De gevolgen van Afrika’s kolossale bevolkingsgroei
Serie Conflict en Fragiele Staten

De gevolgen van Afrika’s kolossale bevolkingsgroei

07 Jul 2020 - 15:04
Photo: Scholieren in Juba, Soedan in 2016. © United Nations Photo
Terug naar archief
Author(s):

Wat betekent de kolossale bevolkingsgroei in Afrika voor het continent en voor de wereld? In deze derde bijdrage van de serie “Afrika: 60 jaar onafhankelijkheid” voorspelt Ton Dietz dat de stijgende welvaart zal leiden tot meer migratie naar Europa maar uiteindelijk ook dat Afrika wel eens ’s werelds aantrekkelijkste groeiregio zou kunnen worden.

Kolossale bevolkingsgroei1
In 1960 werden zeventien Afrikaanse landen onafhankelijk. Daarmee leefde twee derde deel van de toen ruim 250 miljoen Afrikanen in een politiek onafhankelijk land, terwijl dat het jaar ervoor nog maar een derde deel was.

In die zestig jaar is er veel veranderd. Wellicht de grootste verandering is het aantal Afrikanen.2 In 1960 waren dat er 283 miljoen. In 2020 zijn het er inmiddels meer dan 1,3 miljard – een kolossale groei, bijna een vervijfvoudiging.3 Die enorme groei van de Afrikaanse bevolking is het gevolg van een hoge vruchtbaarheid en een veel hogere levensverwachting dan zestig jaar geleden.

Figuur 1 – Afrika: politiek afhankelijke en onafhankelijke landen en hun bevolking (1950-2020).
Figuur 1 – Afrika: politiek afhankelijke en onafhankelijke landen en hun bevolking (1950-2020). Via: Ton Dietz en Nel de Vink, ‘Africa at 60’, Leiden: African Studies Centre, 2020.

De Afrikaanse bevolking zal de komende decennia verder groeien, ondanks het feit dat ook Afrika een demografische transitie doormaakt. We spreken van een demografische transitie als er een overgang is van een hoog sterfte- en geboortecijfer naar een laag sterfte- en geboortecijfer, waarbij het lagere geboortecijfer een resultaat is van een dalend aantal kinderen per vrouw.

Het huidige aantal jonge meisjes in Afrika is echter zo hoog, dat alleen dat al zal leiden tot verdere snelle bevolkingsgroei, zelfs als een combinatie van drijvende krachten voor snellere demografische transitie zou resulteren in minder kinderen per vrouw. Gemiddeld genomen zijn Afrikanen jonger dan 25 jaar, en in de meeste landen zelfs jonger dan 20 jaar.4

De verwachting is dat er in 2050 in Afrika als geheel 2,5 miljard mensen wonen (zie figuur 2). VN-demografen verwachten voor 2100 een bevolkingsgroei tot tussen de 3,5 en 5,5 miljard inwoners. Als dit – zoals wel wordt verwacht – op een gemiddelde van 4,4 miljard inwoners uitkomt, dan zal Afrika in 2100 meer dan 40 procent van de wereldbevolking herbergen, en zal er van elke twee kinderen één in Afrika geboren worden.5

Figuur 2 – Bevolkingsontwikkeling van Sub-Sahara Afrika vergeleken met andere continenten.
Figuur 2 – Bevolkingsontwikkeling van Sub-Sahara Afrika vergeleken met andere continenten. Met Noord-Afrika erbij zijn de cijfers uiteraard hoger. In de tekst staan de cijfers voor Afrika als geheel.

Demografische transitie
De vruchtbaarheid lag in Afrika als geheel voor een lange tijd boven de zes kinderen per vrouw. Dit aantal is echter vanaf de jaren 1980 snel aan het dalen; de demografische transitie treedt ook in Afrika wel degelijk op.

In 2020 zijn er gemiddeld nog 3,5 kinderen per vrouw. De verwachting is dat dit aantal aan het eind van de 21e eeuw gedaald zal zijn tot rond de 2 kinderen per vrouw, zoals nu elders op de wereld het gemiddelde is.

Deze daling is een gevolg van veel factoren: de beschikbaarheid van geboortebeperkende middelen, verstedelijking, meer meisjes die op hun vijftiende nog op school zitten en een groter vertrouwen dat ouderdom niet tot armoede leidt bij een minder hoog kindertal. Net als elders in de wereld investeren veel Afrikaanse ouders op dit moment meer in de ‘kwaliteit’ van hun kinderen dan in de kwantiteit, al zijn er binnen Afrika nog grote verschillen.

Figuur 3 – De demografische transitie in beeld: vergelijkend overzicht van de geschatte en voorspelde vruchtbaarheid in Afrika en de overige continenten (1950-2100). Bron: UN, ‘World Fertility Report 2015’, 2017. Zie ook: Ton Dietz en Akinyinka Akinyoade, ‘Africa in the 21st Century’, ASCL Infosheet 33, 2018.
Figuur 3 – De demografische transitie in beeld: vergelijkend overzicht van de geschatte en voorspelde vruchtbaarheid in Afrika en de overige continenten (1950-2100). Bron: UN, ‘World Fertility Report 2015’, 2017. Zie ook: Ton Dietz en Akinyinka Akinyoade, ‘Africa in the 21st Century’, ASCL Infosheet 33, 2018.

Tussen 1960 en 2020 is in Afrika als geheel de levensverwachting voor mannen gestegen van 41 naar 62 jaar en voor vrouwen van 44 naar 66 jaar. Dit is een gevolg van veel betere gezondheidszorg, hygiëne en voeding, wat zich uit in bijvoorbeeld een sterke daling van de zuigelingsterfte in die zestig jaar. Zo stierven er in 1960 van elke 1000 baby’s 155 voordat ze een jaar oud waren. Dit getal ligt in 2020 nog maar op 42 van de 1000 baby’s.

Een bepalende factor of de demografische transitie versneld of vertraagd wordt, is volgens veel demografen het aantal meisjes dat minimaal tien jaar ‘formeel’ onderwijs heeft gevolgd. In 1960 ging minder dan 50 procent van de kinderen tussen de vijf en vijftien jaar oud naar de basisschool. In 2020 ligt dat percentage dicht bij de 80 procent. In concrete aantallen is dit een groei van minder dan 30 miljoen naar ongeveer 300 miljoen basisschoolkinderen, een vertienvoudiging.

En hoewel er grote kanttekeningen te plaatsen zijn bij de kwaliteit van (veel van) dat onderwijs, er zijn op dit moment heel veel kinderen die doorstromen naar de middelbare school, en het laatste decennium is er eveneens sprake van een explosieve groei van het aantal jongvolwassenen dat universitair onderwijs volgt.6

Het migratiedebat7
De aandacht voor de demografie van Afrika heeft een grote impuls gekregen door het maatschappelijke debat over de migratie naar Europa tijdens de ‘migratiecrisis’ rond 2015. Er was sprake van een sterke stijging van de zichtbaarheid van migratiebewegingen uit het Midden-Oosten en Afrika naar Europa door de dramatische taferelen van bootvluchtelingen op de Middellandse Zee.8

Achtergelaten reddingsvesten op het strand van Lesbos in 2015. Frontex
Achtergelaten reddingsvesten op het strand van Lesbos in 2015. © Frontex

Dit leidde tot een politiek debat in Europa – ook in Nederland – over het creëren van werkgelegenheid en ‘opvang in de regio’ om Afrikanen een lokaal perspectief te bieden en ze af te houden van massamigratie naar Europa. Naast vluchtelingen kloppen er immers ook veel potentiële arbeidsmigranten aan en de ‘labels’ zijn vaak nogal fluïde. De gure wind van nationalistische stromingen doet het politieke centrum steeds verder opschuiven naar een migratievijandig verhaal: strengere grenscontroles en werkgelegenheid ter plekke.

De laatste paar jaar werd vanuit het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking dan ook geprobeerd om de daad bij het woord te voegen. Dit sluit aan bij een meer algemene overtuiging dat zogeheten ‘Zuid-Noord’-migratie voornamelijk het gevolg is van armoede, internationale ongelijkheid en geweld.

Helaas is er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor deze boodschap. De inzichten van recent wetenschappelijk onderzoek staan namelijk haaks op de populaire veronderstelling dat sociaaleconomische ontwikkeling in herkomstlanden migratie zal afremmen.

Integendeel: ontwikkeling in arme landen leidt tot een sterke toename van binnenlandse én internationale migratie. Pas wanneer landen hogere ontwikkelingsniveaus bereiken, nemen emigratieniveaus af, maar ook dan blijven ze nog steeds hoger dan in de armste landen.

Figuur 4 – De samenhang tussen internationale migratie en ontwikkelingsniveaus.
Figuur 4 – De samenhang tussen internationale migratie en ontwikkelingsniveaus. Bron: Ton Dietz, Mayke Kaag en Nel de Vink, ‘Africa; international migration’. Leiden: African Studies Centre, 2017, Thematic Map.

Ontwikkeling versus migratie
Het betoog rond ‘ontwikkeling in plaats van migratie’ richt zich vooral op het Afrikaanse continent, en is gekoppeld aan de misvatting dat armoede en geweld de voornaamste oorzaken van Afrikaanse migratie zijn.9 Figuur 4 laat zien dat de meest ontwikkelde landen in Afrika gemiddeld de hoogste intercontinentale migratie hadden en de minst ontwikkelde landen gemiddeld de laagste.10

Intercontinentale migratie is in de regel alleen weggelegd voor mensen met voldoende geld, kennis, sociale contacten en/of diploma’s die hen in staat stellen een visum te bemachtigen en de kosten en risico’s te dragen van lange reizen en de vestiging in verre landen.

Als we de cijfers voor ontwikkeling van de Human Development Index (HDI) vergelijken met de intercontinentale emigratie voor alle Afrikaanse landen, blijkt er een positief verband te zijn, zowel in 2000 als in 2015, maar wel met grote verschillen. Dit komt overeen met wetenschappelijke studies die aantonen dat het verband tussen ontwikkeling en migratie positief is: hoe hoger het ontwikkelingsniveau, des te hoger de intercontinentale migratie.

De push-pull theorie begint daarbij vervangen te worden door een andere, meer genuanceerde benadering waarbij migratie het effect is van een combinatie van aspiraties en capaciteiten (zie figuur 5).

Figuur 5 – Migratieaspiraties en migratiecapaciteiten afgezet tegen ontwikkelingsniveaus.
Figuur 5 – Migratieaspiraties en migratiecapaciteiten afgezet tegen ontwikkelingsniveaus.

Arme mensen in arme streken hebben nog weinig aspiraties en al helemaal weinig capaciteiten (zoals geld en connecties) om naar verre bestemmingen te migreren. Als die status verbetert, zien we eerst een toenemend aspiratieniveau, maar nog weinig capaciteiten. Verbetert de situatie vervolgens verder naar midden-inkomensniveaus dan stijgen de aspiraties verder, maar nemen ook de capaciteiten toe om daadwerkelijk te migreren.

Ook komen er dan migratieketens tot stand; eerdere migranten vormen dan stapstenen naar een betere toekomst en succesvolle migranten maken daarbij ook relatief grote hoeveelheden geld (remittances) over die een aanzuigend effect hebben. Ze tonen aan dat je elders succes kunt hebben en ze financieren ook deels de volgende migranten.

De kans is aan het groeien dat Afrika deze eeuw naar veel hogere niveaus van economische activiteit zal springen en de thuisbasis zal worden van vele innovatieve initiatieven

Afrika heeft op dit moment gemiddeld genomen nog een hele lage intercontinentale migratie. Met een toenemende welvaart zal zowel het aspiratieniveau als de capaciteit om te migreren toenemen, en kan onder andere Europa – maar ook Azië – verwachten dat er de komende decennia veel Afrikanen naartoe zullen komen, permanent of tijdelijk.11

Als het migratieniveau stijgt van de huidige één procent tot het wereldwijde gemiddelde van drie procent, dan zal het aantal intercontinentale Afrikaanse migranten stijgen van ongeveer 20 miljoen naar mogelijk 75 miljoen in 2050 en 125 miljoen in 2100.

De kennis, connecties en geldstromen die deze migranten onder andere in Europa genereren, zullen in de loop van de 21e eeuw van groot belang blijken voor een verdere economische doorbraak van Afrika. Die zal op haar beurt leiden tot een versnelde demografische transitie en uiteindelijk (na 2080?) tot een migratie-evenwicht.

Dietz-Kinderen in Malawi, 2013. International Labour Organization ILO - Marcel Crozet - Flickr
Kinderen in Malawi, 2013. © International Labour Organization ILO/Marcel Crozet/Flickr 

's Werelds aantrekkelijkste economische groeiregio
De kans is aan het groeien dat Afrika deze eeuw naar veel hogere niveaus van economische activiteit zal springen en de thuisbasis zal worden van vele innovatieve initiatieven. Dit zal overigens niet van de ene op de andere dag gebeuren; de diversiteit in Afrika is groot en de uitdagingen zijn enorm.12

Als we echter een langetermijnperspectief hanteren, is het van belang om rekening te houden met het zogenaamde 'demografische dividend', waarmee een periode wordt aangeduid waarin het aantal jongeren tussen de 15 en 25 jaar sterk groeit en de bevolkingsopbouw domineert (zie ook kader hieronder).13

Demografisch dividend
Jakkie Cilliers van het Zuid-Afrikaanse Institute for Security Studies publiceerde onlangs een grondige analyse over de verwachte economische doorbraken die te maken hebben met de demografie: het zogenaamde ‘demografisch dividend’, een periode waarbij jongeren in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 de bevolkingsopbouw domineren.14

Cilliers voorspelt dat in 2050 de rest van de wereld (samengenomen) dat demografische ‘dividend’-voordeel verloren zal hebben en alleen Afrika deze buitenkans dan nog heeft, zoals eerder de Verenigde Staten dat hadden – en op dit moment Azië. 

Figuur 6 – Demografisch dividend in Afrika en in de rest van de wereld (volgens Cilliers).
Figuur 6 – Demografisch dividend in Afrika en in de rest van de wereld (volgens Cilliers).

Magisch cijfer, de jeugdbobbel en bevolkingsbeleid
Het ‘magische cijfer’ van 1,7 wordt meestal gebruikt om te wijzen op een situatie waarin een demografisch dividend mogelijk kan worden geoogst, hoewel er een goed beleid moet zijn om echt de vruchten te plukken van deze ‘groei-stimulerende’ demografische structuur. Momenteel zijn in Afrika sommige landen die drempel al gepasseerd, zoals Zuid-Afrika en Tunesië, en andere naderen snel.

Dit zijn ook landen waar waarnemers wijzen op de mogelijkheden alsook op de gevaren van een 'jeugdbobbel': veel jonge mensen betreden de arbeidsmarkten, voor wie geen werk is – en zeker niet op het niveau van hun ambities. De onvervulde beloften van het demografische dividend in deze landen kunnen leiden tot massale onrust en radicalisering, geweld en criminaliteit, en mogelijk tot massale migratie naar groenere weiden, voornamelijk naar nabijgelegen steden, maar ook naar buurlanden en verre bestemmingen.15

De huidige beleidsaccenten in en voor Afrika zijn verschoven naar het creëren van betere kansen op werk voor jongeren om dit negatieve scenario te voorkomen. Cilliers stelt vier belangrijke beleidsmaatregelen voor om de vermindering van het aantal kinderen per vrouw te versnellen: grotere beschikbaarheid van anticonceptie, meer nadruk op minimaal tien jaar onderwijs voor meisjes, verbetering van de waterkwaliteit, sanitaire voorzieningen en basisgezondheidszorg, en meer serieuze aandacht van regeringen in Afrika voor ‘het bevolkingsprobleem’.

Als we naar de huidige debatten over deze kwesties kijken, is het belangrijk om nog vier andere elementen toe te voegen. Verstedelijking resulteert over het algemeen in een snelle verandering van de houding bij ouderparen over het aantal kinderen dat ze willen hebben. Betrouwbare ouderdomszorg buiten de eigen kinderen vermindert de drang om veel kinderen te krijgen. Een gegarandeerd basisinkomen (zoals de laatste tijd flink besproken in landen als Kenia en Zuid-Afrika) kan ook de investeringen in de kwaliteit van kinderen verbeteren. En tot slot kunnen niet alleen regeringen een rol spelen om demografisch gedrag te veranderen; opinieleiders (inclusief religieuze leiders) zijn ook belangrijk.

Naast het demografisch dividend zullen ook de hoge bevolkingsgroei, massale verstedelijking en significantie van kennis en geldovermakingen van migranten er hoogstwaarschijnlijk toe leiden dat Afrika als geheel ’s werelds aantrekkelijkste economische groeiregio wordt in de tweede helft van de 21e eeuw – en sommige Afrikaanse landen al veel eerder.

Veel zal uiteraard afhangen van de verdere technologische ontwikkelingen op wereldschaal en de manier waarop Afrika en haar ondernemers, overheden en consumenten daarbij zullen aansluiten.

Daarnaast zal ook veel afhangen van de politieke processen in Afrika als geheel – zoals de rol van de Afrikaanse Unie, een gemeenschappelijke markt en wellicht ook een gezamenlijke munteenheid – en de manier waarop de grote politieke spanningen die de veranderingen met zich mee gaan brengen, kunnen worden beheerst op zowel continentaal als op lokaal niveau.

Tot slot, schrijvend in deze coronatijd en met het oog op de klimaatverandering: epidemieën en klimaatrampen kunnen hoopvolle scenario’s uiteraard sterk onder druk zetten. Ook dan hangt veel af van wijs politiek en maatschappelijk leiderschap in Afrika zelf en van de plek die Afrika door anderen gegund wordt in de nieuwe wereldverhoudingen van de 21e eeuw.

 

LogoHet Afrika-Studiecentrum Leiden staat dit jaar stil bij 60 jaar onafhankelijkheid in Afrika onder de noemer 'Africa 2020'. De website biedt een overzicht van de activiteiten - grotendeels opgeschort vanwege de coronacrisis - en uitgebreide informatie over de 17 landen die in 1960 onafhankelijk werden.

 

  • 1. Zie Worldometer voor demografische trends in Afrika.
  • 2. Akinyinka Akinyoade, Jos Damen, Ton Dietz, Blandina Kilama en Gerrit van Omme, Africa Population Dynamics, Leiden: African Studies Centre, 2014, Thematic Map.
  • 3. In 1960 maakten de Afrikanen 10 procent uit van de toenmalige wereldbevolking. In 2020 is dat gestegen tot 18 procent van de wereldbevolking, bijna een verdubbeling van het percentage in 1960. Momenteel wonen nog ongeveer twintig miljoen Afrikanen buiten het continent, waarvan de meeste in Europa.
  • 4. In Niger en Burkina Faso is de gemiddelde leeftijd slechts 17 jaar.
  • 5. Naarmate de voorspellingen meer in de toekomst liggen, zijn de voorspellingsmarges uiteraard groter. Deze zijn afhankelijk van tal van factoren, waarvan de belangrijkste: de ontwikkeling van de vruchtbaarheid (het aantal kinderen per vrouw), de ontwikkeling van de gemiddelde levensverwachting (vooral afhankelijk van gezondheidszorg, (water-)hygiëne en voedselzekerheid – vooral voor kleine kinderen), het effect van epidemische ziektes (zoals op dit moment Covid-19, en al enkele jaren eerder ebola) en andere calamiteiten, waaronder oorlogen en klimaatrampen, en de ontwikkeling van emigratie en immigratie.
  • 6. Er zijn echter grote verschillen binnen Afrika. Van de Sahel tot Eritrea loopt een band met veel slechtere onderwijsprestaties dan elders in Afrika, en vooral het aantal meisjes dat daar naar basisscholen gaat en doorstudeert is relatief laag. In dit deel van Afrika verloopt de demografische transitie erg traag en in landen als Niger is het aantal kinderen per vrouw het hoogst van de wereld: boven de zeven. Het gebied van de Sahel tot Eritrea is ook een zone met grote maatschappelijke spanningen, die zich deels ook religieus uiten. Het gevolg van de achterblijvende onderwijsverbetering is onder andere dat opnieuw een generatie opgroeit waarvan velen nauwelijks of niet kunnen lezen en schrijven.
  • 7. Dit is een verkorte versie van: Ton Dietz en Hein de Haas, ‘Wen er maar aan! Migratie en ontwikkeling: een ongemakkelijke boodschap’, Geografie, juni 2018, blz. 26-32.
  • 8. Zie voor een indringende beschrijving het hoofdstuk ‘Het beloofde land’ van: Geert Mak, Grote verwachtingen in Europa 1999-2019, Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, blz. 365-404.
  • 9. Als we de ontwikkeling van de Human Development Index (HDI) bekijken, valt op dat die tussen 2000 en 2015 bijna over de hele linie is verbeterd voor Afrika, van 0,448 tot 0,526. Als we de HDI-scores voor Afrika in drie groepen indelen met als grenswaardes 0,4 en 0,6, zien we dat negentien Afrikaanse landen in vijftien jaar een sprong hebben gemaakt van de laagste naar de middelste categorie, en twee landen van de middelste naar de hoogste.
  • 10. In 2015 hadden de paar landen met de hoogste score gemiddeld 46 op de 1000 migranten buiten het continent, en de landen met een lage score gemiddeld maar 7 op de 1000. De tussencategorie zat op 30 op de 1000. Er zijn echter grote verschillen tussen de landen in dezelfde HDI-categorie. Onder degene met de hoogste HDI-score zitten Mauritius en de Seychellen met respectievelijk 116 op de 1000 en 111 op de 1000, en in de midden-categorie Kaapverdië, São Tomé & Principe en Marokko met respectievelijk 275 op de 1000, 100 op de 1000 en 85 op de 1000 migranten. Ook onder de minst ontwikkelde landen zitten echter hoge uitschieters, zoals Somalië met 66 op de 1000, wat vooral te maken heeft met het geweld dat dit land al decennia teistert en de bereidheid van landen in Europa en Noord Amerika om Somalische vluchtelingen op te nemen in een periode waarin dat nog niet tot grote maatschappelijke weerstand leidde. Bij de laagste HDI-landen zijn er overigens diverse met een relatieve intercontinentale emigratie van nog geen 1 op de 1000, zoals Lesotho. Dat wil niet zeggen dat iedereen die in deze landen is geboren daar nog steeds woont. Zeker een aantal landen in Zuidelijk Afrika kent een relatief grote migratiestroom naar Zuid-Afrika, maar bijna niet naar Europa of elders in de wereld.
  • 11. En waarschijnlijk ook velen als zogenaamde ‘circulaire migranten’, waarbij men tussendoor af en toe weer teruggaat naar de plek waar hij of zij vandaan kwam.
  • 12. Zie bijvoorbeeld: Fund for Peace, ‘Fragile States Index 2019’, Washington, 2019.
  • 13. Jakkie Cilliers, ‘Getting to Africa’s demographic dividend’, Pretoria: Institute for Security Studies, Africa Report 13, augustus 2018. De demografische dividendbenadering van Cilliers toont aan dat voor Afrika als geheel de relatie tussen mensen in de werkende leeftijd (15-65) en 'afhankelijke personen' geleidelijk verandert van 1,1 in 1980, via 1,3 nu, naar 1,7 rond 2050.
  • 14. Jakkie Cilliers, ‘Getting to Africa’s demographic dividend’, Pretoria: Institute for Security Studies, Africa Report 13, augustus 2018.
  • 15. Zie: Ton Dietz, Mayke Kaag en Nel de Vink, ‘Africa; international migration’. Leiden: African Studies Centre, 2017, Thematic Map.

Auteurs

Ton Dietz
Emeritus hoogleraar Afrika Studies aan de Universiteit Leiden