Hoog tijd voor actiever Nederlands Syriëbeleid
Een jaar na de val van het Assad-regime tikt de klok voor Syrië. Nu het nieuwe kabinet in Den Haag er bijna staat en zijn buitenlandse koers gaat bepalen, is dit het moment om het Nederlandse Syriëbeleid te herzien, stellen Yannick du Pont, Petra Stienen en Farouq Habib.
Sinds het vertrek van Bashar al-Assad in december 2024 laat Syrië een gemengd beeld zien van broze vooruitgang en aanhoudende instabiliteit. De overgangsregering heeft een kabinet gevormd en indirecte parlementsverkiezingen georganiseerd, maar sektarische spanningen en geweld blijven het transitieproces ondermijnen.
Na decennia van dictatuur en een verwoestende oorlog staat het land op een kantelpunt. Syrië kan uitgroeien tot een land waar weer samen vooruit wordt gebouwd. In Syrië zelf en in de diaspora tonen Syriërs dat zij bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen, mits zij daarbij steun krijgen.
Het Nederlandse beleid blijft te veel hangen in reflexen uit het verleden
Waar andere Europese landen inmiddels zijn overgegaan tot actie, blijft Nederland achter. Het Nederlandse beleid blijft te veel hangen in reflexen uit het verleden: principiële veroordelingen, humanitaire hulp, een eenzijdige focus op migratie en een afwachtende houding.
Met circa 170.000 Syriërs in Nederland en de strategische ligging van Syrië aan de zuidoostelijke grens van Europa is een actiever Nederlands beleid dringend nodig. Juist nu ligt er een kans voor het nieuwe kabinet om het beleid te herijken en te kiezen voor meer betrokkenheid met een brede agenda voor samenwerking met Syrië.
Nederland aan de zijlijn
Nederland sloot in 2012 zijn ambassade in Damascus en sprak steun uit aan de Syrische Nationale Raad en andere oppositiegroepen. Toen de oorlog escaleerde, leverde Nederland een substantiële bijdrage aan de humanitaire hulpverlening, ook in de buurlanden van Syrië. Daarnaast sloot Nederland zich aan bij de internationale coalitie tegen ISIS en steunde het initiatieven voor gerechtigheid voor slachtoffers, onder meer door met Canada een zaak aan te spannen bij het Internationaal Gerechtshof.
Tussen 2015 en 2018 steunde Nederland eveneens een programma voor niet-dodelijke hulpgoederen aan gewapende oppositiegroepen in Syrië. Onder politieke druk werd dit programma echter abrupt opgeschort toen bleek dat een deel van de goederen bij ongewenste actoren terechtkwam.
Juist daarom staat Nederland nu op een kantelmoment. Zelfs partijen die eerder pleitten voor hernieuwde samenwerking met het Assad-regime moeten nu openstaan voor een kritische dialoog met de nieuwe machthebbers.
Aansluiting bij het Europese beleid ligt voor Nederland voor de hand
Nederland zette in het afgelopen jaar wat voorzichtige stappen, maar behoort inmiddels tot de Europese achterhoede. In oktober 2025 vonden voor het eerst sinds 2009 officiële gesprekken plaats in Damascus.
Daarnaast blijft Nederland beperkte humanitaire hulp bieden, vooral via VN-organisaties en internationale ngo’s. Dat staat echter op gespannen voet met Nederlands beleid om lokale actoren te versterken (lokalisatiebeleid), zeker gezien de aanwezigheid van sterke Syrische organisaties ter plaatse. Ook blijft Nederland bijdragen aan initiatieven op het gebied van overgangsjustitie.
Nederland lijkt echter nog geen stappen te zetten om de ambassade te heropenen, actief gebruik te maken van Europese wederopbouwfondsen en zoekt nauwelijks samenwerking met het invloedrijke Turkije en de Golfstaten. Het land staat daarmee aan de zijlijn.
Andere Europese landen, zoals België, Duitsland en Frankrijk, en de Europese Commissie zijn inmiddels wel overgegaan tot actie: zij zetten wederopbouwinstrumenten in, faciliteren circulaire migratie en benutten actief EU-middelen – vaak in samenwerking met landen in de regio en de Golfregio. Turkije en de Golfstaten opereren daarbij nog sneller en op grotere schaal. Aansluiting bij dit Europese beleid ligt voor Nederland voor de hand.
Achtergrond: De val van het Assad-regime
Op 8 december 2024 bereikte Syrië een historisch keerpunt.
Het Assad-tijdperk begon in 1970, toen Hafez al-Assad de macht greep.
Dit hoofdstuk sloot toen een rebellencoalitie onder leiding van Hay’at Tahrir al-Sham (HTS)
Fragiele situatie
De tijd voor serieuze betrokkenheid dringt. Een jaar na het begin van de transitie blijven de politieke, sociaaleconomische en veiligheidssituatie van Syrië instabiel. Fragiele vooruitgang is zichtbaar, maar het overgangsproces blijft aanhoudend onder druk staan door sektarische spanningen en geweld.
Zo vonden in 2025 gruwelijke massaslachtingen plaats aan de kust onder Alawitische Syriërs, terwijl in Suwayda gevechten uitbraken tussen lokale Druzische gemeenschappen en naburige bedoeïenengroepen. Ook raakten slecht gedisciplineerde, aan de regering gelieerde strijdkrachten betrokken bij ernstige misstanden, waarna de autoriteiten een speciale onderzoekscommissie instelden.
Tegelijkertijd bleven gewelddadige confrontaties tussen regeringseenheden en voornamelijk de Koerdische SDF (Syrische Democratische Strijdkrachten)
Het nieuwe nationale leger – gevormd uit voormalige rebellengroepen – is nog volop in opbouw. Restanten van Assad-loyalisten blijven actief, terwijl opstandige groepen aanslagen plegen en zich hergroeperen. Hardline jihadistische splintergroepen en cellen van IS opereren ondergronds.
Jaren van oorlog hebben de infrastructuur en basisvoorzieningen van het land verwoest
Ook op economisch gebied is Syrië zwaar getroffen. Jaren van oorlog hebben de infrastructuur en basisvoorzieningen van het land verwoest. Hoewel internationale sancties geleidelijk worden versoepeld en bedrijven voorzichtig terugkeren, heeft de bevriezing van Amerikaanse hulp een groot financieringsgat achtergelaten dat de EU – sterk gericht op de oorlog in Oekraïne – niet heeft kunnen opvullen. De Golfstaten en Turkije hebben hun investeringen daarentegen sterk verhoogd,
Meer dan één miljoen vluchtelingen zijn teruggekeerd, samen met bijna twee miljoen intern ontheemden.
Internationale machtsverhoudingen
De val van het regime heeft ook het geopolitieke speelveld ingrijpend veranderd. Iran en Rusland verloren hun invloed na jarenlange steun aan Assad. Turkije en Qatar groeiden uit tot sleutelspelers als steunpilaren van de Syrische overgangsregering. Andere Golfstaten, met name Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, bouwen momenteel eveneens sterke relaties op. Syrië zelf keerde snel terug in de Arabische Liga en de Organisatie voor Islamitische Samenwerking. Kortom, Nederland kan zich niet afzijdig houden en moet actief positie kiezen binnen dit krachtenveld.
De Verenigde Staten steunden de Syrische transitie door sancties op te heffen. De Syrische president Ahmed al-Sharaa bracht in november 2025 zelfs een bezoek aan het Witte Huis. Door het intrekken van Amerikaanse steun aan de SDF kon Sharaa met zijn troepen het recente offensief lanceren. Hierbij is een groot aantal belangrijke olievelden onder controle van de overgangsregering gekomen.
Tegelijkertijd handhaven de VS hun militaire aanwezigheid in zuidoost-Syrië (Al-Tanf) en in het noordoosten, samen met Koerdisch geleide troepen, met het oog op terrorismebestrijding. Israëlische aanvallen op Hezbollah in Libanon en doelen in Syrië en Iran verzwakten het oude regime. Na de val van Assad bood Israël militaire en financiële steun aan Druzische milities in Zuid-Syrië en voerde het land er militaire operaties uit, wat de stabilisatie van Syrië verder ondermijnde.
De Verenigde Naties heroriënteren hun inzet, met grootschalige projecten van onder meer hun ontwikkelingsprogramma (UNDP) en vluchtelingenorganisatie (UNHCR). De relatie met zowel regering als gemeenschappen blijft echter complex, mede door beschuldigingen van collaboratie met het oude Assad-regime.
De EU heeft direct belang bij een stabiel Syrië
Ook de Europese Unie en enkele van haar lidstaten verwelkomden de transitie en hebben hun diplomatieke aanwezigheid hersteld. Het is belangrijk dat het nieuwe kabinet dit ook doet. Al in maart 2025 organiseerde de EU een Syrië-conferentie in Brussel, gericht op economische wederopbouw en op verantwoordelijkheid en gerechtigheid. In november volgde een EU-Syrië ‘Dialoogdag’ in Damascus, waar EU-functionarissen, Syrische maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de overgangsregering spraken over de toekomst van het land.
De Europese Unie heeft direct belang bij een stabiel Syrië omdat dat de kans op vrijwillige terugkeer van Syrische vluchtelingen uit Europa vergroot. Tijdens haar bezoek aan Damascus in januari 2026 presenteerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen een strategisch politiek, economisch en wederopbouwpartnerschap. Dit brede en (financieel) stevige pakket tilt de samenwerking naar een hoger plan en benadrukt het gewicht dat de EU terecht hecht aan een vreedzaam Syrië. Ondersteuning van lokale overheden in Syrië is hierbij belangrijk.
Tijd voor een nieuw Nederlands Syriëbeleid
Met de komst van een nieuw kabinet heeft Nederland nu de kans om het Syriëbeleid weer op de rails te zetten. Als het land effectief wil bijdragen aan een stabieler Syrië en tegelijkertijd Nederlandse belangen en waarden wil dienen, is een koerswijziging nodig. Het nieuwe kabinet moet inzetten op een bredere ‘Building Forward Better’-agenda, gericht op sociaaleconomisch herstel, overgangsjustitie en dialoog, en het faciliteren van vrijwillige terugkeer van vluchtelingen.
Ondersteun sociaaleconomisch herstel en wederopbouw
Grote delen van Syrië kampen nog altijd met verwoeste infrastructuur en gebrekkige basisvoorzieningen, zoals kapotte scholen, ziekenhuizen en nutsvoorzieningen. Voor veel burgers is de beloofde transitie daardoor nauwelijks voelbaar. Juist op terreinen waar Nederland over specifieke expertise beschikt – waaronder beroepsonderwijs, landbouw en irrigatie – kan het een gerichte bijdrage leveren en zijn investeringen cruciaal. Dat vergt wel dat de overheid dringend belemmerende financiële regelgeving tegen het licht houdt, zodat de Nederlandse bankensector hulpverlening en investeringen beter kan faciliteren.
Bevorder gerechtigheid, verzoening en verwerking van het verleden
Steun aan overgangsjustitie en waarheidsvinding is essentieel om nieuwe cycli van wraak te voorkomen.
De Witte Helmen spelen ook een cruciale rol binnen dit landschap. Deze humanitaire organisatie voor civiele bescherming ondersteunde Syrische burgers tijdens de oorlog door hen voor te bereiden op – en noodhulp te verlenen tijdens – militaire aanvallen. Parallel daaraan opereerde een zuster-ngo van De Witte Helmen in Nederland, die bewijsmateriaal van schendingen van het internationaal humanitair recht archiveert, zich inzet voor verantwoording en gerechtigheid, en de donorfinanciering beheert. Het merendeel van de teams in Syrië is inmiddels geïntegreerd in de overheidsstructuren.
Dit moment vraagt om politieke keuzes en een actiever buitenlandbeleid
Naast het ondersteunen van formele rechtspraak moet Nederland ook de dialoog tussen verschillende gemeenschappen, hervormingen van het leger en politie en sociale cohesie versterken. Dit kan onder meer door middel van culturele projecten.
Faciliteer vrijwillige terugkeer en circulaire migratie
Met ruim 170.000 Syriërs in Nederland kan de overheid, in samenwerking met Syrische autoriteiten, een actieve rol spelen in vrijwillige en waardige terugkeer en circulaire migratie. Initiatieven kunnen worden samengebracht in een programma ‘Return to Rebuild’, gericht op regio’s waar veel terugkeerders zich vestigen. Door terugkeer niet als een lineair proces te zien, maar ruimte te bieden voor oriënterende bezoeken en de inzet van genaturaliseerde Syriërs, kan Nederland bouwen aan een duurzame relatie met de nieuwe autoriteiten.
Gebruik de EU en Golfstaten als hefboom
Door middelen en politieke invloed vanuit de EU en Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (GCC) te mobiliseren, kan Nederland zijn inzet aanzienlijk opschalen. Landen zoals Duitsland, Frankrijk, Italië, Zweden en België doen dit al door Europese middelen actief te benutten om hun eigen nationale hulpprogramma’s te versterken. Ook is het aantal trilaterale EU-GCC-hulpovereenkomsten het laatste jaar sterk toegenomen. Daarmee vergroten andere Europese landen hun invloed in Syrië en de bredere regio. Ook Nederland moet deze samenwerking met zowel de EU als GCC opzoeken. Met de juiste politieke steun en professionele uitvoering kan één Nederlandse euro tot tien euro aan impact opleveren.
Lokalisatie van hulp
Syrië beschikt over groot menselijk kapitaal, waaronder een goed opgeleide diaspora. De oorlog heeft bovendien een professioneel Syrisch maatschappelijk middenveld voortgebracht, waarvan veel organisaties werken volgens Nederlandse standaarden. Dit biedt een unieke kans om het Nederlandse lokalisatiebeleid waar te maken. Het Nederlandse officiële streven naar het direct financieren van lokale partijen moet echter nog altijd in de praktijk uitgevoerd worden, zoals blijkt uit recente academisch onderzoek.
Wederzijds belang
Alle hulp en investeringen moeten gepaard gaan met stevige waarborgen voor transparantie en verantwoording, om terugkeer van oude patronen van vriendjespolitiek en nieuwe elitevorming te voorkomen. Het ‘Do No Harm’-principe moet centraal staan, zodat steun daadwerkelijk bijdraagt aan goed bestuur, inclusiviteit en duurzame stabiliteit.
Tegelijkertijd vraagt dit moment om politieke keuzes en een actiever buitenlandbeleid. Zo is het hoog tijd dat Nederland toewerkt naar het herstel van zijn diplomatieke aanwezigheid in Damascus. Met de grote Syrische gemeenschap in Nederland en de strategische ligging van Syrië is dit geen symboliek maar een helder wederzijds belang. Alleen door actief, consistent en zichtbaar betrokken te zijn, kan Nederland bijdragen aan een stabieler en rechtvaardiger Syrië voor alle Syriërs.
0 Reacties
Reactie toevoegen