Zeven factoren bepalen de politieke vooruitzichten in Afrika
Serie Conflict en Fragiele Staten

Zeven factoren bepalen de politieke vooruitzichten in Afrika

28 May 2020 - 15:47
Photo: Groepsfoto van de African Union Commission in 2019. © African Union Commission
Terug naar archief
Author(s):

De erfenis na de grote onafhankelijkheidsgolf van 1960 heeft lang doorgewerkt in Afrika, maar de huidige politieke instabiliteit en het wanbestuur zijn al lang niet meer te wijten aan de breuk met het koloniale verleden. In deze tweede bijdrage van de Clingendael Spectator-serie “Afrika: 60 jaar onafhankelijkheid” onderscheidt Jan Abbink zeven factoren die bepalend zijn voor de politieke vooruitzichten in Afrika en de kansen op goed bestuur.

De grote diversiteit binnen Afrika verhindert ons niet om enige generalisaties te maken over de nabije toekomst van politieke stabiliteit, bestuur en staatsvorming- of bestendiging op het continent – ondanks de negatieve ruptuur van de kolonisering (ca. 1885 - 1960) en de eeuwige post-koloniale worsteling over staatsgezag en nationale ontwikkeling na 1960.

De erfenis na het jaar van de grote golf van onafhankelijkheid – bestaande uit de autoritaire koloniale staat, een povere nationale integratiebasis, economische zwakte en het ontbreken van ‘capabel’, opgeleid personeel – heeft lang doorgewerkt in Afrika en doet dat nog steeds. Het is echter niet meer overtuigend om alle problemen omtrent de omstreden staatsstructuren, instabiliteit en het wanbestuur van vandaag de dag te wijten aan die koloniale ruptuur.

Kaart van afrika-wikicommons
© Wikicommons

De eigen bakens verzetten
Dit is een lijn van denken die in Afrika zelf ook niet veel meer wordt geaccepteerd, met name niet door de jonge generatie, oppositiepartijen, sociale en jeugdbewegingen, en de onafhankelijke media. Afrika heeft toch zestig jaar de tijd gehad om er het een en ander aan te doen en de bakens te verzetten.

Het steeds maar zoeken naar oorzaken in het verleden is dan wel makkelijk voor de elites, maar heeft aan politiek-retorische kracht ingeboet. Een vergelijking van de situatie van Afrika nu met de huidige situatie van de in de jaren 1950 even arme Aziatische landen kan onder de Afrikaanse elites tot enige verlegenheid leiden. De Afrikaanse landen zijn vanuit een vergelijkbare ‘startpositie’ tegenover Azië vrij ver achtergebleven in hun ontwikkeling.

Cruciaal was – naast falende politieke wil – het gebrek aan sterke, transparante democratische structuren

Het is daarentegen wel zo dat de – qua heterogeniteit en merkwaardige landsgrenzen – ‘kunstmatige’ staatsentiteiten van na 1960 een permanente spanningsfactor inbouwden die het smeden van een ‘natie’ en minimale eenheid van politieke en economische doelen zeer bemoeilijkte. Dit was het sterkst te zien bij de Democratische Republiek Congo (DRC), Kameroen, Nigeria, Soedan en Tsjaad.

Cruciaal was echter – naast falende politieke wil1  het gebrek aan sterke, transparante democratische structuren die recht konden doen aan zowel regionale, etnische en politieke diversiteit als aan de aspiraties van gewone Afrikanen rondom kwesties van ‘burgerschap’ – wie hoort er nu echt bij, wie heeft volle politieke rechten. Dit ontbrak lange tijd en is nog steeds niet geregeld.

Debatten over dit burgerschap2 zijn nog steeds volop aan de gang en gaan van crisis tot crisis. Opportunistische uitsluiting van bepaalde religieuze of etnische groepen vindt geregeld plaats, of de hiërarchische verhoudingen van deze groepen worden op zodanige wijze (opnieuw) gedefinieerd dat vernedering en instabiliteit het gevolg zijn.3

Het politieke landschap anno 2020
Wat zijn de politieke vooruitzichten voor Afrika in de komende jaren? Er is in de afgelopen twintig jaar vooruitgang geboekt, via economische groei, armoedereductie en democratisering. Maar zoals onder andere het rapport van de Mo Ibrahim Foundation opmerkte, stagneren de verbeteringen in bestuur enigszins.4

De huidige crisis zal de democratisering en vredeshandhaving in Afrika geen goed doen en de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen sterk negatief beïnvloeden

Ook is de huidige coronacrisis een game changer die alle voorspellingen van vóór januari 2020 teniet doet, aangezien deze pandemie een enorme politieke, sociale en veiligheidsimpact zal hebben op Afrika als geheel en de relaties van landen onderling. Evenmin zal de huidige crisis de democratisering en vredeshandhaving in Afrika goed doen en het zal de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SGDs) sterk negatief beïnvloeden.

Het politieke landschap van Afrika anno 2020 is een contrasterend geheel, bestaande uit functionele democratieën (Mauritius, Botswana, Senegal, Tanzania, Benin, Tunesië), oude stijl-autocratieën met alleenheersers en onderdrukking (Eritrea, Equatoriaal Guinee, Egypte, Congo-Brazzaville), ‘ongeregeerde’ ruimten (Centraal Afrikaanse Republiek (CAR), Somalië, Zuid-Algerije, delen van Zuid-Soedan en van de Sahel), falende staten (DRC, Zimbabwe, Djibouti), stabiele politiestaten (Angola, Rwanda), en precaire mengvormen (Marokko, Kameroen, Gabon, Mauritanië, Guinee-Bissau, Niger, Tsjaad).

Kinderen in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2014. © Teseum - Flickr
Kinderen in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2014. © Teseum - Flickr

Daarnaast zijn sommige landen verscheurd door gewapende conflicten (Zuid-Soedan, Libië, Somalië, CAR) en Islamistisch terrorisme (Noord-Nigeria, Kenia, Somalië, de Sahel-landen, en nu Mozambique5).

In Afrika is er geen duidelijk oorzakelijk verband tussen een min of meer democratische bestuursstructuur en voorspoedige economische ontwikkeling (of andersom); deze twee zaken variëren onafhankelijk van elkaar.

Bij een inschatting van de staatkundige toekomst van Afrika zou met onderstaande zeven factoren rekening moeten worden gehouden.

1. Geen mammoetproject voor ontwikkeling
Afrika is niét primair een mammoetproject voor ‘ontwikkeling’, laat staan voor een ‘ontwikkeling’ die vooral donorlanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank richting zouden moeten geven en financieren. Dit is een oude, wat paternalistische visie, en niet meer overtuigend.

Het is weliswaar zo dat Afrika over de hele linie materieel armer is en institutioneel slechter georganiseerd; de politiek is er niet per definitie voor de bevolking, maar eerder gericht op het behouden van macht en stabiliteit. Landen zijn daarnaast verwikkeld in intra-continentale competitie. Veel onderlinge relaties zijn gespannen en de politiek-economische toplaag is meer gericht op banden met de rest van de wereld (met name donorlanden; momenteel vooral met China) dan op Afrika.

Het misleidende traditionele denkraam past niet meer bij het huidige Afrika

Het is, zoals de Zweedse arts en hoogleraar Hans Rosling stelt, beter om Afrika en andere armere landen te bezien in het licht van de uiteenlopende, gelaagde niveaus van rijkdom en welvaart, in plaats van in het stramien van ‘ontwikkelingslanden’ versus ‘ontwikkelde’ landen.6

Het misleidende traditionele denkraam past niet meer bij het huidige Afrika. Het doet geen recht aan zijn vooruitgang en aan de grote machts- en rijkdomsverschillen binnen het continent, en ook niet aan de vaak verrassende impact die Afrikaanse landen en leiders geopolitiek hebben in de VN en andere internationale organisaties. Neem bijvoorbeeld de mondiale migrantenstromen, waarvan Afrikaanse regeringen het grote belang inzien en lijken te willen (en kunnen) reguleren als er donorgelden tegenover staan.7

2. Gebrek aan natuurlijke eenheid
Afrika heeft geen natuurlijke eenheid van visie en einddoelen. Het continent is, ondanks de Afrikaanse Unie (AU), politiek en economisch verdeeld. De AU lijkt daarin weliswaar vaak op de Europese Unie (EU), maar die heeft dan nog het voordeel van een mondiale economie, goedgeschoolde werkkrachten en institutioneel-technologische kracht.

Keniaanse militairen van de African Union Mission in Somalia (AMISOM) delen voedsel uit in Somalië op 20 mei 2020. AMISOM Photo
Keniaanse militairen van de African Union Mission in Somalia (AMISOM) delen voedsel uit in Somalië op 20 mei 2020. © AMISOM Photo

Wat betreft regionale conflictoplossing is de AU niet erg effectief gebleken, zoals in Somalië, de CAR, Zuid-Soedan, Noord-Nigeria en Burundi en Rwanda. Daarnaast heeft de AU de Westelijke Sahara-kwestie in 2019 ‘opgelost’ door eenzijdig Marokko’s kant te kiezen en dit land weer toe te laten als lid van de AU, ondanks de Marokkaanse bezetting van Sahrawi-grondgebied.8

De Westelijke Sahara-kwestie boezemde weinig vertrouwen in voor andere partijen verwikkeld in uitstaande grenskwesties en bewegingen voor autonomie of staatkundige aanpassing in Afrika. Wederom had de AU gekozen voor opportuniteit boven internationaal recht en rechtvaardigheid, wat het precaire karakter van politieke stabiliteit en intra-continentale samenwerking in Afrika onderschrijft.

3. De mythe van het demografisch dividend
De politiek-bestuurlijke impact van demografie is groot. Afrika’s ‘rijkdom’, zoals vaak wordt gezegd, is de groeiende en zeer jonge bevolking. Dat is echter grotendeels een mythe. Het veronderstelde ‘demografisch dividend’ – economisch voordeel door bevolkingsgroei – wordt vaak maar half begrepen en is slechts in enkele landen een reëel iets dat algehele economische ontwikkeling bevordert.

Eerder is het zo dat de afhankelijkheidsratio’s veel te hoog zijn: te veel jongeren en niet-werkenden zijn afhankelijk van werkenden. Dit gaat ten koste van belastingopbrengsten, de spaarquote en goed onderwijs en goede (vak-)opleidingen, want daar is geen budget voor.

De enorme urbanisatie en snelle groei van Afrikaanse megasteden, die in de komende 10 tot 20 jaar zullen doorgaan, zijn geen blijk van vooruitgang, maar van crisis

Als er geen demografische transitie – met onder meer lagere vruchtbaarheid – gaat plaatsvinden in Afrika, dan zullen de voordelen van het demografisch dividend ook niet optreden.9 Het managen van de grote bevolkingsgroei (2,7% per jaar) stelt Afrikaanse overheden voor grote problemen.

De enorme urbanisatie en snelle groei van Afrikaanse megasteden (zoals Lagos, Johannesburg, Cairo, Kinshasa), die in de komende 10 tot 20 jaar zullen doorgaan, zijn dan ook geen blijk van vooruitgang, maar van crisis. Het platteland biedt te weinig mogelijkheden en produceert massa’s migranten zonder vooruitzichten. De stedelijke omgevingen in Afrika zijn dan wel hotbeds van informele economische activiteit, maar ook van bittere armoede, beroerde faciliteiten, misdaad, slechte gezondheidsomstandigheden en radicalisering.

De wijk Mikondo in de Congolese hoofdstad Kinshasha. Photo Antoine Moens de hase. © Flickr
De wijk Mikondo in de Congolese hoofdstad Kinshasha. © Antoine Moens de hase / Flickr

Het geeft dan ook geen pas om, zoals sommige berichtgevers doen, vooral te spreken van de ‘fantastische mogelijkheden en economische dynamiek’ die de Afrikaanse stedelijke massa’s bieden. Men gaat hiermee voorbij aan de misère, de diepe onzekerheid, het massale gebrek aan onderwijsfaciliteiten en aan de negatieve effecten van de scheve bevolkingsopbouw.

Op het platteland wordt die crisis onder andere gekenmerkt door kritieke ecologische omstandigheden, die hebben geleid tot schaarste, verslechtering van de water- en grondkwaliteit (en dus lagere productiviteit), afbraak van de soortenrijkdom, uit de hand lopende wildsmokkel, en domweg gebrek aan ruimte.10

Het valt moeilijk te ontkennen dat Afrikaanse landen bevolkingspolitiek nodig hebben, iets waar zelfs de onderzoeksbureaus van de VN en de Wereldbank regelmatig voor pleiten

Als men goed doorvraagt in Afrika dan zijn de meeste mensen – behalve de rijke toplaag die het goed heeft getroffen – vóór beperking van het kindertal. Vooral als minder kinderen betekent dat er meer ruimte is voor opleiding en perspectief en mogelijkheden om zelf vooruit te komen – en dus voor meer welstand.

Middle-class life rukt onmiskenbaar op in Afrika. En overal waar dit in de wereld gebeurt, neemt het aantal kinderen per vrouw af – dus ook in Afrika, hoewel langzaam. Het valt moeilijk te ontkennen dat Afrikaanse landen bevolkingspolitiek nodig hebben, iets waar zelfs de onderzoeksbureaus van de VN en de Wereldbank regelmatig voor pleiten.11

4. Precaire democratisering
Afrika’s ‘democratisering’, begonnen in de jaren 1990, bewandelt een heel eigen maar ook haperend pad, met zowel vooruitgang als terugval. Ondanks dat er goede tendensen zijn en een groot potentieel om democratische consolidatie te bereiken – met vooral als aandrijver een beter opgeleide middenklasse die economische en politieke eisen stelt – zijn de directe vooruitzichten voor consolidering precair.12

Met name de zwakke rechtsorde en het gebrek aan onafhankelijkheid der rechtspraak zijn problematisch

Daar zijn economische, demografische en ideologische redenen voor. Met name de zwakke rechtsorde en het gebrek aan onafhankelijkheid der rechtspraak zijn problematisch, niet alleen met betrekking tot burgerrechten en strafrecht, maar ook wat betreft zakelijk en eigendomsrecht. Het is te weinig voorspelbaar en vatbaar voor corruptie en nepotisme. Daarnaast bestaat er oneigenlijke druk van zelfbenoemde religieuze pressiegroepen die bepaalde zakelijke of familiewetgeving willen tegenhouden.

Het kan zijn dat democratisering – vooral als die wordt beperkt tot alleen verkiezingen om de vier à vijf jaar – niet per se ‘nodig’ is voor economische ontwikkeling en groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP).

Analyses door (ook Westerse) politieke wetenschappers die Afrikanen aldus bemoedigend toespreken en adviseren zich primair op de economie te richten, zijn echter patroniserend en doen geen recht aan de overheersende wens van Afrikaanse burgers om hun civiel-democratische rechten gerespecteerd te zien.13 Die rechten leiden naar (rechts)zekerheid en inclusie, óók in het economische proces.

5. Grote kwetsbaarheid
Afrika is gevoelig voor klimaatproblemen, natuurrampen en epidemieën. Hoewel de huidige COVID-19-pandemie de kwetsbaarheid van de hele wereld heeft aangetoond – met naar rato de meeste doden tot nu toe (mei 2020) in de meer gemondialiseerde, rijke gebieden – zijn de risico’s voor Afrikaanse landen erg groot, gezien de zwakke gezondheidsinfrastructuren, grote bevolkingsdichtheid en een hoge ‘socialiteit’ in het religieuze en maatschappelijke leven.

Boeren in Mail, 2010. Livestockcrsp
Boeren in Mail, 2010. © Livestockcrsp / Flickr

Het is daarbij zaak voor de rijke wereld om meteen nieuwe partnerschappen met Afrika te smeden tegen deze pandemie. Ook is de kwetsbaarheid van Afrika voor droogte, erosie, klimaatverandering en natuurlijke plagen aanzienlijk, mede omdat er weinig is geïnvesteerd in infrastructuur om deze zaken te beheersen. Zie de grote sprinkhanenplaag in Noordoost- en Oost-Afrika sinds december 2019, die enige miljoenen mensen extra in de voedselonzekerheid stortte.

6. Wankele intra-continentale samenwerking
De intra-continentale samenwerking in Afrika kent precaire structuren. De AU is, in tegenstelling tot wat de propaganda en vele vergaderingen doen voorkomen, geen groot succes. De machine wordt draaiende gehouden via vele programma’s, die mede in stand worden gehouden door donorlandgelden en te weinig door Afrikaanse regeringen zelf (velen hebben een betalingsachterstand) – maar resultaten blijven achter.

Fundamentele versterking van de AU is nodig, met meer zelfkritiek en betrokkenheid van regeringen

Ook regionale eenheden, zoals de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) in Noordoost-Afrika, zijn sinds enige jaren wat aan het aanmodderen. Er zijn spanningen tussen buurlanden en binnen landen. Fundamentele versterking van de AU is nodig, met meer zelfkritiek en betrokkenheid van regeringen.

Objectief gezien bestaat in Afrika de noodzaak tot meer continentale samenwerking op het administratieve, economische en politieke vlak. Maar ook de culturele, educatieve en sociale vereisten van een ‘inclusieve’ politieke samenleving die burgers aanspreekt, moet niet worden onderschat. Dit zou de AU via de politiek van de lidstaten kunnen versterken.

Het 50-jarige jubileum van de Afrikaanse Unie in Addis Ababa, Ethiopië op 25 mei 2013. © Wikicommons
Het 50-jarige jubileum van de Afrikaanse Unie in Addis Ababa, Ethiopië op 25 mei 2013. © Wikicommons

7. Grote pluriformiteit
Een even belangrijke dynamiek in Afrika wordt gevormd door de aanwezige sociale structuren van pluralisme en diversiteit. Meer dan wellicht op ieder ander continent is deze pluriformiteit een feit van het sociale, culturele en politieke leven geweest.

De dagelijkse relaties tussen bijvoorbeeld etnische en religieuze groepen toonden vooral spanningen als machthebbers ertussen kwamen met hun eigen belangen

Die pluriformiteit is enerzijds debet geweest aan frequent politiek geweld en culturele onderdrukking, maar heeft anderzijds historisch gezien allerlei manieren opgeleverd van accommodatie en acceptatie van verschillen. De dagelijkse relaties tussen bijvoorbeeld etnische en religieuze groepen toonden vooral spanningen als machthebbers ertussen kwamen met hun eigen belangen.14

Belangrijker dan politieke spanningen is het vermogen tot een grote mate van tolerant pragmatisme en wederzijdse aanpassing. Dit Afrikaanse ‘sociaal kapitaal’ deed diverse etnische, regionale en religieuze groeperingen, klassen en kasten, en gevestigden en nieuwkomers met elkaar leven.

Deze noties staan zeker onder druk en zijn veelal gepolitiseerd, onder meer door machtsstrijd, autocratisch optreden van leiders, schaarste, externe inmenging (al in de koloniale tijd), tendensen van mondialisering en harde politiek-religieuze ideologieën (zie Al Shabaab in Somalië, Boko Haram in Nigeria en jihadisten in de Sahel).  

Somalische politieagenten volgens een training van de African Union Mission in Somalia ( AMISOM) over mensenrechten in Baidoa, Somalia op 9 maart 2020. © AMISOM Photo
Somalische politieagenten volgens een training van de African Union Mission in Somalia ( AMISOM) over mensenrechten in Baidoa, Somalia op 9 maart 2020. © AMISOM Photo

Maar diversiteit is en blijft een feit in de groeiende metropolen in Afrika. En ondanks de politieke en sociale conflicten willen de jongeren van nu hier constructief en pragmatisch mee omgaan. Kundig staatsbeleid is vereist om de verdere politisering van die verschillen te voorkomen.

Opbouw van een democratische verantwoordingscultuur
Afrika zal ook vooruitgang maken als het zich losmaakt van de underdogpositie die politieke leiders zich vaak nog aanmeten door ‘het kolonialisme’ nog steeds de schuld te geven van alles.15 Ze laten zich niet lenen voor easy deals over grondstoffen, natuurlijke hulpbronnen, militaire hulppakketten en opportune politieke steun, bijvoorbeeld in de VN, of door China, de VS, de EU of het Arabisch-Islamitische blok, recentelijk de Golfstaten.16

Men kan – ofwel via de AU, of via regionale kaders17 – de eigen economische ontwikkeling beter aanpakken, gestoeld op lokale modellen en innovatie, en niet alleen op donorgeleide ideeën.

Ook zou men daarbij politieke en maatschappelijke prioriteiten opnieuw kunnen definiëren en zich kunnen richten op de ontwikkeling van verantwoordingsstructuren (accountability) naar de eigen bevolking toe, en niét naar donoren en geldschieters.

Die accountability kan uiteindelijk alleen worden bereikt door een structuur van betrouwbare verkiezingen (die machtswisseling toestaan) en met behulp van een neutraal, capabel overheidsapparaat

Dat betekent ook vernieuwing en institutionalisering van beslissingsstructuren, en dat niet per se op het basis van het Westerse democratische model – dat op zich ook pluriform is.18

Voor verbetering van de accountability zijn daarnaast meer binnenlandse vertrouwensstructuren en rule-of-law-politiek nodig, die op langere termijn sterkere politieke eenheid creëren en intra-continentale samenwerking versterken. Over de hele linie is dan ook betere administratie mogelijk: belastingdienst, burgerlijke stand, statistische diensten en overheidsarchieven.

Die accountability kan echter uiteindelijk alleen worden bereikt door een structuur van betrouwbare verkiezingen (die machtswisseling toestaan) en met behulp van een neutraal, capabel overheidsapparaat.

Hoewel ‘democratie’ een ideaal is van de meeste Afrikanen19, kan die alleen duurzaam worden middels een ‘cultuur’ van democratie – en die is nog niet overal aanwezig, zelfs niet onder de zogenaamde democratische oppositiegroepen.

Soedan, 2016. © Nina R - Flickr
Soedan, 2016. © Nina R - Flickr

Afro-pessimisme is geen optie
Samen met de groeiende economische, politieke en sociale impact van de coronacrisis20 – die nog met meer hevigheid in Afrika zal gaan huishouden – blijven er op de korte termijn dezelfde grote staatkundige en beleidseconomische uitdagingen in Afrika bestaan. Men zal – op enkele uitzonderingen na – moeten voortmodderen en crisis-beheersen.

Instabiliteit, etno-regionale conflicten, milieuproblemen, IDP-stromen en hortende economische ontwikkeling (onder andere door hoge schuldenlast) zullen de nabije toekomst van het continent blijven markeren. De ‘randvoorwaarden’ – ecologisch, demografisch en soms cultureel van aard – werken niet mee.

Desalniettemin is afro-pessimisme geen optie. Wat hoop geeft zijn de frappante dynamiek van de jonge generaties21, de langzame stijging van de opleidingsniveaus en de plotselinge politieke doorbraken.

Staatsomvorming, democratisering en goed bestuur in Afrika zijn geen onmogelijkheden, maar idealen die actief worden gekoesterd en een kans hebben

Zoals de volkomen onverwachte, positieve omwentelingen in Ethiopië (2018) en Soedan (2019): na revoltes, protesten en interne crises in de regerende elite kwamen nieuwe, hervormingsgezinde regeringen aan het roer. Met verrassende programma’s voor een nieuwe politiek systeem, met een einde aan de harde repressie, een meer inclusieve benadering, en democratische beleidsvorming.

Hoewel de nieuwe leiders van deze landen belast zijn met de zware erfenis van de vorige regimes, zijn grote stappen voorwaarts gezet. Hieruit blijkt dat staatsomvorming, democratisering en goed bestuur in Afrika geen onmogelijkheden zijn, maar idealen die actief worden gekoesterd en een kans hebben.

LogoHet Afrika-Studiecentrum Leiden staat dit jaar stil bij 60 jaar onafhankelijkheid in Afrika onder de noemer 'Africa 2020'. De website biedt een overzicht van de activiteiten - grotendeels opgeschort vanwege de coronacrisis - en uitgebreide informatie over de 17 landen die in 1960 onafhankelijk werden.

Auteurs

Jan Abbink
Hoogleraar Governance and politics in Africa