Obama leidt de wereld zo slecht nog niet
Analyse Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Obama leidt de wereld zo slecht nog niet

24 Feb 2016 - 14:39
Photo: Flickr / Minister-president Rutte
Terug naar archief

Hoe gaat president Barack Obama de geschiedenisboeken in? Amerika-deskundige Willem Post maakt de balans op van acht jaar buitenlandbeleid van Obama, de president van het ‘strategisch geduld’.

Onze percepties van de buitenlandse politiek raken steeds meer verstrengeld met verwarrende beeldvorming van 24 uurs-media die non-stop en oppervlakkig de ontwikkelingen in de wereld verslaan in plaats van doorgronden. Aan die complexe beeldvorming ligt voornamelijk ten grondslag dat de vertrouwde beelden van nog niet zo lang geleden aan gruzelementen zijn geslagen.

Tot ongeveer 1990 werden de internationale betrekkingen beheerst door de leiders van de twee Westerse en Oosterse machtsblokken. Bij het wegzakken van die bipolaire wereld riep de eerste president Bush een nieuwe Wereldorde uit, waarbij zoveel mogelijk landen onder de vlag van de Verenigde Naties eendrachtig zouden samenwerken bij humanitaire rampen en conflicten. De charmeur-president Bill Clinton maakte er welhaast een politiek sprookje van. Met letterlijk op zijn nachtkastje het boek The End of History van Francis Fukuyama, oreerde ‘onze Bill’ over één global village dat in feite één groot en welvarend Amerika zou worden. Het democratisch kapitalisme zou zich overal nestelen. De vele vrijhandelsverdragen met zelfs de vroegere communistische vijand Vietnam waren er het bewijs van.

‘Nine-eleven’ vernietigde het beeld van Amerika als onkwetsbaar fort
Het meest simpele, eenduidige beeld schetste de tweede president Bush. Vóór nine-eleven presenteerde hij zijn land, zoals buitenland-specialist Norman Ornstein van het American Enterprise Institute mij het destijds omschreef, als het nieuwe Romeinse Rijk. Zo’n imperium zou ook nog eens beschermd worden door een anti-rakettenschild. Het aloude beeld van een onkwetsbaar fort tussen de wereldzeeën kreeg zo een nieuwe, moderne dimensie. Weg was de counter balance met de Sovjetunie. De Verenigde Staten hadden het machtsvacuüm na de Koude Oorlog in no-time opgevuld.

‘Nine-eleven’ sloeg dat beeld aan gruzelementen. Als zelfs een groepje gewiekste burgerterroristen Amerika onderuit konden halen..! De oorlogen in Irak en Afghanistan bewezen dat de wereld veel ingewikkelder in elkaar zit. Belangrijke les is inmiddels dat onze wereld weinig maakbaar is en dat global power diffuus is geworden.

Obama’s erfenis
De nieuwe, onervaren en intellectuele ‘professor-president’ Barack Obama kreeg in 2009 die twee oorlogen op zijn bordje. Plus nog eens de ernstigste financieel-economische crisis sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. In een onoverzichtelijke wereld, waarin ook steeds meer ‘sub-state’ en ‘non-state’ actors hun plaatsje proberen te veroveren, moest de arme Obama zijn weg zien te vinden.

‘Arm’ omdat de macht van de Amerikaanse president nog steeds groot is, maar niet zo groot als onder zijn voorgangers. Obama is de eerste moderne Amerikaanse president die aangeeft dat de macht van de Verenigde Staten relatief is. Zijn Obama-doctrine rust op pragmatisme en realisme. Belangrijk uitgangspunt is dat veel U.S. boots on the ground niet echt het verschil kunnen maken in tribale gebieden met een grote complexiteit aan etnische en religieuze spanningen.

Zijn op zich verstandige opmerkingen over leading from behind waren gericht op het conflict in Libië, dat aan de vooravond van een humanitaire slachting stond. De Europeanen zouden het voortouw moeten nemen gezien hun oliebelangen en geografische nabijheid, maar natuurlijk zouden de Amerikanen daarna leiden.

Maar het leed was in de beeldvorming al geschied. Van het woordje behind houden veel patriottisch gedrilde en vaak oudere Amerikanen niet. Zij zijn opgevoed in de American Century en beïnvloed door de mooie ‘praatjes’ van president Reagan, de beide presidenten Bush en president Clinton.

 

'Obama is de eerste moderne Amerikaanse president die aangeeft dat de macht van de Verenigde Staten relatief is'. Bron: U.S. Army

 

Minnen….
Obama heeft beslist een aantal missers begaan. De grootste is de onderschatting van ISIS, al werd die onderschatting collectief gedeeld door andere regeringsleiders. Het overhaaste vertrek van Amerikaanse soldaten uit Irak zonder veiligheidsakkoord zorgde voor een militair vacuüm, waar ISIS dankbaar van profiteerde. Dat valt in ‘fifty-fifty’ percentages de voormalige Irakese president Maliki aan te rekenen, maar ook Obama met zijn rush to the exit, daarbij Irak al gauw in chaos achterlatend.

Ook de rode lijn in het zand die Obama trok ten opzichte van Assad, de Syrische president die herhaaldelijk chemische wapens had gebruikt, werd weg gevlakt, al had ook hier het tegenwerkende Congres een ‘belemmerende’ rol. Zij weigerde uiteindelijk Obama bij een ferm militair optreden te ondersteunen.

Wie exclusief de schijnwerpers richt op deze dossiers, doet Obama onrecht. Het Israëlisch-Palestijnse conflict plaats ik maar even niet op dit lijstje minnen. Hier zijn na een halve eeuw vergeefse Amerikaans pendeldiplomatie en andere internationale diplomatieke pressie geen panklare oplossingen voorradig. Zeker ook lokale politieke factoren spelen hier een grote rol. Alle Amerikaanse presidenten vanaf Jimmy Carter, ondanks diens in geografisch opzicht ‘beperkte’ deal met de Egyptische president Saddat en de Israëlische premier Begin, slaagden er niet in de situatie aldaar naar hun hand te zetten.

Ik ben het eens met Michael O’Hanlon, de invloedrijke buitenlanddeskundige van het Brookings Instituut, die in zijn recente artikel ‘Obama the Carpenter’ stelt dat “Obama het nog niet zo slecht gedaan heeft”. O’Hanlon presenteert Obama als een politieke klusjesman die hier en daar flink verspijkert, maar het bouwwerk van de internationale betrekkingen logischerwijs niet in z’n eentje kan renoveren.

…en plussen
Zoals bij iedere president is het tegen het einde van zijn ambtsperiode een mixed bag, met beslist ook een aantal plussen. O’Hanlon wijst op de verstandige China-politiek. Als eerste Amerikaanse ‘Pacific’ president heeft Obama een soort van ‘engagement’ met China bereikt, wat toch maar mooi een uniek global klimaatakkoord heeft opgeleverd met ook de Chinezen.

Ondanks overheidsbezuinigingen, zo straf opgelegd door de Republikeinse oppositie, leveren de Verenigde Staten forse militaire inspanningen in Azië. In 2020 zal 60 procent van de totale Amerikaanse militaire inspanningen daarop gericht zijn. Deze containment light legt in wezen een wijde waaier van pro-Amerikaanse bondgenoten en partners om het Chinese vasteland heen. Van Australië helemaal tot aan de Filippijnen en de Hoorn van Afrika. Dat geeft toekomstige Amerikaanse presidenten veel flexibiliteit.

Andere successen zijn Obama’s Iran- en Cuba-politiek. Het alternatief voor een akkoord met Teheran zou volgens hardliners militaire confrontatie moeten zijn, maar dat zou die brede regio en daarmee de wereld in een levensgevaarlijke geweldsspiraal brengen. De Verenigde Staten zouden zich isoleren van andere betrokken grootmachten die wel een deal met Iran wilden sluiten. In plaats van een desastreuze oorlog en ontwrichting van de regio heeft met name Obama als groot voorvechter van ‘opklimmende’ sancties Teheran tot compromisbereidheid gedwongen. In ieder geval zal onder een streng inspectieregime Iran duizenden centrifuges opdoeken, en dat is ‘controleerbare’ winst.

 

Onder Obama’s successen valt o.a. zijn politiek ten opzichte van China, Iran en Cuba

 

De normalisering van betrekkingen met het vermolmde communistische bewind in Havana, dat de afgelopen jaren moest toezien hoe het land in wezen een kapitalistisch toeristenparadijs werd, is een schoolvoorbeeld van ‘back to normalcy’. De Koude Oorlog is voorbij en Cuba is een gewoon landje geworden.

Een nieuwe koude oorlog met Rusland is uitgebroken, maar dat valt moeilijk op het conto van Obama te schrijven. Vanaf de negentiger jaren heeft het Westen collectief de gekrenkte trots van Vadertje Rusland onderschat. Moskou probeert met een guerilla-tactiek iets van het oude imperium te herstellen. De bottom line is dat Oekraïne en Georgië geen NAVO-lidstaten zijn en dus niet met militaire middelen ondersteund hoeven te worden. Harde economische sancties geven Poetin de overduidelijke boodschap dat een prijs betaald moet worden door de Russische economie. In die zin wordt forse druk op Poetin uitgeoefend, in de eerste plaats door Obama. Sancties passen bij de gevarieerde Obama-doctrine.

John Kerry’s optimisme
Zo bezien valt het dus nog wel mee met het vooral Republikeinse beeld van die falende Obama, die maar geen greep krijgt op de wereldproblematiek. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry deed er in januari 2016 in een toespraak in Davos nog een schep bovenop. Kerry is zelfs optimistisch. De wereld moet zich niet neerleggen bij een new normal, waarin terrorisme en oorlog aan de orde van de dag zijn. “We are not the prisoners of a predetermined future. […] Change is occurring in our world for the better and it is occurring faster, moving faster than ever before.” Ziektes worden effectiever bestreden, meer meisjes dan ooit krijgen onderwijs.

Kerry wees ook op de goede kans dat Poetin het Minsk-akkoord met Oekraïne, waardoor de sancties zouden kunnen worden opgeheven, uiteindelijk zal ondertekenen. Ten aanzien van ISIS, ook bekend als Daesh, vertelde hij dat de ‘65 plus landen-coalitie’ die zo goed past bij de not going alone-doctrine van Obama, geleidelijk aan succes boekt. “Each day we are intensifying the pressure on Daesh. Yes, the struggle is far from over, but we are headed in the right direction.” Het ISIS-territorium in Irak is inderdaad aantoonbaar kleiner geworden.

Kerry trakteert ons hier in ieder geval ook op een flinke portie wishful thinking. Maar nogmaals, Obama’s buitenlandse politiek kent beslist ook lichtpunten.

 

'Niet slecht gedaan'. Bron: Flickr / Billy Hunt

 

Barack Obama: president van het strategisch geduld
Obama zal, alles afwegend, niet als de grote buitenlandpresident de geschiedenisboeken ingaan. Waar Roosevelt het fascisme versloeg en Reagan het communisme, is er niet het beeld van Obama die ISIS op de knieën kreeg. Deze ongrijpbare vijand vergt nu eenmaal een verstandige slow motion-aanpak met gebruikmaking van een reuze tool kit aan diplomatieke, financiële en uiteindelijk ook militaire middelen. Het hardnekkige ISIS-fenomeen is niet eenvoudig met een korte chirurgische ingreep weg te nemen.

O’Hanlon spreekt van “strategische terughoudendheid” als Obama’s leidende buitenlandprincipe: “Mr Obama has maintained discipline in his conduct of U.S. foreign affairs, keeping a clear sense of priorities and avoiding the all-powerful temptation to ‘do something’ whenever and wherever trouble brews abroad. Yet he has been far from a peacenik. He has employed force robustly at times. He has also managed to keep the U.S. military strong, at roughly the size and the readiness standards he inherited, despite being buffeted by fiscal crises at home to go with foreign policy crises abroad.”

Wijze woorden, al vind ik de term ‘strategische terughoudendheid’ wat te beperkt voor een president die wel degelijk op allerlei fronten ‘bewoog’ en bijvoorbeeld een hele reeks van terrorisme-kopstukken uitschakelde, inclusief Osama bin Laden.

Obama is de president van het ‘strategisch geduld’. Na lang wikken en wegen, en als andere middelen waren uitgeput, wilde hij uiteindelijk wel hier en daar besluiten tot interveniëren, maar dan wel met zoveel mogelijk bondgenoten en andere partners. Obama was niet alleen in de campagne van 2008 de anti-Bush, maar ook tijdens zijn presidentschap. Hij sprak nimmer zoals George W. Bush en Donald Rumsfeld van America First en “de glorie van de Amerikaanse oorlogsmachine”. Deze president relativeert de macht van Amerika. Heeft een scherp inzicht in de juiste machtsverhoudingen. Overspeelde zelden zijn hand. Maakte wel inschattingsfouten.

Het is onjuist Obama te beoordelen op vooral het continue gevaar van ISIS, dat nog vele jaren zal aanhouden. “Dankzij een treuzelende Obama” is een simplificatie van de eerste orde. De grote vijand ten tijde van de Koude Oorlog, en eerdere grote vijanden in de wereldgeschiedenis, werden ook niet in een mum van tijd verslagen. De werkelijkheid was en is weerbarstig. Een ongeduldige, avontuurlijke president had de Verenigde Staten en de wereld de afgelopen zeven jaren veel leed kunnen veroorzaken. We moesten het doen met Obama die, gemeten naar ‘de toestand in de wereld’, het beslist niet slecht heeft gedaan. De realiteit is dat we in een hybride wereld ook niet veel meer van hem hadden kunnen verwachten.

 

Willem Post MA, historicus, Amerika-deskundige, senior visiting fellow bij Instituut Clingendael.

 

Auteurs

Willem Post
Historicus, Amerika-deskundige, senior visiting fellow bij Instituut Clingendael