zijn. Bijvoorbeeld VN-vredesoperaties, die geen verkapte oorlogsmissies zijn en voldoen aan de criteria van legitimiteit, proportionaliteit en effectiviteit, kunnen gesteund worden. Er is namelijk voor de krijgsmacht een taak voor vredesopbouw weggelegd.     

Herwaardering van diplomatie
Tegelijk met het terugdringen van de overtuiging dat militaire interventie ingewikkelde problemen aan de andere kant van de wereld kan oplossen, moet er een herwaardering komen van diplomatie. De geschiedenis onthult haar alternatieve verloop niet, maar wat zou er zijn gebeurd als de wapeninspecteurs van de VN begin 2003 in Irak meer tijd hadden gekregen om vast te stellen dat het land niet over massavernietigingswapens beschikte? Was Irak dan niet op illegale wijze binnengevallen en – zoals inmiddels wel kan worden gesteld – vernietigd? Zouden meer dan een miljoen doden ons bespaard zijn gebleven? Zou IS niet zijn ontstaan? Zouden gruwelijke aanslagen in Europa achterwege zijn gebleven? Zouden er minder vluchtelingen naar Europa zijn gekomen? De antwoorden laten zich raden.  

Een Amerikaanse militair bij een verwoeste auto in de Iraakse hoofdstad Baghdad, 2007. Bron: U.S. Army
Een Amerikaanse militair bij een verwoeste auto in de Iraakse hoofdstad Baghdad, 2007. Bron: U.S. Army

Hieruit volgt dat de VN versterkt moet worden. De oorlog tegen Irak, toen zonder VN-mandaat werd opgetreden en de NAVO-oorlog in Libië, toen een VN-mandaat voor burgerbescherming werd misbruikt voor ‘regime change’, hebben de VN grote schade toegebracht. Recent illegaal militair optreden, bijvoorbeeld van Turkije in het noorden van Syrië vanaf januari 2018 en de Amerikaans-Frans-Britse aanval op datzelfde land een paar maanden later, tonen aan dat cruciale principes van de VN  nog altijd onder grote druk staan. 

Elke vorm van illegaal optreden buiten de VN om moet voorkomen worden. Tegelijk moet gezocht worden naar manieren om de VN meer legitimiteit te geven, bijvoorbeeld door de Veiligheidsraad uit te breiden waardoor het meer een afspiegeling van de wereldbevolking wordt. De Veiligheidsraad van de VN, die nu nog een product is van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog, moet worden gedemocratiseerd.     

In plaats van  meer geweld, hebben de landen waar de VS en hun bondgenoten de afgelopen jaren de ene na de andere luchtaanval hebben uitgevoerd, vooral behoefte aan humanitaire hulp. Het is onacceptabel en hypocriet dat coalities van bereidwilligen wel bereid zijn biljoenen dollars – dat is met twaalf nullen – te besteden aan zinloze oorlogvoering, maar dat keer op keer onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan hulpverzoeken van de VN, die een fractie van de kosten van de ‘War on Terror’ omvatten. 

Comeback van IS
Wederopbouw kan ook een belangrijk middel zijn tegen jihadistische groepen. Neem Irak. Het Iraakse leger en daaraan loyale milities hebben met omvangrijke westerse steun grote delen van het gebied waar IS de touwtjes in handen had tot puin gebombardeerd. Miljoenen mensen zijn vanwege dit geweld gevlucht en verblijven nu in kampen voor ontheemden. Dat zijn in belangrijke mate mensen met een soennitische achtergrond – de religieuze stroming waarbinnen IS eerder duizenden strijders rekruteerde. Als de positie van de soennitische gemeenschap in Irak niet verbetert, kan dat in de toekomst voor nieuwe problemen zorgen. Daarvoor is inclusief politiek bestuur nodig, respect voor mensenrechten en, op een ander niveau, het terugdringen van armoede en ongelijkheid. 

Dat doemscenario had Midden-Oostenexpert en columnist voor NRC Handelsblad Carolien Roelants voor ogen toen zij in oktober 2017 schreef dat ‘de manier waarop de strijd is gevoerd, op termijn ook meehelpt aan een comeback van de IS of anders genaamde extremisten.’  Het is tegen dezelfde achtergrond dat Chris Woods, directeur van monitororganisatie Airwars, tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer eind 2017 waarschuwde dat Al Qaida deel drie in de maak is (waarbij IS als Al Qaida 2.0 wordt gezien).  

Wie conflicten van buitenaf voedt met wapentuig, verlengt deze vaak

Naast bommen is er evenmin behoefte aan extra wapens. In een land als Syrië, waar tijdens de gruwelijke strijd sinds 2011 al meer dan een half miljoen mensen omkwamen en miljoenen op de vlucht sloegen, is aan zo’n beetje alles een gebrek, van schoon drinkwater tot medische voorzieningen. Maar aan één ding is nadrukkelijk geen gebrek: wapens. Nog meer wapens, of die nou van Rusland of Iran komen of van de VS en landen als Turkije en Saudi-Arabië, betekent nog meer geweld. Als Syrische burgers en burgers in andere, door gewapend conflict verscheurde landen ergens behoefte aan hebben, is het wel aan minder wapens, aan een wapenembargo. Wie conflicten van buitenaf voedt met wapentuig, verlengt deze vaak. 

De vluchtelingencrisis, die door westers ingrijpen in de regio is verergerd, vraagt ook om een serieuze aanpak. De meer dan 68 miljoen mensen die wereldwijd op de vlucht zijn, worden in overgrote mate in de regio zelf opgevangen. Dat is te prefereren, maar kampen barsten uit hun voegen. Een land als Libanon, waar maar liefst een op de drie inwoners vluchteling is, kan niet nog meer dragen. Daarom moet het westen zijn verantwoordelijkheid nemen en oorlogsvluchtelingen opnemen en opvang ter plaatse ruimhartig financieren.

Wil het westen in het Midden-Oosten enige geloofwaardigheid herwinnen, dan is van groot belang dat respect voor het internationaal recht hersteld wordt. Dat betekent dat illegale invasies zoals in Irak in 2003, toen de VN en alles waar dat voor staat terzijde werd geschoven, uit den boze zijn. Maar dat betekent ook dat verantwoordelijken voor schendingen van het internationaal recht en agressieoorlogen  rekenschap moeten afleggen. Het is onacceptabel en gevaarlijk dat verantwoordelijken voor ernstige oorlogsmisdaden en martelpraktijken niet worden bestraft. 

Na zeventien jaar oorlog moet het roer drastisch om. Het is tijd voor vrede. Of, zodat president Trump de boodschap ook begrijpt: ‘Make peace great again’!  


Sadet Karabulut publiceerde vorige week het pamflet ‘Permanente oorlog; Waarom de Oorlog tegen het Terrorisme beëindigd moet worden’ dat via deze link te lezen is.
 

Auteurs

Sadet Karabulut
SP-Tweede Kamerlid en woordvoerder Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking