17 jaar War on Terror: Wegkijken is géén optie
Serie Conflict en Fragiele Staten

17 jaar War on Terror: Wegkijken is géén optie

12 Dec 2018 - 15:56
Photo: US Army Black Hawk helikopter landt in Bagdad, Irak (2008) © U.S. Army Photo - Sgt. Jerry Sasla
Terug naar archief

Na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 in de VS begon een grootschalige strijd tegen het terrorisme die na zeventien jaar nog altijd niet gestreden is. SP-Tweede Kamerlid Sadet Karabulut pleitte eind juni in de Clingendael Spectator voor de beëindiging van deze oorlog. Volgens haar CDA–collega Martijn van Helvert vormt het beoogde beleid van de SP geen duurzame oplossing voor de bestrijding van internationaal terrorisme. ‘Het CDA pleit voor een geïntegreerde aanpak van internationaal terrorisme, hetgeen ook zeker een militaire component omvat.’

Het is tijd voor vrede’. Met deze stelling sluit mevrouw Karabulut haar betoog vóór de totale beëindiging van de militaire strijd tegen het internationaal terrorisme1. Een aansprekende oproep. Het is namelijk altijd tijd voor vrede. Wie wil dat niet? Daarnaast deed deze oproep mij denken aan de bekende strofe van de Britse premier Chamberlain. Hij sprak over ‘Peace for our time’, waarna men dacht dat oorlog, met al zijn gruwelen, was voorkomen.

Eenzijdig de vrede bekrachtigen bleek uiteindelijk niet voldoende om de kwade krachten van het nazisme in te tomen. Een jaar later was de wereld in oorlog en Groot-Brittannië aan de verliezende hand. Eerder militair ingrijpen tegen nazi-Duitsland had de wereld wellicht veel ellende kunnen besparen.

Alhoewel de vergelijking tussen het conflict toen en de huidige strijd tegen het internationaal terrorisme op vele manieren spaak loopt, vallen er belangrijke lessen te leren uit deze episode van de geschiedenis. Zo is de snelste weg naar vrede er soms één met een gewapende conflict onderweg. Wat als de Verenigde Staten, Canada en Rusland samen met de Europese bondgenoten hadden besloten geen geweld in te zetten in de jaren ’40 van de vorige eeuw? Dan had ik dit artikel in het Duits moeten schrijven. Preventieve inzet van geweld kan dus in sommige gevallen een positieve uitwerking hebben. Collega Van der Staaij verwoordt dit mooi in zijn bijdrage als ‘de paradox van de zwaardmacht’; geweldsmiddelen inzetten om erger te voorkomen.2

Daarnaast toont deze voorgeschiedenis aan dat diplomatie alléén soms niet genoeg is om duistere krachten tegen te gaan. Met sommige opponenten valt simpelweg niet (geloofwaardig) te onderhandelen. Zoals Hitler zich destijds niet liet tegenhouden door het Verdrag van München, zo zullen terroristische organisaties van tegenwoordig zich niets aantrekken van internationaal (oorlogs)recht en internationale vermaningen. Een herwaardering van de diplomatie is een mooi voornemen, maar mag niet ten koste gaan van de slagkracht van het Nederlandse leger.

Op dit moment vormt de totalitaire ideologie van het islamitisch fundamentalisme een serieuze bedreiging voor ieder individu op deze aardbol. Daarom voert de wereld, niet alleen het Westen, een strijd om radicaal islamitische terroristen te verdrijven uit het Midden-Oosten. Een verkapte vredesverklaring, in de vorm van een algehele troepenterugtrekking, zou ons en de bevolking van het Midden-Oosten in de toekomst meer ellende opleveren. Nietsontziende jihadistische organisaties, zoals IS en Al Qaida, zouden vrij spel krijgen en ons en onze manier van leven aanvallen zodra ze daartoe de mogelijkheid krijgen.

Premier Rutte tijdens een bezoek aan de geïntegreerde politietrainingsmissie in Noord-Afghanistan in juni 2013. © Minister-president Rutte / Flickr
Premier Rutte tijdens een bezoek aan de geïntegreerde politietrainingsmissie in Noord-Afghanistan in juni 2013. © Minister-president Rutte / Flickr

Struisvogelpolitiek
In plaats van in te gaan op de oorzaak-gevolg discussie van Westerse inmenging versus terrorisme (zie daarvoor de bijdrages van mijn collega’s), is het zinvoller om te analyseren wat de directe gevolgen zouden zijn van het ‘schone handen’ beleid dat mevrouw Karabulut voorstaat. Wat gebeurt er als Nederland en zijn Westerse bondgenoten de militaire strijd tegen het internationaal terrorisme per direct staken en de situatie in het Midden-Oosten verder op zijn beloop laten?

De recente geschiedenis toont aan dat dit beleid de situatie niet ten goede komt. Telkens wanneer Westerse legereenheden hun stellingen verlaten, nemen radicale groeperingen hun plek in. Na de Amerikaanse troepenterugtrekking uit Irak in 2011 kreeg de Iraakse regering te maken met groeiende weerstand vanuit radicale hoek. Ook na de beëindiging van de oorlog in Afghanistan in 2014 kwam het land in chaos terecht en wist de Taliban aan slagkracht te winnen. Dit logenstraft het idee dat als het Westen zich militair terugtrekt, het jihadistische gedachtegoed dan ook magischerwijs verdwijnt, zoals de SP ons probeert wijs te maken.

Een politiek van wegkijken en doen alsof de vijand vanzelf verdwijnt is een vorm van wensdenken en heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor de regio, maar ook zeker voor Nederland

Zonder militaire ondersteuning van het Westen zouden grote delen van Irak en Syrië op dit moment nog steeds onder het rücksichtslose bewind van IS vallen. De Koerdische gemeenschap zou massaal zijn verdreven en vermoord zonder de militaire steun van het Westen. In Afghanistan zou de Taliban zijn machtspositie hebben teruggewonnen en in Mali zouden gewelddadige extremisten hun inkomsten uit mensen, drugs en wapensmokkel significant hebben vergroot; opbrengsten die voor een groot deel worden ingezet voor de financiering van internationaal terrorisme.

Door onder meer Westers en Nederlands optreden zijn dergelijke scenario’s gelukkig voorkomen. Zonder meer concluderen dat de militaire aanpak van terrorisme faliekant is mislukt, is nogal een stellingname. In veel gevallen heeft Westers militair ingrijpen juist grootschalige mensenrechtenschendingen af weten te wenden. Een politiek van wegkijken en doen alsof de vijand vanzelf verdwijnt is een vorm van wensdenken en heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor de regio, maar ook zeker voor Nederland.

Complexe problematiek
De oorlogen in Afghanistan, Irak en de gewelddadigheden die ontstonden na de Arabische lente hebben de regio niet gebracht wat we er van te voren van hadden gehoopt. De roep van bevolkingsgroepen om meer vrijheden, meer rechten en economische voorspoed ontaardden in veel landen in gruwelijke burgeroorlogen. Ook de door het Westen gecreëerde democratische rechtstaten in de regio bleken uiterst kwetsbaar te zijn.

We hebben naar aanleiding van deze conflicten kunnen concluderen dat het extremistisch gedachtegoed zich niet weg heeft laat bombarderen. Het tegenovergestelde blijkt meestal juist het geval te zijn: in de chaos van de anarchie weet het jihadisme te floreren. Mevrouw Karabulut komt echter met een schijnoplossing voor een uitermate complex probleem. Het idee dat de terroristische tak van de islam zijn voedingsbodem verliest zodra het Westen stopt met de militaire inzet is te simplistisch en is geen juiste weergave van de ingewikkelde taak die voor ons ligt.

Het eigenaardige is dat Karabulut in haar artikel ook aangeeft dat er in wezen andere oorzaken ten grondslag liggen aan het fenomeen terrorisme: ‘Minderheden worden volop gemarginaliseerd en onderdrukt waardoor de voedingsbodem voor terrorisme volop aanwezig blijft.’ Volgens Karabulut bestaat de oplossing voor dit probleem dan ook uit het tot stand brengen van: inclusief bestuur, respect voor mensenrechten en het terugdringen van armoede en ongelijkheid.1

De bestrijding van internationaal terrorisme vraagt om een geïntegreerde aanpak, waarbij naast een militaire inzet ook oog is voor een duurzame aanpak van de grondoorzaken van terrorisme

Hoe een plotselinge Westerse militaire terugtrekking uit het Midden-Oosten kan leiden tot een dergelijke uitkomst is mij een raadsel. Zoals de zojuist uiteengezette cases hebben laten zien ging troepenterugtrekking gepaard met een heropleving van terroristische/jihadistische groeperingen. Deze groeperingen hebben lak aan mensenrechten, gelijke kansen en eerlijk bestuur, kortom aan alles waar wij in het Westen waarde aan hechten. Eenzijdig de vrede uitroepen en vertrekken zou daarom een averechts effect hebben.

De bestrijding van internationaal terrorisme vraagt om een geïntegreerde aanpak, waarbij naast een militaire inzet ook oog is voor een duurzame aanpak van de grondoorzaken van terrorisme. Deze tweede component kan uiteraard niet worden verwezenlijkt wanneer veiligheid en stabiliteit in de desbetreffende landen ontbreekt. Inzetten op democratie, mensenrechten, terugdringen van armoede en ongelijkheid is alleen mogelijk als de regio beschermd is tegen de gewetenloze uitspattingen van terroristische groeperingen.

In Afghanistan heeft deze aanpak de afgelopen jaren veel successen opgeleverd. Het aantal schoolgaande kinderen is gestegen van 900.000 (vrijwel alleen jongens) in 2001 naar bijna negen miljoen in 2018, waaronder veel meisjes. De kindersterfte tot vijf jaar is teruggebracht met 60 procent. Het aantal functionerende gezondheidscentra is bijna vervijfvoudigd. Meer dan 55 procent van de Afghaanse bevolking heeft toegang heeft tot schoon drinkwater. Maar deze vooruitgang blijkt ook kwetsbaar. Afghanistan kan nog niet op eigen benen staan en inzet van de internationale gemeenschap blijft nodig.3 De Taliban en IS blijven het land namelijk bestoken met aanslagen en geweld. Willen we dan nu met de staart tussen de benen wegvluchten en de Taliban en IS laten winnen, en zo al deze progressie ongedaan maken? Of willen we Afghanistan veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling bieden?

Veiligheid en ontwikkeling zijn twee onlosmakelijk met elkaar verbonden elementen. Het één kan niet zonder het ander. De militaire aanpak van terrorisme is nooit een eenduidige oplossing, maar valt altijd binnen een breder palet van maatregelen om terrorisme de kop in te drukken.

Inzet Nederland
De afgelopen 17 jaar hebben we de veiligheidssituatie in de landen rondom Europa behoorlijk zien verslechteren. Daar waar we tot voor kort dachten dat militaire conflicten tot het verleden behoorden, heeft het recente verleden aangetoond dat niet het aantal maar vooral de aard van oorlogen is veranderd. Intrastatelijke conflicten zijn de boventoon gaan voeren. Daarnaast heeft globalisering er mede toe geleid dat gebeurtenissen in geografisch ver van ons af gelegen landen van grote invloed zijn op de veiligheidssituatie hier in Nederland. Het optreden van jihadistische groeperingen in het Midden-Oosten ontwricht dus niet alleen de regio, maar vormt ook een groot veiligheidsrisico voor omringende landen. Zo hebben wij onder meer te maken gekregen met grootschalige vluchtelingenstromen en terroristische aanslagen.

Amerikaanse soldaten zoeken dekking achter een voertuig, Irak, 17 januari 2008 © U.S. Army photo by Spc. Kieran Cuddihy
Amerikaanse soldaten zoeken dekking achter een voertuig, Irak, 17 januari 2008 © U.S. Army photo by Spc. Kieran Cuddihy

Het Nederlands buitenlandbeleid ten aanzien van internationaal terrorisme moet er dus op gericht zijn stabiliteit en orde te waarborgen in landen die bedreigd worden door terroristen. In de eerste plaats voor de inwoners van het land zelf, maar indirect dus ook ter bescherming van Europa en Nederland. Als we het probleem daar namelijk niet weten op te lossen, dan verplaatst het zich vanzelf deze kant op. Nederland moet daarom bereidwillig zijn steun te geven aan de bescherming en de opbouw van instituties die bedreigd worden door jihadisten wanneer landen die steun zoeken.4

Gemakkelijke oplossingen bestaan helaas niet in de arena van de internationale politiek

Ontwikkelingssamenwerking is daarbij een effectief instrument om de voedingsbodem voor terrorisme weg te nemen. Tegelijkertijd moeten we niet alleen de focus leggen op de aanpak van de grondoorzaken van terrorisme, maar ook de gewelddadige voortvloeisels van het jihadistisch gedachtegoed bestrijden. Het mag niet zo zijn dat bepaalde gebieden vrijplaatsen worden voor terroristische organisaties, van waaruit zij dood en verderf kunnen zaaien. Daarom is Westers en Nederlands militair optreden soms noodzakelijk.

Deze visie ligt in het verlengde van artikel 90 van de Grondwet, die de Nederlandse regering verplicht de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen. Uiteraard mag dit actief vormgeven van onze internationale context niet in botsing komen met de regels van het internationaal recht. Net als de SP is het CDA van mening dat hier scherp op moet worden toegezien. Zo is het CDA altijd kritisch geweest over de Nederlandse civiele steun aan ‘gematigde’ rebellen in Syrië, mede omdat hiervoor enige rechtsgrond ontbrak. We moeten alleen daar te hulp schieten, waar het mag en waar het zin heeft.

Nuance
Gemakkelijke oplossingen bestaan helaas niet in de arena van de internationale politiek. Net zoals uitsluitend het gebruik van militair geweld terrorisme niet kan verslaan, zo is ook een Westerse stopzetting van de militaire strijd tegen het internationaal terrorisme een schijnoplossing voor een zeer complex probleem.

In het opiniestuk van collega Karabulut ontbreekt het aan nuance en dat is betreurenswaardig. De groei van internationaal terrorisme volledig toeschrijven aan Westers militair optreden in de regio getuigt van weinig inzicht in het veelvoud van achterliggende grondoorzaken van islamitisch geweld.

Het CDA vindt dat er een balans moet zijn in de aanpak van de regionale grondoorzaken van terrorisme en het militair bestrijden van terroristische organisaties. Uitsluitend de focus leggen op één van de twee biedt geen duurzame oplossing. Ontwikkelingshulp bieden in gebieden waar terroristische organisaties de dienst uitmaken is net zo zinloos als louter bommen werpen op toevluchtsoorden van terroristen. Het Nederlandse internationaal terrorisme beleid moet daarom uit beide componenten bestaan: de voedingsbodem van terrorisme wegnemen en tegelijkertijd terrorisme met harde hand bestrijden.

Wij mogen niet toestaan dat terroristische organisaties waar dan ook voet aan de grond krijgen. De Islamitische Staat heeft aangetoond wat dit voor verschrikkelijke gevolgen heeft voor de regio, maar ook wat voor een bedreiging dit vormt voor Europa en Nederland. We moeten daarom op problemen afgaan, voordat ze ons bereiken. Wegkijken en doen alsof de vijand niet bestaat is slechts uitstel van executie.

Auteurs

Martijn van Helvert
Lid van de Tweede Kamerfractie van het CDA