Hoe Afghanistan verdween uit Holland
Analyse Conflict en Fragiele Staten

Hoe Afghanistan verdween uit Holland

31 Aug 2022 - 09:44
Photo: Nederlandse militairen in Afghanistan in 2009. © ResoluteSupportMedia / Flickr
Terug naar archief

Op 30 augustus was het precies een jaar geleden dat de laatste Amerikaanse militairen uit Afghanistan vertrokken. Inmiddels lijkt iedereen Afghanistan te zijn vergeten. Volgens Jorrit Kamminga gaan we nog altijd de meest akelige vraag uit de weg: hoe het mogelijk is dat twintig jaar aan miljardeninvesteringen uiteindelijk een regime in het zadel heeft geholpen dat vrijwel identiek is aan het regime ten tijde van 9/11?

DE KWESTIE

Waar gaat dit over?
Een jaar geleden, op 30 augustus 2021, vertrokken de laatste Amerikaanse militairen van het vliegveld in Kaboel. Daarmee kwam een einde aan twintig jaar militaire aanwezigheid van de Amerikanen en bondgenoten in Afghanistan.

Heeft die aanwezigheid van het Westen nut gehad?
Het maakt volgens Jorrit Kamminga voorlopig niet uit hoe we de verworvenheden van de afgelopen twintig jaar willen inkleuren; we gingen van de Taliban naar de Taliban, van de boerka naar de boerka en van armoede naar armoede. Het is voorlopig onduidelijk hoe en wanneer de Westerse investeringen in mensen, kennis en toegang tot informatie de ontwikkeling van Afghanistan in de toekomst weer positief kunnen beïnvloeden.

Wat is de huidige Nederlandse betrokkenheid?
Nederland blijft voorlopig humanitaire steun verlenen en een klein aantal ontwikkelingsprojecten is hervat. Daarbij wordt het Taliban-regime niet erkend als wettige regering en gaat steun direct naar lokale partners. Hoewel een handjevol journalisten, politici, onderzoekers en ontwikkelingswerkers blijft proberen om op afstand Afghanistan op de agenda te houden, is er onmiskenbaar sprake van Afghanistanmoeheid.

Afghanistan: weet u nog? Dat land in het hart van Azië waar we twintig jaar lang van alles deden? Vóór de oorlog in Oekraïne. Oh, Uruzgan bedoel je? Ja, Uruzgan. En Baghlan, Kaboel, Kandahar, Kunduz en Mazar-e-Sharif. Het land waar we de Betuwe zouden creëren, waar we de velden met het ‘rode goud’ (saffraan) zouden zaaien, waar we politievrouwen aan het opleiden waren. Het land waarvan we de bevolking ‘deze keer’ niet in de steek zouden laten, waar we hun harten gingen veroveren, bijvoorbeeld door roze teddyberen uit te delen en thee te drinken met dorpshoofden. En door zonder helm te patrouilleren. Totdat we beschoten werden.

Kamminga - Nederlandse militairen van de Task Force Uruzgan controleren verkopers voordat de bazar opent in Afghanistan in 2008. ResoluteSupportMedia - Flickr
Nederlandse militairen van de Task Force Uruzgan controleren verkopers voordat de bazar opent in 2008. © ResoluteSupportMedia / Flickr

Op 15 augustus was het een jaar geleden dat de Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel veroverden. Het einde van de Nederlandse en internationale militaire aanwezigheid was toen al een feit. Een vlaggenceremonie op kamp Marmal in Mazar-e-Sharif maakte op 24 juni vorig jaar al een einde aan de Nederlandse missiebijdrage. Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag sprak toen nog van “fragiele maar belangrijke resultaten”. Het was, volgens haar, nu aan de Afghanen om zelf hun eigen toekomst te bepalen en vrede “via de onderhandelingstafel te grijpen”.1

Dat de Taliban een krappe twee maanden later de ‘vrede’ met een snelle militaire opmars zouden grijpen, was niet voorzien. Gevoelens van verontwaardiging, boosheid en teleurstelling verdrongen snel de opluchting die kortstondig bij Nederlandse politici merkbaar was. Er was een einde gekomen aan een lange reeks missiebijdragen die keer op keer verlengd werd zonder duurzame resultaten te bereiken op het gebied van stabiliteit en veiligheid. Maar dit kon toch niet het eindresultaat zijn?

De terugkeer van de Taliban was een klap in het gezicht van politici die jarenlang militair ingrijpen primair verdedigden door te wijzen op mensenrechten en het ‘bevrijden’ van vrouwen uit boerka’s

Een onvoltooid staatsopbouwproject in de steigers laten staan was door onze politici nog wel goed te praten, maar de terugkeer van de Taliban was als een pijnlijke galsteen die niet te verwijderen is. Het was een klap in het gezicht van politici die jarenlang militair ingrijpen primair verdedigden door te wijzen op mensenrechten en het ‘bevrijden’ van vrouwen uit boerka’s.

Twintig jaar missies in een ver land als Afghanistan is politiek gezien een ijstijd. Vooral als je bedenkt dat een meerderheid in de Tweede Kamer het eind 2002 al wel genoeg vond, toen Nederland aan de tweede verlenging van de ISAF-bijdrage2  in Kaboel begon. Dat het einde van onze missies uiteindelijk samen zou vallen met de terugkeer van de Taliban is een wrede plotwending die je alleen bij Game of Thrones zou verwachten. Het is nog steeds moeilijk te bevatten hoe snel die omwenteling zich voltrok.

Vast in een moeras
Sinds de aanslagen van 9/11 zaten we vast in een moeras van een te dominante militaire aanpak voor een situatie die vooral een politieke oplossing nodig had. Ook met de beste bedoelingen en de tomeloze inzet van Nederlandse militairen, politieagenten, diplomaten en ontwikkelingswerkers kwamen we maar niet uit dat moeras. Net als de duiven boven Kaboel bleven we sloom rondjes vliegen in een door onszelf opgezet politiek systeem dat van corruptie en nepotisme aan elkaar hing en niet paste bij de Afghaanse werkelijkheid.

Kamminga - Eenheden van 42 Bataljon Limburgse jagers, in samenwerking met de Afghan National army in Afghanistan in 2007. ResoluteSupportMedia - Flickr
Eenheden van 42 Bataljon Limburgse jagers, in samenwerking met de Afghan National Army in Afghanistan in 2007. © ResoluteSupportMedia / Flickr

Tegen de adviezen van politicologen als John Mearsheimer in bleven we maar denken dat het mogelijk was om Afghanistan van buitenaf te kunnen veranderen in een liberale democratie. Onze gereedschapskist puilde uit met westerse blauwdrukken voor democratie, mensenrechten en de rechtsstaat. Gedragen door goede bedoelingen maar vooral ook door onze eigen kernbelangen die keer op keer in de Tweede Kamer herhaald werden: het voorkomen van terrorisme en irreguliere migratie.

President Trump luidt het einde in
Juist vanwege die tomeloze ambitie om Afghanistan een westerse spiegel voor te houden, konden we maar niet weg. De aangereikte stok kwam uiteindelijk niet van de Taliban of de Afghaanse regering, maar van toenmalig president van de Verenigde Staten Donald Trump.

Trump besloot in 2018 dat het genoeg was en ging met de Taliban praten. Zijn diplomatieke offensief was vooral voor de Amerikaanse bühne. In 2020 waren er verkiezingen in de VS en Trump wilde zich presenteren als de president die zelf geen oorlogen was begonnen en bovendien de troepen had teruggetrokken uit de lopende militaire conflicten.

Toch verdient deze politieke zet meer lof dan hij tot nu toe gekregen heeft. Trump was namelijk in staat om dit besluit te nemen tegen de adviezen in van dominante haviken als John Bolton (toen de nationale veiligheidsadviseur) en Mike Pompeo (toen minister van Buitenlandse Zaken). Verder leidde deze stap uiteindelijk ook voor het eerst in vijf jaar tijd tot een formeel vredesproces. Daar was van alles op af te dingen, maar welk vredesproces loopt wel soepel?

Kamminga - Nederlandse militairen van de Task Force Uruzgan in Afghanistan in 2008. ResoluteSupportMedia - Flickr
Nederlandse militairen van de Task Force Uruzgan in Afghanistan in 2008. © ResoluteSupportMedia / Flickr

De reactie van het Nederlandse kabinet was kenmerkend slap. Na achttien jaar het standpunt ‘we praten niet met terroristen’ vol te hebben gehouden, verwelkomde onze regering nu ineens alle initiatieven die vrede maar dichterbij zouden kunnen brengen. Maar ook daarachter stak de wens om – in het kielzog van Trump – Afghanistan vooral zo snel mogelijk te kunnen verlaten.

De Amerikaanse onderhandelingen met de Taliban openden de mogelijkheid voor Nederland en de rest van de internationale gemeenschap om de militaire missie in Afghanistan stop te kunnen zetten. Als kleine zijspan van de Amerikaanse militaire motor in Afghanistan bleven we twintig jaar afhankelijk van wat er in Washington besloten werd. Ook op weg naar de uitgang.3

Mislukte staatsopbouw
Hoe zag het onvoltooide staatsopbouwproject er anno 2021 uit? Zonder politieke oplossing werden de laatste tien jaar van onze aanwezigheid gekenmerkt door drie onvoltooide transities.

Een veiligheidstransitie zorgde ten eerste voor een enorm, redelijk getraind militair en politieapparaat dat een valse garantie bleek te zijn voor politieke stabiliteit en duurzaamheid. Een economische transitie zorgde ten tweede voor een groeiende economie maar hield de te grote afhankelijkheid van internationale steun in stand. De coronacrisis zorgde uiteindelijk zelfs voor een economische recessie.

Het structurele geweld hield aan vanwege onze hoogmoed om Risk te willen spelen in een te grote zandbak

Ten derde bleef een politieke transitie steken op de tekentafel. Op papier zag de ‘liberale democratie’ er indrukwekkend uit met haar overheidsinstellingen en vrije verkiezingen. In werkelijkheid waren de machtsverhoudingen in Afghanistan niet of nauwelijks veranderd. Het gedecentraliseerde systeem waarbij de macht bij mannen in de regio’s ligt, kwam steeds weer bovendrijven. De aanhoudende corruptie die ermee gepaard ging, werd gevoed door onze eigen hulpkraan – die twintig jaar lang volledig open stond. Het structurele geweld hield aan vanwege onze hoogmoed om Risk te willen spelen in een te grote zandbak.

Afghanistanmoeheid
De gemiddelde Nederlander heeft niets met Afghanistan. Het was dan ook logisch dat in Nederland al snel Afghanistanmoeheid ontstond.
4
 In de politiek, in de media en bij het grote publiek was dat al lang voelbaar: Afghanistan was een gepasseerd station.

Een land waar Nederlanders voor 2001 niet of nauwelijks een band mee hadden, kan niet lang onze aandacht vasthouden. Vooral niet als er nauwelijks economische of politieke belangen zijn. De handelsrelatie tussen Afghanistan en Nederland was voor 2001 zeer bescheiden en is gek genoeg nauwelijks gegroeid in de twintig jaar van onze aanwezigheid. In 2020 exporteerde Nederland voor ongeveer dertig miljoen euro naar Afghanistan. Slechts een tiende daarvan ging de andere kant op.

Er wordt inmiddels over Afghanistan geschreven alsof de afgelopen twintig jaar nooit hebben plaatsgevonden

De Nederlandse media deden na de missie in Uruzgan (2006-2010) steeds minder vaak verslag van Afghanistan. Slechts af en toe was er een korte opleving; vooral als het misging in de gebieden waar de Nederlanders hadden gezeten. Daarbij was er minder aandacht voor het lot van de Afghanen dan voor onze eigen inzet en opofferingen: het zou toch allemaal niet voor niets zijn geweest?

Na het einde van de laatste missie in juni 2021 kwam er als stuiptrekking nog één mediaoffensief tijdens de snelle opmars van de Taliban en de evacuatie die daarop volgde. Sindsdien wordt er over Afghanistan geschreven alsof de afgelopen twintig jaar nooit hebben plaatsgevonden; alsof het een land als Bangladesh betreft waar natuurrampen en hongersnood af en toe nieuwswaardig zijn.

Kamminga - Talibanstrijders vieren op 15 augustus 2022 de val vande Afghaanse hoofdstad Kaboel een jaar eerder. Reuters
Talibanstrijders vieren op 15 augustus 2022 de val van de Afghaanse hoofdstad Kaboel een jaar eerder. © Reuters

De terugkeer van de Taliban maakt het bovendien makkelijker om niet meer veel aandacht aan het land te besteden. Het past bij de algemene houding van de internationale gemeenschap om vast te houden aan sancties en isolement, terwijl deze het juist moeilijker maakt om nog iets te betekenen voor de Afghaanse bevolking.

Bijkomend voordeel is dat we zo ook de meest akelige vraag uit de weg kunnen gaan: hoe het in godsnaam mogelijk is dat twintig jaar aan miljardeninvesteringen uiteindelijk een regime in het zadel heeft geholpen dat vrijwel identiek is aan het regime dat de zondebok werd voor een krachtige respons op de terroristische aanslagen van 9/11. Het maakt voorlopig niet uit hoe we de verworvenheden van de afgelopen twintig jaar willen inkleuren; we gingen van de Taliban naar de Taliban, van de boerka naar de boerka en van armoede naar armoede.

De evacuatie als schaamlap
Het laatste hoofdstuk van de afgelopen twee decennia was verreweg het meest rampzalige. Het is een understatement om te zeggen dat de evacuatie chaotisch verliep. De filmpjes van taxiënde vliegtuigen met meerennende Afghanen zullen nog lang op ons netvlies blijven staan, als een bloedserieuze herinnering dat onze inspanningen elders in de wereld altijd ook negatieve effecten kunnen hebben voor de mensen die we juist proberen te helpen.

Nog triester was het dat er opeens nieuwe helden moesten opstaan om nog enigszins iets te maken van de evacuatie

Het lopende onderzoek naar de evacuatie zal misschien uitwijzen hoe het mogelijk was dat er geen noodplannen waren voor een scenario waar, hoe extreem ook, altijd rekening mee moet worden gehouden in een fragiel en politiek sterk verdeeld land als Afghanistan. Daarnaast is het belangrijk om een goed antwoord te formuleren op de vraag hoe Nederland – ondanks een Kamermeerderheid voor een brede evacuatie – uiteindelijk nog steeds niet het onderste uit de kan haalt om mensen uit Afghanistan te krijgen. In augustus wachtten nog 496 Afghanen op overbrenging naar Nederland,5  maar dat is maar een klein deel van de duizenden Afghanen die twintig jaar lang direct of indirect via lokale partners voor Nederlandse projecten hebben gewerkt.

Nog triester was het dat er opeens nieuwe helden moesten opstaan om nog enigszins iets te maken van de evacuatie. Veteranen als Roy Grinwis, politici als Derk Boswijk (CDA) en ontwikkelingswerkers als Anne Kwakkenbos deden hun stinkende best. Toch vraag je je af waar dat soort helden de afgelopen tien jaar waren toen in Nederland een oorverdovende stilte heerste rondom het dossier Afghanistan.

De evacuatie kreeg zo de vorm van een schaamlap. Met man en macht werd opeens keihard gewerkt om nog iets te maken van een situatie waar we zelf medeverantwoordelijk voor waren; door twintig jaar lang nooit de Afghanen zelf centraal te stellen, door een parallelle werkelijkheid in het land in stand te houden en door een politieke oplossing nooit te prioriteren.

Kamminga - Een zeldzame protestactie van Afghaanse vrouwen in Kaboel op 13 augustus 2022. Reuters
Een zeldzame protestactie van Afghaanse vrouwen in Kaboel op 13 augustus 2022. © Reuters 

Een kroniek van een aangekondigde dood
Onze exit uit Afghanistan leest als een kroniek van een aangekondigde dood. Je weet jarenlang dat je niet voor altijd in Afghanistan kunt blijven, zeker niet met militairen. Buiten 9/11 om was er voor Nederland geen enkele historische of politieke reden om in het land actief te blijven. In die zin is er sprake van normalisatie; een overreactie op een unieke terroristische aanslag bracht ons in Afghanistan, maar daar hadden we verder eigenlijk niets te zoeken.

Met pijn in het hart moeten we concluderen dat Nederland eigenlijk zeer weinig met Afghanistan heeft. De handel en diplomatieke betrekkingen bleven altijd zeer beperkt. Het toerisme ook. Wat blijft er dan nog over? Angst voor migratie en terrorisme? Als dat werkelijk belangrijke drijfveren zijn voor ons buitenlands beleid, dan is die angst in dit geval misplaatst: verreweg de meeste Afghaanse vluchtelingen en migranten blijven in buurlanden als Iran en Pakistan, en internationale aanslagen worden niet gepland vanuit Afghanistan. Ja, de aanwezigheid van Al Qaida-kopstuk Ayman al-Zawahiri in Kaboel was zowel zorgelijk als opvallend, maar er is geen enkele aanwijzing dat dit geleid zou hebben tot internationaal terrorisme.

Het feit dat we bijvoorbeeld in Libië of Syrië niet massaal ingrepen, kun je gedeeltelijk verklaren door het moeras Afghanistan

De lopende evaluaties zijn belangrijk, maar gaan niet voor een opleving van de bilaterale betrekkingen zorgen. Het is überhaupt de vraag of Afghanen ooit van die lessen zullen profiteren. Sommige lessen zijn al wel getrokken, maar dan vooral in negatieve zin. Het feit dat we bijvoorbeeld in Libië of Syrië niet massaal ingrepen, kun je gedeeltelijk verklaren door het moeras Afghanistan.

Nederland is ondertussen wel veranderd door Afghanistan. De dertigduizend uitgezonden Nederlanders dragen nu allemaal een stukje Afghanistan in hun hart mee. De hoofdboodschap van een interview met veteranen Kenny van Geijlswijk en Roy Grinwis in de Volkskrant van 30 juli vorig jaar was alleszeggend: “Wij zijn uit Afghanistan, maar Afghanistan niet uit ons.”6

Je kunt daar de culturele rijkdom van ongeveer zestigduizend Afghanen die in Nederland wonen bij optellen. Maar die gemeenschap is zeker niet groot genoeg om een stevige bilaterale betrokkenheid op de lange termijn af te dwingen. De diaspora en veteranen zijn honoraire ambassadeurs geworden voor een land dat politiek gezien niet meer bestaat.

Daarnaast is er slechts een handjevol journalisten, politici, onderzoekers en ontwikkelingswerkers dat na al die jaren blijft proberen om op afstand Afghanistan op de agenda te houden. Nu de mogelijkheden om naar Afghanistan te reizen nog beperkter zijn dan in de afgelopen twintig jaar, is dit haast een onmogelijke opgave geworden. Maar het is momenteel – triest genoeg – de enige missie die we nog hebben in Afghanistan.

  • 1Ministerie van Defensie, ‘Vlaggenoverdracht maakt einde aan 20 jaar lang missies in Afghanistan’, 24 juni 2022.
  • 2International Security Assistance Force: de voormalig stationering van NAVO-eenheden in Afghanistan.
  • 3Zelfs nog tijdens de trieste evacuatie, toen Amerika bepaalde wanneer en onder welke omstandigheden Nederland mensen kon evacueren.
  • 4Dat nare maar treffende woord werd voor het eerst gebruikt door Trouw-columnist Koen Koch, notabene net een maand na 9/11. Het beschrijft het steeds sterker wordende gevoel dat Afghanistan voor Nederland ‘voorbij’ is.
  • 5‘Voortgang overbrengingen Afghanistan’, Kamerbrief van de minister van Buitenlandse Zaken, Kamerstuk 27 925, Nr. 913, 15 augustus 2022.
  • 6Arnout Brouwers, ‘Zij zullen Afghanistan nooit echt verlaten’, de Volkskrant, 30 juli 2021.

Auteurs

Jorrit Kamminga
Associate Fellow bij Instituut Clingendael