Westerse hypocrisie speelt IS in de kaart
Opinie Veiligheid en Defensie

Westerse hypocrisie speelt IS in de kaart

10 Feb 2016 - 11:36
Photo: Britse demonstratie tegen bombardementen in Syrië, eind 2015. Bron: Flickr / Alisdare Hickson
Terug naar archief

Waar komt het huidige, door de Islam geïnspireerde terrorisme vandaan en wat valt er tegen te doen? Nu Nederland, met de bedreiging die IS ook voor Europa vormt in het achterhoofd, na aarzelende instemming van de PvdA, maar zonder een helder politiek plan, behalve in Irak ook in Syrië aan het bombarderen is geslagen, en daarbij in de Syrische burgeroorlog de facto aan de zijde van de dictatuur van Assad dreigt te belanden, is vooral de laatste vraag relevanter geworden dan ooit. Hieronder wil ik proberen zowel daarop als op de direct daarmee in verband staande eerste vraag een antwoord te geven.

Vooropgesteld zij een tweetal zaken. Ten eerste: het islamitische terrorisme trekt nu weliswaar de meeste aandacht, omdat het zo’n groot aantal slachtoffers in het Westen maakt, maar meestal is terrorisme etnisch en nationaal van aard, ofschoon daarbij ook dan religieuze factoren vaak een rol spelen.

Ten tweede, een heikeler punt: als ‘terrorisme’ betitelen we het geweld van niet-statelijke actoren, omdat wij alleen staatsgeweld als legaal beschouwen. Dat betekent een bijna onvermijdelijke heiligverklaring van de status quo: volkeren die geen eigen staat hebben en onderdrukt worden, hebben volgens deze op de Westfaalse soevereiniteitsbeginselen van 1648 teruggaande opvatting pech. Of de bestaande statenorde behalve in juridische zin legaal ook in morele zin legitiem is, staat zo niet ter discussie.

Burgerslachtoffers bij opstanden tegen staten worden als slachtoffers van terrorisme gelabeld, burgerslachtoffers bij oorlogen tussen staten, of van het neerslaan van zulke opstanden, als collateral damage. Denk aan dat door de Amerikanen gebombardeerde ziekenhuis in Kunduz. De nabestaanden van die doden zien dat meestal anders; ik kom daar op terug. Terrorisme is daarmee vaak de vorm van oorlogsgeweld die de machtelozen kiezen om een door de bestaande wereldorde voor illegaal verklaard doel na te streven.

Van terrorist tot staatsman
Wat ook in de toekomst illegaal blijft of toch legaal wordt, wordt uiteindelijk vaak op het slagveld beslist. Slaagt de opstand namelijk, doordat de opstandelingen aan de macht komen of hun afscheiding succesvol blijft, dan verschuift de externe waardering van de aanvoerders uiteindelijk vaak toch: een metamorfose van terrorist tot staatsman. Het meest gevierde voorbeeld vormt Mandela, maar ook Begin en Arafat, die beiden voor het creëren van een eigen land het plegen van aanslagen niet uit de weg gingen, horen in dat rijtje thuis. Of dichter bij huis de aan de IRA verbonden leiders van Sinn Fein.

Een eigen Nederlandse casus levert Soekarno: na de onafhankelijkheid van Indonesië in bijna de hele wereld een graag geziene gast, al bleef hij in Nederland de grote schurk. Het omgekeerde kan natuurlijk ook: Hitler werd van ‘bevriend staatshoofd’, die na een mislukte aanslag nog in 1939 op een felicitatietelegram van koningin Wilhelmina rekenen mocht, de Duivel in eigen persoon. Bij Stalin fluctueerde het beeld, zullen we maar zeggen, afhankelijk van de toevallige internationale constellatie.

En als het woord ‘terrorist’ indertijd al bestaan had – quod non – dan had Philips II beslist Willem van Oranje als zodanig betiteld en daarvoor bij de meeste toenmalige machthebbers ook instemming gevonden: voor de gekroonde vorsten van toen was hij de Bin Laden van zijn tijd. Philips’ oproep tot buitengerechtelijke executie past naadloos daarin. Alleen beschikte hij daarvoor nog niet over drones, maar moest hij het doen met Balthasar Geraerds. Vergeleken bij het einde dat laatstgenoemde vervolgens langs gerechtelijke weg in Delft ten deel viel, is overigens een steniging op z’n IS een tamelijk milde dood, maar dit terzijde.

Het suïcidale wereldbeeld van IS
Nu wil ik IS, en de uit naam van IS gepleegde aanslagen, zeker niet aan al die andere in het verleden – terecht of ten onrechte – als terroristisch betitelde bewegingen gelijk stellen. Het onderscheidt zich in elk geval van de overgrote meerderheid daarvan door een universeel-imperialistisch karakter – het beperkt zijn doeleinden niet tot een specifieke natie of regio – in samenhang met een extreme vorm van religieus zelotisme met (om het in christelijke termen te gieten) chiliastische trekken: een Eindtijddenken dat doelbewust een Armageddon nastreeft, en zich in dat opzicht in elk geval van Parijse klimaattoppen onderscheidt, maar men beide juist vreest. Het gezochte martelaarschap van zelfmoordaanslagen wordt in dat licht begrijpelijk: als de wereld toch ten onder gaat, en dan bij een laatste oordeel Goed en Kwaad gescheiden worden, kun je maar beter meteen voorsorteren op die 72 maagden in het Paradijs.

Waarop berust de aantrekkingskracht van dit suïcidale wereldbeeld, waarvoor overigens ook in de Europese Middeleeuwen – in zekere zin tot aan Luther en de Reformatie toe – parallellen bestaan? Ik denk dat het noodzakelijk is daarbij te scheiden tussen de aanhangers van IS in Europa en die in het Midden-Oosten zelf, en tussen de pull- en de push-factoren.

Push-factoren
Om met die laatste te beginnen: een deel van de hier geboren nakomelingen van migranten uit de islamitische wereld is, of ten minste voelt zich, niet goed geïntegreerd. De meritocratische belofte van het egalitaire Westen – afkomst telt niet, ieder heeft evenveel kansen, de Ratelbandse leuze van “succes is een keuze” – gaat voor hen niet op. Dat juist Frankrijk nu de meeste problemen kent, valt vast niet los te zien van het feit dat in dit land op basis van de idealen van de Franse Revolutie de pretenties van de staat het sterkst zijn, en dus de kloof tussen officiële retoriek en alledaagse praktijk zo groot is. Daarmee is de rest van Europa voor het risico zulke jongeren met een niet-westerse achtergrond van zich te vervreemden, zeker niet immuun.

Dat heeft alles te maken met het sociaal-culturele, en als gevolg daarvan ook sociaal-economische isolement waarin velen hunner verkeren. Een goede opleiding – en een deel van de terroristen bestaat uit sloebers, maar een deel ook zeker niet – vormt geen garantie voor een goede toekomst. Over de daarmee samenhangende discriminatie op de arbeidsmarkt naar achternaam en herkomst zijn al talloze rapporten geschreven. Over het feit dat enerzijds van migranten verlangd wordt zich nu geheel Nederlander, Belg, etcetera te voelen, maar zij tegelijkertijd door de ‘echte’ Nederlanders, Belgen, etcetera tot in het zevende geslacht als buitenstaanders beschouwd blijven worden, ook.

Essentieel verschil met Amerika: Europeanen zien hun eigen land niet als immigratieland, en veel van het informele ons-kent-ons dus ons-zoekt-ons op de arbeidsmarkt hangt daarmee samen. Met alleen maar een oproep van de premier om je in te vechten, kom je er als overheid dus niet.

Pull-factoren
Dan de pull-factoren. Als jihadist ben je eindelijk eens iemand – onderschat de psychologische behoefte om revanche te nemen na gevoeld onrecht niet. De machtige leiders van het Westen die jou nooit zagen staan eens goed laten sidderen, met dank aan de media die wereldwijd voor gratis publiciteit zorgen: wie wil dat niet? Onthoofdingsscenes of aanslagen als de perverse versie van de five minutes of fame, zoals al in het jaar 356 v.Chr. Herostratos de beroemde Tempel van Artemis in Ephese (één van de Zeven Wereldwonderen uit de Klassieke Oudheid) slechts in brand stak om in de geschiedenisboekjes terecht te komen, wat hem – alleen al omdat dit voorbeeld steeds weer wordt aangehaald – dus ook heel goed is gelukt. Daarbij dan de jeugdige zucht naar avontuur en kameraadschap, de cultus van de dood, de extra stoot adrenaline die je krijgt in de wetenschap over andermans leven te kunnen beschikken.

En dat alles natuurlijk in dienst van een hoger ideaal, ook nog eens door Hooghierboven goddelijk gelegitimeerd, in contrast met wat als de dominante consumptieve leegheid – huisje, boompje, beestje, autootje – van het westerse burgermansbestaan na de secularisatie van de laatste decennia wordt gezien. Een streven naar zuiverheid, waarvoor alles opzij moet, omdat de Heilstaat slechts kan ontstaan als al het Kwaad dat die in de weg staat, uit de weg wordt geruimd. Het is de adolescentiefase, waarin jongeren erachter komen dat de wereld minder rechtvaardig is dan hun ouders hen hebben beloofd, en sommigen deze onvolkomenheid niet kunnen accepteren.

In dat opzicht bestaan er grote parallellen met de Franse en Russische revolutionairen van 1789 en 1917, of met de Nazi’s in 1933. Vooral met de Fransen: het onverbiddelijke streven naar morele zuiverheid die iedereen onder de guillotine deed belanden, uiteindelijk ook Robespierre zelf, die met trots de bijnaam l'Incorruptible – de onomkoopbare – droeg. Dat het morele machtsvacuüm dat daardoor in deze orgie van geweld tegelijk ontstaat, ook moordlustige psychopaten en gladde opportunisten kan aantrekken, die zo hun wandaden ideologisch kunnen legitimeren, is niets nieuws.

Gevoel van vernedering
Daarbij komt – en in dat opzicht vermengen zich ‘onze’ pull-factoren met die welke in het Midden-Oosten zelf bestaan – het idee dat het Westen moreel hoog van de toren blaast, maar tegelijk met twee maten meet. De verheven beginselen van democratie en rechtsstaat, vrijheid en gelijkheid, worden gemakkelijk terzijde geschoven als platvloerse belangen dat vereisen – denk aan de coup die in Iran in 1953 de sjah aan de macht hielp of het niet-erkennen van de verkiezingszege van Hamas in 2006. Door ons vergeten, maar daar zeker niet. Het postkoloniale trauma in de islamitische wereld, met kunstmatige staten als product van Franse, Engelse en Amerikaanse verdeel-en-heers-politiek, resulteert in grote afkeer van het Westen. Er bestaat onder Arabieren een algemeen gevoel van vernedering, dat door de Europese jihadisten, die zich nu met hen identificeren, wordt gedeeld.

Kaart van het Sykes-Picot verdrag uit 1916 dat het imploderende Ottomaanse rijk door Frankrijk en Groot-Brittannië opdeelde in invloedssferen. Op basis hiervan werden landen gecreëerd als Syrië en Irak. Bron: Wikicommons

 

Een extra factor vormt de decadentie van de seculiere elites of autocratische regimes –  door het Westen van Egypte tot Saoedi-Arabië sinds lang als bondgenoten beschouwd – die zich alleen maar zelf hebben verrijkt, zonder zich om het lot van de eigen bevolking te bekommeren. De boosheid daarover bij de miljoenen werkeloze jongeren lag overigens ook ten grondslag aan de opstanden vanaf 2011. Die decadente elites wordt door de jihadisten horigheid aan het Westen verweten.

 

Het is een verraderlijk wereldvreemde gedachte dat men een oorlog eenzijdig voeren kan

 

Niet onbelangrijk in dit verband is de gemakkelijke historische legitimatie: waar het Christendom ooit ontstond als godsdienst van armen en slaven, die hen – tot de emancipatie tijdens Constantijn de Grote en de verheffing tot Romeinse staatsgodsdienst in het kielzog daarvan – drie eeuwen lang niets te bieden had dan een mooi hiernamaals, was de Islam direct na zijn ontstaan al in het hiervoormaals politiek zeer succesvol: binnen een halve eeuw hadden de eerste kaliefen een rijk bij elkaar veroverd dat van Spanje tot India reikte. Dat maakt de redenering van fundamentalisten dat religieuze zuiverheid met wereldlijk succes beloond wordt – en dus het verval van de Arabische wereld aan godsverzaking door de elites ligt – voor orthodoxe moslims geloofwaardiger dan een soortgelijke redenering voor orthodoxe christenen zou zijn.

Wat te doen?
Grote vraag: wat te doen? Helaas moet men constateren, dat wat men ook doet, in zekere zin koren op de propagandamolen van de jihadisten is. Doet men niets, dan zal dat hun beeld van de westerling als slappe, decadente lafaard bevestigen. Slaat men keihard terug, dan helpt men al snel de kloof tussen het Westen en het Midden-Oosten, en tussen moslims en niet-moslims vergroten: precies waar zij in het kader van hun Heilige Oorlog op uit zijn. Laten we ook niet in de totale mentale verkramping van Israël vervallen, dat nu overal vijanden ontwaart en zo zelf overal extra vijanden creëert.

“We zijn nu in oorlog”, aldus sommige westerse regeringsleiders deze maand. Gevaarlijke grootspraak, volgens sommigen. Mijn reactie was echter: nu pas? Volgens de tegenstander zijn we dat namelijk allang – het herinnert aan het misverstand waaraan Nederland in Afghanistan ten prooi was gevallen: wij deden aan een wederopbouwmissie. De Taliban vonden van niet. En ook de Nederlandse bijdrage in Irak bestaat al langer uit het verrichten van oorlogshandelingen. Wat is ons bombarderen daar dan anders? Het is een verraderlijk wereldvreemde gedachte dat men een oorlog eenzijdig voeren kan.

Een tijdje kon dat inderdaad: afgezien van Algerije vertaalden zich de na 1945 door westerse landen gevoerde dekolonisatieoorlogen – tot Vietnam aan toe – niet in retourgeweld in het moederland. Dat gold ook voor ons Politionele Acties-bloedbad in Indonesië. Maar die tijd is voorbij. Dat is ook een, onderschat, aspect van de globalisering. Zoals de Fransen burgerslachtoffers maken in hun hoofdstad Raqqa, zo zien zij onze burgerij in Parijs als legitiem doelwit. Wen er maar aan. Dat is geen moreel oordeel, ik constateer een feit.

Wij rouwen nu om onze onschuldige burgerslachtoffers, maar die vallen bij onze jacht op die zelfbenoemde kalief en zijn kornuiten ook ginds. Collateral damage noemen wij dat dan, maar ginds noemen zij dat zo niet. Hoe meer van zulke zijdelingse schade, hoe geloofwaardiger IS in de ogen van (potentiële) volgelingen zal klinken. Dat moet iedereen bedenken, die nu luidkeels om militair ingrijpen roept, zeker als hij niet het flauwste benul heeft van wat vervolgens de politieke oplossing zou moeten zijn. Het grote verschil met de Tweede Wereldoorlog was dat dat toen een stuk duidelijker was, omdat daarin staten tegen staten vochten, en met het verslaan van het Derde Rijk de oorlog ook voorbij was. De kunst nu is niet om IS militair te verslaan, maar om het verslagen te houden. Dat dat laatste iets anders vergt dan het eerste, bewijst sinds 2003 het Amerikaanse resultaat in Irak.

 

De kunst is niet om IS militair te verslaan, maar om het verslagen te houden

 

De intussen verguisde Tony Blair sprak na 9/11 eens een waar woord. Hij zei dat we niet alleen het terrorisme moesten bestrijden, maar ook de oorzaken daarvan. Iedereen knikte toen braaf ja, in het heetst van de strijd. Maar toen de strijd in Irak voorbij leek – leek – vergat iedereen dat weer. Waarom? Wel, omdat dat offers zou vergen, en als de noodzaak daartoe weer wat minder gevoeld wordt, brengt men die offers liever niet. Dat betreft geld en ruimte kostende maatregelen hier, om de vervreemding van derde-generatie-moslimjongeren tegen te gaan. En accepteer geld en ruimte kostende maatregelen ginds in de regio, om niet op grond van kortzichtig materieel eigenbelang het radicalisme verder te voeden.

Westerse ongeloofwaardigheid
Te intensieve samenwerking met regimes die niet deugen om andere regimes die niet deugen te bestrijden, doet aan de westerse geloofwaardigheid een morele strijd te voeren – de pretentie dat waarvóór men strijdt deugt – fors af. Denk aan te intieme samenwerking met de Marokkaanse geheime dienst. Dit ook omdat sommige huidige of potentiële ‘partners’ – Assad? – door hun mensenrechtenschendingen mede-veroorzaker van het terrorisme zijn. Westerse ongeloofwaardigheid – mooie woorden versus lelijke daden – speelt de IS-boodschap in de kaart: het Westen is hypocriet.

Om, tot slot, één concreet voorbeeld te geven: een van onze meest geliefde bondgenoten is omwille van de olie Saoedi-Arabië, de religieuze tweelingbroer van IS, die het ideologisch en financieel voedt. Wij verkopen er op koninklijke handelsmissies met de zegen van Hans de Boer graag wapens, die vervolgens tegen Jemen worden gebruikt of in IS-handen belanden, en zo ook voor jihadistische wraakoefeningen in Parijs of Sint-Jans-Molenbeek. Als wij, vanwege de winstgevendheid, daaraan nog steeds geen einde willen maken, dan had NRC-columnist Maxim Februari 24 november jl. gelijk: onze belangrijkste waarde die op vrijdag de dertiende in Parijs werd aangevallen, was inderdaad niet onze democratie maar onze hypocrisie.

 
 
Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en publicist.
 

Auteurs

Thomas von der Dunk
Cultuurhistoricus en publicist