Het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid is zo slecht nog niet
Opinie Veiligheid en Defensie

Het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid is zo slecht nog niet

18 Apr 2017 - 14:53
Photo: Defensie
Terug naar archief
Author(s):

Een veelgehoord punt van kritiek op Defensie is dat het de regering ontbreekt aan visie en strategie. Maar dit is helemaal niet zo’n probleem. Het huidige beleid past namelijk heel goed bij de strategische positie waar Nederland zich in bevindt.

Binnen Defensiekringen wordt er met enige regelmaat geklaagd over het gebrek aan visie en strategie op het gebied van Defensie. Zo zou de regering geen helder beeld hebben waar het heen wil met Defensie en hoe het daar moet komen. Voorbeelden hiervan zijn de uitspraak van Prof. dr. Herman Amersfoort in zijn afscheidsrede bij de Nederlandse Defensie Academie, dat Nederland qua strategie “de weg kwijt is”, en Krijn Schramade’s boek De Kaalslag bij Defensie, waarin het ministerie een “stuurloos schip” wordt genoemd.[1] In een recent verschenen Editoriaal riep de Militaire Spectator 2017 uit tot het jaar waarin het gebrek aan visie en strategie op het gebied van Defensie eindelijk zou moeten worden rechtgezet.[2] Of hieraan gehoor zal worden gegeven valt te betwijfelen, maar de macropolitieke noodzaak hiervan ook.

Visie en strategie
Nederland kent inderdaad geen sterke cultuur op het gebied van visie en strategie. Dit leidt herhaaldelijk tot grote problemen op missiespecifiek niveau. Denk bijvoorbeeld aan de verwarring rond de missie in Uruzgan – moest die missie een vechtmissie of wederopbouwmissie zijn? – of aan de grote beperkingen opgelegd aan de politietrainingsmissie in Kunduz, waardoor er vervolgens niet genoeg kandidaten waren om te trainen en de missie voortijdig werd afgerond. Het zou echter een vergissing zijn te denken dat het ook schort aan het algehele Nederlandse internationale veiligheidsbeleid. Dat zit juist goed in elkaar, zoals de volgende uiteenzetting laat zien.

Regeringen die grote veiligheidspolitieke vraagstukken op willen lossen, hebben visie en strategie nodig. Door het opstellen van een duidelijke visie wordt helder waar de regering precies naartoe werkt. Om dit te verwezenlijken is een uitgedokterde strategie essentieel. Zo’n strategie bestaat uit drie delen: een omschrijving van het doel (ends); een uiteenzetting van de wegen die naar dit punt moeten leiden (ways); en een specificatie van de middelen die hiervoor nodig zijn (means).[3] In een goede strategie sluiten deze drie onderdelen naadloos op elkaar aan.

De strategie kan gericht zijn op een specifiek doel, zoals de gunstige beëindiging van een specifiek gewapend conflict, maar het kan ook gaan om een nationaal plan waarin de regering aangeeft hoe het de veiligheid en welvaart van haar ingezetenen tracht te waarborgen. Deze tweede vorm wordt ook wel grand strategy genoemd,[4] en betreft het internationale veiligheidsbeleid waar dit artikel zich op richt.

Status quo
Dat de noodzaak ontbreekt om een visie en strategie te ontwikkelen komt omdat de Nederlandse regering in het geheel niet op zoek is naar grote veranderingen. Nederland behoudt liever de status quo. Er zijn wel problemen in de wereld – terrorisme, migratie en wapenproliferatie bijvoorbeeld – maar alles bij elkaar genomen zijn de kaarten voor Nederland momenteel gunstig geschud. Met de Verenigde Naties is er een voor Nederland relatief goed functionerend internationaal bestel (zeker in vergelijking tot diens voorganger, de Volkerenbond); de wereldzeeën zijn vrij toegankelijk voor Nederlandse handelaren; en de Nederlandse territoriale veiligheid is grotendeels gewaarborgd. Dit is een totaal andere positie dan waarin landen als China, Rusland en Iran zich bevinden. Die streven daarom juist wel regionale en mondiale verandering na.

Ondanks het gebrek aan visie en strategie is het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid dus eigenlijk precies zoals zij zou moeten zijnBron: Defensie

Doordat Nederland de status quo graag wil behouden, dient het anders te werk te gaan dan revisionistische landen. De vraag is niet ‘waar wil ik naartoe en hoe kom ik daar?’, maar ‘hoe voorkom ik negatieve verandering?’ Om dit te bereiken moeten er drie stappen worden doorlopen. Als eerste dient in kaart te worden gebracht waar het precies tevreden over is en wat er behouden dient te worden. Vervolgens moet inzichtelijk worden gemaakt wie of wat daarvoor een bedreiging vormt. En als laatste moet er gekeken worden hoe deze dreigingen het beste kunnen worden tegengegaan.

Huidig beleid
En dat is precies wat de regering de afgelopen jaren heeft gedaan. Het huidige beleid is gebaseerd op de ‘internationale veiligheidsstrategie’ (IVS), een document opgesteld in juni 2013 door het kabinet-Rutte II, getiteld ‘Veilige Wereld, Veilig Nederland’.[5] In november 2014 is hier een update van verschenen in het document met de titel ‘Turbulente Tijden in een Instabiele Omgeving’, maar in essentie is de IVS hetzelfde gebleven.[6]

In de IVS doet de regering drie dingen. Ten eerste identificeert ze drie strategische belangen, te weten: (1) verdediging van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied; (2) een goed functionerende internationale rechtsorde; en (3) economische veiligheid. Deze belangen sluiten goed aan bij de bovengenoemde indicatie wat Nederland koestert aan de status quo. De eerste twee zaken zijn onderdeel van de in de grondwet vastgelegde taken van de krijgsmacht; de derde is een verdedigbare toevoeging, gezien de grote afhankelijkheid van de Nederlandse economie van internationale handel.

Ten tweede brengt het document acht factoren en ontwikkelingen in kaart die Nederland als dreiging ervaart: verschuivende machtsblokken; ontwikkelingen in het multilaterale stelsel; veranderingen in de wereldeconomie; cyberveiligheid; nieuwe wapens; massavernietigingswapens; natuurlijke hulpbronnen; en fragiele staten. Hoewel de exacte formulering van deze dreigingen voor discussie vatbaar is, is de gedachte achter deze analyse correct; elk van deze onderwerpen heeft namelijk de potentie om de Nederlandse veiligheid te bedreigen. Bovendien worden deze keuzes regelmatig aangepast op basis van constateringen in de jaarlijkse Interdepartementale Strategische Monitor, die in samenwerking met Instituut Clingendael en het HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies) nieuwe ontwikkelingen bijhoudt en interpreteert.[7]

De beleidsaccenten zijn echter niet meer dan aandachtspunten gebleven in de internationale arena, wat goed past bij een land dat de status quo wenst te behouden.

Ten derde noemt de regering zes beleidsaccenten waar het verandering zoekt: Europese samenwerking; nabuurschapsbeleid; preventie; ontwapening en wapenbeheersing, samenwerking tussen diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking; en samenwerking met het bedrijfsleven. Die accenten zijn sindsdien, als gevolg van een aantal belangrijke internationale ontwikkelingen de afgelopen jaren (onder andere de Russische invasie van Oekraïne en de opkomst van Islamitische Staat), enigszins verschoven. De beleidsaccenten zijn echter niet meer dan aandachtspunten gebleven in de internationale arena, wat goed past bij een land dat de status quo wenst te behouden.

In de IVS zijn drie bovengenoemde elementen wat ongelukkig geordend; zo worden de Nederlandse belangen bijvoorbeeld pas genoemd na de omgevingsanalyse. Over het algemeen is de IVS echter volledig in lijn met hoe een land dat de status quo wil behouden, het beste te werk kan gaan. Ondanks het gebrek aan visie en strategie is het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid dus eigenlijk precies zoals zij zou moeten zijn.

Problemen
Dit alles betekent niet dat het huidige beleid onberispelijk is. Het Ministerie van Defensie kampt momenteel met ernstige operationele problemen, waardoor bijna de helft van de krijgsmacht momenteel niet inzetbaar is.[8] Dit tast het vermogen van de krijgsmacht aan om geïdentificeerde dreigingen te bestrijden. De toegenomen dreigingen van de afgelopen jaren vergen daarnaast verdere (financiële) investering in de krijgsmacht.

Er is dus werk aan de winkel, en het kabinet heeft het afgelopen jaar dan ook al een kleine stap in die richting gezet.[9] Aan de huidige problemen liggen merendeels praktische zaken ten grondslag; ze zijn niet het gevolg van gebrek aan visie en strategie. De essentie van het huidige Nederlandse internationale veiligheidsbeleid steekt namelijk prima in elkaar.

 

Quint Hoekstra is promovendus aan de Universiteit van Manchester, waar hij onderzoek doet naar het effect van staatssteun op rebellengroepen.



[1] Herman Amersfoort, Nederland, de weg kwijt; Over de teloorgang van de militaire strategie en de noodzaak van geschiedenis, volledige en geannoteerde versie afscheidsrede, Nederlandse Defensie Academie, 10 maart 2016; en Krijn Schramade, De Kaaslag bij Defensie, Amsterdam; Amsterdam University Press. Zie ook Diewertje Kuipers, Nederland speelt stratego op amateurniveau, Follow the Money, 22 oktober 2016.

[2] Editoriaal, 2017: het jaar van strategisch inzicht, Militaire Spectator, 23 januari 2017.

[3] Zie o.a.: Colin Grey, Modern Strategy, Oxford: Oxford University Press, 1999; Hew Strachan, The Direction of War: Contemporary Strategy in Historical Perspective, Cambridge: Cambridge University Press, 2013; en Lawrence Freedman, Strategy: A History, Oxford: Oxford University Press, 2014.

[4] Zie Paul Kennedy (ed.), Grand Strategies in War and Peace, New Haven: Yale University Press, 1992.

[5] Ministerie van Buitenlandse Zaken, Veilige wereld, veilig Nederland - Internationale Veiligheidsstrategie, 21 juni 2013.

[7] Zie Instituut Clingendael, Clingendael Strategic Monitor 2017, februari 2017; en The Hague Centre for Strategic Studies, StratMon 2016-2017: Volatility and Friction in the Age of Disintermediation, 20 februari 2017.

[8] Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, Nato Defence Planning Capability Review 2015/2016; The Netherlands, Draft Overview, 24 maart 2016.

[9] Ministerie van Defensie, Defensie door op de weg omhoog, 20 september 2016.

 

 

Auteurs

Quint Hoekstra
Promovendus aan de Universiteit van Manchester