Opinie Conflict en Fragiele Staten

Defensie mag bij kabinetsformatie niet langer sluitpost zijn

24 May 2017 - 14:34
Photo: Wikimedia
Terug naar archief

Bij aanvang van de verkennende formatiebesprekingen was het allereerst Klaas Knot van de Nederlandsche Bank die als externe expert aan de formatietafel mocht aanschuiven. Ook de directeur van het Centraal Planbureau en de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën kwamen langs om de onderhandelaars van de betrokken politieke partijen te informeren. Enkele dagen later was het de beurt aan de directeuren van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Pas in de derde week van de formatiebesprekingen werden de Commandant der Strijdkrachten en de hoofden van de twee inlichtingendiensten, de MIVD en AIVD, uitgenodigd om bij de onderhandelaars aan tafel te zitten teneinde hen bij te praten over de Nederlandse veiligheidssituatie. Het is te hopen dat dit niet de volgorde is die tijdens de besprekingen over de daadwerkelijke formatie zal worden gehanteerd.

Veiligheid de kerntaak van de overheid bij uitstek
Gezien de geopolitieke en militaire ontwikkelingen om ons heen en de huidige stand van de Nederlandse krijgsmacht, is het juist cruciaal om veiligheid direct aan het begin van de formatiebesprekingen aan bod te laten komen en Defensie niet langer als sluitpost bij kabinetsformaties te gebruiken. Veiligheid is immers de kerntaak van de overheid bij uitstek; als het met onze veiligheid misgaat, loopt al het andere ook spaak.

De defensie attachees van Groot-Brittannië en Frankrijk bezoeken begini 2017 het Vuursteuncommando in 't Harde. Bron: Phoenix OOCL / Flickr
De defensie attachees van Groot-Brittannië en Frankrijk bezoeken begini 2017 het Vuursteuncommando in 't Harde. Bron: Phoenix OOCL / Flickr

Bij een kabinetsformatie moet derhalve niet alleen worden uitgegaan van financiële en economische overwegingen Bij aanvang van de formatie moet de vraag leidend zijn of de overheid voldoende capaciteiten heeft om de Nederlandse veiligheid te waarborgen. Zo wordt gesteld in de onlangs uitgegeven publicatie door de TeldersStichting[1]: Geopolitiek en defensie. Pal staan voor vrijheid en veiligheid.

De door het CBS gepubliceerde Veiligheidsmonitor schetste een overwegend positief beeld van de binnenlandse veiligheidssituatie.[2] De burger voelt zich thuis en op straat weer veiliger. De stijging van uitgaven aan justitie en politie, als percentage van het BBP én als percentage van de collectieve uitgaven (gemeten vanaf 1990), heeft hieraan bijgedragen.

Bij aanvang van de formatie moet de vraag leidend zijn of de overheid voldoende capaciteiten heeft om de Nederlandse veiligheid te waarborgen

Hoe anders is dit bij onze externe veiligheid en de bestedingen aan Defensie, bezien over dezelfde periode. In 1990 spendeerde Nederland nog 2,7% van het BBP aan Defensie, terwijl hier in 2016 nog slechts 1,17% van het BBP voor was gereserveerd. Nooit eerder waren de Defensie-uitgaven relatief gezien zo laag.[3] Nu de westerse militaire superioriteit niet langer een gegeven is en nieuwe veiligheidsrisico’s zich aandienen, is bewustwording over het belang van Defensie cruciaal.

De conflicten in het Midden-Oosten en de Russische annexatie van de Krim en assertiviteit in Oekraïne hebben geleid tot een veranderde veiligheidssituatie waardoor de Europese krijgsmachten zich moeten aanpassen. Niet alleen moeten ze een antwoord vinden op de uitdagingen van het concept hybride oorlogsvoering, ook zullen zede kunst van conventionele en nucleaire afschrikking moeten herontdekken en, gezien het toenemend belang van cybersecurity, zich meer moeten begeven op het digitale domein. Deze geopolitieke en militaire ontwikkelingen vertalen zich in een bezinning op het palet aan militaire capaciteiten waarover de krijgsmacht moet kunnen beschikken en een bredere kijk op de Nederlandse veiligheidspolitieke instrumenten.

Defensie als sluitpost
Aan Defensie werd dan ook meer aandacht geschonken tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen. Dit is lange tijd anders geweest. Want in de periode na de Koude Oorlog werd er zonder al te veel discussie door opeenvolgende kabinetten op Defensie bezuinigd en raakte het besef van het belang van de krijgsmacht als basisverzekering op de achtergrond, ook toen de veiligheidssituatie al aan het verslechteren was. Dit is niet alleen iets van de laatste jaren; de befaamde Amerikaanse maritiem strateeg Alfred Mahan schreef al over de zeventiende-eeuwse Nederlanders dat “it was not until danger stared them in the face that the burgomasters were willing to pay for their defences.” [4] De samenleving dient echter over een dergelijk instrument te beschikken omwille van één overkoepelend doel: veiligheid. Dit doel is permanent – dat wil zeggen dat de verzorging van de krijgsmacht in zowel tijden van vrede als in tijden van oorlog de volle aandacht van de staat vereist. Ondanks dat voor liberalen geldt dat zij staan voor een compacte staat, op terreinen waar de overheid een taak dient te vervullen moet de staat sterk zijn. Defensie is een van die echte staatstaken, zo niet samen met binnenlandse veiligheid, dé staatstaak bij uitstek.

Wat men ook van de inzet van militaire middelen mag vinden, het is evident dat het belang van de beschikking over een krijgsmacht ten behoeve van de verdediging van de autonomie en territoriale integriteit van de staat niet ter discussie mag staan. De liberale econoom en filosoof Adam Smith, juist op dit punt vaak verkeerd geïnterpreteerd, schreef hierover dat “defence is more important than opulence [weelde][5] Ook de Franse liberale politiek filosoof Alexis de Tocqueville schreef in zijn monumentale werk Democracy in America, nu bijna tweehonderd jaar geleden, dat: “I think it may be admitted that as a general and constant rule that among civilized nations the warlike passions will become more rare and less intense in proportion as social conditions are more equal. War is nevertheless an occurrence to which all nations are subject, democratic nations as well as others. Whatever taste they may have for peace, they must hold themselves in readiness to repel aggression, or, in other words, they must have an army.” [6] De Tocqueville vervolgt door te stellen dat “fortune” de bewoners van de Verenigde Staten heeft geplaatst “in the midst of a wilderness, where they have, so to speak, no neighbors.”

De verzorging van de krijgsmacht in zowel tijden van vrede als van oorlog vereist de volle aandacht van de staat

Hoge uitgaven aan defensie waren dus voor de Amerikanen in de 19de eeuw niet nodig. Het is een manier van denken waar veel westerse landen – zeker in Europa – thans ook aan onderhevig zijn. “A democracy”, zoals de geograaf Halford Mackinder in 1919 reeds observeerde, “refuses to think strategically unless and until compelled to do so for purposes of defence”. [7] In een aantal Europese hoofdsteden lijkt sinds 2014 echter wel een (lichte) kentering plaats te hebben gevonden. Ook in Nederland wordt dit besef gelukkig onder een groot aantal, maar nog lang niet alle, politieke partijen gedragen. De stapsgewijze, lichte verhoging van het defensiebudget de afgelopen twee jaar gaf hier blijk van.

De ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) in Afghanistan in 2015 tijdens een bezoek aan Nederlandse militairen.
De ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) in Afghanistan in 2015 tijdens een bezoek aan Nederlandse militairen. Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken

De nieuwe regering zal echter verdere stappen moeten zetten. Want gegeven de veelvoud aan dreigingen en uitdagingen moet er rekening mee worden gehouden dat er in de toekomst een langdurig en intensiever beroep wordt gedaan op de krijgsmacht. We zullen een bijdrage van betekenis moeten kunnen leveren aan bondgenootschappelijke verdediging, het stabiliseren van de gordel van instabiliteit, de bescherming van de mondiale knooppuntfunctie van Nederland en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting in eigen land in het kader van de nationale taken. Vooral de eerste hoofdtaak van Defensie, de nationale en bondgenootschappelijke verdediging, is weer van primair belang geworden.

Naar een veelzijdige en robuuste krijgsmacht
Dit betekent dat Nederland dient te beschikken over een veelzijdige en robuuste krijgsmacht met een groot voortzettings- en handelingsvermogen. Een krijgsmacht die bovendien in staat moet zijn om langdurig en in verschillende conflictomgevingen te opereren en daarbij moet kunnen optreden in het gehele geweldsspectrum, inclusief het hoogste deel.

Hoe dit te bereiken? In de publicatie Geopolitiek en defensie is daartoe een aantal aanbevelingen gedaan. Allereerst zullen politici zoals eerder vermeld, in het licht van de kerntaak van de Nederlandse staat, bij aanvang van de kabinetsformatie bewust moeten zijn van de Nederlandse veiligheidssituatie en de beschouwing ervan als eerste moeten meenemen in de formatiebesprekingen, zoals dat thans gebeurt met de economische en financiële overwegingen. Wanneer de overheid over onvoldoende capaciteiten beschikt om de Nederlandse veiligheid te beschermen, zoals momenteel het geval is, dan zullen prioriteiten moeten verschuiven richting veiligheid en defensie.

Defensie aan de formatietafel
Het huidige Nederlandse defensiebudget als percentage van het BBP is inmiddels op een niveau dat grenst aan free riding en niet in lijn met de internationale economische positie van ons land. Niet alleen vanwege de afspraken die regeringsleiders daarover op de NAVO-top in 2014 hebben gemaakt is het belangrijk de defensiebegroting te verhogen, maar bovenal vanwege het belang dat de staat dient te hechten aan bescherming van de vrije samenleving.

Tijdens de NAVO-top in februari 2017 heeft de Amerikaanse Secretary of Defense James Mattis laten weten dat landen die op dit moment minder aan Defensie uitgeven dan de NAVO-norm van 2% BBP, plannen moeten opstellen met concrete mijlpalen hoe zij de norm willen bereiken. President Trump zal deze maand tijdens de NAVO-top in Brussel de Europese regeringsleiders hier nogmaals terecht op wijzen. Gezien het belang van de NAVO voor onze veiligheid en onze sterke trans-Atlantische band zal de nieuwe Nederlandse regering de nodige stappen moeten zetten om het defensiebudget te verhogen.

Om de verhoging van het defensiebudget te verwezenlijken, dienen er politieke, over kabinetten heen reikende afspraken te worden gemaakt omtrent de groei van de defensie-uitgaven over een langere periode in de vorm van een meerjarig begrotingsmodel. Deze politieke afspraken moeten de stijging van het defensiebudget vastleggen en aansluiten bij de afspraken die daarover in NAVO-verband zijn gemaakt. Doel moet zijn de door de NAVO gestelde norm van 2% uiterlijk in 2024 te hebben bereikt. Gedurende de komende kabinetsperiode is het in ieder geval noodzakelijk dat het defensiebudget minimaal wordt verhoogd naar het Europees NAVO-gemiddelde (1,43% van het BBP).

Het feit dat deze afspraken door zoveel mogelijk politieke partijen gesteund dienen te worden, zal ertoe moeten leiden dat de vastgestelde stijging van het defensiebudget, ook bij een andere samenstelling van de coalitie, gestaafd zal blijven. Een absolute voorwaarde daarbij is dat politici zich dan ook aan die afspraken houden. Want de hoogste morele plicht van iedere politicus is er zorg voor te dragen dat de vrije samenleving en dus de Nederlandse staat zelf overleeft. De individuele vrijheden die wij koesteren kunnen namelijk alleen overleven binnen een statelijk verband dat deze vrijheden garandeert. Vrijheid gaat immer altijd gepaard met verantwoordelijkheid. Hoewel dat besef niet onder alle Nederlanders leeft, is het aan politici om tijdens de formatiebesprekingen aan deze verantwoordelijkheid invulling te geven.

 

Daniël Turk MA, MSc is wetenschappelijk medewerker bij de TeldersStichting en scribent van de in maart door een onafhankelijke werkgroep geschreven publicatie: Geopolitiek en defensie. Pal staan voor vrijheid en veiligheid.
 


[1] Het onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeksbureau ten behoeve van het liberalisme, gelieerd aan de VVD

[2] Zie: ‘Veiligheidsmonitor 2016’, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017.

[3] Frank Notten, ‘De opkomst van nieuwe supermachten. De gedaalde uitgaven aan defensie door Nederland en de NAVO in internationaal perspectief’, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2015, p. 4.

[4] A.T. Mahan, The Influence of Sea Power upon History, New York, 1890, p. 68.

[5] Adam Smith, The Wealth of Nations, New York, 2003 [orig. 1776], p. 583.

[6] Alexis de Tocqueville, Democracy in America, New York, 1994 [orig. 1835; 1840], p. 264.

[7] Halford Mackinder, Democratic Ideals and Reality, New York, 1919, p. 23.

Auteurs

Daniël Turk
Wetenschappelijk medewerker bij de TeldersStichting