Dreigt Europa een geopolitiek schiereiland te worden?
Analyse Mondiale Issues

Dreigt Europa een geopolitiek schiereiland te worden?

24 Oct 2018 - 13:06
Photo: © Hanna Sorensson / Flickr
Terug naar archief

Zeventig jaar vrede en veiligheid in Europa, een stabiele trans-Atlantische relatie, vrijhandel en groeiende welvaart, een relatief veilige geopolitieke omgeving sinds 1991. Tot het einde van het vorige decennium leek het alsof deze verworvenheden blijvend waren. Niets is minder waar gebleken. De periode 2011-2018 bracht een geopolitieke herschikking op gang, waarvan de schokken in de komende jaren nog zullen nazinderen. Zijn we onze geopolitieke en geo-economische zekerheden definitief kwijtgeraakt? In zijn nieuwe boek “Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie”, maakt David Criekemans (Universiteit Antwerpen) een stand van zaken op. Een voorbeschouwing.

Europa werd geconfronteerd met meerdere crises. Zal de Europese Unie (EU) in haar huidige samenstelling de geopolitieke herschikking doorstaan? We weten nu al dat dat niet het geval is; het Verenigd Koninkrijk verlaat – bij ongewijzigd beleid –de EU in maart 2019. Met de verkiezing van Donald J. Trump als Amerikaans president en Brexit lijkt continentaal Europa zijn vroegere Anglo-Amerikaanse veiligheidsgarantiemachten kwijt te spelen. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) bestaat nog, maar wordt door Trump mercantilistisch ingevuld in het kader van defensieaankopen. In steeds meer domeinen zal de EU het heft in eigen handen moeten nemen. We staan er voortaan misschien wel alleen voor. In verschillende geopolitieke theaters doen zich grondige geo-economische en geopolitieke wijzigingen voor waarmee Europa rekening dient te houden en een strategie tegenover zal moeten stellen wil het geen lijdend voorwerp worden.

Instabiel Midden-Oosten
In het Midden-Oosten woedde een Arabische Lente die al snel ontaardde in burgeroorlogen, revoluties, spanningen tussen de grootmachten en een regionale strijd tussen Iran en Saoedi-Arabië. De Iraakse en Syrische crises, de implosie van Libië en de oorlog in Jemen tonen hoe instabiel die regio wel geworden is. De westerse politiek wedde in sommige gevallen op de verkeerde paarden en droeg bij aan de instabiliteit die we vandaag in die regio kennen. Ondertussen is de geest uit de fles en nieuwe bedreigingen zoals een potentiële confrontatie met Iran door een coalitie van de VS, Israël en Saoedi-Arabië behoren zeker tot de mogelijke scenario’s, al moet dit absoluut vermeden worden. Europa moet vermijden een “kamp” te kiezen, al zal dat niet eenvoudig worden. De opbodpolitiek in het Midden-Oosten en de voortdurend schuivende geopolitieke verhoudingen creëren een instabiele omgeving die zowel de veiligheid als het business model van de Europese landen ondermijnt. De uitvoer van Europese wapens en de grotendeels mislukte westerse pogingen tot herstabilisering van de regio via louter militaire macht na de Arabische Lente, leggen sommige van die dilemma’s pijnlijk bloot.

IS mag dan wel verslagen zijn in Irak en Syrië, de strijd tegen het terrorisme mondialiseert nog verder

De strijd tegen het terrorisme kwam de afgelopen periode steeds dichter bij huis. In 2015 meerdere malen in Parijs en op 22 maart 2016 in Brussel. Was dit het “10 mei 1940” van onze generatie? België beleefde die dag een surrealistisch nationaal trauma. Een keerpunt in de veiligheidspolitiek van dit land? Voordien was dat thema altijd al een zwak broertje. Vandaag lijken de tussenschotten tussen “interne” en “externe” veiligheid verdwenen met de radicalisering van jongeren in Molenbeek en de link met de opkomst van IS/Daesh. We zoeken nog steeds daar de juiste aanpak. IS mag dan wel verslagen zijn in Irak en Syrië, de strijd tegen het terrorisme mondialiseert nog verder. Een complexe combinatie van socio-economische factoren en persoonlijke achterstelling of vernedering vormt de oorzaak. Maar onderzoek leert ons dat het moeilijk is om profielen op te stellen. 

Het Midden-Oosten toont aan hoe de tussenschotten tussen ‘interne’ en ‘externe’ veiligheid onderuit werden gehaald. Europa zal zijn binnenlandse en buitenlandse veiligheidsstrategie beter op elkaar moeten afstemmen.  

Een jongen in Brussel vlak na de aanslag op Zaventem in maart 2016 © Ronan Shenhav / Flickr
Een jongen in Brussel vlak na de aanslag op Zaventem in maart 2016. © Ronan Shenhav / Flickr

Assertief Rusland
Rusland wordt sinds 2011 steeds assertiever, een proces dat al is ingezet sinds 2007. Er bestaat een fundamenteel wantrouwen tussen het Westen en Rusland, als gevolg van uitlopers van de Koude Oorlog. De NAVO moest koste wat het kost uitgebreid worden. In de lezing van het Kremlin, maakte het Westen gebruik van de strategische zwakte van Moskou in de jaren negentig om de traditionele veilige bufferzone van Rusland uit te hollen. Poetin had niet veel opties meer over. Het destabiliseren van Georgië in 2008 en Oekraïne in 2014 was nog de enige overblijvende manier om te verhinderen dat ook deze landen NAVO-lid zouden worden. De Russische Federatie is bevangen door een claustrofobisch gevoel van omsingeling. Dat mag in onze ogen dan wel onterecht zijn, en kan de Russische acties rond hybride oorlogsvoering niet goedpraten, maar toch moeten we het meenemen in onze analyse. Het Westers buitenlands beleid heeft soms te weinig empathie, doet verder aan opbodpolitiek en verzaakt de facto te veel om de oorzaken van dit ontstane wantrouwen weg te nemen. Als deze route verder gevolgd wordt zal het alleen maar erger worden en dreigen er grotere “ongelukken” van te komen.

Ontwakende Chinese reus
In Azië ontwaakt de Chinese reus. Het is een geo-economische gigant die zijn gestage, zij het lagere economische groei nu ook omzet in geopolitieke en geostrategische macht. Beijing vormt een mogelijkheid maar ook een bedreiging voor Europa. Een mogelijkheid voor verdere stappen in de versnelde implementatie van meer duurzame technologieën, maar tegelijkertijd ook een actor die het niet zo nauw neemt met intellectueel eigendom. Tegelijkertijd wordt wat er nog overblijft van de westerse macht in Azië verder geërodeerd door Beijing. Het Noord-Koreaanse vraagstuk lijkt daar een mooi voorbeeld van.

Ook de VS worstelt met deze nieuwe geopolitieke omgeving. Enerzijds heeft hij China nodig voor stabiliteit in de regio en economische groei, anderzijds zijn beide actoren duidelijke concurrenten van elkaar. Rond 2030 kan Beijing echt een mondiale speler worden en Washington naar de kroon beginnen te steken, op voorwaarde dat de economische groei aanhoudt en de interne stabiliteit gegarandeerd blijft. De nieuwe “leider voor het leven” Xi Jinping trekt daarom intern de teugels verder aan en verenigt het land onder een nationalistische politiek. China koopt ook vrienden met het nieuwe “One Belt, One Road” project over land en zee. De “Chinees”-Griekse havenstad Piraeus wordt weldra dankzij Chinese spoorlijninvesteringen verbonden met Belgrado en Budapest. Europa wordt geconfronteerd met een situatie waarbij meerdere grootmachten op Europees territorium eigen activiteiten beginnen te ontwikkelen. Landen als Hongarije voeren al langer een eigen geopolitieke balansstrategie tegen Brussel, door zelf ook met Beijing en Moskou te flirten. Het roept vragen op omtrent de samenhang van de Europese integratie. Is een nieuw schisma in de maak?   

Verwaterde alliantie VS
Voor Europa vormt de verwatering van de alliantie met de Verenigde Staten van Amerika in de afgelopen periode een duidelijk keerpunt. We treden misschien wel een nieuw tijdperk binnen. Washington was al langer bezig met een geleidelijke terugtrekking uit Europa. Obama had meer interesse in een zogenaamde ‘Pivot to Asia’, maar moest omwille van de gebeurtenissen in Oekraïne toch weer noodgedwongen aandacht besteden aan de NAVO. Trump laat de Noord-Atlantische veiligheidsgarantie steeds holler klinken. Het koppelen van defensieaankopen in de VS met die veiligheidsparaplu is een brug te ver. De NAVO vormt niet altijd een onderdeel van de oplossing van de veiligheidsvraagstukken in Europa, maar is soms ook zelf onderdeel van het probleem. We vergeten dat de veiligheidsgarantie (artikel V) die verkondigd was in het Verdrag van Brussel uit 1948, en die heden verankerd zit in artikel 42 van het Lissabon Verdrag, veel sterker is dan die van de NAVO. Anders dan bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie gaat het wel om een automatische militaire bijstandsclausule. Het is dan ook geen toeval dat Frankrijk in 2015 ten tijde van de aanslagen van IS de EU-veiligheidsgarantie activeerde, en niet artikel 5 van het Verdrag van Washington (1949).

NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg en President Trump in mei 2018 © NATO / Flickr
NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg en president Trump in mei 2018. © NATO / Flickr

De toekomst van onze defensie zal wellicht steeds meer Europees worden. Dat impliceert ook de uitbouw van een eigen Europese defensie-industrie in strategische domeinen, die ook commerciële spin-offs met zich mee kunnen brengen (zoals bijvoorbeeld luchtvaart, cyber of artificiële intelligentie). In plaats van die Europese middelen weg te laten lekken richting Washington worden ze beter aangewend om de eigen capaciteiten verder uit te bouwen. Dat zal nodig zijn, gezien de steeds complexere externe geopolitieke omgeving waarmee Europa geconfronteerd zal worden.

In de nieuwe geopolitiek-multipolaire wereld moet Brussel een balanspolitiek met alle ‘polen’ voeren

De Unie heeft tevens een meer geïntegreerd buitenlands beleid nodig. Het buitenlands politieke lot van de lidstaten is immers intrinsiek aan elkaar gekoppeld. Helaas beseffen niet alle Europese lidstaten dit. De uitbouw van een Europese strategische cultuur zal wellicht nog een generatie in beslag nemen.

Een wereld in volle geopolitieke transitie
De internationale betrekkingen bevinden zich vandaag zogezegd in een fase van grondige herschikking. Nieuwe machten komen op, de gevestigde machtscentra vechten om hun ‘plaats onder de zon’ te behouden. Daar waar in de eerste 25 jaar na het einde van de Koude Oorlog de machtsverhoudingen min of meer voorspelbaar waren en de ‘globalisering’ volop woedde, lijken we nu in een andere fase te zijn aanbeland. Invloedssferen schuiven en de macht van sommige actoren wordt getest, met grote instabiliteit en oorlogen tot gevolg.

Er breekt voor Europa een nieuwe periode aan met de Europese crises, de oorlogen in het Midden-Oosten, terrorisme en zijn grondoorzaken, de relatie met Rusland, de race tussen China en de VS en de crisis in de trans-Atlantische relatie. Brussel kan het zich in zijn buitenlands beleid niet langer veroorloven om zich alleen op de VS te richten. In de nieuwe geopolitiek-multipolaire wereld moet Brussel een balanspolitiek met alle ‘polen’ voeren: Washington, Moskou, Beijing, Tokio, Londen, enzovoort.

Oude demonen
Een gebrek aan een dergelijke balans kan ernstige gevolgen hebben. Mijn recentelijk verschenen boek “Geopolitieke Kanttekeningen 2011-2018, en daarna” ontstond indirect uit een gevoel van onrust en vrees. Dat we ons moment in dit tijdsgewricht van de geschiedenis niet zouden grijpen. Dat we de hoofd- van de bijzaken moeilijk van elkaar kunnen onderscheiden. Dat anderen op termijn de contouren van een alternatieve mondiale orde zouden uittekenen, één die minder in lijn ligt met onze essentiële kernwaarden en fundamentele belangen. Dat we, nog erger, uit elkaar zouden worden gespeeld en de oude demonen die Europa eeuwenlang hebben achtervolgd, zouden terugkeren. Dat de laatste 70 tot 75 jaar achteraf een aberratie zouden blijken in de Europese geschiedenis. Om dat te voorkomen moet er een breder maatschappelijk debat ontstaan over onze plaats in de wereld.

 

Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitieVan de auteur verscheen onlangs het boek Geopolitieke kanttekeningen 2011 - 2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie, uitgegeven bij Gompel&SVacina, ISBN 978 94 6371 076 3, 305 blz. 35 euro.  

Auteurs

David Criekemans
Docent aan de Universiteit Antwerpen