Artikelen Europese Zaken

Een illusie armer: einde van de Catalaanse afscheiding

17 Oct 2017 - 11:49
Photo: Sasha Popovic / Flickr
Terug naar archief

Om maar direct met de deur in huis te vallen: het onafhankelijkheidsstreven van een minderheid van de Catalaanse bevolking is een halt toe geroepen en van afscheiding zal voorlopig geen sprake zijn. Daar heeft het even, en met name rond het referendum van 1 oktober jl., niet naar uitgezien. Beeldvorming en de manipulatie daarvan kregen kortstondig de overhand, maar nog geen week later waren de rollen al omgedraaid en kregen juridische, internationaal politieke en economische argumenten de overhand. Wat zijn de verklaringen voor deze dramatische omkering?

De aanloop naar het referendum op de eerste zondag van oktober nam zijn aanvang in regionale en nationale verkiezingen twee jaar geleden. Het begon in september 2015, met de regionale verkiezingen voor het Catalaanse parlement. De uitslag liet zien dat een meerderheid van de bevolking op partijen had gestemd die tegen onafhankelijkheid waren.

Als gevolg echter van het Spaanse districtenstelsel kregen de partijen die wel afscheiding nastreefden een meerderheid in het parlement.1 Deze laatste groep van partijen vormde een bonte coalitie van rechtse en uiterst linkse partijen en bewegingen die feitelijk slechts één doelstelling gemeen hadden: het organiseren van een referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië.

Overigens kon deze regeringscoalitie pas tot stand komen nadat de politiek leider van de grootste groepering Junts pel Sí, Artur Mas, wegens vermeende betrokkenheid bij corruptieschandalen was vervangen door de nu alom bekende en in brede kring verguisde Carles Puigdemont. De kleinere regeringspartij, de CUP, werd en wordt in de Spaanse pers consequent als antisysteempartij aangeduid, hetgeen een zeker licht laat schijnen op de ideologische uitgangspunten van deze beweging.

Het heeft er alle schijn van dat de fragiele coalitie op de been is gebleven in de hoop gebruik te kunnen maken van een historische opportuniteit. In Madrid verloor de Partido Popular (PP) namelijk in december 2015 zijn meerderheid in de Spaanse Cortes. Pas na lange en moeizame onderhandelingen kwam een minderheidsregering onder leiding van Mariano Rajoy tot stand met voor Spaanse begrippen unieke gedoogsteun van de sociaaldemocratische PSOE en de centrumrechtse Ciudadanos (C’s). De politiek kwetsbare Rajoy, zo werd in de Catalaanse deelregering – de Generalitat – gespeculeerd, zou toegeeflijker worden naarmate de dreiging van een afscheidingsreferendum zou aanzwellen. Uiteindelijk zou hij moeten ingaan op de Catalaanse eis voor meer autonomie. Meer autonomie zou bovendien de meer radicale elementen in de gelegenheidscoalitie kunnen pacificeren, althans voorlopig.

Een gevaarlijke strategie zo bleek alras want nadat het referendum werd afgekondigd, weigerde Rajoy de door hem eerder als mogelijkheid geopperde dialoog aan te gaan. De alom als halsstarrig en tamelijk rigide gekwalificeerde politicus stak zijn hakken in het zand. En zo ontstond een patstelling tussen twee kampen die beide in hun eigen retoriek gevangen zaten. Rajoy beriep zich op de Spaanse grondwet en het illegale karakter van het referendum en Puigdemont speelde het spel van de democratische weg naar nationale zelfbeschikking. In deze context werd op 1 oktober het ‘illegale’ referendum gehouden.

De teloorgang van ‘het proces’
De rest is geschiedenis, is men in dit soort situaties geneigd te schrijven. Niets is echter minder waar. De regering-Rajoy stuurde nationale politie-eenheden en leden van de guardia civil naar Catalonië om te voorkomen dat het – inmiddels door het Spaanse Constitutionele Hof onwettig verklaarde – referendum zou plaatsvinden. Dit leidde tot confrontaties met stemlustige Catalanen. Van tevoren had de Nederlandse leider van het ad hoc samengestelde waarnemingsteam, de oud-diplomaat Daan Everts, gesteld dat als er één kogel zou worden afgevuurd door de politie de zaak drastisch uit de hand zou kunnen lopen.

vrouw met roos
Alom werd schande gesproken van het feit dat onschuldige mensen die niets anders beoogden dan hun democratische grondrecht te verzilveren, door politieagenten werden neergeknuppeld. Bron: Sasha Popovic / Flickr 

Welnu, er werden geen schoten gelost anders dan met rubber kogels, maar er werden wel klappen uitgedeeld. En dit kreeg in de loop van de zondag en de dagen daarna maximale aandacht in de sociale media en in de meer serieuze internationale berichtgeving. Alom werd schande gesproken van het feit dat onschuldige mensen die niets anders beoogden dan hun democratische grondrecht te verzilveren, door politieagenten werden neergeknuppeld. Verwijzingen naar het Franco-regime waren niet van de lucht en in de loop van de dag nam het aantal ziekenhuisopnames het iconische getal van 900 aan.

Een en ander werd propagandistisch maximaal uitgebuit door Puigdemont en zijn onafhankelijkheidsstrijders. Elke schram of blauwe plek kreeg de proporties van onherstelbaar lichamelijk letsel en de berichtgeving hierover verspreidde zich over de wereld. Ook in Nederland liet men zich niet onbetuigd. Correspondenten en commentatoren spraken hun verontwaardiging uit en nog afgelopen week werd in het debat met de minister-president over de aanstaande bijeenkomst van de Europese Raad gewag gemaakt van het ‘gewelddadig optreden van de Spaanse politie’. In werkelijkheid viel het aantal ernstige gevallen op de vingers van één hand te tellen.

In de loop van de week na het referendum begon de stemming langzaam te kenteren. Op de zondag van 8 oktober vond een massale demonstratie tegen onafhankelijkheid plaats, de eerste manifestatie van onvrede tegen ‘het proces’. Volgens de organisatoren waren maar liefst 900.000 tegenstanders komen opdraven, een getal even iconisch en overdreven als de 900 gewonden van de independentistas.

Beeldvorming heeft een belangrijke rol gespeeld op en naar aanleiding van beide zondagen. In het geval van de tweede zondag werd zelfs de Peruaanse Nobelprijswinnaar voor de literatuur, Mario Vargas Llosa, van stal gehaald. Het resultaat mocht er zijn. Plotsklaps hadden de tegenstanders van onafhankelijkheid de wind in de zeilen. Dit kreeg in de loop van de afgelopen week een verdere materiële basis.

De mislukte golpe a la democracia
De deels valse romantiek van het afscheiden kreeg de afgelopen week op meervoudige wijze het deksel op de neus. In de eerste plaats werd steeds duidelijker dat het Catalaanse bedrijfsleven zich niet alleen zorgen maakte over de politieke gebeurtenissen, maar daar ook al hun consequenties uit had getrokken. Steeds meer banken en (industriële) ondernemingen kondigden hun vertrek uit Catalonië aan. Internationale kredietverschaffers aan Catalaanse bedrijven spraken zich uit over de risico’s verbonden aan de onzekere politieke situatie.

En steeds meer rapporten verschenen over de mogelijke economische consequenties van een Catalaanse afscheiding voor groei en werkgelegenheid van de regionale economie. Volgens het doorgaans betrouwbare Spaanse dagblad El Pais zouden al meer dan 40 van de grootste bedrijven een verplaatsing van hun hoofdkantoor hebben aangekondigd en daaraan hebben toegevoegd dat een en ander definitief is.

Wat men ook van deze ontwikkeling moge vinden – men kan zeggen dat het pure retoriek betreft, dat de soep niet zo heet gegeten zal worden, dat deze bedrijven hun dreigementen wel wat eerder kenbaar hadden kunnen maken – feit is dat het menigeen binnen het kamp van de onafhankelijkheidsstrijders niet onberoerd heeft gelaten.

In de tweede plaats hebben de independentistas ingezet op de sympathie en steun van de internationale publieke opinie en op de bereidheid van (met name) de Europese Unie om te bemiddelen in het conflict met de nationale regering. Dit is achteraf een groteske misrekening gebleken. De publieke opinie richtte zich alras op andere zaken en de relevante Europese instellingen en Europese regeringsleiders schaarden zich massaal achter de Spaanse grondwet en daarmee de facto achter premier Rajoy. Nog op 6 oktober jl. verklaarde Commissievoorzitter Juncker dat hij geen behoefte had aan 98 lidstaten en dat hij zich volledig achter de Spaanse grondwet schaardde.

Afscheiding is geen issue meer, anders dan in de hete hoofden van radicale separatisten

Meer in het algemeen vestigen de (internationale) media nu wel de aandacht op de keerzijde van een eventuele onafhankelijkheid. De afscheidingsbeweging wordt in ieder geval binnen Spanje en ook onder grote delen van de Catalaanse bevolking als golpe a la democracia beschouwd, oftewel een greep tegen de democratie.2

In de derde plaats heeft de sluimerende onenigheid binnen het kamp van de onafhankelijkheidsstrijders zich de afgelopen week virulent gemanifesteerd. Puigdemont hield op dinsdagavond 10 oktober een toespraak waarin hij enerzijds de Catalaanse onafhankelijkheid verklaarde en anderzijds stelde de consequenties van deze verklaring te willen uitstellen. In de tussentijd zouden onderhandelingen met Madrid moeten worden gevoerd teneinde tot een vreedzame oplossing te komen. Deze volstrekt onduidelijke en verwarring zaaiende verklaring was tegen het zere been van coalitiegenoot CUP. Deze eiste op hoge poten een veel eenduidiger verklaring van de premier.

Tegelijkertijd voltrok zich op nationaal niveau een tegenovergestelde beweging. De drie belangrijkste partijen in het Spaanse parlement – PP, PSOE en C’s – bundelden de krachten en bereikte een akkoord over de te volgen procedure. Dit houdt in dat een meerderheid in de Cortes zich akkoord verklaart met het inwerking stellen van artikel 155 van de Spaanse grondwet. Tenzij Puigdemont eenduidig verklaart dat de Catalaanse deelregering geen onafhankelijkheid nastreeft, zal de Spaanse nationale regering via artikel 155 de macht overnemen van de deelregering en daarmee de regionale autonomie tijdelijk buiten werking stellen.

Hoe nu verder?
Op het moment van afronden van dit artikel (zondag 15 oktober) was nog onduidelijk hoe de deelregering bij monde van Puigdemont zou reageren op een soort van ultimatum van de nationale regering. Uiteindelijk doet deze reactie (of wellicht het achterwege blijven daarvan) niets af aan de volgende conclusie: afscheiding is geen issue meer, anders dan in de hete hoofden van radicale separatisten. Wat dan wel?

Zoals gezegd zal artikel 155 van de Spaanse grondwet worden ingeroepen. Aangekondigd is dat het buiten werking stellen van de Catalaanse autonomie op prudente wijze zal geschieden, d.w.z. zonder excessief machtsvertoon. We moeten afwachten wat hiervan bewaarheid wordt of kan worden (dit is deels natuurlijk afhankelijk van de reacties in Catalonië). In ieder geval zal artikel 155 betekenen dat nieuwe verkiezingen zullen worden uitgeschreven voor Catalonië. De Catalaanse burgers kunnen zich dan uitspreken door op pro- of anti-afscheidingspartijen te stemmen. De verwachting (en hoop) is dat een meerderheid zich zal uitspreken tegen onafhankelijkheid.

Blonde jongen met vlag
'Jonge stoottroepers van het Catalaanse nationalisme zullen na een paar dagen terugkeren in de schoot van hun moeders'. Bron: Sasha Popovic / Flickr 

Het eerder gememoreerde nationale akkoord tussen PP en PSOE (en C’s) behelst echter ook een tweede element: de hervorming van de Spaanse grondwet. Hier doen zich twee problemen voor. Een eventuele grondwetswijziging gaat over veel meer dan de autonomie van Catalonië. De grondwet stamt uit 1978, d.w.z. vlak na de democratische transitie, en is derhalve enigszins gedateerd. Zo heeft het koningspaar van Spanje momenteel twee dochters. Als daar binnenkort onverhoopt een broertje bij komt, dan is hij de wettige troonopvolger.

Activering van artikel 155 van de Spaanse grondwet zal in Catalonië een tijdelijke geweldsspiraal veroorzaken

Dit deel van de Spaanse grondwet is niet meer van deze gender-neutrale tijd en daar zijn ook de meeste Spanjaarden het over eens. Een dergelijke hervorming (met bijvoorbeeld – en voor sommigen belangrijker – een andere rol voor het senaat of een ander kiesstelsel) gaat lange tijd duren en moet liefst met een zo groot mogelijke consensus worden geaccordeerd. Aangezien een andere autonomie-status van Catalonië slechts een onderdeel van dit proces is, zou een aparte, al dan niet provisorische, regeling tussen Madrid en Barcelona vastgelegd moeten worden.

En hier doet zich het tweede probleem voor: hoe moet dit streven naar meer autonomie precies vorm krijgen en hoe zullen andere regio’s reageren op een nog meer geprivilegieerde positie van Catalonië binnen het multinationale Spanje?

Hoe het ook zij, het valt te vrezen dat activering van artikel 155 een tijdelijke geweldsspiraal zal veroorzaken. De voornamelijk jongere aanhangers van een onafhankelijk Catalonië zullen zich bedrogen voelen door Madrid, maar ook door de Generalitat in de persoon van Puigdemont. Zij zullen de straat opgaan om hun eisen desnoods met geweld af te dwingen. Deze middenklasse-kinderen zullen zich beroepen op de steun van de ‘arbeiders’ in hun patriottisch-socialistische retoriek, zonder waarschijnlijk te beseffen dat deze ‘arbeiders’ als eerste de negatieve gevolgen van onafhankelijkheid zullen ondervinden. Deze jonge stoottroepers van het Catalaanse nationalisme zullen na een paar dagen terugkeren in de schoot van hun moeders, voor een voedzame maaltijd en een warme douche. Om vervolgens de draad van hun studie weer op te pakken. Het is om meerdere reden te tragisch voor woorden. Maar zoveel is duidelijk: het doel van een onafhankelijke Catalaanse staat is momenteel verder weg dan ooit.

Auteurs

Otto Holman
Universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam