Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

Is Macron een luchtfietser?

Boeiende tijden in de Europese Unie. De ene lidstaat wil eruit, de andere wil vooruit. Het strafste pleidooi voor een sterkere Unie komt tegenwoordig uit Parijs.

Aan de Sorbonne legde president Macron uit op welke fronten hij op een krachtiger Europese politiek hoopt. Zijn toespraak leek een lange brief voor sinterklaas, vol wensen en verlangens.

Er moet een gemeenschappelijk defensiebudget komen, en ook een Europese interventiemacht, een grenspolitie en een uit de kluiten gewassen gemeenschappelijk programma om vluchtelingen op te leiden en te integreren. Er mag werk worden gemaakt van een Europese energiebelasting en van een collectief industrieel programma om schone voertuigen te ontwikkelen. De Unie hoort een innovatieagentschap op te richten en grote internetbedrijven moeten via gezamenlijke afspraken fair belast worden. De Eurozone heeft een gemeenschappelijk budget nodig om te investeren en om stabiliteit te bieden bij economische schokken. Meer in het algemeen zou er een Europese regeling moeten komen rond minimumlonen, sociale bijdragen en bedrijfsbelastingen.

Het is maar een klein greepje uit Macrons voorstellen, waarvan het merendeel zo uit een traktaat van Guy Verhofstadt kon zijn geplukt.

Wat vooral fascineert, is dat Macron niet onmiddellijk is weggezet in het kamp van de luchtfietsers. Het tegendeel is haast waar: zowel de media als vele andere leiders gaven aan dat ze grondig wilden spreken over deze voorstellen. In Talinn, waar de Europese top de afgelopen dagen bijeenkwam, had iedereen het erover. De ene kan zich klaarblijkelijk meer dromerijen veroorloven dan de andere. Het helpt natuurlijk als je president van een groot land bent.

Maar er is meer aan de hand: de ideeën van Macron houden namelijk echt wel steek. Dit zijn geen wilde invallen van een man die niet weet waar hij mee bezig is. Ruim een halve eeuw Europese integratie heeft ertoe geleid dat de lidstaten van de Unie economisch sterk aaneen zijn geklonterd en daardoor ook samen voor gelijkaardige uitdagingen staan. Op die terreinen waar de Unie weinig voorstelt, staan de lidstaten vaak in verspreide slagorde. Ze houden vast aan hun eigen bevoegdheden en willen eigen keuzes maken, maar het gevolg is dat ze alle grip verliezen op processen die hen overstijgen.

Op het vlak van defensie is er een manifest gebrek aan efficiëntie: waar de Europese landen samen ongeveer de helft uitgeven aan landsverdediging, in vergelijking met de Verenigde Staten, halen ze slechts 10 à 15 procent van de effectiviteit van die Verenigde Staten. Dat heeft alles met versnippering te maken: met achtentwintig afzonderlijke budgetjes kan je geen krachtige investeringen doen. En met achtentwintig aparte landmachtjes, luchtmachtjes en zeemachtjes lukt het niet om even efficiënt te interveniëren dan wanneer er een meer eengemaakte interventiemacht zou zijn.

Op die terreinen waar de EU weinig voorstelt, staan de lidstaten vaak in verspreide slagorde

Of neem belastingen: als ieder zijn zin doet, en probeert bedrijven weg te plukken uit andere landen door ze fiscale cadeaus te geven, eindigt op den duur iedereen zonder belastinginkomsten.

Economen hebben al tot in den treure herhaald dat een muntunie pas goed en tot ieders profijt kan werken als er ook een automatisch solidariteitsmechaniekje bestaat dat in tijden van problemen geactiveerd kan worden.

Zorgen voor veiligheid, een aanpak van grootschalige belastingontwijking of klimaatverandering, het beheer van migratiestromen, noem maar op: het heeft pas resultaat als het collectief gebeurt.

De afgelopen jaren bleek dat vele lidstaten nog eerder neigden naar het wegzinken in trivialiteit dan naar het aanvaarden van een meer gezamenlijke regeling van vele zaken. Het is precies die hang naar zelfbeschikking op kleine schaal die het onmogelijk maakt de uitdagingen aan te pakken die zich op een grote schaal manifesteren.

De Britten zijn vandaag de dag het meest consequent in hun keuze voor de trivialiteit. De meeste andere regeringen beseffen nu gaandeweg wat er op het spel staat. Veel van Macrons voorstellen staan trouwens al op de agenda en kennen soms zelfs al een aarzelend begin. Maar de lidstaten maken die keuze doorgaans met de handrem op, op de vingers gekeken door een sceptische publieke opinie en met eurokritische partijen die in de nek blazen.

Dat verklaart dat de ontwikkelingen van de voorbije tijd weliswaar in de richting gaan van de voorstellen van Macron, maar dan wel in een traag tempo, ploeterend van deelmaatregel naar deelmaatregel. Het is het klassieke ritme van de Europese integratie, gestaag en zonder grote sprongen: het stokt en het rommelt en het hapert, maar het valt ook niet stil. En het keert zeker niet om.De wind zit in de Europese zeilen, wist Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker tijdens zijn State of the Union te zeggen. De Brexit, de externe dreigingen en de wereldwijde onzekerheid duwen de lidstaten dichter bij elkaar en zetten de neuzen wat meer in dezelfde richting. Er is nu een window of opportunity voor meer ambitieuze voorstellen. Macron wil het venster nog wat verder openwrikken.

 

Auteurs

Hendrik Vos
Hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent