De smalle marges van de Frans-Duitse as
Analyse Europese Zaken

De smalle marges van de Frans-Duitse as

13 Sep 2017 - 14:37
Photo: European Council / Flickr
Terug naar archief

De toenadering van Emmanuel Macron en Angela Merkel leidde in ons land tot een zekere ongerustheid. Zonder Groot-Brittannië in de rug zou Nederland het nakijken hebben. ‘Mercron’ toont immers een grote eensgezindheid over de toekomst van de EU. Maar het is de vraag of het zo'n vaart zal lopen. De speelruimte om veranderingen door te voeren in de EU is immers kleiner geworden. Bovendien zullen Macrons voorstellen in Duitsland uiteindelijk anders worden uitgelegd. Wat Duitsland wil is niet 'meer Europa' maar een versterking van bestaande instituties. Bij de vertaling van Macrons voorstellen kan Nederland een belangrijke rol spelen.

Kohls nalatenschap
Na het overlijden van Helmut Kohl bleven drie beelden op het netvlies gebrand. Eerst zagen we de foto van de kanselier en François Mitterrand voor het knekelhuis van Douaumont, hand in hand verzonken in gedachten over het grote aantal gesneuvelden tijdens de slag bij Verdun. Het moment dat deze foto werd genomen, in 1984, zeventig jaar na de Eerste Wereldoorlog, kon niet symbolischer. De foto stond niet alleen symbool voor verzoening, maar ook voor de verandering in de Europese politiek.

Een jaar ervoor had Mitterrand zijn tournant de la rigeur aangekondigd, waarmee hij afstand nam van de keynesiaanse politiek en zich bekeerde tot een bezuinigingsbeleid. Een jaar erna werden de Akkoorden van Schengen gesloten en nog weer een jaar later, in 1986, de Europese Akte. Vredespolitiek en Europese integratie gingen hand in hand. Dat was de boodschap.

Al heel snel kwam een tweede beeld naar voren, dat van de oud-kanselier met de lange tenen, die al jaren geen contact meer had met zijn beide zonen. Zoon Walter stond met twee kleinkinderen voor een gesloten deur bij het ouderlijk huis. Het sprak boekdelen. Kohl was immers weinig vergevingsgezind, wat ook de Nederlandse premier Lubbers zo had ervaren. Tot slot doemde het beeld van ‘Kohls meisje’ op, toen bleek dat de weduwe Kohl geen Duitse, maar een Europese ‘staatsbegrafenis’ wilde, en in eerste instantie geen prijs stelde op Angela Merkel als spreker, maar wel op Viktor Orbán. Het schijnt dat familievriend en oud-hoofdredacteur van Bild, Kai Diekmann, dit laatste idee op tijd uit haar hoofd heeft weten te praten. 

Wat uit de beelden sprak, was dat van een oud-politicus die maar moeilijk kon omgaan met zijn status außer Dienst. De kring van mensen rondom hem werd ook steeds kleiner. En hij nam steeds duidelijker afstand van Merkels politiek. Tijdens de kredietcrisis zou zij het vertrouwen in de euro in de waagschaal hebben gelegd.1 Kohl zag Duitsland als bruggenbouwer en intermediair tussen de grote en kleine landen, tussen de lidstaten en Brussel en tussen gaullistisch Frankrijk en trans-Atlantisch Groot-Brittannië.2 Dat Duitsland om deze rol te vervullen bereid was te betalen – de beroemde ‘chequebook diplomacy’ – sprak voor zich. Waar Europa voor Kohl een zaak was van oorlog en vrede, leek het voor Merkel een kwestie van orde en regels, die moesten worden gehandhaafd omdat anders de verhouding tussen kosten en baten uit het lood zou geraken.

Helmuth Kohl zag Duitsland als bruggenbouwer en intermediair tussen de grote en kleine landen, tussen de lidstaten en Brussel en tussen gaullistisch Frankrijk en trans-Atlantisch Groot-Brittannië

Ook Merkels opendeurpolitiek in 2015 lag bij hem niet goed. Op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis ontving Kohl demonstratief de Hongaarse premier Orbán bij hem thuis in Ludwigshafen, een politiek statement. Was het niet Orbán die Merkel ‘moreel imperialisme’ had verweten, vlak nadat zij in september 2015 de vluchtelingen die vanuit Boedapest de snelweg opliepen, had toegelaten? Opmerkelijk is ook dat Orbán voor de weerlegging van het oordeel van het Europese Hof dat Hongarije zich aan het EU-besluit tot herverdeling van vluchtelingen moet houden, een argument van Kohl gebruikte: Hongarije is geen migratieland. Dat Duitsland geen migratieland is, heeft Kohl zijn gehele regeerperiode volgehouden, ondanks de vele bewijzen van het tegendeel.  

Gevoelige relaties
Als er een ding duidelijk werd tijdens de begrafenis van Kohl is dat zijn relatie met Mitterrand niet alleen heel goed was, maar ook leidde tot een unieke samenwerking, die van doorslaggevende invloed is geweest op de politieke architectuur van het huidige Europa. Die samenwerking stond in een lange traditie van verzoening én verandering die eerder door Adenauer en De Gaulle was vormgegeven. Het bezoek van De Gaulle aan Bonn in 1962 was al even symbolisch als de herdenking in Verdun.

Helmut Kohl en François Mitterrand in Douaumon 1984
De symbolische foto van Helmut Kohl en François Mitterrand voor het knekelhuis van Douaumont was prominent onderdeel van de CDU-campagne tijdens de Europese verkiezingen in 1989. Bron: Wikimedia Commons

Het is echter de vraag of de ontmoetingen tussen de kanseliers en de presidenten, getekend door de oorlog, ons verder brengen voor een beter begrip van de samenwerking tussen het huidige koppel: Macron en Merkel. Sinds de oude generatie van het toneel verdween, is de wereld wel heel veel complexer geworden, en de EU een arena waar grote financiële en politieke belangen op het spel staan.

Ontmythologiseren van de ‘as’
Voor een beter begrip van de Frans-Duitse samenwerking is het de hoogste tijd dat de ‘as’ wordt ontmythologiseerd. De metafoor van de ‘as’ doet immers vermoeden dat het gaat om een geoliede machine, die nauwelijks te stoppen is. En als er eenmaal zand in de machine wordt gestrooid, zoals onder François Hollande het geval leek, dan is in de commentaren meteen het dieptepunt van de relaties bereikt. Zo is het wel heel voorspelbaar dat na de moeizame jaren van Hollande in het Élysée-paleis alle hoop wordt gevestigd op ‘Mercron’. Dat veel van de door Macron voorgestelde ideeën over een gouvernement économique van de Eurozone eerder door Merkel zijn afgeschoten, toen Nicolas Sarkozy vergelijkbare voorstellen had gedaan, lijkt er in de analyses helemaal niet meer toe te doen.

Om de Frans-Duitse as in perspectief te plaatsen, wil ik in dit artikel ingaan op de relatie Kohl-Mitterrand, die model staat voor de as. Daarna wil ik laten zien hoezeer de marges om EU-politiek te bedrijven zijn versmald. Voor vrijblijvende opinies van politici over de toekomst van de EU is nauwelijks plaats. Bovendien wil ik ingaan op een belangrijk vertaalprobleem in de Unie. Woorden hebben niet in iedere lidstaat dezelfde betekenis, en dat heeft politieke consequenties. Na deze noties ga ik in op de consequenties: wat valt er te verwachten van de voorstellen die Macron heeft gedaan? Hoe zal Merkel ze vertalen? Welke consequenties heeft dat voor de EU? En ook: hoe kan Nederland hier het beste op inspelen?

Smalle marges
De Frans-Duitse as bereikte een hoogtepunt begin jaren negentig, toen moest worden nagedacht over de nieuwe architectuur van de unie na de Val van de Muur. In de publieke beeldvorming is altijd sprake geweest van een uitruil, ja van een dialectisch proces: Mitterrand wilde de euro (these), Kohl de Duitse eenheid (antithese), Europa kreeg het Verdrag van Maastricht (synthese). Deze uitruil – de een de eenheid, de ander de munt – staat model voor elke Frans-Duitse samenwerking die erop volgde.

Het beeld is echter te mooi om waar te zijn. Kohl en zeker ook zijn minister van buitenlandse zaken Genscher waren immers zelf voorstander van de Europese munt, die zij beschouwden als een belangrijke stap op weg naar een federaal Europa.3 Mitterrand van zijn kant was inderdaad geërgerd over Kohls aankondiging van een tienpuntenplan om een einde te maken aan de Duitse en Europese deling, zonder hem hierover vooraf te hebben ingelicht, maar hij wist ook dat een Duitse eenheid, als de mogelijkheid zich eenmaal voordeed, moeilijk tegen te houden was. In de strijd hierover wist Mitterrand Kohl over te halen een datum voor invoering van de munt vast te stellen, waarmee het belangrijkste was binnengehaald. De Franse premier Michel Rocard stelde achteraf dat beide leiders geëngageerd waren voor zowel de Europese munt als de hereniging, maar dat Kohl de munt eerder moest accepteren dan hij had gewild, en Mitterrand de eenheid eerder moest accepteren dan hij waarschijnlijk had geacht.4

De uitruil die er uiteindelijk wel kwam, was veel complexer van aard. Die ging namelijk over de voorwaarden voor een monetaire unie en over de architectuur van de EU. Kohl trok aan het langste eind over de voorwaarden voor een Europese Unie, met een onafhankelijke centrale bank in Frankfurt am Main en een Stabiliteits- en Groeipact om landen aan economische voorwaarden te houden. Maar hij moest inbinden waar het ging om de architectuur van de unie, met een sterke Europese Raad tot gevolg.

Nederlandse diplomatie misrekent zich meerdere keren
Dat het niet gemakkelijk was de Frans-Duitse compromissen te doorgronden, blijkt wel uit het aantal keren dat de Nederlandse diplomatie zich in deze periode misrekende, bijvoorbeeld bij de onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag (‘Zwarte maandag’), of over de vestigingsplaats van de Europese Centrale Bank (niet Amsterdam, maar Frankfurt) en de benoeming van een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie (niet Lubbers of Dehaene, maar Santer).

En ook later heeft Nederland wel eens zijn neus gestoten, bijvoorbeeld toen bleek dat Jacques Chirac en Gerhard Schröder in 2004-2005 gezamenlijk besloten zich niet te houden aan de regels van het Stabiliteits- en Groeipact, en in 2010 toen Merkel en Sarkozy in Deauville tot een uitruil kwamen: Sarkozy stemde in met Griekse schuldenverlichting door een deel van de schulden die private banken hadden uitstaan, kwijt te schelden (‘private sector involvement’). Bovendien bevestigde hij de noodzaak tot een nieuw Europees verdrag te komen. In ruil hiervoor deed Merkel afstand van het principe van automatische sancties bij overtreding van het Stabiliteits- en Groeipact. Het ‘pact’ van Deauville was een wake-up call voor de Nederlandse diplomatie die de waterige deal veroordeelde, maar met lede ogen moest toezien hoe beide regeringsleiders hun compromis verdedigden in de Europese Raad.
 

‘Deauville’ is zeker niet alleen een Nederlands, maar ook een Duits trauma

Het is echter de vraag hoe relevant de diplomatieke ‘lessen’ zijn voor een beter begrip van de huidige situatie. Het steeds terugverwijzen naar oude trauma’s uit een nu al ver verleden, van ‘Zwarte maandag’ tot ‘Deauville’, kan evenzeer leiden tot foutieve inschattingen, tot de klassieke fout van het bestrijden van de voorgaande crises. Achteraf gezien zal ook Angela Merkel met weinig vreugde terugkijken op laatstgenoemde deal. Het verdrag is er nooit gekomen en het voorstel van private sector involvement leidde tot heftige beursschommelingen, waardoor de voorgestelde ‘haircut’ van banken slechts in zeer gematigde vorm doorgang kon vinden, terwijl Frankrijk nog jaren het Stabiliteits- en Groeipact schond. Deauville is dus zeker niet alleen een Nederlands trauma. Ook Duitsland zal soortgelijke deals in de toekomst willen voorkomen!          

De krediet- en vluchtelingencrisis
Bovendien: wie terugkijkt naar het recente verleden van de Frans-Duitse samenwerking ziet hoe snel de wereld is veranderd. In de jaren tachtig en begin jaren negentig was Europapolitiek nog het exclusieve domein van Buitenlandse Zaken. Tekenend hiervoor is dat de Schengen Akkoorden, behorend tot de belangrijkste verdragen die Nederland na de Tweede Wereldoorlog tekende, waarin besloten werd grenspalen te verwijderen, grenskantoren te ontmantelen en een vrije doorgang van personen en goederen te garanderen, namens Nederland werd ondertekend door staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Wim van Eekelen.

Duitsland liet zich vertegenwoordigen door Waldemar Schreckenberger, staatssecretaris in het Bundeskanzleramt wiens bevoegdheden tot een minimum waren beperkt. Het weekblad Die Zeit noemde hem een randfiguur in het centrum van de macht (“een normaal mens in zijn positie was al lang vertrokken naar de universiteit’).5 Pas sinds het Verdrag van Maastricht kwamen de staatshoofden en regeringsleiders nadrukkelijk in beeld. Logisch dus dat de Europese bevolking pas heel ging beseffen hoe snel de Europese integratie zich voltrok.

Toen dat eenmaal het geval was, in de jaren negentig, werd EU-beleid binnenlands beleid en zijn de marges van de EU-politiek sterk versmald. Regeringsleiders en EU-ambtenaren hebben op veel terreinen te maken met een forse tegenwind op diverse niveaus en kunnen rekenen op een lange, doornige weg voordat plannen daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Zo werd in 2005 in Nederland en Frankrijk een referendum gehouden over het grondwettelijk verdrag: politici konden hun huiswerk overdoen.

In 2008 ontstond een bankencrisis, die grote consequenties had voor de financiële wereld en de soliditeit van overheden die moesten ingrijpen om belangrijke banken die op omvallen stonden, te redden. In 2009 werd duidelijk dat een van de lidstaten, Griekenland, had geknoeid met de boeken, waardoor het begrotingstekort opliep tot 12,7 procent (in plaats van de voorspelde 3,7 procent). Er moesten maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.

In 2010 namen de spanningen op de financiële markten zo toe dat werd gespeculeerd over het einde van de euro. Vooral uitspraken van Angela Merkel werden door financieel analisten op een schaaltje gewogen. Tussen 2010 en de zomer van 2015 was de Europese politiek voortdurend verwikkeld in een strijd met de Zuid-Europese landen om hen te dwingen tot herstructureringen, vaak met matig succes.

In de zomer van 2015 bleek ook hoe verdeeld Europa was over de vluchtelingenpolitiek en hoe sterk de reactie was op Merkels open-grenzenbeleid
In de zomer van 2015 bleek hoe verdeeld Europa was over de vluchtelingenpolitiek en hoe sterk de reactie was op Merkels open-grenzenbeleid. Bron: European External Action Service

In de zomer van 2015 bleek ook hoe verdeeld Europa was over de vluchtelingenpolitiek en hoe sterk de reactie was op Merkels open-grenzenbeleid. 2016 werd het jaar van het populisme, met overwinningen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en met de zelfverzekerde intrede van de AfD in een aantal Duitse deelstaatparlementen.

Angela Merkel zal zowel aan de kredietcrisis als aan de vluchtelingencrisis een gevoel van ‘nie wieder’ hebben overgehouden. Maar zij weet ook hoe moeilijk het is doorbraken te bereiken in dossiers die van alle kanten muurvast zitten. Hoe te reageren op de Hongaarse weigering een uitspraak van het Europese Hof te accepteren?

Het kan nog een hete herfst worden, waarschijnlijker echter wordt het een roerig voorjaar. Veel dossiers, zoals de herverdeling van vluchtelingen in Europa, zijn nauwelijks in beweging te krijgen. In deze crisissfeer betekent een heropleving van de Frans-Duitse as iets heel anders dan 25 jaar geleden. Zowel Frankrijk als Duitsland is meer dan voorheen afhankelijk van de instemming van andere lidstaten, als wel van de stemming op de beurzen, die, zo bleek, de economie tot aan de afgrond kunnen brengen.

Maar vooral de opkomst van het populisme stelt de Europese leiders voor grote uitdagingen. Macron heeft met het oog hierop voorgesteld de Europese democratieën van onderaf nieuw leven in te blazen door het initiëren van burgergespreksgroepen. Het is de vraag of dat genoeg is om het vertrouwen van de burger in de (EU-) politiek te herstellen.

Vertaalslagen van beleid
​​​​​​​Merkel heeft zich meermaals positief uitgelaten over Macrons plannen voor versterking van de eurozone. In een interview in Die Zeit gaf zij aan eveneens voorstander te zijn van een gemeenschappelijk budget voor de Eurozone, een Europese minister van Financiën en een economische regering van de eurozone. Maar zij gaf in hetzelfde interview ook aan dat er zeer uiteenlopende voorstellingen van zaken zijn en dat de hervormingen een gemeenschappelijke juridische grondslag behoeven.6 Eerder had Merkel al gewaarschuwd dat grote hervormingen alleen kunnen worden doorgevoerd als er een nieuw Europees verdrag wordt gesloten. De opening is dus gemaakt, maar de randvoorwaarden wegen zwaar. Wie zit er op een nieuw Europees verdrag te wachten? Nederland zeker niet.

Om te begrijpen wat Merkel bedoelt, is het verstandig te kijken naar het verschil in politieke cultuur van waaruit de voorstellen voor versterking van de eurozone voortkomen.7 De debatten over een ‘economische regering’ van de eurozone zijn immers in het geheel niet nieuw. Steeds opnieuw doen Franse presidenten vergelijkbare voorstellen. Slechts één keer leek het er even van te komen. In maart 2010, op het hoogtepunt van de kredietcrisis, wist Sarkozy in de Europese Raad de handen op elkaar te krijgen voor een onderzoek naar de mogelijkheid van een gouvernement économique van de eurozone.

De Franse voorstellen van Macron zijn welwillend ontvangen, maar krijgen een andere betekenis wanneer ze door Duitse politici worden ge-reset

De zwakte van het voorstel bleek al snel uit de vertaling van de verklaring van staatshoofden en regeringsleiders hierover.8 Op aandringen van de Ieren, Britten en Nederlanders werd economic government gewijzigd in economic governance, een woord dat meer zegt over de bestuursstijl dan over de architectuur van de Unie. In de Duitse tekst werd het heel anders vertaald als wirtschaftspolitische Steuerung, een woord dat veelzeggend is voor de Duitse manier van denken, waarin ‘ordening’ en ‘sturing’ een belangrijke plaats innemen. Alleen in de Franse en Spaanse tekst bleven het oorspronkelijke gouvernement économique of gobierno económico overeind. EU-president Herman Van Rompuy stelde naar aanleiding hiervan dat er geen fundamenteel verschil van inzicht was tussen de lidstaten, maar dat uiteenlopende gevoeligheden hadden geleid tot een “asymmetrische vertaling”.9

Om te begrijpen wat een nieuwe Frans-Duitse samenwerking betekent, is het dus van belang een vertaalslag te maken. De Franse voorstellen van Macron zijn welwillend ontvangen, maar krijgen een andere betekenis, wanneer ze door Duitse politici worden ge-reset.

Een minister van financiën voor de eurozone? Heel goed, we hebben al een voorzitter van de eurogroep, genaamd Jeroen Dijsselbloem. Het ligt voor de hand deze functie te verstevigen: een vaste voorzitter, die aanzit bij de Europese Raad, regelmatig overleg voert met de Europese Commissie en verantwoording aflegt aan het Europees Parlement. Dat doet hij al, maar wanneer dit opnieuw wordt vastgelegd, kunnen zowel Frankrijk als Duitsland ermee thuiskomen.

Een eigen budget voor de eurozone? Ook dat hebben we al in de vorm van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het oude reddingsfonds voor Griekenland. Momenteel werkt het ESM suboptimaal, omdat het IMF – een belangrijke partner in het steunprogramma voor Griekenland – alleen geld wil overmaken als de Europese landen werk maken van schuldsanering. Duitsland echter ziet schuldsanering door lidstaten als een vorm van ‘bail-out’ en is daarom niet bereid aan de eis van het IMF te voldoen (dat valt ook moeilijk te verdedigen voor het toch al zo kritische Constitutionele Hof in Karlsruhe). Een mogelijkheid om uit de patstelling te komen, is het optuigen van het ESM tot een Europees Monetair Fonds, naar het voorbeeld van het IMF, dat de taken van het IMF inzake Griekenland overneemt. Dit zou een dijkdoorbraak betekenen, maar ligt ook voor de hand met het oog op de mogelijke risico’s die de trans-Atlantische verhoudingen onder Donald Trump meebrengen.10

Een apart eurozone-parlement? Dat gaat er niet komen, want daarvoor moet een nieuw Europees verdrag worden opgesteld. Veel makkelijker is het in het huidige Europese Parlement aparte commissies in het leven te roepen, uitsluitend bestaande uit gedelegeerden van de eurozone.

Duitse soldaten in Kunduz Afghanistan 2010-ResoluteSupportMedia-flickr
Duitse soldaten in het Afghaanse Kunduz, 2010. Duitsland voert met Frankrijk intensieve gesprekken over samenwerking van Europese legers onder één NAVO-vlag. Bron: ResoluteSupportMedia / flickr

Naar een gezamenlijk buitenlands en defensiebeleid
Frankrijk en Duitsland werken nu al intensief samen aan een gezamenlijk buitenlands beleid. Waar Merkel actief is in Noord-Afrika, traditioneel de achtertuin van Frankrijk, roert Macron zich in Oost-Europa. Niet alleen heeft hij gezegd dat lidstaten die de regels negeren de volledige consequenties moeten ondervinden, ook liet hij heel tactisch Polen en Hongarije op zijn reis naar Oost-Europa links liggen. Zijn belangrijkste waarschuwing tijdens deze reis was dat er een einde moet komen aan loondumping, aan de ‘Poolse loodgieter’ die ver onder de marktprijs zijn Franse collega’s wegconcurreert. Macron kan zich veel kritischer opstellen tegenover Oost-Europa dan Duitsland, dat vanwege het pijnlijke verleden af en toe op eieren moet lopen.

Opmerkelijk zijn ook de intensieve gesprekken over samenwerking van Europese legers onder één NAVO-vlag. Deze debatten worden in Frankrijk en Duitsland op een andere toon gevoerd dan in Nederland. In Duitsland wordt uitgebreid bericht over permanente, structurele samenwerking op het gebied van investeringen, uitrusting en missies in het buitenland. In de gezamenlijke Frans-Duitse ministerraad is bovendien gesproken over afstemming wat betreft aankopen, materieel en capaciteit.11

Van belang voor Nederland is dat daarbij ook heel expliciet is gesproken over de gezamenlijke keuze voor een gevechtsvliegtuig. Het ligt voor de hand dat de keuze daarbij niet valt op de Lockheed Martin-F-35 Lightning II, beter bekend als de Joint Strike Fighter, waar Nederland voor heeft gekozen.

Concluderend kunnen we stellen dat vooral de bestaande instituties zullen worden versterkt: het voorzitterschap van de eurogroep, het Europees reddingsfonds (ESM), parlementaire commissies voor de eurozone in het Europees Parlement en Europese samenwerking binnen de NAVO. Gestreefd zal worden de veranderingen binnen de huidige Europese verdragen door te voeren, zo heeft ook Macron reeds gezegd. Nederland heeft met Duitse vertaalslagen van de Franse voorstellen alle gelegenheid zich te mengen in de strijd over vernieuwing van de instituties. Maar dan moet de Nederlandse regering wel heel goed weten wat ze wil en wat ze kan inbrengen in Brussel. Een volwassen debat over de vraag waar wij nu staan, na de Brexit, is een belangrijke voorwaarde voor succes. Dat ook Nederland zich moet heroriënteren op de internationale situatie, staat immers buiten kijf.​​​​​​​

  • 1. Henning Hoff, Joachim Staron & Sylke Tempel, ‘ “Wir müssen wieder Zuversicht geben”, Helmut Kohl über eine Außenpolitik, der es an Verlässlichkeit mangelt’, Internationale Politik, 5, september/oktober 2011, pp. 10-17.
  • 2. Katinka Barysch, ‘Germany, the euro and the politics of the bail-out’, Briefing Note, Centre for European Reform, Londen, 2010.
  • 3. Hans Peter Schwartz, Helmut Kohl, eine politische Biographie, München, 2012, pp. 559-561.
  • 4. David Marsh, The Euro, The Politics of the new global Currency, New Haven 2009, p. 137.
  • 5. Gerhard Spörl, ‘Koordinator der Geheimdienste: Randfigur im Zentrum der Macht’, Die Zeit, 27 januari 1989.​​​​​​​
  • 6. Giovanni di Lorenzo & Bernd Ulrich, ‘Angela Merkel: “Ich weiß natürlich, dass G20 den Hamburgern etwas zumutet” ’, Die Zeit, 5 juli 2017.​​​​​​​
  • 7. Zie hierover: Luuk van Middelaar, ‘Duitsland – Frankrijk in Europa, een blijvend onbegrip’, in: Hanco Jürgens & Ton Nijhuis (red.), De vleugels van de adelaar, Duitse kwesties in Europees perspectief, Amsterdam, 2017, pp. 141-161; en Femke van Esch & Eelke de Jong, ‘Culture Matters: French-German Conflicts on European Central Bank Independence’, Tjalling C. Koopmans Research Institute Discussion Paper Series 11-23, pp. 1-31.
  • 8. Verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied, 25 maart 2010.
  • 9. ‘Herman Van Rompuy coins new “Euphemism” ’, The Telegraph, 27 maart 2010.​​​​​​​
  • 10. Ook het AIV-rapport ‘Is de eurozone stormbestendig? Over verdieping en versterking van de EMU’ van 17 augustus 2017 pleit voor een EMF, zie: Adviesraad Internationale Vraagstukken, Advies 105, pp. 41-42.​​​​​​​
  • 11. Laureline Dupont, Etienne Gernelle & Sébastien Le Fol, ‘Emmanuel Macron: “We gaan samenwerken met Duitsland om onze militaire aankopen op elkaar af te stemmen” ’, Knack, 6 september 2017.​​​​​​​

Auteurs

Hanco Jürgens
Wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut Amsterdam