Iran na Khamenei: wat staat Europa te doen?
Wat als ayatollah Ali Khamenei morgen verdwijnt? Die vraag wordt in Europa meestal vooruitgeschoven. Te ingewikkeld, te onzeker, te ver weg. Maar precies dat uitstel is een risico, zegt Iran-kenner Shermin Amiri. Want Iran staat aan de vooravond van een machtswisseling, en de manier waarop die overgang zich voltrekt, zal Europa direct raken.
In zijn invloedrijke analyse ‘The Autumn of the Ayatollahs’ schetst Iran-expert Karim Sadjadpour vijf plausibele scenario’s voor Iran na Khamenei.
Dat maakt de vraag urgent of het Europese Iran-beleid – dat nu grotendeels rust op sancties, afschrikking en morele afstand – nog volstaat. Op basis van de laatst verifieerbare gegevens van juni 2025 stond Iran toen dichter bij een nucleaire doorbraak dan ooit.
Wat deze situatie sinds de Amerikaanse militaire aanvallen op Iraanse nucleaire infrastructuur heeft veranderd, is vooralsnog onzeker. Door beperkte inspectietoegang, Iraanse restricties op monitoring en het uitblijven van volledige onafhankelijke verificatie is niet vast te stellen in hoeverre verrijkingscapaciteit en voorraden duurzaam zijn aangetast. Juist deze combinatie van eerdere nabijheid en huidige onduidelijkheid vergroot het strategische risico.
Het onderscheid tussen transitieproces en eindmodel is cruciaal
In vrijwel alle door Sadjadpour geschetste autoritaire scenario’s blijft nucleaire ambiguïteit een instrument van regimebehoud: als afschrikking tegen buitenlandse druk of als geopolitieke hefboom. Voor Europa betekent dit verdere erosie van het non-proliferatieregime en groeiende afhankelijkheid van Amerikaanse militaire afschrikking, terwijl de EU juist strategische autonomie nastreeft.
Ook economisch en energetisch zijn de implicaties groot. Iran bezit de op één na grootste aardgasreserves ter wereld en aanzienlijke oliecapaciteit. Toch maken geen van de autoritaire scenario’s structurele normalisering van economische relaties waarschijnlijk. Sancties, elite capture door veiligheidsstructuren en zwakke instituties blijven dominant. Dat sluit Iran uit als stabiele partner in Europese energie-diversificatie na het wegvallen van Russische leveringen.
Regionaal impliceert autoritaire continuïteit bovendien aanhoudende proxy-conflicten, druk op maritieme handelsroutes en periodieke escalaties met Israël en de Perzische Golfstaten, met directe gevolgen voor Europese handels- en veiligheidsbelangen. Langdurige repressie en economische stagnatie vergroten daarnaast de kans op migratiedruk, een patroon dat Europa eerder zag in Syrië.
Tegen deze achtergrond is een democratische rechtsstaat in Iran geen voorspelling, maar wel het enige scenario dat consistent aansluit bij Europese belangen op lange termijn. Sadjadpour wijst er terecht op dat Iran na Khamenei waarschijnlijk eerst zal zoeken naar bestuurbaarheid en orde, en niet naar abstracte democratische idealen.
Dat maakt het onderscheid tussen transitieproces en eindmodel cruciaal. Democratische transities ontstaan zelden via verkiezingen alleen; zij worden voorbereid in de fase daarvoor, via onderhandelingen, minimale institutionele consensus en het ontstaan van werkbare coalities voordat machtsconsolidatie plaatsvindt.
In dat licht is de gefragmenteerde Iraanse oppositie minder een zwakte dan vaak wordt verondersteld. Decennia van repressie hebben politieke organisatie ondermijnd en ideologische breuklijnen verdiept. Fragmentatie sluit politieke relevantie echter niet uit, maar vereist een andere benadering. In zulke contexten krijgen zichtbaarheid en herkenbaarheid op zichzelf strategisch gewicht, omdat zij fungeren als voorlopige knooppunten in bredere, nog vloeibare coalitievorming.
Wie afwezig blijft in de voorbereidende fase, heeft later nauwelijks invloed op de machtsverdeling
Peilingen van het onafhankelijke onderzoeksinstituut GAMAAN laten zien dat geen enkele oppositiefiguur over dominante steun beschikt.
De grootschalige repressie in 2025 en begin 2026 – door TIME op basis van lokale gezondheidsbronnen en mensenrechtenorganisaties geschat op mogelijk meer dan 30.000 doden
In zo’n context ligt het voor de hand dat delen van deze onbesliste groep zich niet primair vanuit ideologische overtuiging bewegen richting Pahlavi, maar vanuit afkeer van het bestaande systeem. Zijn zichtbaarheid kan dan uitgroeien tot tijdelijke politieke aantrekkingskracht, zonder dat sprake is van uitgekristalliseerde steun of een vastomlijnd leiderschapsmandaat.
Voor Europa volgt hieruit geen opdracht om leiders te kiezen of personen te steunen, maar wel om het initiatief te nemen in het faciliteren van het transitieproces. In autoritaire overgangen geldt dat wie afwezig blijft in de voorbereidende fase, later nauwelijks invloed heeft op de machtsverdeling. Juist omdat Europese instituties geen directe partij zijn in de Iraanse machtsstrijd, maar wel substantiële belangen hebben bij de uitkomst, ligt hier een duidelijke rol voor de EU.
Concreet betekent dit dat Europa politieke kanalen opent en structureert tussen uiteenlopende Iraanse oppositiestromen: van monarchistische en republikeinse groepen tot seculier-democratische netwerken, etnische bewegingen en civiele organisaties in binnen- en buitenland. Niet om deze actoren te verenigen onder één vlag, maar om te voorkomen dat zij elkaar uitsluiten voordat een overgangsorde is uitgekristalliseerd. Het leiderschap ligt daarbij niet bij één Iraanse figuur, maar bij het proces zelf: het organiseren van gesprek, het vaststellen van minimale spelregels en het begrenzen van machtsconcentratie in een vroege fase.
De kernvraag is niet welk Iraans scenario het meest waarschijnlijk is, maar welk scenario Europa zich kan veroorloven
Europese diplomatie kan hierin richting geven door toegang tot politieke fora, erkenning en toekomstige samenwerking expliciet te koppelen aan aantoonbare inzet voor pluralisme, geweldloosheid en institutionele samenwerking tijdens een overgangsperiode. Dit is geen inmenging in Iraanse politieke keuzes, maar het onpartijdig regisseren van het speelveld waarin die keuzes tot stand komen.
Het alternatief is dat dit voorbereidende speelveld wordt overgelaten aan externe actoren met andere prioriteiten. De Verenigde Staten hebben in eerdere transities laten zien bereid te zijn tot persoonsgerichte machtspolitiek, waarbij kortetermijnstabiliteit en loyaliteit zwaarder wegen dan institutionele verankering. Dat vergroot het risico op een post-theocratisch Iran dat bestuurbaar oogt, maar opnieuw autoritair wordt.
Voor Europa zou dat het slechtst denkbare resultaat zijn: formele stabiliteit zonder duurzame legitimiteit, met blijvende veiligheidsrisico’s, migratiedruk en afhankelijkheid van externe militaire afschrikking. De kernvraag is daarom niet welk Iraans scenario het meest waarschijnlijk is, maar welk scenario Europa zich kan veroorloven. Afwachtend realisme vergroot de kans dat orde na Khamenei ten koste gaat van rechtsstatelijkheid; vroege, conditionele betrokkenheid vergroot de kans dat bestuurbaarheid en legitimiteit parallel kunnen ontstaan.
0 Reacties
Reactie toevoegen