De vooravond van de Spaanse parlementsverkiezingen
Analyse

De vooravond van de Spaanse parlementsverkiezingen

15 Dec 2015 - 14:14
Photo: Flickr.com - Contando Estrelas
Terug naar archief
Exact veertig jaar en een maand na de dood van generaal Francisco Franco worden er op 20 december nieuwe verkiezingen gehouden voor het Spaanse parlement. Wie zijn de spelers, en wat staat er op het spel?
 
Alhoewel de opiniepeilingen ook in Spanje niet altijd even betrouwbaar zijn en bovendien een kleine dertig procent van de Spaanse kiezers nog geen besluit heeft genomen op welke partij te stemmen, lijken twee zaken toch vast te staan: de regeringspartij Partido Popular (PP) verliest haar absolute meerderheid en de twee politieke partijen die vanaf de jaren tachtig de Spaanse politiek op toerbeurt hebben gedomineerd – PP en de Spaanse socialistische arbeiderspartij PSOE – zullen hun positie moeten delen met twee nieuwe sterren aan het Spaanse politieke firmament.
 
Nieuwe politieke aspiranten: Ciudadanos en Podemos
De ene is Albert Rivera, de 36-jarige Catalaanse lijsttrekker van Ciudadanos. De schrijver dezes bevond zich vorige week woensdag als neutrale toeschouwer onder een schare van ongeveer duizend aanhangers op een plein in het hart van toeristisch Granada. De naam van dit plein, Plaza Nueva, staat symbool voor de nieuwe politiek die Rivera zegt voor te staan. In zijn toespraak benadrukte hij dat het decadente tweepartijenstelsel – het zogenaamde bipartidismo – van de afgelopen 25 jaar zijn langste tijd gehad heeft. PP en PSOE zijn verantwoordelijk voor de deplorabele staat van het land, voor de economische neergang en de torenhoge werkloosheid, en voor de corruptie en vriendjespolitiek waarmee het stelsel is doordrenkt. Een nieuwe politieke formatie in het centrum van de Spaanse politiek is nodig die geen vuile handen heeft en een gemeenschappelijk project voor alle Spanjaarden – alle Ciudadanos (burgers) – kan voortstuwen. Aldus Rivera, die in de Nederlandse context nog het meest lijkt op een jongere versie van Alexander Pechtold. Ciudadanos, of afgekort C’s, wordt vaak verweten dat het vlees noch vis is en een opportunistische mengelmoes van ‘linkse’ en ‘rechtse’  programmapunten in de aanbieding heeft die bovendien op weinig consistente wijze wordt gepresenteerd.
 
Albert Rivera, de leider van Ciudadanos. (Bron: Wikimedia Commons - Carlos Delgado)
 
De tweede nieuwkomer in de Spaanse politiek is Pablo Iglesias, leider van de politieke partij Podemos (nog het beste te vertalen met wat ooit de verkiezingsslogan van Barack Obama was: “(yes) we can”). Deze in maart 2014 opgerichte partij komt voort uit de 15-mei beweging in Spanje, ook wel aangeduid als de indignados  (de verontwaardigden). Podemos richt zijn pijlen voornamelijk op het door de vorige PSOE-regering in gang gezette en door de huidige PP-regering krachtig voortgezette bezuinigingsbeleid. Het is dit anti-austeridad platform dat sommige commentatoren vorige jaar deed spreken van het Syriza-effect in Spanje. En inderdaad, met de toenemende populariteit van Syriza kreeg ook Podemos de wind in de zeilen; in opiniepeilingen van begin dit jaar was de partij zelfs gedurende een korte periode de grootste van Spanje met ruim 28 procent van de stemmen. In de loop van 2015 zakte de partij weer weg naar een vierde positie achter PP, PSOE en C’s. Het is niet geheel uitgesloten dat de disciplinering van de Syriza-regering door ‘de instellingen’ ook zijn weerslag heeft gehad op het vertrouwen onder Spaanse kiezers in een alternatief voor het door ‘Brussel’ opgelegde bezuinigingsbeleid. Het lijkt er niet op dat Podemos nog een kans maakt om aanstaande zondag de grootste partij te worden. Dit lijkt een strijd te worden tussen Ciudadanos en de twee traditionele partijen.
 
De oude kemphanen: PP en PSOE
De regeringspartij PP won de vorige verkiezingen met 44,6 procent  van de stemmen en een comfortabele meerderheid in het parlement. In de meeste peilingen blijft de partij weliswaar de grootste maar verliest zij ongeveer 17 procent en daarmee de absolute meerderheid. De ironie van de verkiezingsretoriek leert dat deze uitkomst zal worden gepresenteerd als een overwinning. Het lijkt er op dat de berichten over een voorzichtig herstel van de economie en een daling van de werkloosheid op tijd zijn gekomen voor Mariano Rajoy, premier en leider van PP. Ook lijkt de regeringspartij minder last te hebben van de opkomst van de twee voornoemde partijen. Het debat speelt zich ter linkerzijde van de PP af en ter rechterzijde heeft de partij (vooralsnog) geen concurrentie te duchten. 
 
Hoe anders is het voor de PSOE. Deze partij moet onder leiding van de onervaren Pedro Sánchez in eerste instantie de strijd aangaan met Podemos, ter linkerzijde, en Ciudadanos, ter rechterzijde. Deze spagaat-rol is duidelijk niet aan hem besteed en het is een teken aan de wand dat de zogenaamde partijbaronnen, zoals oud-premier Felipe González, te elfder ure worden opgeroepen om de lijsttrekker te ondersteunen. Op sociaaleconomisch terrein heeft de PSOE bovendien ter linkerzijde haar geloofwaardigheid verloren omdat het voornoemde bezuinigingsbeleid onder de vorige (PSOE-) regering is ingezet. Ondanks het feit dat de twee nieuwe partijen ageren tegen de oude politiek van PP en PSOE hebben zij om verschillende redenen vooral de neiging campagne te voeren tegen de PSOE. Dit brengt Rajoy in een bijzonder comfortabele positie.
 
Een Podemos-demonstratie in Madrid (Bron: Flickr.com - Jacinta Illuch Valero)
 
De campagne is levendiger en spannender dan ooit
Het eerste lijsttrekkersdebat werd vorige week maandag gehouden zonder de premier. Rajoy weigerde deel te nemen en liet zijn vice-premier (de enige vrouw in het debat, Soraya Sáenz de Santamaría) opdraven. Het bleek een meesterzet want het werd nu een debat om de tweede plaats na de verkiezingen, een gevecht van het tweede signatuur. Dit maakte het debat overigens niet minder levendig. Verschillende thema’s passeerden de revue: arbeidsmarktbeleid, overheidstekorten, belastingen, pensioenen, het Catalaanse nationalisme, onderwijs en natuurlijk de corruptie. Het debat kende geen duidelijke winnaar en ook dit speelde en speelt Rajoy in de kaart.  Overigens werd het debat gekenmerkt door een sterk introspectief karakter, voor het eerst sinds de overgang naar democratie in de jaren zeventig vormen thema’s van buitenlands beleid een ondergeschikte rol in de verkiezingscampagne. Het televisiedebat van vorige week maandag was tekenend: na twee uur debatteren over binnenlandse thema’s werden de laatste tien minuten besteed aan het buitenland. Slechts een thema werd behandeld: de mogelijke deelname van Spanje aan een internationale militaire actie tegen de Islamitische Staat.
 
De nadruk op de binnenlandse politiek is wellicht een indicatie voor het feit dat deze verkiezingen een historische verandering met zich mee zullen brengen. Linksom of rechtsom – en na een kwart eeuw van bipartidismo - zullen de aanstaande verkiezingen het noodzakelijk maken dat meerdere partijen met elkaar in coalitie gaan samenwerken.
 
Mogelijke scenario’s na de verkiezingen
De uitkomst van de verkiezingen is in hoge mate onzeker. Opiniepeilingen laten een ruime marge zien. De Spaanse krant El Pais publiceerde vorige week maandag twee peilingen. Het percentage voor de PP fluctueerde tussen 22,7 en 29,1 terwijl de kleinste partij, Podemos, in de ene peiling 17, 1 procent behaalde en in de andere peiling slechts 10,8 procent. Het kan verkeren. Een peiling van het dagblad ABC van afgelopen zondag voorspelde voor de PP een percentage van 28,3  en zetelaantal tussen de 117 en 124 op een totaal van 350 zetels in het Spaanse parlement. De drie tegenstrevers zouden 83-85 (PSOE), 59-63 (C’s) en 50-53 zetels krijgen, en respectievelijk 21,2, 18,1 en 17,6 procent van de stemmen. (Spanje kent een districtenstelsel met evenredige vertegenwoordiging. Elk district heeft een vastgesteld aantal zetels in het parlement en dit werkt in de praktijk in het voordeel van de districten met relatief minder inwoners. Zo heeft Madrid zeven keer zoveel inwoners als de provincie Granada maar 36 tegen  7 zetels in het nationale parlement.)
 
De Spaanse minister-president Mariano Rajoy (Bron: Flickr.com - European People's Party)
 
Als deze laatste peiling bewaarheid wordt, dan zal een coalitie tussen PSOE en C’s geen meerderheid opleveren. Een coalitie van beide partijen met gedoogsteun van Podemos zou dan een oplossing kunnen zijn, al lijkt dat gezien de ideologische verschillen niet aannemelijk. Meer waarschijnlijk lijkt een coalitie tussen PP en C’s, al dan niet in de vorm van gedoogsteun van de laatste voor een regering van de eerste partij. Dit levert  naar alle waarschijnlijkheid een meerderheid in het parlement op. Een grote coalitie tussen PP en PSOE is ook niet uit te sluiten, met name als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. Op een dergelijk scenario werd vorig jaar al gezinspeeld door Felipe González. De Spaanse politiek zou dan wel weer terug zijn bij af, in een wel erg extreme variant van het bipartidismo
 
De verkiezingsuitslag zal afhangen van de opkomst aanstaande zondag (een lagere opkomst zal in het voordeel zijn van de PP) en van de wijze waarop de belangrijkste politieke partijen de zwevende kiezers weten te bereiken. Het laatste televisiedebat tussen de lijsttrekkers van de PP en PSOE kan hierbij nog een belangrijke rol spelen. De uitslag zal van grote betekenis zijn voor de Spaanse politiek en economie in de komende jaren, zoveel is zeker. Twee kwesties verdienen het om hier nog apart genoemd te worden. In de eerste plaats zal de uitslag van de nationale verkiezingen in de regio Catalonië een zeker effect hebben op de moeizame coalitieonderhandelingen tussen de twee groeperingen aldaar die onafhankelijkheid nastreven. In de tweede plaats heeft de Europese Commissie in een recente evaluatie van de Spaanse economie gewezen op een aantal belangrijke structurele tekortkomingen. De nieuwe regering zal hoe dan ook een positie moeten innemen ten aanzien van de aanbevelingen uit Brussel. Op beide kwesties zal in een analyse van de verkiezingsuitslag voor Internationale Spectator nader worden ingegaan. 
 
 

 

Otto Holman is universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam, en gasthoogleraar aan het institut d’études politiques, historiques et internationales van de Universiteit van Lausanne.
 

Auteurs

Otto Holman
Universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Europese Politiek aan de Universiteit van Amsterdam