De Syrische mini-wereldoorlog woedt verder
Analyse Conflict en Fragiele Staten

De Syrische mini-wereldoorlog woedt verder

03 Oct 2018 - 13:54
Photo: Christiaan Triebert / Flickr
Terug naar archief

Het Syrische conflict omvat meerdere oorlogen in één, en symboliseert daarmee de complexe onderlinge verwevenheid van (regionale) grootmachten vandaag de dag. David Criekemans schetst het slagveld van deze mini-wereldoorlog. Over rode lijnen, een verloren Westerse oorlog en de komende strijd om de provincie Idlib.

Het jaar 2011 kondigde zich aan als één van hoop. De ‘Arabische Lente’ die op gang was gebracht door volksprotesten in landen als Tunesië, Libië, Egypte en Syrië, vormde de kans op een nieuw begin. Eén waarin autoritaire leiders misschien wel de baan moesten ruimen voor meer democratische, breed gedragen volksbewegingen. Daar waar het begon, in Tunesië, bestaat vandaag een zeer fragiele kans op een betere toekomst. Maar de droom van de Arabische Lente werd een nachtmerrie in landen als Libië en Syrië. In de Syrische casus raakten de regionale machten en uiteindelijk de grootmachten al snel verwikkeld in een ingewikkeld kluwen. Dit conflict, dat meerdere oorlogen in één vervat, symboliseert vandaag de dag hun complexe onderlinge verwevenheid. In dit tijdperk van geopolitieke onzekerheid ‘testen’ elk van deze actoren hun macht ten aanzien van elkaar. Ieder trachten ze hun belangen op het vlak van veiligheid en economie veilig te stellen. De synthese daarvan leidde evenwel tot een armworsteling met zeer zware gevolgen; meer dan een half miljoen doden, 11 miljoen vluchtelingen en 6,6 miljoen intern ontheemden binnen Syrië. De Syrische mini-wereldoorlog woedt ondertussen verder, en dreigt weer nieuwe gedaanten aan te nemen. Een bondig overzicht.

De strijd tussen soennieten en sjiieten: Saoedi-Arabië vs. Iran (en Qatar)
Vanaf maart 2011 ontstonden vreedzame protesten in Syrische steden als Daraa, voornamelijk door soennieten. Vanaf april dat jaar onderdrukte het Syrische leger met bruut geweld de pro-democratische bewegingen. Velen lieten hierdoor het leven. Alarmbellen gingen af bij soennitische regionale actoren zoals Saoedi-Arabië. De Saoedi zagen de Syrische crisis tevens als een opportuniteit om de soennitische oppositie te ondersteunen tegen de alawitische president Bashar al-Assad. Ze wilden vermijden dat de alawitisch-sjiitische as tussen Assad en Iran verder zou verstevigen. Teheran was immers de lachende derde van de val van Saddam Hoessein in 2003. De facto namen de sjiieten het als meerderheid over van de soennieten in Irak. Sjiitische geestelijke leiders in het zuiden van Irak lieten zich inspireren door Iran. De culturele en economische, maar ook militaire tentakels van Teheran werden zo uitgespreid. Een herhaling van een dergelijk scenario wilden de Saoedi expliciet vermijden in Syrië. De oorlog daar was immers een opportuniteit voor Teheran om haar invloed in het land uit te breiden en de as richting Hezbollah in Libanon te versterken, potentieel ten nadele van de staat Israël. Dat versterkte een reeds bestaand de facto verbond tussen Saoedi-Arabië en Israël, hoewel deze dimensie pas de laatste anderhalf jaar van de oorlog in Syrië echt aan de oppervlakte is gekomen.

Riyad gebruikte vanaf 2012 haar geheime diensten om allerlei uiteenlopende soennitische radicale groepen te steunen in Syrië. Ook zakenlieden en religieuze netwerken werden ingezet voor deze onderneming (wisten zij veel wie daar allemaal achter zat). Ook de VS werd op dat spoor gezet. Uit deze radicaal soennitische kweekvijver ontstonden meer georganiseerde terroristische bewegingen zoals Al Nusra en IS / Daesh. Riyad tracht sinds het presidentschap van Trump haar blazoen op te poetsen en het recente verleden te doen vergeten. In hun optiek is Iran de bron van het terrorisme in de regio, niet Saoedi-Arabië. De werkelijkheid is veel complexer. Ook Qatar trachtte in Syrië boven haar eigen gewicht te spelen, maar kwam recent in zwaar weer terecht door een boycot van Saoedi-Arabië.

Sinds de Iraanse Revolutie van 1979 wordt religie in de regio door zowel sjiitische als soennitische leiders geïnstrumentaliseerd als een politiek wapen om de massa’s op te hitsen. Dat fenomeen verergert, waardoor de geopolitieke fragmentatie in de regio nu ook steeds nadrukkelijker moet gezien worden door de ogen van de regionale machtsstrijd tussen Teheran en Riyad.

Riyad tracht sinds het presidentschap van Trump haar blazoen op te poetsen en het recente verleden te doen vergeten.
De Amerikaanse president Donald Trump danst in 2017 op bezoek in Saudi-Arabië mee in een traditionele zwaarddans. © Wikimedia Comons

Rusland
Waar Moskou voordien Assad onrechtstreeks militair had gesteund, intervenieerde vanaf september 2015 rechtstreeks in het Syrische conflict. Een aantal calculaties dwongen de Russische president Poetin om in te grijpen; het Assad-regime stond op het punt te imploderen, en Rusland dreigde een strategisch bruggenhoofd in de regio te verliezen. Tegelijkertijd moest gevochten worden tegen strijders uit de Kaukasus, die zich met IS vermengd hadden. Anders zou de strijd later in Rusland zelf moeten gevoerd worden. De gok van Poetin slaagde niet alleen, Rusland ontwikkelde zich zelfs tot een alternatieve veiligheidsmacht in de regio. De VS hadden onder Obama immers een zeer ambigu beleid gevoerd; leading from behind. Washington leek niet bereid tot nog een oorlog, na het debacle in Irak en Afghanistan. Moskou kon ook haar nieuw wapentuig aan de rest van de wereld demonstreren. De wapenorders uit de regio volgden, door onder andere Irak, Turkije en zelfs India. Rusland kon zich opnieuw manifesteren als grootmacht.

De VS, Frankrijk en de internationale coalitie(s) tegen IS
Er kwam als gevolg van de snelle opmars van IS / Daesh in Irak en Syrië in de eerste helft van 2014 reactie van zowel Amerikaanse als Russische zijde. Beiden creëerden hun eigen internationale coalities. In februari 2015 vroeg president Obama een nieuw mandaat aan het Amerikaanse Congres om IS te bestrijden. De kern van de strategie bestond uit een luchtoffensief. In Syrië steunde de Amerikaanse coalitie een groep van ‘gematigde’ soennitische rebellen, die verder getraind werden door de Golfstaten en Saoedi-Arabië. Naast militaire macht werden tevens diplomatieke, economische en andere middelen ingezet worden om “IS te verzwakken, en uiteindelijk te vernietigen”. In Syrië kwam er een de facto samenwerking met de inlichtingendiensten van de sjiitisch-alawitische president Assad. Washington wijzigde haar beleid door te stellen dat hij “betrokken moest worden in toekomstige gesprekken over een machtstransitie”. De terroristische aanslagen in Parijs van november 2015 vormden de aanleiding voor Franse bombardementen op Syrië, waaraan ook België en Nederland deelnamen. IS / Daesh verloor bijna al haar territorium rond december 2017 in Irak. In Syrië bleven begin september 2018 enkel nog beperkte haarden over. De implosie van IS in Syrië zorgt vandaag voor een vals veiligheidsgevoel; overgebleven strijders kunnen zich elders immers hergroeperen en herorganiseren.

Turkije versus Assad / Koerden, en China als lachende derde
De intrede van regionale rivaal Saoedi-Arabië in Syrië, de vluchtelingenstroom naar het zuiden van Turkije zelf én de opmars van de Syrische Koerden waren allen factoren die Ankara aanzetten om zich in Syrië te mengen. Premier en heden president Recep Tayyip Erdogan koestert tevens enige neo-Ottomaanse ambities, al kan zijn fel verzwakte economie die wellicht niet schragen. In augustus 2016 startte Erdogan een militaire campagne in Noord-Syrië, officieel in de strijd tegen IS / Daesh, maar in de praktijk vooral om te verhinderen dat de Koerden het noordelijke deel van Syrië militair zouden kunnen consolideren. Erdogan wil een “groot-Koerdistan” vermijden, waarin het noorden van Syrië en Irak alsook zuidoost-Anatolië in Turkije verenigd zouden worden. Erdogan blijft vandaag de corridor van Manbij in Noord-Syrië bezetten. Meer ten oosten van de regio Manbij zitten de Koerden vandaag ingebed in de Syrian Democratic Forces (SDF), ondersteund door de Amerikanen. Zij vormden de stoottroepen die IS de ondergang brachten. Een confrontatie tussen Turkije en de Verenigde Staten is zeer onwaarschijnlijk. In Afrin pakt Erdogan de YPG aan, de militaire arm van de Koerdische democratische uniepartij. De Koerden gooiden het daarom maar op een akkoord met Assad. Die stuurde nog niet zijn reguliere leger, maar wel bewapende milities om weerstand te bieden tegen de Turken.

Een door Syrische straaljagers gebombardeerde wijk in Aleppo, april 2013.
Een door Syrische straaljagers gebombardeerde wijk in Aleppo, april 2013. © Martin Förster / Flickr

Op de Teheran-top tussen Turkije, Iran en Rusland begin september 2018 waarschuwde de Turkse president voor een bloedbad in de soennitische provincie Idlib. Als Assad en zijn partners te ver zouden gaan, zou Turkije als verdediger van de soennieten ingrijpen. De vraag is of Ankara niet erg verzwakt is door de economische crisis die het land onlangs trof. Als gevolg van haar overmatig assertief gedrag in de Syrische crisis zijn er ook openlijke scheuren tussen de NAVO en Turkije zichtbaar die in de komende tijd wel eens tot gevolgen kunnen leiden. De kans lijkt erg groot dat Ankara zal afdrijven richting Rusland en vooral China, dat met geld voor haar ‘One Belt, One Road’-projecten in Turkije over de brug kan komen. Terwijl de regionale en grootmachten zichzelf verzwakken door de Syrische crisis versterkt Beijing geruisloos haar geostrategische en geo-economische langetermijnpositie.

Israël, Saoedi-Arabië en de VS versus Iran
Zelfs als het bijkomend conflictpotentieel vanwege Turkije en Assad ingeperkt kan worden, dreigt er nog een nieuw drama. De Israëlische premier Netanyahu, die binnenlands overigens in moeilijke papieren zit, beweert dat vooral Iran van de implosie van IS in de regio heeft geprofiteerd.  Op 10 februari 2018 schoot Israël een vermeend Iraans dronevliegtuig neer. Een Israëlisch gevechtsvliegtuig dat het drone-commandocentrum in Syrië moest uitschakelen, werd zelf neergeschoten. Sindsdien zijn er voortdurende incidenten waarbij Israël vermeende Iraanse posities in Syrië aanvalt via luchtbombardementen.

Volgens Netanyahu is Iran de nieuwe grote destabiliserende kracht in de regio, die overal haar tentakels uitspreidt. Netanyahu gaf in februari 2018 een donkere speech op de jaarlijkse internationale veiligheidsconferentie in München. Hij stelde dat Israël zal verhinderen dat Iran van Syrië een machtsbasis zal maken: “We zullen reageren tegen Iran zelf.” De Israëlische geostrategische agenda lijkt te convergeren met die van Saoedi-Arabië, en mogelijk zelfs met die van Donald Trump.

Rode lijnen, een verloren Westerse oorlog en de komende strijd om de provincie Idlib
De Syrische oorlog vormt één van de grootste tragedies in de naoorlogse geschiedenis op het vlak van vrede en veiligheid. Obama steunde de oppositie tegen Assad, maar zijn houding bleef dubbelzinnig. De facto ondersteunde het Westen lang de geostrategische agenda van soennitische landen als Saoedi-Arabië en Qatar, tot IS / Daesh opkwam en het verhaal aanzienlijk complexer werd. Het Westen was nadien enkel nog geïnteresseerd in het vernietigen van deze terroristische organisatie. Obama’s politiek beperkte zich verder tot de ‘rode lijn’ van het inzetten van chemische wapens. Wie welk soort wapens wanneer heeft ingezet, blijft vooral onderwerp van controverse. Het enige echte internationale referentiepunt in deze blijft het werk van de OPCW in Den Haag, een multilaterale organisatie die chemische wapens tracht in te perken. President Trump heeft Obama’s ‘rode lijn’ de facto overgenomen. Hij intervenieerde in april 2018 symbolisch en met speldenprikken. De westerse leiders durven niet toe te geven dat de oorlog in Syrië verloren is, zeker ten westen van de Eufraat. Over het vele malen groter aantal doden dat veroorzaakt wordt door conventionele wapens, hoor je weinig in de Westerse hoofdsteden.

De verwoeste site van de Syrische stad Palmyra
De verwoeste site van de Syrische stad Palmyra. © Wikimedia Commons 

De komende maanden kunnen we een felle strijd in de provincie Idlib verwachten. Soennitische strijders die de val van steden als Aleppo, Oost-Ghouta en andere overleefden, kregen voorheen vrije doorgang naar Idlib. De eindstrijd zal wellicht bloedig worden. Ten oosten van de Eufraat domineren de Syrian Democratic Forces (SDF), gesteund door de VS. Trump wil de Amerikaanse troepen terug naar huis halen, maar zijn defensiestaf wil blijven om van daaruit mee Irak te stabiliseren.

Europa gevangen in een nieuwe strijd om het lot van Eurazië
De Syrische mini-wereldoorlog is een laatste wake-up call. Er is nood aan een Europese langetermijnstrategie die stabiliteit moet genereren. Maar Brussel moet zich geen illusies maken. Tenzij het de wederopbouw wil betalen ten westen van de Eufraat onder condities gedicteerd door Assad en Rusland, zal het geen rol spelen. Men kan wel maximale druk uitoefenen op Israël, de VS en Saoedi-Arabië om geen ‘Iraans avontuur’ te starten. Als dat gebeurt dreigt een nog veel groter drama in de regio waartegen de Syrische oorlog kan verbleken. Niemand die weet of het conflict dan nog wel beperkt kan blijven, of als een olievlek zal uitdijen over de regio.

De Euraziatische krachten (Rusland, China, Turkije) consolideren zich deels door de Syrische oorlogen. Europa kan de rest van Eurazië ook niet zomaar negeren, zeker nu net de trans-Atlantische relatie onder druk lijkt te staan. De geopolitieke kaarten die ons heden worden toebedeeld zijn een pak ongunstiger dan in voorgaande decennia. Ofwel trachten we stabiliteit te exporteren, ofwel dreigen we op termijn overmand te worden door golven van instabiliteit. De inzet kon niet hoger zijn.

Auteurs

David Criekemans
Docent aan de Universiteit Antwerpen