Voorbij de onafhankelijkheid: politieke impasse in Catalonië
Opinie Europese Zaken

Voorbij de onafhankelijkheid: politieke impasse in Catalonië

07 Oct 2015 - 13:17
Photo: Flickr - Jan
Terug naar archief

Een student uit mijn mastercursus presenteerde zich tijdens de eerste bijeenkomst als Albert uit Catalonië. Aangezien hij lid is van een internationaal samengestelde groep studenten die Engelstalig onderwijs volgt aan de Universiteit van Amsterdam, bestond bij mij het vermoeden dat hij zijn voornaam voor de gelegenheid ‘verbritst’ had. Toen ik hem een aantal sessies later per abuis Alberto noemde, reageerde hij als door een wesp gestoken. Zijn voornaam was Catalaans, zo stelde hij categorisch. Ook anderszins ontpopte hij zich als een Catalaanse nationalist en separatist.

Als we de opiniepeilingen van het Catalaanse Centre d’Estudis d’Opinió moeten geloven, dan is Albert exemplarisch voor zijn leeftijdgenoten. Op de concrete vraag ‘Wilt u dat Catalonië een onafhankelijke staat wordt?’ antwoordde 56% van de ondervraagden in de leeftijdscategorie tussen 18 en 24 (waar Albert toe behoort) met ‘ja’. De categorie van 65-plussers beantwoordde de vraag in meerderheid (59,6%) met ‘neen’. Een minderheid van 42,9% van alle ondervraagden was voor onafhankelijkheid.

Het resultaat: niet eenduidig vóór onafhankelijkheid
Ook als we rekening houden met schommelingen, onzuiverheden en verschillen tussen en binnen dit soort opiniepeilingen, dan komt toch een beeld naar voren dat in de recente regionale parlementsverkiezingen van 27 september jl. werd bevestigd: een meerderheid van de Catalaanse kiezers stemde op partijen die in meer of mindere mate tegen een onafhankelijke Catalaanse staat zijn. Desalniettemin hebben de partijen die zich eenduidig vóór onafhankelijkheid hebben uitgesproken een meerderheid in het nieuwe Catalaanse parlement verworven.

Dit heeft te maken met het districtenstelsel in Catalonië dat een disproportioneel karakter draagt. Dichter bevolkte districten hebben een relatief kleiner deel van de zetels in het parlement. Zo stemde in de dichtbevolkte stad en regio van Barcelona ‘slechts’ 44,4 procent van de kiezers op de zogenaamde Independentistas die nochtans een meerderheid in het nieuwe parlement wisten te bemachtigen. Deze 'onafhankelijken' bestaan uit de conservatieve gelegenheidscoalitie Junts pel Sí en het links-radicale Candidatura d’Unitat Popular (CUP). Tezamen hebben zij 72 van de 135 zetels in het nieuwe regionale parlement.

Voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid wijzen respectievelijk op de meerderheid in het parlement en op de meerderheid van de stemmen. De voorstanders hadden voorafgaande aan de verkiezingen aangekondigd dat zij bij een parlementaire meerderheid binnen achttien maanden een plan zouden uitwerken om Catalonië los te maken van Spanje. De tegenstanders lieten onmiddellijk na de verkiezingen weten dat hiertoe de juridische basis, alsmede de ondubbelzinnige steun van een meerderheid van de Catalanen, ontbreken. Dreigende taal uit Madrid bleef voorlopig uit; premier Mariano Rajoy verklaarde zich zelfs bereid met de Independentistas in gesprek te gaan.

Onoverbrugbare partijpolitieke verschillen binnen de Independentistas
Een week na de verkiezingen zijn de eerste tekenen van een impasse al duidelijk zichtbaar. De verschillende interpretaties van de verkiezingsuitslag blijven herhaald worden, maar belangrijker is dat ook de eenheid binnen het kamp van de onafhankelijkheidsstrijders ver te zoeken is. Zoals ook wel te verwachten viel, blijken de partijpolitieke verschillen tussen Junts pel Sí en CUP erg groot en waarschijnlijk onoverbrugbaar.

Aan de ene kant dringt de vergelijking zich op met de recente Griekse verkiezingen, als gevolg waarvan de ooit als extreem-links aangeduide Syriza-partij nu voor de tweede keer een coalitie is aangegaan met de rechts-nationalistische Onafhankelijke Grieken. Alles lijkt in die zin denkbaar. Aan de andere kant gaat de vergelijking mank, omdat de gemeenschappelijke externe vijand in het geval van de strevers naar Catalaanse onafhankelijkheid – de regering in Madrid en, in meer abstracte zin, de Spaanse grondwet – van een geheel andere orde van grootte is en in ieder geval veel meer ruimte laat voor autonome actie.

 

De vorming van een regionale onafhankelijkheidsregering zal niet zonder slag of stoot tot stand komen

 

Dit heeft tot gevolg dat de politiek-ideologische kloof tussen beide partijen niet eenvoudig zal kunnen worden overbrugd onder het mom van een nationaal noodplan. Zo heeft CUP als eis gesteld dat de leider van Junts pel Sí, Artur Mas, niet opnieuw de president van de Catalaanse regering, de Generalitat, kan worden. Dit heeft enerzijds te maken met een reeks corruptieschandalen die onder zijn verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden en anderzijds met het gevoerde sociaal-economische beleid van de afgelopen jaren. Mas heeft vrijwel even voortvarend als de centrale regering in Madrid een bezuinigingsbeleid gevoerd, hetgeen ook in Catalonië betekende dat de overheidsfinanciën prioriteit kregen boven de torenhoge werkloosheid.

CUP eist een ander sociaal-economisch beleid, maar is ook voorstander van uittreding uit de Europese Unie en de NAVO, terwijl Junts pel Sí juist pro-Europees is en het Atlantisch bondgenootschap ziet als alternatief voor de afwezigheid van een Catalaans leger. Kort en goed, de vorming van een regionale onafhankelijkheidsregering zal niet zonder slag of stoot tot stand komen.

 

 

Er zijn echter ook andere factoren die maken dat Artur Mas naar verwachting geen ramkoers zal gaan volgen. In de eerste plaats worden er later dit jaar, in december, nieuwe nationale parlementsverkiezingen gehouden in Spanje. Zoals het er nu naar uitziet, zullen deze verkiezingen een beduidend andere samenstelling van de Cortes te zien geven en zal Spanje voor het eerst sinds lange tijd een coalitieregering krijgen. Deze zal wellicht meer openstaan voor Catalaanse gevoeligheden.

Een veel gehoorde klacht in Catalonië is dat deze relatief rijke regio onevenredig veel bijdraagt aan de ondersteuning van armere regio’s. Een grotere autonomie ten aanzien van de besteding van regionale belastinggelden zou een compromis kunnen zijn dat veel Catalanen milder zal stemmen ten aanzien van daadwerkelijke afscheiding.

Spanje’s economisch herstel en Catalaans onafhankelijkheidsstreven
Daar komt, ten tweede, bij dat de onafhankelijkheidsbeweging wel eens zijn hoogtepunt gehad zou kunnen hebben. Er is een duidelijk verband tussen de economische crisis die Spanje én Catalonië sinds 2007 relatief hard heeft getroffen en de opmerkelijke stijging van het percentage Catalanen dat voorstander is van onafhankelijkheid. In het bijzonder de spectaculaire stijging van de jeugdwerkloosheid lijkt een belangrijke oorzaak te zijn voor deze radicalisering met name onder jongeren, zoals eerder vermeld.

Welnu, Spanje lijkt de weg van het economisch herstel te hebben ingeslagen en naar verwachting zal deze zich doorzetten in 2016. Als deze kentering zich inderdaad vertaalt in een afname van het onafhankelijkheidsstreven onder de Catalaanse bevolking, dan zal een nieuwe regioregering eerder bereid zijn de weg van grotere autonomie – in plaats van onafhankelijkheid – te kiezen.

Dit is het korte-termijnbeeld dat opdoemt na een nuchtere analyse van de huidige impasse. Volgens sommige commentatoren in Spanje en daarbuiten ligt het echte gevaar echter op de loer over tien tot twintig jaar. Gewezen wordt dan op het Catalaanse onderwijssysteem dat de afgelopen jaren steeds sterker de eigen identiteit accentueert, onder andere via de prioritering van de Catalaanse taal ten opzichte van het Spaans en een specifieke herschrijving van de regionale geschiedenis.

Hoe anders was het voor de oudere generaties die hun onderwijs nog hebben genoten onder het nationalistische (en centralistische) Franco-regime, zo luidt deze analyse. Tot de dood van Franco in 1975 was er geen enkele ruimte voor regionale eigenheid en nu dit wel het geval is, zal dit zijn uitwerking niet missen. Het is een kwestie van tijd, of anders gezegd van demografie, maar dan zullen steeds meer jongeren, en ook ouderen, hun loyaliteit voornamelijk verbinden aan de regio.

Een dergelijke analyse zit echter gevangen in hetzelfde lineaire denken als veel van het Catalaanse nationalisme. Veel zal afhangen van de vraag of en in welke richting de Spaanse (en dus Catalaanse!) economie zich verder herstelt, maar ook van de wijze waarop de Europese Unie zich herstelt van de recente crises.

Integratie boven separatie
Ik heb de illusie dat jonge mensen zoals Albert na een jaar Europese Politiek studeren aan de Universiteit van Amsterdam, de voordelen van integratie boven separatie beter zullen begrijpen. Een heropleving van Europese integratie zal ook in het traditioneel pro-Europese Spanje, en Catalonië, haar weerslag hebben. Al zou het alleen maar zijn omdat een daadwerkelijke onafhankelijkheid van Catalonië de toekomst van deze nieuwe staat in een verenigd Europa hoogst onzeker zou maken.

Otto Holman is universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam en gasthoogleraar aan het Institut d’études politiques, historiques et internationales van de Universiteit van Lausanne

Auteurs

Otto Holman
Universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam