Politiegeweld in beeld: hoe heilig is de openbare orde?
Boeken & Films Veiligheid en Defensie

Politiegeweld in beeld: hoe heilig is de openbare orde?

09 Mar 2021 - 15:15
Photo: Still uit de documentaire 'Un pays qui se tient sage'
Terug naar archief

Geweldsinzet door de politie wordt vaak geassocieerd met landen als Rusland of Brazilië. Politiegeweld is echter ook een groeiend probleem in het Westen, met de Amerikaanse Black Lives Matter-protesten nog vers in het geheugen. In Frankrijk leidt schokkend beeldmateriaal van politiegeweld tijdens het ‘gele hesjes’-verzet tot een documentaire die discussies oproept over de huidige ordehandhaving: heiligt het doel de middelen?

Alsof je ogen aan het duister moeten wennen, zo voelen de eerste minuten van de Franse documentaire Un pays qui se tient sage (‘Een land dat zich goed gedraagt’). We ontwaren twee mannen, beiden met een ooglapje, naast elkaar in een projectieruimte.

Op het scherm krijgen ze beelden voorgeschoteld zoals deze de afgelopen jaren vaak opdoken in de media, overduidelijk gefilmd met smartphones: een straat in een Franse stad, dampend van het traangas, waar demonstranten in gele hesjes weglopen van de oproerpolitie in de verte.

Dan verschijnt links in beeld een ontploffing, een harde knal, waarna een demonstrant kermend tegen de grond stort. Het blijkt een van de mannen in de projectieruimte zelf te zijn, heftruckchauffeur Gwendal Leroy. Aangeslagen legt hij uit hoe hij in het filmpje in het gezicht wordt geraakt door de inhoud van een niet-dodelijke granaat, het type waarmee de politie relschoppers uiteendrijft.

In beeld verschijnen verminkte gezichten door de impact van rubberen kogels

Al snel wordt duidelijk dat de man naast hem, vrachtwagenchauffeur Patrice Philippe, een soortgelijke ervaring heeft met een rubberen kogel. Beiden moeten een oog missen en kunnen hun beroep niet meer uitoefenen.

Niet-gewelddadige demonstranten neergeknuppeld
In de loop van de film worden meer van dit soort incidenten uitgelicht. In beeld verschijnen verminkte gezichten door de impact van rubberen kogels die eigenlijk bedoeld zijn om het lichaam te raken, maar die dikwijls op het hoofd terechtkomen omdat mensen nou eenmaal instinctief bukken als er geschoten wordt. En niet-gewelddadige demonstranten die in het nauw gedreven worden door traangas en vervolgens neergeknuppeld worden.

Daarnaast zien we een vrouw die een gebroken nek oploopt door een doelgerichte klap met een wapenstok door een oververhitte agent. En twee gevallen waarbij een hand afgerukt wordt door een ontploffende niet-dodelijke granaat; demonstranten verwarren die nogal eens met traangasgranaten, die vaak worden opgepakt en teruggegooid naar de politie.

Still uit de documentaire Un pays qui se tient sage
Still uit de documentaire 'Un pays qui se tient sage'.

Aan het eind van de periode die de film beslaat, van november 2018 tot februari 2020, stond de teller op 2 doden, 5 geamputeerde handen en 27 verloren ogen. Daarna zijn die aantallen gestaag opgelopen. In totaal vielen er al meer dan 1800 gewonden bij de gele hesjes en 1000 bij de politie.

Al ver voor de documentaire verzamelde filmmaker David Dufresne beelden van het geweld, gemaakt door journalisten, omstanders en demonstranten zelf, regelmatig met smartphones. Voor het verzamelen van deze beelden startte hij een platform op Twitter genaamd Allô @Place_Beauvau, verwijzend naar het adres van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken, aan de Place Beauvau in Parijs.

Un pays qui se tient sage geeft dus inzicht in een veel omvangrijker multimediaproject, net als Dufresne’s eerdere documentaire Fort McMoney: vote Jim Rogers!, een weerslag van zijn veelgeprezen internetgame Fort McMoney. Hierin werden spelers wegwijs gemaakt in het reilen en zeilen van de bestaande oliestad Fort McMurray in Canada en uitgedaagd om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de milieuvervuilende olieprojecten in de regio.

Wanneer politiegeweld al ter sprake komt, is de toon toch vaak: ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’

Met projecten als deze opereert Dufresne bewust buiten de gevestigde media om. Hierdoor lijkt de kijker door te dringen in een parallelle wereld die eerst troebel lijkt, maar al snel vertrouwd aanvoelt.

Legaal versus legitiem geweld
Un pays qui se tient sage volgt min of meer een vast patroon, waarbij Dufresne telkens terugkeert naar de plek van elk incident om te laten zien dat het leven daar gewoon weer doorgaat – business as usual.

De opnames van het geweld en de interviews met de slachtoffers worden aangevuld met beelden uit de gevestigde media, waarbij de blik vooral gericht is op het gedrag van de demonstranten. Deze beelden tonen onder andere het straatstenen gooien naar de ordehandhavers, het slepen met dranghekken en terrasmeubilair om barricades te vormen, en het beschadigen en bekladden van gevels van banken, multinationals en andere ‘kapitalistische iconen’.

Politici en vertegenwoordigers van de politie krijgen hierbij volop de gelegenheid om te veroordelen. Wanneer politiegeweld al ter sprake komt, is de toon toch vaak: ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’.

Still uit de documentaire Un pays qui se tient sage
Still uit de documentaire 'Un pays qui se tient sage'.

Met zijn documentaire biedt Dufresne niet alleen tegenwicht door slachtoffers het woord te geven, maar ook door het geweld te laten analyseren door deskundigen, van journalisten en advocaten tot sociologen en historici. En hoewel de belangrijkste spelers uit het Franse politieapparaat deelname weigerden, geeft de documentaire wel degelijk ruimte aan agenten zelf, die geconfronteerd met de beelden soms even geschokt reageren op het politiegeweld als de anderen.

Een terugkerende vraag betreft de legitimiteit van de acties van de oproerpolitie: staat het op papier legale geweld van de ordehandhavers in de praktijk nog wel in verhouding met het geweld van de demonstranten?

Dufresne zet bovendien vraagtekens bij de legaliteit van de gevestigde orde. Zo laat hij zien hoe afgesproken routes van demonstraties worden onderbroken door de oproerpolitie; vaak de reden waarom de vonk overslaat en de gevechten losbarsten die leiden tot arrestaties. Ook documenteert hij acties van anonieme agenten met bivakmutsen en motorpolitie met afgeplakte nummerborden die hiermee hun aansprakelijkheid bewust lijken te ontduiken.

Het debat ligt op straat
Wat de documentaire vooral aantoont, is de impact van de omgedraaide camera. In de traditionele media stond meestal het gedrag van de opstandige burger centraal, maar dankzij smartphones en sociale media kan nu ook de machthebber direct worden aangesproken op zijn gedrag.

Wordt Frankrijk voor het oog van de wereld gedwongen om zijn visie radicaal bij te stellen?

Hierdoor staat het traditioneel bepaalde geweldsmonopolie van de overheid opeens ter discussie. De documentaire laat overtuigend zien hoe krampachtig de regering van de Franse president Emmanuel Macron op deze nieuwe situatie reageert. Zo komt het omstreden wetsvoorstel ter sprake dat het filmen van agenten door journalisten en burgers verbiedt; hierop is de Franse regering al aangesproken door de Verenigde Naties.

Wordt Frankrijk – dat zich nog altijd beroept op zijn status als bakermat van de mensenrechten – voor het oog van de wereld gedwongen om zijn visie radicaal bij te stellen? Of dreigt er nog meer repressie, waarmee de zelfverklaarde voorbeeldnatie vergelijking oproept met de totalitaire regimes die het zelf veroordeelt? En waarmee het handhaven van de openbare orde heiliger lijkt te worden dan het recht om te demonstreren?

Aan het eind van de documentaire duikt een passende graffitispreuk op: “Le débat est dans la rue”, wat vertaalt naar ‘het debat vindt plaats op straat’. Daar draagt Dufresne’s documentaire absoluut aan bij.

Filmposter Un pays qui se tient sage De documentaire Un pays qui se tient sage (internationale titel: The Monopoly of Violence) is vanaf 4 maart online te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

 

 

Auteurs

Marinus de Ruiter
Cultuurcriticus