Gevarendriehoek op zee: Cyprus, Griekenland en Turkije
Analyse Conflict en Fragiele Staten

Gevarendriehoek op zee: Cyprus, Griekenland en Turkije

07 Jul 2021 - 14:34
Photo: NAVO-oefening op de Middelandse Zee in in 1987. © NATO
Terug naar archief

Hoewel er momenteel weer wordt gepraat door Cyprus, Griekenland en Turkije, is de rust in de oostelijke Middellandse Zee vermoedelijk slechts tijdelijk. De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan zal zo nodig opnieuw letterlijk en figuurlijk grenzen opzoeken, net als in 2020 rond Cyprus en het Griekse eilandje Kastellorizo. En dat heeft niet alleen te maken met gas.1

Het is nog steeds onbekend of er opzet in het spel was toen op 12 augustus 2020 de boeg van het 38 jaar oude en in Vlissingen gebouwde Griekse marineschip de zijkant van een Turks fregat raakte. Dat fregat was onderdeel van het marine-escort van het Turkse onderzoeksschip Oruç Reis, op dat moment varend in de betwiste wateren ten zuiden van het kleine Griekse eilandje Kastellorizo – naar verluidt op zoek naar olie en gas.

Bronnen binnen het Griekse ministerie van Defensie spraken in ieder geval van een “mini-botsing” die “per ongeluk” plaatsvond. De Griekse kapitein ontving niettemin felicitaties van de minister van Defensie. Turkije sprak van een “provocatie”.2

Eerder dat jaar was er al een incident tussen Franse en Turkse marineschepen voor de Libische kust. De incidenten liepen uiteindelijk met een sisser af, maar illustreren hoe een crisis zomaar kan escaleren, zelfs tot een oorlog waar niemand op zit te wachten.

Illustratief voor dit risico op escalatie was het voorval begin januari 2021 waarbij opnieuw twee boten – van de Griekse en Turkse kustwacht ditmaal – op elkaar botsten. Dat gebeurde bij een paar omstreden rotseilandjes voor de Turkse westkust die door Turkije Kardak en door Griekenland Imia worden genoemd. In 1996 brak om deze rotsen, waar alleen wat geiten wonen, bijna een oorlog uit tussen beide NAVO-partners.3

Dubbelboer - Turkse mariniers tijdens een NAVO-oefening in 2015. NATO
Turkse mariniers tijdens een NAVO-oefening in 2015. © NATO

Aardgas of soevereiniteit? 
De maandenlang voortdurende stand-off in 2020 wordt veelal verklaard vanuit economisch en energieperspectief, oftewel de zoektocht naar olie en gas.
4 Deze benadering gaat echter voorbij aan al langer bestaande diepere oorzaken, namelijk conflicten over soevereiniteit rond Cyprus en in de Egeïsche Zee.

Terwijl oliebedrijven zoals Eni, Total en Shell hun activiteiten in de regio stillegden wegens de inzakkende vraag aan het begin van de coronapandemie, ging de Turkse zoektocht naar gas gewoon door. Dit illustreert dat hier meer speelt dan alleen economische belangen en energie.

Bij nadere beschouwing blijken de Turkse exploratieactiviteiten tussen Cyprus en Kreta –  waar nooit eerder gas werd gevonden – vooral een manier voor een steeds nationalistischer en revisionistischer Turkije om de Turkse soevereiniteit over de betreffende wateren te benadrukken, en om zich weer te manifesteren als grootmacht.5

Opeenstapeling van conflicten
Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw breidde het aantal twistpunten tussen Griekenland en Cyprus enerzijds en Turkije anderzijds zich gestaag uit. In de aanloop naar de onafhankelijkheid van de Britse kroonkolonie Cyprus in 1960 ontstonden conflicten tussen de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische gemeenschappen over machtsdeling en de toekomstige status van het eiland. Vervolgens ontstond een dispuut over de afbakening van de exclusieve economische zone (EEZ) en het continentaal plat in de Egeïsche Zee door de zoektocht naar olie en gas vanaf 1973.
6

In 1974 escaleerde het sluimerende conflict op Cyprus, culminerend in de Turkse invasie van noord-Cyprus. De invasie was een reactie op een door het Griekse kolonelsregime geïnstigeerde poging tot een staatsgreep op Cyprus met als doel het eiland bij Griekenland aan te laten sluiten.7

Sinds 1982 werd de situatie nog complexer toen Turkije besloot zich niet aan te sluiten bij het destijds tot stand gekomen Zeerechtverdrag der Verenigde Naties (UNCLOS).8 Turkije kon zich niet vinden in de daarin vastgelegde afspraken over de rechten van eilanden op eigen maritieme zones.

Dubbelboer-Figuur 1 - Overlappende claims in de oostelijke Middellandse Zee -  Bron Insight Turkey
Overlappende claims in de oostelijke Middellandse Zee. © Insight Turkey

In de Turkse visie genereren eilanden gelegen tegenover het vasteland namelijk hetzij geen hetzij minder aanspraken op een eigen EEZ en continentaal plat dan volgens het breed aanvaarde UNCLOS-verdrag, waarbij Cyprus en Griekenland wel partij zijn. Tevens maakte Turkije bezwaar tegen de in het verdrag vastgestelde maximale breedte van de territoriale zee van 12 zeemijl (12 M), omdat dit de Egeïsche Zee in Turkse ogen zou veranderen in een ‘Grieks meer’.

In de jaren tachtig ontstonden hier meningsverschillen over de grenzen van reddingzones. Sinds de jaren negentig trekt Turkije bovendien de Griekse soevereiniteit over een nooit exact gedefinieerd aantal eilandjes in de Egeïsche Zee in twijfel.

In het afgelopen decennium kwam daar dus de ruzie over de afbakening van de EEZ en het continentaal plat rond Cyprus als twistappel bij – een direct gevolg van de sinds 2009 gevonden gasvelden ten zuiden en oosten van Cyprus. In november 2019 legde Turkije tot slot een nieuwe claim op tafel op de wateren rond de Griekse eilanden Kreta, Rhodos en Karpathos, en wel door middel van een omstreden overeenkomst met Libië.9

Cyprus
In feite heeft de vondst van aardgas in de oostelijke Middellandse Zee bij Cyprus, Israël en Egypte – nu ruim een decennium geleden – een extra, maritieme dimensie toegevoegd aan het al langer bestaande conflict over de status van het gedeelde eiland Cyprus. Hierdoor werd een formele afbakening van de EEZ en het continentaal plat tussen Cyprus, Griekenland, Turkije en de andere kuststaten plotseling urgent, en een potentiële bron van conflict in de oostelijke Middellandse Zee.

Door de Turkse opvatting dat eilanden niet dezelfde rechten hebben op maritieme zones als het vasteland, is het mogelijk dat Turkije enerzijds indirect grote delen van de kustwateren ten noorden en oosten van het eiland Cyprus claimt. Dit doet het via en namens de alleen door Turkije erkende Turkse Republiek Noord Cyprus. Anderzijds claimt Turkije ook direct grote delen van de wateren ten westen en zelfs ten zuiden van Cyprus als zijnde Turkse wateren met bijbehorende exploratierechten.10

Turkije maakt daarom bezwaar tegen de eenzijdige Grieks-Cypriotische gasexploratie.11 In 2018 verjaagde de Turkse marine een schip van de Italiaanse oliemaatschappij Eni uit de door Cyprus geclaimde EEZ en sinds 2019 zochten Turkse onderzoeks- en boorschepen, beschermd door de Turkse marine, zelf ook naar olie en gas binnen dit gebied.

Egeïsche Zee
Naast de afbakening van de EEZ, het continentaal plat en reddingzones speelt in de Egeïsche Zee ook nog onenigheid over de breedte van de territoriale wateren. Die is momenteel vastgesteld op 6 zeemijl (6 M). Griekenland behoudt zich echter het recht voor deze uit te breiden tot 12 zeemijl (12 M) vanuit de kust, zoals maximaal toegestaan volgens het UNCLOS-verdrag.

Dubbelboer-Figuur 2 - Territoriale claims in de Egeïsche zee - Bron Stratfor
Territoriale claims in de Egeïsche zee. © Stratfor

Turkije is hier tegen omdat dan – door het grote aantal Griekse eilanden – een groot deel van de Egeïsche Zee onder Griekse soevereiniteit komt te vallen. Daarom dreigt Turkije sinds 1995 met oorlog, mocht Griekenland hiertoe overgaan.12

Daarbij bestaat er verschil van mening over de grenzen van het door Griekenland geclaimde nationale luchtruim.13 Tevens is er onenigheid over de – in Turkse optiek – politisering van bevoegdheden door Griekenland binnen de Griekse ‘Flight Information Region’ (‘Athens F.I.R.’) voor de luchtvaart.14

Reddingsdiensten
Daarnaast kunnen beide landen het niet eens worden over de afbakening van de zogeheten ‘Search and Rescue’-regio’s voor de reddingsdiensten in de Egeïsche Zee, noch over de afbakening van de taakgebieden voor de zogeheten ‘NAVTEX’-radiotelexdienst voor maritieme veiligheidsberichten.
15

Veelzeggend voor het belang van deze afspraken is dat de eerdergenoemde ‘bijna-oorlog’ om de Imia/Kardak rotsen in 1996 begon als een ruzie over welke nationale reddingsdienst een aan de grond gelopen Turks schip bij deze rotsen mocht helpen. De achterliggende motivatie was om zodoende soevereiniteit over deze rotsen te benadrukken.

Dubbelboer - Het Griekse eilandje Kastellorizo in 2015. Mark Gregory - Flickr
Het Griekse eilandje Kastellorizo in 2015. © Mark Gregory / Flickr

Betwiste eilanden
Tot slot bestaat er nog onenigheid over de militarisering van, en zelfs zeggenschap over, een aantal Griekse eilandjes vlak voor de Turkse kust, de zogeheten ‘grey zones’.
16 Beide partijen baseren zich hier op uiteenlopende interpretaties van het Verdrag van Lausanne uit 1923, de Montreux Conventie inzake de Bosporus en de Dardanellen uit 1936, en het Vredesverdrag van Parijs uit 1947.

Deze verdragen legden onder meer de grenzen vast tussen Griekenland en Turkije na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk en opnieuw na de Tweede Wereldoorlog, toen de voorheen Italiaanse Dodecanese eilanden aan Griekenland werden overgedragen.17

Daarbij speelt het Italiaans-Turkse Verdrag uit 1932 een rol in de afbakening van de zeegrens tussen de Dodecanese eilanden en de Turkse kust. Hieronder vallen ook het eiland Kastellorizo en de sinds 1996 omstreden rotseilandjes Imia/Kardak.18

Dubbelboer - Turkse militair in 2017. Chairman of the Joint Chiefs of Staff - Flickr
Turkse militair in 2017. © Chairman of the Joint Chiefs of Staff / Flickr

Turks-Libische memorandum
In november 2019 sloten Turkije en de toenmalige regering van het door burgeroorlog verscheurde Libië een overeenkomst om een stuk Middellandse Zee tussen beide landen onderling te verdelen.

Hiermee breidde Turkije haar maritieme aanspraken nog verder naar het westen uit. Dit deed het zonder rekening te houden met de Griekse maritieme aanspraken op basis van eilanden als Kreta, Karpathos en Rhodos.

Als tegenprestatie voor de Libische medewerking bood Turkije militaire steun aan de Libische regering in de burgeroorlog tegen de troepen van de oppositie.19 Die oppositie werd op haar beurt gesteund door rivalen van Turkije: Egypte, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Arabische Emiraten.

Grieks-Egyptische maritieme afbakening
In augustus 2020 sloot Griekenland als reactie op de Turks-Libische overeenkomst een akkoord met Egypte over de onderlinge afbakening van de EEZ.
20 Dit akkoord doorkruist niet bij toeval het gebied van de Turks-Libische deal. Turkije stuurde vervolgens woedend het eerdergenoemde olie-exploratieschip Oruç Reis, begeleid door vijf marineschepen, de zee op richting Kastellorizo, waarna Griekenland ook marineschepen stuurde.

Kastellorizo
Kastellorizo, in Turkije ook Meis genoemd, is het meest oostelijke Griekse eiland gelegen voor de Turkse zuidkust. Het fungeert in zekere zin als figuurlijke kurk op de Turkse doorgang of ‘flessenhals’ naar open zee tussen de door Griekenland en de door Cyprus geclaimde wateren. De door Griekenland geclaimde maritieme zone, op basis van dit kleine eilandje, neemt letterlijk en figuurlijk een centrale positie in bij alle conflicten – en dat terwijl er tot dusverre geen olie of gas in het gebied is gevonden.

‘Seville Map’
Turkije maakt bezwaar tegen de Griekse aanspraak op een volledige EEZ rond Kastellorizo. In dit verband wordt er vanuit Turkse kant vaak verwezen naar de zogenaamde ‘Seville Map’ met veronderstelde Griekse claims. Dit is een onofficiële kaart die in 2004 is samengesteld door de Universiteit van Sevilla in opdracht van de Europese Unie.

Dubbelboer - Figuur 4 - ‘Seville map’ - Bron Keep Talking Greece
De zogenaamde ‘Seville map’. © Keep Talking Greece

In Turkse ogen vormt deze kaart de verbeelding van hoe hun land wordt afgesneden van de open zee door een aaneengesloten Grieks-Cypriotische EEZ en – meer algemeen – hoe het land regionaal buitengesloten wordt, zoals bijvoorbeeld van het East Mediterranean Gas Forum.21  

‘Mavi Vatan’: Blauw Moederland 
Een kaart waar Grieken en Cyprioten zich op hun beurt zorgen over maken heet ‘Mavi Vatan’ (Blauw Moederland). Deze kaart is de verbeelding van een betrekkelijk nieuwe maritiem-geopolitieke doctrine, ook ‘Mavi Vatan’ genoemd.

De doctrine werd in 2006 ontwikkeld door een nationalistische admiraal van de Turkse marine, uit het kamp van de antiwesterse en nationalistische ‘eurazianisten’.22 De Mavi Vatan-doctrine is erop gericht de greep van Turkije op de wateren rond het Anatolisch schiereiland te verstevigen en van Turkije weer een zelfstandige maritieme grootmacht te maken.

Dubbelboer - Figuur 3 – ‘Mavi Vatan kaart’  - Bron MaviVatan.net
‘Mavi Vatan kaart’. © MaviVatan.net

Turkse revisionistische ambities uiten zich ook door een grootscheeps moderniseringsprogramma van de Turkse marine en Turkse militaire activiteiten in Cyprus, Irak, Libië, Niger, Qatar, Syrië, Soedan, Somalië en meest recentelijk in Azerbeidzjan.

Terwijl Turkije zich door wapengekletter steeds meer isoleert, vormen Cyprus en Griekenland momenteel een nieuw web van voorheen ongedachte allianties rond de oostelijke Middellandse Zee en in de Golfregio, zoals het eerdergenoemde East Mediterranean Gas Forum en het Philia Forum.23

Verdeeld Europa?
De EU bleek vorige zomer verdeeld inzake de benadering van Turkije en wist lange tijd niet één lijn te trekken. Alleen Frankrijk ging vierkant achter Cyprus en Griekenland staan.

Veel andere lidstaten waren terughoudender. Duitsland was EU-voorzitter en zocht mede daarom een meer bemiddelende rol.24 Bovendien had het land zorgen over het voortbestaan van de vluchtelingendeal met Turkije en heeft het een grote Turkstalige minderheid binnen de grenzen.

Uiteindelijk trok Turkije de Oruç Reis pas eind november 2020 definitief terug, vlak voor een EU-top waar over verdere sancties tegen Turkije zou worden gepraat.25 Inmiddels wordt er weer gepraat tussen de landen, onder druk van de EU, de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden en een groeiende Turkse financieel-economische crisis.26 Een mogelijke aanscherping van de huidige beperkte Europese sancties tegen Turkije wegens “illegale gasboringen” wordt daarom op de lange baan geschoven.

Dubbelboer - Een Britse Joint Force Harrier boven Cyprus in 2010. Defence Images - Flickr
Een Britse Joint Force Harrier boven Cyprus in 2010. © Defence Images / Flickr

Grenzen opzoeken
Maar als het verleden een goede indicatie is, dan zal de Turkse president Erdoğan niet aarzelen opnieuw de grenzen op zee op te zoeken indien hem dat politiek opportuun lijkt, bijvoorbeeld in de aanloop naar de dubbele verkiezingen van 2023.
27

In dat geval kan de EU overwegen om niet opnieuw – vruchteloos – te streven naar zwaardere sancties en een wapenembargo tégen Turkije, maar in plaats daarvan concreet bij te dragen aan de versterking van de maritieme capaciteiten van Cyprus en Griekenland. Bijvoorbeeld door middel van een nieuw op te richten ‘geopolitiek solidariteitsfonds’ met het oog op externe dreigingen en coercive diplomacy.

Ruimte voor toenadering
Tot dusverre hebben Cyprus en Griekenland hun geclaimde EEZ ten zuiden van Kastellorizo niet formeel afgebakend, noch actief naar olie en gas gezocht in dat gebied. Turkije heeft evenmin actief naar gas gezocht in het zeegebied dat valt onder het Turks-Libische memorandum.

In dit verband blijft verder vaak onvermeld dat Turkije een goede kans zou maken om een eventuele Griekse EEZ-claim gebaseerd op Kastellorizo succesvol aan te vechten voor een internationaal tribunaal, op basis van het UNCLOS-verdrag.28 Ook inzake de Egeïsche Zee is al rond 1980 door beide partijen ruimte voor een compromis geconstateerd.29

Hier ligt dus ruimte voor toenadering. Wederzijds vertrouwen en goede wil zijn de belangrijkste ontbrekende voorwaarden. Wellicht kan de EU dit proces faciliteren door te ijveren voor een tijdelijk moratorium op gasexploratie. Daarbij dient Turkije wel af te zien van iedere vorm van drillship diplomacy, die in Athene en Nicosia immers elke ruimte voor concessies doet verdampen.

Auteurs

Friso Dubbelboer
Politicoloog, informatiespecialist en publicist