Het Europa van de opportunisten
Opinie Europese Zaken

Het Europa van de opportunisten

06 Mar 2018 - 13:41
Photo: Europese Commissie
Terug naar archief

Wie de democratie in Europa een warm hart toedraagt, zal de afgelopen paar weken niet vrolijker zijn geworden. En dan gaat het dit keer niet over de illiberale democratie van Viktor Orbán of over Polen waar de regerende partij voor Recht en Rechtvaardigheid druk doende is de rechtsstaat om zeep te helpen. Nee, dan gaat het om de democratie op het niveau van de Unie zelve. Een onderwerp dat zich onder de noemer van het herwinnen van het vertrouwen van de Europese burger in de warme belangstelling van de Europese elite mag verheugen. Dat wil zeggen: als het maar niet te serieus wordt. Dat bleek in ieder geval de afgelopen weken weer eens.

Zo kwam bij de Europese verkiezingen van 2014 het Europees Parlement (EP) met een noviteit. Gebruikmakend van de bepaling in het Verdrag van Lissabon dat de Europese Raad ‘rekening houdend met de verkiezingen voor het Europees Parlement’ de kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie voordraagt, lanceerde het EP het initiatief van de ‘Spitzenkandidaten’. Een aantal fracties ging de verkiezingen in met kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie: politieke spitsen. Het unieke daarbij was dat de fracties overeenkwamen dat de kandidaat van die politieke familie die de verkiezingen zou winnen, de kandidaat van de fracties gezamenlijk zou zijn, met als implicatie dat die het ook zou moeten worden.

Nu kan er op dit initiatief het nodige worden afgedongen, maar het was in ieder geval een niet onverdienstelijke poging de benoeming van één van de boegbeelden van de Unie te onttrekken aan het binnenskamers gehandjeklap van de politieke leiders van de lidstaten. En wellicht zou het de Unie dichter bij haar burgers brengen. Maar na in 2014 door het EP voor het blok te zijn gezet, hebben de Europese leiders tijdens de laatste Europese Raad ondubbelzinnig laten weten dat zij dit democratische experiment niet voor herhaling vatbaar achten. Het gesuggereerde ‘automatisme’ van benoeming van de EP-kandidaat wijzen zij, met Merkel en Macron voorop en onder andere de steun van Rutte, af. Democratie is leuk, maar het moet niet te gek worden.

Diezelfde Macron, inderdaad, die de mond vol heeft over het betrekken van burgers bij Europa. Het was ook Macron die voor de komende verkiezingen voor het EP de vorming van transnationale, dat wil zeggen, waarlijk Europese kieslijsten voorstelde. Een voorstel dat van harte werd omarmd door in het bijzonder de Europese liberalen, en dan met name hun voorman Guy Verhofstadt. Enige achterdocht ten aanzien van de bron van het voorstel leek overigens wel gerechtvaardigd. Vermoed mag worden dat Macrons enthousiasme voor deze vorm van Europese democratie toch vooral werd ingegeven door het vooruitzicht dat hij op de golven van een transnationale Europese beweging – een Europese vorm van La République En Marche – stormenderhand het EP zou binnenwaaien.

Maar dat daargelaten, zou men toch brede steun binnen datzelfde EP voor dit idee verwachten. Het gaat immers om Europese democratie. Maar nee, een ruime meerderheid wees het af, daarin overigens tot frustratie van Macron gesteund door de Europese Raad. Het verzet kwam vooral uit de hoek van de Europese Volkspartij – de club van Christendemocraten die vreesde dat doorvoering ervan met name zijn dominante positie in het EP zou verzwakken. Een positie die blijkbaar zo belangrijk wordt gevonden dat de partij van Viktor Orbán nog vrolijk lid is van de EVP en Silvio Berlusconi binnen dit gezelschap weer onthaald is als de verloren opa die Italië gaat redden. Over politiek opportunisme gesproken.

Jean-Claude Juncker in 2017 met zijn rechterhand, Martin Selmayr
Jean-Claude Juncker in 2017 met zijn rechterhand, Martin Selmayr. Bron: Europese Commissie

Diezelfde EVP heeft als winnaar van de afgelopen Europese verkiezingen de voorzitter van de Europese Commissie mogen leveren. Inderdaad ‘Spitzenkandidat’ Jean-Claude Juncker. Juncker die in zijn State of the Union van 2016 waarschuwde voor een existentiële crisis in de Unie; een bestaanscrisis die in zijn ogen het resultaat was van een diep wantrouwen onder de Europese burgers. Een wantrouwen dat hij toch vooral weet aan het opportunisme van de lidstaten. Herstel van dat vertrouwen, dat was de uitdaging waar de Unie voor stond. Een uitdaging aan vooral nationale politici.

Van wie anderen zo de maat neemt, mag je vervolgens openheid, transparantie en een zorgvuldige toepassing van de regels verwachten. Zonder dat is herstel van vertrouwen een illusie. Maar dan lees je in NRC Handelsblad de column van Luuk van Middelaar1 – een Europese insider – over de wijze waarop diezelfde Juncker dubbelspel gespeeld heeft teneinde zijn rechterhand, Martin Selmayr, als Secretaris-Generaal van de Europese  Commissie benoemd te krijgen. Wie al niet wantrouwig was over het welhaast spreekwoordelijk opportunisme waarmee de Brusselse bubbel behept is, zal na lezing van Van Middelaars column een gevoel van diep cynisme niet kunnen onderdrukken.

Kortom, Europese democratie is mooi, maar vooral voor de bühne. Maar één troost. Premier Rutte wist na de genoemde Europese Raad triomfantelijk te melden dat Nederland er dankzij het vertrek van de Britten drie Europarlementariërs bij krijgt. Wie durft er dan nog te zeuren over Europese democratie?

Auteurs

Jan Rood
Hoofdredacteur van de Clingendael Spectator