Geopolitiek denken met vallen en opstaan
Opinions Geopolitics & Global Order

Geopolitiek denken met vallen en opstaan

19 Sep 2024 - 18:52
Photo: Persconferentie tijdens het bezoek van Nederlands minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp in Berlijn aan de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock in juli 2024. © Soeren Stache/dpa via Reuters
Back to archive

Afgelopen zomer publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde, over de veranderende internationale verhoudingen en hoe Nederland daarop zou moeten reageren. In zijn kritische analyse van het rapport onderstreept David Criekemans de noodzaak van een bredere benadering van de huidige internationale ontwikkelingen, met als toekomstdroom de Lage Landen als ‘geopolitiek platform’.

Je voelt het aan alles: de huidige wereld ondergaat diepgaande veranderingen in structuur, spelregels en toonaard. Na de Koude Oorlog creëerde de liberale wereldorde van de jaren ’90 een mondiaal speelveld dat ideaal was voor open economieën als Nederland en Vlaanderen.

De Lage Landen floreerden onder zeer gunstige omstandigheden: economische globalisering, de afbouw van handelsbarrières en een vredesdividend zonder externe dreigingen, met behoud van de Verenigde Staten als ultieme veiligheidsgarantiemacht voor Europa. Rusland en China waren (nog) niet revisionistisch en de Europese Unie mondde (exact twintig jaar geleden) met een ‘big bang’ uit in een grotere markt met gelijkwaardige spelregels voor iedereen. Het was een wereld waarin de liberale waarden en mensenrechten in opmars leken.

Vier pijlers onder druk
Vandaag de dag lijken al deze elementen onder druk te staan. In de afgelopen twee decennia vond de EU (en met name haar grootste economie Duitsland) een geopolitiek ‘passieve’ doch geo-economische lucratieve plaats in de wereld op basis van vier pijlers: 1) de basispijler – bezuinigingen op defensie (het zogenaamde ‘vredesdividend’ van de jaren ’90), mogelijk gemaakt door het NAVO-defensie-engagement van de VS; 2) fysieke veiligheid of afwezigheid van geostrategisch conflict op het Europese schiereiland, waarbij de liberale overtuiging heerste dat handel tot interdependentie (en dus minder conflict en meer democratie) zou leiden; 3) goedkope energie uit onder andere Rusland waardoor Europa concurrerend bleef; en 4) groeimarkten in Azië, met name China, waarbij technologietransfer als onproblematisch werd gezien en geen verband werd gelegd tussen de energietransitie en machtsverschuivingen.

Duitsland, de slapende reus in Europa, ontwaakte bijzonder abrupt toen de tweede pijler plotseling wegviel; de Russische inval in Oekraïne maakte een einde aan de Handel dürch Wandel-politiek. De Kantiaanse overtuiging dat (energie-)interdependentie met Moskou zou leiden tot stabiliteit ging definitief de deur uit: een Zeitenwende vond plaats.

De Europese sanctiepolitiek aan het adres van Rusland na de invasie maakte definitief een einde aan de derde pijler: goedkope energie. Dat proces was al bezig, maar dit sanctiebeleid kan gezien worden als de finale klap voor het ‘interbellum van de neoliberale globalisering’. Er kan over gediscussieerd worden wanneer dit tijdperk zich al begon te sluiten. Het jaar 2014 lijkt daarvoor een goed uitgangspunt, met de doorwerking van de Eurocrisis, de opkomst van IS in Syrië, de Russische annexatie van de Krim in Oekraïne en de aanloop naar de Europese migratiecrisis van 2015. De tweede fase van dit conflict begon op 24 februari 2022 met de Russische invasie in Oekraïne, een poging tot regimewissel en annexatie.

Nog erger zou zijn dat Europa haar basispijler – de veiligheidsbescherming van Washington – verliest

Duitsland, en bij uitbreiding Europa, kan mogelijk ook de vierde pijler verliezen: goedkope arbeid, en vooral afzetmarkten in China. Zo lijkt de EU momenteel bijvoorbeeld al aan de verliezende hand in de symbolische crisis in de Europese auto-industrie. Dit toont aan dat de oude recepten uit het vorige tijdperk niet meer werken. China zomaar vrij spel geven op onze markt zonder technologietransfer of gegarandeerde toegang tot kritische grondstoffen of bescherming van data, lijkt geen geweldig idee. De ‘vrije markt’ biedt niet altijd oplossingen in dit nieuwe tijdperk.

Nog erger zou zijn dat Europa haar basispijler – de veiligheidsbescherming van Washington – verliest. Wat als Donald Trump opnieuw aan de macht komt? Niemand die het weet. Artikel 5 van het NAVO-verdrag staat of valt immers met het Amerikaanse materiële veiligheidsengagement.Sommigen zouden misschien applaudisseren voor een volledig Europees defensieapparaat, maar los van de vraag hoe dit georganiseerd zou worden, beschikken EU-landen momenteel simpelweg niet over de materiële en technologische middelen om zichzelf voldoende te verdedigen.

Het toejuichen van het verdwijnen van deze basispijler is dan ook een risicovolle strategie. Het zou een gapend defensievacuüm achterlaten dat Europa kwetsbaar maakt voor externe ‘testen’. Het lijkt een realistischer plan om de Europese pijler binnen de NAVO te versterken, zeker nu de Amerikaanse focus steeds meer naar de Pacific verschuift. Dat deze vraagstukken niet langer louter theoretisch zijn, illustreert de veranderende aard van de ‘fragmenterende wereldorde’.

NATO
Dick Schoof, Annalena Baerbock en Admiraal Rob Bauer tijdens de NAVO-top in Washington op 12 juli 2024. © NATO via Flickr.

Tot slot heeft de coronacrisis het debat versneld over de bescherming van aanvoerlijnen (ontkoppeling versus de-risking en re-shoring), van strategische voorraden (just-in-time-economie versus just-in-case-economie), kritische grondstoffen, technologieën en cyberveiligheid. De Amerikaanse president Joe Biden ontwikkelde nieuwe geopolitieke allianties, zoals AUKUS met het Verenigd Koninkrijk en Australië, om China in te dammen. Die Amerikaans-Chinese race, de strijd om geo-economische suprematie, speelt zich ook af op het gebied van technologie.

Al deze elementen samen, in combinatie met de wisselwerking tussen geo-economische en geostrategische ontwikkelingen, kunnen leiden tot een scenario waarin de EU in haar huidige vorm geo-economisch en geopolitiek irrelevant dreigt te worden.

De terugkeer van het geopolitieke denken in Europa
Aan het einde van de jaren ’90 begon de literatuur over geo-economie al op te komen, en kwam ook de literatuur over geopolitiek opnieuw in opgang.Ondanks de verscheidenheid aan theoretische scholen binnen de geopolitiek, was er een gemeenschappelijke onderstroom: het geloof dat in de traditionele internationale betrekkingen onvoldoende aandacht besteed was aan territoriale en geografische actoren. In een globaliserende wereld gold geopolitiek zogezegd niet meer.

De Amerikaanse schrijver en journalist Robert D. Kaplan sprak van een “revenge of geography”, een soort boemerang die terugkwam omdat dergelijke factoren te lang waren genegeerd. Net als in de klassieke geopolitiek, die haar oorsprong vond rond 1899, kwam het idee van ‘strijd om macht’ opnieuw centraal te staan.

Inmiddels is voor velen wel duidelijk dat de wereldpolitiek niet langer business as usual is

Sommige geopolitieke scholen – hoewel niet allemaal – baseren zich op wat zij zien als een “minder naïef” beeld van internationale betrekkingen. Geen sociaal darwinisme pur sang zoals in de negentiende eeuw, maar wel een houding die onderstreept dat het klassiek-liberale prisma van vreedzame samenwerking en win-win (denk bijvoorbeeld aan China’s Belt and Road-initiatief) misschien minder onschuldig is dan je zou denken.

Impliciet stellen geopolitieke theorieën dat alle wereldmachten hetzelfde probleem hebben: ze maken zich allemaal zorgen om hun plaats in de wereld van morgen, zowel op het vlak van economie als energie, voedsel, technologie en veiligheid. Het is misschien wel oorlog, maar niemand wil(de) het zien.

Een totaaloverzicht dat vraagt om verdere verdieping
Vanuit deze bredere context en geopolitiek perspectief zijn enige gedachten en kanttekeningen te plaatsen bij het WRR-rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde. Het rapport verwijst naar een zekere “grimmigheid”. Een term die niet expliciet wordt gedefinieerd, maar die de lezer wel vrij snel kan invullen gezien de huidige internationale ontwikkelingen.

De cruciale vraag is welk analytisch kader het meest geschikt is om de uiteenlopende ontwikkelingen op het vlak van internationale veiligheid, economie, energie, ecologie en mensenrechten te duiden. De WRR-auteurs zien geopolitieke verschuivingen op drie assen: machtspolen, tonelen van machtsuitoefening en wereldbeelden. Ze baseren hun analyse daarvan op een breder kader, geïnspireerd op het proefschrift van Nederlands voormalig minister van Defensie Joris Voorhoeve, dat zich richt op drie kernbegrippen: weerbaarheid, welvaart en waarden – de zogenaamde 3W’s die samen de strategische prioriteiten van het buitenlands beleid vormen.

Een echte geopolitieke analyse zou echter dieper kunnen gaan en meerdere factoren met elkaar kunnen verbinden, zoals fysische geografie, menselijke geografie, ruimtelijke relaties, machtsdistributie, technologie, waarden en culturele representaties in een historische context, geo-economie en geostrategie. Een breder analytisch kaderhad kunnen leiden tot een meer verfijnde analyse en meer inzicht in hoe deze verschillende factoren elkaar mogelijk beïnvloeden.

Toch levert de WRR-benadering interessante inzichten op. Terecht wordt opgemerkt dat de huidige situatie in vele opzichten te vergelijken is met de laatste decennia van de negentiende eeuw, toen een combinatie van factoren – aangejaagd door de industriële revolutie – leidde tot een mondiale race tussen de Europese grootmachten. In het rapport wordt dit proces vergeleken met de hedendaagse ontwikkelingen rondom China, India, de VS, de EU en Rusland.

Brics
Groepsfoto van de BRICS-leiders tijdens de BRICS-top in Johannesburg, Zuid-Afrika in augustus 2023. © Government ZA via Flickr

Hoewel middelgrote machten als het Verenigd Koninkrijk, Japan, Turkije, Saoedi-Arabië en Iran wel worden genoemd, rijst de vraag of een vervolgstudie niet dieper op hun rol zou moeten ingaan. We zien immers in meerdere regionale geopolitieke theaters complexe dynamieken die om een verfijndere benadering van het buitenlands beleid vragen. Zo kan beter ingespeeld worden op de kansen die er liggen.

Ook zou dit helpen om betere afwegingen te maken bij moeilijke keuzes tussen veiligheid, toegang tot grondstoffen en ethische waarden. Sommige Europese geopolitieke en ethische beleidsdoelstellingen kunnen immers met elkaar in conflict komen. Denk bijvoorbeeld aan de winning van kobalt in Oost-Congo voor batterijen.

In veel opzichten is er dus behoefte aan vervolgstudies op het WRR-rapport, waarin deze regionale kwesties en de gevolgen voor ons verder worden uitgediept. De kracht van het huidige rapport ligt in het bieden van een overkoepelend beeld dat richting geeft aan verdere strategische oriëntatie.

Geopolitieke transformatie: van analyse naar actie
Met name bij het laatste deel van het rapport kunnen enkele kanttekeningen worden geplaatst. Zo komen onder het kopje ‘implicaties’ hier en daar gedachtesprongen en assumpties naar voren die als absolute waarheden gepresenteerd worden.

Zal bijvoorbeeld het afbouwen van afhankelijkheden “onvermijdelijk gepaard gaan met welvaartsverlies”?Dat valt nog te bezien; het hangt ervan af hoe je dit bekijkt en binnen welke context. Het gebrek aan toegang tot essentiële medische goederen op cruciale crisismomenten (zoals tijdens de coronapandemie) kan bijvoorbeeld ook gezien worden als een vorm van welvaartsverlies.

Kortom, zowel het analytische kader als de gebruikte taal bevatten aannames over de wereldeconomie die mogelijk niet meer aansluiten bij de huidige realiteit. Dat nodigt uit tot verdere reflectie, nuancering en verdieping.

Dat in Nederland (en bij uitbreiding de Lage Landen) gewerkt moet worden aan het verder ontwikkelen van een strategische cultuur staat buiten kijf. De vraag is echter hoe dit het beste aangepakt kan worden. Hoe leren we opnieuw strategisch te denken in ons buitenlands beleid, prioriteiten te stellen én in te zetten op die factoren en actoren die er op het juiste moment toe doen?

Door de gezamenlijke ‘Benelux-capaciteiten’ te benutten, leggen we meer gewicht in de schaal dan we soms zelf willen toegeven

Al vroeg in het rapport wordt het idee van een ‘Planbureau voor de Veiligheid’ genoemd.Dit klinkt echter eerder als een bureaucratische benadering en misschien niet erg realistisch. Wel interessant is het versterken van ons maatschappelijk weefsel, variërend van het ondersteunen van kennisinstellingen en maatschappelijke initiatieven tot het organiseren van cursussen over veiligheid en internationale relaties voor bedrijven en het maatschappelijk weefsel. Het WRR-rapport pleit in deze voor een ‘heel-de-samenleving’-strategie, inclusief reflecties met en binnen het bedrijfsleven over hoe het best met geopolitieke risico’s kan omgegaan worden. De kennis en inzichten die hieruit voortvloeien in de samenleving zullen het ‘maatschappelijk draagvlak’ voor een geopolitiek robuust Nederland versterken.

Tot slot begint geopolitiek ook bij ons thuis.Het versterken van bewustwording, het opbouwen van capaciteiten, het volgen van een actieve diversificatiestrategie en het verbinden van waarden met een geloofwaardige internationale positionering zijn allemaal onderdelen daarvan.

Laten we hopen dat we dit moment van geopolitieke transformatie ook aangrijpen als een kans om de Vlaams-Nederlandse samenwerking en geopolitieke analyse verder uit te bouwen. Door de gezamenlijke ‘Benelux-capaciteiten’ te benutten, leggen we meer gewicht in de schaal dan we soms zelf willen toegeven – of het nu gaat om maritieme mogelijkheden, handelsbetrokkenheid, technologisch innovatie of als kennishub.

De Lage Landen als geopolitiek platform voor meer handelingsopties zou een mooie droom zijn. Of dat ook echt bewaarheid kan worden? Misschien, met vallen en opstaan.

Authors

David Criekemans
Associate Professor in International Relations at the University of Antwerp (Belgium)