‘Annus horribilis’ 1979 als bron van chaos Midden-Oosten?
Boeken & Films Conflict en Fragiele Staten

‘Annus horribilis’ 1979 als bron van chaos Midden-Oosten?

16 Jun 2020 - 12:54
Photo: Rij mensen met foto's van ayatollah Khomeini in 1978 tijdens de Iraanse Revolutie. © WikiCommons
Terug naar archief
Author(s):

Vanaf 1979 ondergaat het Midden-Oosten een opmerkelijke verandering. Conservatisme grijpt om zich heen. De vraag is hoe dat zo gekomen is. Komt dit geheel voor rekening van de Saoedisch-Iraanse rivaliteit zoals in het recente werk Zwarte Golf wordt betoogd? En valt er iets te verwachten van 'conflict resolution' tussen de twee kemphanen?

Het is een enorme klus geweest, zo veel is wel duidelijk. Daarvoor hoef je het dankwoord niet gelezen te hebben waarin de auteur verzucht dat het veel langer duurde dan gedacht en dat het "een veel moeilijker project [was] dan ik had voorzien".

Geen dor wetenschappelijk werk, maar een levendige schets aan de hand van wat zij noemt ooggetuigen van de ‘1979-generatie’

Kim Ghattas, gelauwerd Libanees-Nederlands journalist (onder andere voor de BBC en de Financial Times), heeft alles op alles gezet om de lezer van het boek Zwarte Golf1 te voorzien van een even omvangrijk als toegankelijk exposé. Geen dor wetenschappelijk werk, maar een levendige schets aan de hand van wat zij noemt ooggetuigen van de '1979-generatie'.

En dat werkt. De kern van haar boodschap: als je iets wilt begrijpen van het moderne Midden-Oosten (en daar hoort Pakistan in haar ogen bij) dan gaat het om 1979, een scharnierpunt.

Annus horribilis
In 1979 vonden, los van elkaar, twee gebeurtenissen plaats die de regio – en de wereld – ingrijpend zouden veranderen. Ten eerste bracht de revolutie in Iran ayatollah Khomeini aan de macht die van Iran een islamitische republiek maakte.

De Grote Moskee in Mekka © Flickr-Marviikad
De Grote Moskee in Mekka. © Flickr-Marviikad

Ten tweede werd tot grote schrik van het Saoedische koningshuis de Grote Moskee in Mekka door een groep islamitische zeloten bezet. Om daar met militaire middelen een eind aan te maken was de medewerking vereist van het wahhabitische establishment.

In ruil voor die medewerking, en om potentieel nieuwe extremisten voor te zijn, kreeg een intolerante en puriteinse vorm van islam meer ruimte dan daarvoor. De gevolgen daarvan zijn nog steeds merkbaar, in Saoedi-Arabië zelf en daarbuiten.

De Sovjetinvasie van Afghanistan bood het ‘nieuwe’ Saoedi-Arabië gelegenheid een internationale jihad te organiseren via de mobilisatie van duizenden soennitische rebellen

Een derde gebeurtenis in 1979, de Sovjetinvasie van Afghanistan, was van een andere orde, maar net zo belangrijk. Het bood het 'nieuwe' Saoedi-Arabië, gesteund door de Verenigde Staten en Pakistan (onder fanaticus Zia ul-Haq), gelegenheid een internationale jihad te organiseren via de mobilisatie van duizenden soennitische rebellen.

En met succes. Tien jaar later zagen de Sovjets zich gedwongen Afghanistan te verlaten. Belangrijke erfenis: de geboorte van Al-Qaeda.

Monument in Kiev ter ere van omgekomen soldaten in de strijd van de Sovjets met Afghanistan © WikiCommons-Jarosław Góralczyk
Monument in Kiev ter ere van omgekomen soldaten in de strijd van de Sovjets met Afghanistan. © WikiCommons-Jarosław Góralczyk

Wereldse ambities
Sinds annus horribilis 1979 zijn het, zo schrijft Ghattas, "sektarische moorden (...), verstikkende onverdraagzaamheid van religieuze fanaten en schijnbaar eindeloze, ongrijpbare oorlogen" die het Midden-Oosten teisteren. Niet dat zij de rivaliteit tussen de twee kemphanen reduceert tot 'soennieten versus sjiieten', zoals helaas zo vaak gebeurt.

Terecht wijst ze erop dat het toch meer wereldse ambities zijn die zowel de machthebbers in Iran als Saoedi-Arabië drijven. Het is eerder een strijd om de hegemonie, in eerste instantie in het Midden-Oosten zelf. Religie wordt daarbij ingezet als instrument, "misbruikt en misvormd". "Dat is de constante geweest vanaf 1979, een stormvloed die alles op zijn pad vernietigt."

Wordt de geschiedenis geen geweld aangedaan door alles te reduceren tot dat ene jaar, hoe belangrijk het ook geweest is?

De boodschap is helder en eloquent onder woorden gebracht, maar is hij ook overtuigend? Wordt de geschiedenis geen geweld aangedaan door alles te reduceren tot dat ene jaar, hoe belangrijk het ook geweest is?

Nog los van de vraag hoe kosmopolitisch en tolerant het Midden-Oosten voor 1979 ook geweest moge zijn (ik heb daar zo mijn bedenkingen bij), kun je de 'conservatieve golf' vanaf dat moment helemaal op het conto van Saoedi-Arabië en Iran schrijven?

Ja, in beide landen zélf is die golf zeker direct waarneembaar, maar hoe zit dat elders in de regio (en daarbuiten)? Zou het ook niet zo kunnen zijn dat in veel landen al een beweging richting meer conservatisme gaande was? Soms, heel soms, wijst Ghattas daar ook op, maar dat kan niet op tegen de stellige beweringen waarmee het boek doordesemd is.

De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman met de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Ash Carter in 2016 © Flickr-Amerikaanse ministerie van Defensie
De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman tijdens een ontmoeting met de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Ash Carter in 2016. © Flickr-Amerikaanse ministerie van Defensie

Export van ideeën: eenrichtingsverkeer?
Ghattas gaat er dus vanuit dat het eenrichtingsverkeer was (en is): de export van ideeën uit Riyad en Teheran is de factor die álles verklaart. Maar dat roept de vraag op of ideeën mensen zoeken of andersom? Anders gezegd: is vraag wellicht niet net zo belangrijk als aanbod?

De zoektocht naar ideeën om daar ‘iets aan te doen’ volgt daarná

Lokale omstandigheden – en dat kan een breed scala aan factoren zijn die mensen ontevreden doet zijn met hun omgeving en met zichzelf – zijn meestal doorslaggevend. De zoektocht naar ideeën om daar ‘iets aan te doen’ volgt daarná.

Dat ‘iets’ kan variëren van een vlucht in religieuze piëteit, waarvan de componenten inderdaad ook van buiten kunnen worden aangeleverd, tot in het meest extreme geval het plegen van terroristische daden.

Dat levert een minder eendimensionale kijk op. Was niet na het failliet van eerdere ideologieën, zoals Arabisch nationalisme (en later socialisme), islamisme aan de beurt?

Vriend of vijand?
Eenzelfde beperkte kijk op de zaak doet zich voor bij de aanname dat Iran en Saoedi-Arabië tijdenlang bondgenoten zijn geweest (wat klopt) en dat pas de Iraanse revolutie voor serieuze problemen heeft gezorgd. Dat laatste klopt echter niet.

Muurschildering met ayatollah Khomeini en Ali Khamenei in de Iraanse heilige plaats Qom © Flickr-David Stanley
Muurschildering met ayatollah Khomeini en Ali Khamenei in de Iraanse heilige plaats Qom. © Flickr-David Stanley

De rivaliteit gaat terug tot ver vóór 1979, en dateert feitelijk al vanaf midden jaren zestig. Saoedische animositeit tegenover Iran heeft meerdere bronnen, anti-sjiitisch wahhabisme is daar slechts één van.

Het is onwaarschijnlijk dat een ander soort regime in Teheran voor een fundamenteel andere relatie met zijn buurland zou leiden

Net zo belangrijk is de scepsis van veel Saoedi's tegenover niet-Arabische moslims die hun plek opeisen als legitieme spelers in de regio. Dat betreft in de eerste plaats Iran, maar dit geldt ook voor Turkije. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat een ander soort regime in Teheran voor een fundamenteel andere relatie met zijn buurland zou leiden. Competitie zal er altijd zijn.

De externe factor
In het nawoord vraagt de auteur begrip voor het feit dat ze de rol van Amerika zo weinig aandacht heeft gegeven en regionale spelers een hoofdrol hebben gespeeld. "Dat betekent niet dat ik Amerika vrijpleit van de vele fouten die het heeft gemaakt of van het dodelijke beleid dat het vaak heeft gevoerd. Van invasies tot staatsgrepen tot steun aan dictators, de acties van Amerika hebben de plaatselijke problematiek vaak gevoed en verhevigd."

De geschiedenis van Washingtons directe bemoeienis met het Midden-Oosten in aanmerking nemend, is Ghattas dan niet te mild als ze slechts spreekt in termen van “gevoed en verhevigd”?

Alle lof voor de aanpak die de auteur gekozen heeft: stemmen uit de regio laten horen die rechtstreeks tot de lezer spreken. Maar is daarmee de kous af? De geschiedenis van Washingtons directe bemoeienis met het Midden-Oosten in aanmerking nemend, is Ghattas dan niet te mild als ze slechts spreekt in termen van "gevoed en verhevigd"?

Meer aandacht voor de 'externe factor' vinden we bijvoorbeeld wel terug in het werk van Banafsheh Keynoush of Dilip Hiro.2 Opvallend genoeg komt geen van deze auteurs voor in de bronnen die bij het schrijven van Black Wave zijn gebruikt.

Amerikaanse mariniers naast een brandende oliebron in Zuid-Irak tijdens operatie 'Iraqi Freedom' in 2003 © WikiCommons-Arlo K. Abrahamson
Amerikaanse mariniers naast een brandende oliebron in Zuid-Irak tijdens operatie 'Iraqi Freedom' in 2003. © WikiCommons-Arlo K. Abrahamson

Conflict resolution
In de analyse van Ibrahim Fraihat, auteur van Iran and Saudi Arabia: Taming a Chaotic Conflict, spelen de Verenigde Staten zelfs een hoofdrol. In zijn visie is de regionale machtsbalans verstoord door de Amerikaanse invasie van Irak in 2003.

Slechts door het volledige herstel van Iraks soevereiniteit kan die balans hersteld worden

Sindsdien is Irak immers binnen de invloedssfeer van Iran gekomen, tot ontsteltenis van Saoedi-Arabië. Slechts door het volledige herstel van Iraks soevereiniteit (lees: vrijwaring van te grote Iraanse invloed) kan die balans hersteld worden.

Dat is geen geringe opgave. Om daar stap voor stap aan te werken raadt Fraihat technieken aan uit de handboeken van Conflict Resolution.

Een bijzondere plaats ruimt hij daarbij in voor zogeheten 'track-two'-initiatieven. Dat zijn informele samenkomsten van vertegenwoordigers uit de tegengestelde kampen. Geen diplomaten ('track-one'), maar mensen uit wereld van de wetenschap, cultuur, journalistiek en denktanks.

Het valt niet te ontkennen dat het een sympathiek betoog is, maar dat is niet genoeg.3 Fraihat put zich jammer genoeg uit in het nóg eens uitleggen wat ‘conflict management’ en ‘conflict resolution’ nu eigenlijk wel of niet is.

Ook zucht zijn verhandeling onder een overdaad aan jargon. Van dat laatste heeft Ghattas in Black Wave beslist geen last, maar Fraihats boek doorbladeren zou zeker geen kwaad kunnen.

 

Zwarte GolfZwarte Golf. Hoe de rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran het leven in het Midden-Oosten heeft verwoest.*

Kim Ghattas

Uitgeverij Nieuw Amsterdam (2020)

448 pagina's

ISBN: 9789046827130

*Vertaling van Black Wave. Saudi Arabia, Iran, and the Forty-Year Rivalry That Unraveled Culture, Religion, and Collective Memory in the Middle East, New York: Henry Holt & Company, 2020.

 

Iran and Saudi ArabiaIran and Saudi Arabia. Taming a Chaotic Conflict

Ibrahim Fraihat

Edinburgh University Press (2020)

240 pagina's

ISBN: 9781474466196

  • 1. Vertaling van: Kim Ghattas, Black Wave. Saudi Arabia, Iran, and the Forty-Year Rivalry That Unraveled Culture, Religion, and Collective Memory in the Middle East, New York: Henry Holt & Company, 2020.
  • 2. Banafsheh Keynoush, Saudi Arabia and Iran. Friends or Foes? Palgrave Macmillan, 2016; Dilip Hiro, Cold War in the Islamic World. Saudi Arabia, Iran and the Struggle for Supremacy, Hurst, 2018.
  • 3. Full disclosure: de recensent heeft ook diverse malen deelgenomen aan dergelijke ‘track-two’-bijeenkomsten.

Auteurs

Paul Aarts
Midden-Oostenexpert verbonden aan de Universiteit van Amsterdam