Exit Bouterse: reset van Surinaams-Nederlandse betrekkingen
Analyse Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Exit Bouterse: reset van Surinaams-Nederlandse betrekkingen

04 Aug 2020 - 10:57
Photo: President Chan Santohki en vicepresident Ronnie Brunswijk. © Ra1 photography
Terug naar archief
Author(s):

De recente verkiezingsnederlaag van de partij van de Surinaamse oud-president Desi Bouterse biedt Nederland en Suriname de kans om los te komen van de postkoloniale verkramping sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Hiermee is de weg vrijgemaakt voor een reset van de betrekkingen tussen beide landen, op basis van zakelijke en pragmatische samenwerking.

De Surinaams-Nederlandse betrekkingen hadden in de periode van 1975 tot 2010 het karakter van een ‘belaste relatie’. Deze was het gevolg van uiteenlopende opvattingen tussen beide landen over de besteding van de 3,5 miljard gulden ontwikkelingshulp die Suriname als bruidsschat bij de onafhankelijkheid in 1975 van Nederland ontving.1

Het presidentschap van Desi Bouterse (2010-2020) vormde vervolgens een sta-in-de-weg voor normale betrekkingen tussen beide landen. De relatie tussen Nederland en Suriname onder president Bouterse werd getypeerd als een ‘koude oorlog in miniatuur’.2

President Desi Bouterse op een militaire parade vlak na zijn inauguratie op 12 augustus 2010. © Pieter van Maele / WikiCommons
President Desi Bouterse op een militaire parade vlak na zijn inauguratie op 12 augustus 2010. © Pieter van Maele / WikiCommons

Bouterse is voor Nederland de hoofdverantwoordelijke voor de Decembermoorden in 1982, waarbij vijftien opposanten standrechtelijk werden geëxecuteerd. Daarnaast is hij in 2000 door een Nederlandse rechtbank (in hoger beroep) bij verstek veroordeeld tot elf jaar cel wegens betrokkenheid bij een cocaïnetransport naar Nederland. Bouterse bestempelde deze veroordeling als een ‘politiek spel’ van Nederland.

Met de nederlaag van Bouterses Nationale Democratische Partij (NDP) bij de verkiezingen in mei 2020 lijkt er na veertig jaar een eind gekomen aan Bouterse als een belangrijke factor in de Surinaamse politiek. Hiermee is de weg vrijgemaakt voor een detente en een reset van de betrekkingen tussen beide landen.3

In deze bijdrage wordt ingegaan op tien jaar presidentschap van Bouterse, de verkiezingen van mei 2020 en de ontwikkeling van de Nederlands-Surinaamse betrekkingen in de periode van 2010 tot 2020.

Bouterse als president
Suriname kent een semi-parlementair systeem met een president die uitvoerende bevoegdheden heeft. De president wordt niet rechtstreeks door de kiezer gekozen, maar door het parlement (De Nationale Assemblée; DNA) met een tweederde meerderheid (34 van de 51) voor een periode van vijf jaar. Dit betekent dat de president geen electorale legitimiteit kent en de jure een hiërarchisch ondergeschikte positie inneemt ten opzichte van De Nationale Assemblée.

Bouterse werd in 2010 als president gekozen en vervolgens in 2015 herkozen. In 2015 behaalde zijn NDP nog een absolute meerderheid (26 van de 51 parlementszetels) bij de verkiezingen.

Ondanks dat van Bouterses plannen niet veel terechtkwam, maakte hij zich niettemin populair door een aantal populistische maatregelen te nemen

Toen Desi Bouterse als president gekozen werd, vonden zijn partij en aanhang dat met hem “neks no fout” [vrij vertaald: geen vuiltje aan de lucht] was.4 Hij beloofde het allemaal anders te doen; hij zou schoonschip maken op de verschillende ministeries, volkswoningen bouwen voor het arme deel van de bevolking, de criminaliteit indammen en korte metten maken met corruptie en vriendjespolitiek.

Ondanks dat van zijn plannen niet veel terechtkwam, maakte hij zich niettemin populair door een aantal populistische maatregelen te nemen, zoals de afkondiging van een aantal sociale wetten die de basis legde voor een sociaal zekerheidsstelsel in Suriname.5 Bij de verkiezingen in mei 2015 kon Bouterse dan ook goede sier maken met zijn populistische beleid.

De economische stabiliteit werd in de periode van 2010 tot 2015 echter opgeofferd aan de uitvoering van Bouterses populistische beleid. Bouterses beleid van potverteren en Sinterklazerij in de jaren 2010-2020 liep uiteindelijk stuk op de harde economische werkelijkheid.

Solidariteitstop van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) in Caracas op 27 mei 2013. In het midden president Desi Bouterse. Ricardo Patino / Flickr
Solidariteitstop van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) in Caracas op 27 mei 2013. In het midden president Desi Bouterse. © Ricardo Patino / Flickr

De staatsschuld steeg van 801 miljoen USD in 2010 (18 procent van het BBP) naar circa 2 miljard USD in 2015 (43 procent van het BBP) en naar bijkans 3,5 miljard USD in 2019 (75 procent van het BBP). China is de grootste geldschieter van Suriname en goed voor 86 procent van de staatsschuld. Hiermee heeft het als grootste schuldeiser steeds meer grip gekregen op Suriname.6

In internationale onderzoeksrapporten werd Suriname onder president Bouterse bestempeld als een ‘gecriminaliseerde staat’ met banden met transnationaal georganiseerde misdaad die zich bezig hield met drugshandel, het witwassen van drugsgeld, illegale goudhandel en grootschalige corruptie.7 Hiermee was Suriname in de ergste traditie van derdewereldlanden een persoonlijk wingewest geworden van een kliek rond Bouterse.

In aanloop naar de verkiezingen in mei 2020 was het belangrijkste ‘wapenfeit’ van de regering-Bouterse de beschamende verstrekking van voedselpakketten aan het armste deel van de bevolking in plaats van duurzame ontwikkeling. Bouterse als president betekende niet alleen het economisch failliet van Suriname, maar ook het eroderen van instituten en het ondergraven van maatschappelijk vertrouwen, de rechtsstaat en de democratie.

Veroordeling voor de Decembermoorden
In april 2012 zou de strafeis van het Openbaar Ministerie inzake het Decemberproces volgen. Een week voordat de openbaar aanklager zijn requisitoir zou houden, nam het parlement echter een Amnestiewet aan waarbij de verdachten van de Decembermoorden vrijuit gingen.

Demonstratie van de pro-Bouterse ‘Liga van Surinaamse Patriotten’ op het Binnenhof in Den Haag in 1986. © Rob Croes, ANEFO / WikiCommons
Demonstratie van de pro-Bouterse ‘Liga van Surinaamse Patriotten’ op het Binnenhof in Den Haag in 1986. © Rob Croes, ANEFO / WikiCommons

Indieners van de initiatiefwet verklaarden onomwonden dat president Bouterse niet veroordeeld mocht worden, aangezien zij het Decemberstrafproces betitelden als een ‘politiek proces met een politieke veroordeling’.

Het Hof van Justitie besliste echter in 2015 dat de Amnestiewet van 2012 een inmenging was in een lopend strafproces. In november 2019 sprak de Krijgsraad vonnis uit (tijdens het staatsbezoek van Bouterse aan China) en werd Bouterse veroordeeld tot twintig jaar cel zonder daarbij de eis tot zijn directe gevangenneming.

Als gevolg van deze rechtelijke uitspraak waren de verkiezingen van mei 2020 persoonlijk van levensbelang geworden voor Bouterse

Het laatste heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het feit dat de Krijgsraad grote spanningen in het land wilde voorkomen. Een onmiddellijke gevangenneming zou impliceren dat Bouterses eigen NDP-regering tot zijn gevangenneming zou moeten overgaan. Dat zag de Krijgsraad niet gebeuren.

Tegen het vonnis van de Krijgsraad heeft de advocaat van Bouterse hoger beroep aangetekend en hiermee ligt nog een lange rechtsgang in het verschiet. Naar aanleiding van de veroordeling haalden Bouterse en zijn NDP de voorspelbare framing van stal: een a-nationale daad, regelrechte politieke aanval, politieke proces, politiek vonnis met als doel om Bouterse uit te schakelen – en dat allemaal geregisseerd door Nederland.

Als gevolg van deze rechtelijke uitspraak waren de verkiezingen van mei 2020 persoonlijk van levensbelang geworden voor Bouterse.

President Bouterses topadviseur Eddy Jozefzoon en Hendrik Rudolf Chin a Sen, voorzitter van de Raad voor Bevrijding van Suriname, arriveren op Schiphol na onder andere overleg met rebellenleider Ronnie Brunswijk in Suriname, december 1986. © Roland Gerrits (ANEFO) / WikiCommons
Eddy Jozefzoon en Hendrik Rudolf Chin a Sen arriveren op Schiphol na onder andere overleg met rebellenleider Ronnie Brunswijk in Suriname, december 1986. © Roland Gerrits (ANEFO) / WikiCommons

Mei 2020: Exit Bouterse
Ondanks dat opiniepeilingen een aanzienlijk verlies voor zijn partij uitwezen, bleef Bouterse heilig geloven in een verkiezingswinst in mei 2020 en daarmee in de continuering van zijn presidentschap. Het presidentschap bood hem namelijk immuniteit voor een eventuele gevangenisstraf.

De afgelopen verkiezingen verliepen echter desastreus voor de NDP. De partij haalde slechts zestien zetels, waarmee een derde ambtstermijn voor de inmiddels vijfenzeventigjarige Bouterse werd geblokkeerd.

Naar aanleiding van het monetaire drama barstte de bom in Suriname

Niet Bouterses veroordeling door de Krijgsraad of desastreus sociaaleconomisch beleid was doorslaggevend voor het grote verlies van zijn partij bij de afgelopen verkiezingen, maar het monetaire drama bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS) in januari 2020.

De regering gebruikte ruim 100 miljoen USD van de kasreserves van de commerciële banken (particulier geld) die waren ondergebracht bij de CBvS voor overheidsuitgaven zonder dat de banken hiervan op de hoogte waren.

Het precieze bedrag is nog steeds onduidelijk. Zo werden er ook bedragen genoemd van 250 miljoen USD tot zelfs ruim 300 miljoen USD. Critici spraken van “gestolen kasreserves”, de “grootste bankroof allertijden” en “diefstal met voorbedachten rade”.8

Vlaggen van de Caribische Gemeenschap (CARICOM) op het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo, met op de achtergrond De Nationale Assemblée. © Delphinidaesy / Flickr.
Vlaggen van de Caribische Gemeenschap (CARICOM) op het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo, met op de achtergrond De Nationale Assemblée. © Delphinidaesy / Flickr.

Dit was ook hét moment dat Bouterse definitief de verkiezingen in mei 2020 verloor. Naar aanleiding van het monetaire drama barstte de bom in Suriname. Duizenden Surinamers namen deel aan een volksprotest op het Onafhankelijkheidsplein om hun woede te uiten te uiten over de leegroof van Suriname, de schaamteloze plundering van vreemde valuta bij de Centrale Bank, de voorthollende prijsstijgingen, de torenhoge buitenlandse leningen en de minachting van de president voor de rechterlijke macht.

Chan Santokhi als nieuwe president
Grote overwinnaar bij de afgelopen verkiezingen was de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) onder politiek leiderschap van oud-politiecommissaris en oud-minister van Justitie en Politie Chan Santokhi. De partij behaalde twintig zetels.

Op 13 juli 2020 koos het parlement bij acclamatie Chan Santokhi als nieuwe president. Oud-rebellenleider Ronnie Brunswijk werd als vicepresident gekozen. Brunswijk heeft geen onbesmet verleden. Hij is bij verstek zowel in Nederland als in Frankrijk veroordeeld voor drugshandel.

Santokhi wist zich te presenteren als een leider die in Suriname weer orde op zaken zou stellen na het desastreuze economische beleid van de door megacorruptie geplaagde regering-Bouterse

Santokhi, geboren in 1959 in Lelydorp, is opgeleid aan de Nederlandse Politieacademie in Apeldoorn. Hij keerde in 1982 terug naar Suriname en ging daar aan de slag als inspecteur en later als commissaris van politie.

De strijd tussen Bouterse en Santokhi begon toen laatstgenoemde in 2000 als politiecommissaris het onderzoek naar de Decembermoorden leidde. In 2005 werd Santokhi minister van Justitie en Politie in het derde kabinet van Ronald Venetiaan (2005-2010).

Als justitieminister pakte hij de drugsmaffia in Suriname aan en zorgde hij ervoor dat het aantal cocaïneverschepingen vanuit Suriname drastisch daalde. Santokhi beijverde zich als justitieminister verder voor de start van het 8 Decemberstrafproces in 2007 met Bouterse als hoofdverdachte.

Minister van Justitie en Politie Chan Santokhi als voorzitter tijdens een sessie van de Inter-American Drug Abuse Control Commission (CICAD) in Washington in 2010. © Juan Manuel Herrera, OEA-OAS / Flickr
Minister van Justitie en Politie Chan Santokhi als voorzitter tijdens een sessie van de Inter-American Drug Abuse Control Commission (CICAD) in Washington in 2010. © Juan Manuel Herrera, OEA-OAS / Flickr

Bouterse gaf Santokhi vanwege zijn imago als crime fighter honend de bijnaam ‘de Sheriff’. Op politieke bijeenkomsten van de NDP werd Bob Marley’s I shot the Sheriff een vast nummer dat werd afgedraaid waarop Bouterse heupwiegend meebewoog hetgeen expliciet bedoeld was als intimidatie van de justitieminister. In 2011 werd Santokhi gekozen als politiek leider van de VHP.

Vanaf 2018 trok Santokhi geduldig met een meet-the-people-campagne landelijk van wijk naar wijk en ook naar de verre districten in het binnenland. Hij wist zich daarbij ook te presenteren als een leider die in Suriname weer orde op zaken zou stellen na het desastreuze economische beleid van de door megacorruptie geplaagde regering-Bouterse.

Het heeft Santokhi en zijn VHP geen windeieren gelegd. De partij werd bij de verkiezingen in mei 2020 de grootste. Voor een meerderheid in het parlement was Santokhi aangewezen op een coalitie met de partij van Ronnie Brunswijk en twee andere partijen.

Nederlands-Surinaamse betrekkingen tussen 2010 en 2020
Nederland had duidelijk moeite met de verkiezing van Bouterse als president in 2010. Al direct nadat hij als president was gekozen, liet de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen (CDA), weten dat Bouterse alleen welkom was in Nederland om zijn gevangenisstraf uit te zitten.

Den Haag zou alleen contacten onderhouden met de regering Bouterse op basis van “functionele noodzaak”.9 Een jaar na de verkiezing van Bouterse als president legde Nederland zich echter neer bij de nieuwe Surinaamse politieke realiteit. Nederland wenste een zakelijke maar ook betrokken relatie met Suriname.

De voortdurende Nederlandse kritiek op de obstructie van het Decemberproces door de regering-Bouterse bleef de onderlinge relaties belasten

De Surinaams-Nederlandse relaties kwamen in april 2012 onder politieke hoogspanning toen het Surinaamse parlement de omstreden Amnestiewet aannam. Als teken van protest riep Nederland de eigen ambassadeur terug uit Paramaribo.10

Als reactie op het Nederlandse besluit werd door de Surinaamse regering de ambassade in Nederland teruggebracht tot het niveau van zaakgelastigde en werd de nieuw benoemde Nederlandse ambassadeur in Suriname in 2013 geen accreditatie verleend. Pas in september 2014 werden de betrekkingen op ambassadeursniveau weer genormaliseerd.11

Reageerden Nederlandse bewindslieden in 2010 op de verkiezing van Bouterse als president nog bitter, in 2015 reageerden zij op de verkiezingsoverwinning van Bouterses NDP slechts koeltjes. Premier Rutte verklaarde tijdens zijn wekelijkse persconferentie op 29 mei 2015 de verkiezingsuitslag te respecteren, maar niet van plan te zijn Bouterse te feliciteren met zijn verkiezingsoverwinning.

Het presidentieel paleis van Suriname in Paramaribo. © RNW Media / Flickr.
Het presidentieel paleis van Suriname in Paramaribo. © RNW Media / Flickr.

De voortdurende Nederlandse kritiek op de obstructie van het Decemberproces door de regering-Bouterse bleef de onderlinge relaties belasten.

In juni 2017 werd opnieuw de accreditatie van de nieuwe Nederlandse ambassadeur in Suriname door president Bouterse ingetrokken. De Surinaamse autoriteiten gaven hiervoor geen reden, maar opmerkelijk was wel dat de intrekking gebeurde op de dag dat de strafeis tegen Bouterse werd uitgesproken in het 8-Decemberstrafproces. 

De maatregel hing primair samen met wat de regering-Bouterse beschouwde als aanhoudende Nederlandse bemoeienis met Surinaamse zaken.12 De betrekkingen tussen beide landen worden sinds 2017 behartigd door een zaakgelastigde.

De nieuwbakken Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) zorgde in juli 2018 voor grote opschudding toen hij op een besloten bijeenkomst met Nederlanders die werkzaam waren bij internationale organisaties zijn opvattingen over immigratie en integratie openbaarde. Hij noemde daarbij Suriname een failed state die te maken heeft met etnische opdeling.

De grote verkiezingsnederlaag van de NDP van Bouterse in mei 2020 leidde tot vreugde en instemming op het Binnenhof in Den Haag

De Surinaamse regering eiste excuses van Nederland, sprak van “destabiliserende en denigrerende uitspraken” en beschuldigde Nederland een “agenda van herkolonisatie” erop na te houden.13

Vanwege de kritiek kon de minister niet anders dan per brief zijn excuses aanbieden aan de Surinaamse regering voor zijn uitspraken. De faux pas van de Nederlandse minister was koren op de molen van de regering-Bouterse en de NDP die daarmee weer de anti-Nederlandse trom konden roeren.

De grote verkiezingsnederlaag van de NDP van Bouterse in mei 2020 leidde tot vreugde en instemming op het Binnenhof in Den Haag. Partijen van links tot rechts hopen op een betere relatie én dat Bouterse snel achter tralies verdwijnt.

Standbeeld van koningin Wilhelmina voor de muren van Fort Zeelandia, een voormalig Nederlands fort in Paramaribo. © Dan Lundberg / Flickr
Standbeeld van koningin Wilhelmina voor de muren van Fort Zeelandia, een voormalig Nederlands fort in Paramaribo. © Dan Lundberg / Flickr

Naar zakelijkheid en pragmatisme
De historische en culturele banden tussen Nederland en Suriname maken de relatie bijzonder. Er is te veel Suriname in Nederland en te veel Nederland in Suriname om elkaar als willekeurig buitenland te beschouwen.14

Met de exit van Bouterse hebben beide landen een herkansing om los te komen van de postkoloniale verkramping sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Premier Rutte en president Santokhi hebben reeds afgesproken de relatie in een nieuw jasje te steken, alleen weten ze nog niet precies hoe.

President Santokhi verdient alle steun vanuit Nederland. Nederlandse hulp en bijstand zijn voor de nieuwe Surinaamse regering meer dan ooit gewenst om de boel in Suriname weer op de rails te krijgen. Een zakelijke en pragmatische samenwerking vormt daarbij de basis voor de reset van de onderlinge betrekkingen.

  • 1. D. Kruijt en M. Maks. Een belaste relatie. 25 jaar ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname, 1975-2000, Paramaribo/ Den Haag: Ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking/Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, 2002; Zie ook J. Pronk, Suriname. Van wingewest tot natiestaat, Volendam: LM Publishers, 2020.
  • 2. D. Kruijt, ‘Suriname en Nederland: een koude oorlog in miniatuur’, Clingendael Spectator, 18 januari 2016.
  • 3. Oproep van D66 voor een reset van de slechte betrekkingen tussen Suriname en Nederland na de verkiezingsnederlaag van Desi Bouterse, geciteerd in Het Parool, 26 mei 2020.
  • 4. Over de populariteit van Bouterse, zie: Hans Ramsoedh, ‘Desi Bouterse: De lange mars van een putschist naar het presidentschap’, Clingendael Spectator, 25 januari 2016.
  • 5. H. Ramsoedh, Surinaams onbehagen. Een sociale en politieke geschiedenis 1865-2015, Hilversum: Verloren, 2018, blz. 209-212; H. Buddingh, De geschiedenis van Suriname, Amsterdam: Nieuw Amsterdam/NRC Boeken, 2012, blz. 451-475.
  • 6. IMF, ‘2019 Article IV Consultation-Press Release; Staff Report; Informational Annex; and Statement by the Executive Director for Suriname’, Country Report nr. 19/391, 23 december 2019; H. Moison, De Centrale Bank van Suriname. Pe a moni de?, Amsterdam: Great Too, 2020, blz. 54; Voor de staatsschulden van Suriname zie: Bureau voor de Staatsschuld.
  • 7. F. Douglas en K. Babineau, Suriname: The New Paradigm of a Criminalized State, Washington, Issue 3, maart 2017; Caribbean Financial Action Task Force, Suriname Eleventh Follow-up Report, Port of Spain, 31 mei 2017; Organization of American States (OAS-CICAD), Suriname. Evaluation Report on Drug Policies, Washington, 2019.
  • 8. Moison, De Centrale Bank van Suriname. Pe a moni de?, Amsterdam: Great Too, 2020, blz. 40-43.
  • 9. Nieuwsbericht ministerie van Buitenlandse Zaken, ‘Nederland blijft streven naar zakelijke en betrokken relatie met Suriname’, 19 juli 2010; Brief minister van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer over de relatie Nederland-Suriname, 26 augustus 2011.
  • 10. Nieuwsbericht ministerie van Buitenlandse Zaken, ‘Suriname moet zich houden aan internationale verplichtingen’, 3 april 2012; Brief minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 4 april 2012; Brief minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 5 april 2012; Nieuwsbericht minister Rosenthal, ‘Diep teleurgesteld dat amnestiewet Suriname is aangenomen’, 5 april 2012.
  • 11. Brief minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, 9 oktober 2014.
  • 12. Harvey Naarendorp (adviseur van Bouterse), geciteerd in De Ware Tijd, ‘Nieuwe ambassadeur Nederland niet meer welkom’, 20 juli 2017.
  • 13. Zie: Nationaal Informatie Instituut. Op die bijeenkomst in Den Haag liet Stef Blok zijn gedachten over de multiculturele samenleving de vrije loop. Hij kende geen landen waar verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam samenleven. Beelden van die bijeenkomst kwamen via het tv-programma Zembla naar buiten.
  • 14. L. Kloof-Monsels, Verslag Seminar: Suriname en Nederland. De volgende 20 jaar, Paramaribo: IMWO/Clingendael, 1995. Zie hierin de bijdragen van Hirsch Ballin, Entzinger, Schalkwijk en Scheffer.

Auteurs

Hans Ramsoedh
Suriname-deskundige