Syrië vraagt om een meer strategisch Europa
Opinie Conflict en Fragiele Staten

Syrië vraagt om een meer strategisch Europa

09 Oct 2018 - 14:52
Photo: Palmyra, Syrië © Flickr / Alessandra Kocman
Terug naar archief

Het Midden-Oosten gaat opnieuw in zijn lange geschiedenis door een periode van oorlog en omwenteling, met inbegrip van massamoord van burgers, het falen van staten, transnationaal terrorisme en sektarische oorlogvoering, fysieke en maatschappelijke vernietiging, massale aankopen van wapens, het gebruik van (chemische) niet-conventionele wapens  en het permanente risico op proliferatie van massavernietigingswapens. Deze ontwikkelingen vormen niet alleen een bedreiging voor de regio, maar ook voor de rest van de wereld en specifiek voor Europa. Als Europa invloed wil hebben op een afname van de instabiliteit en de politieke oplossing voor de problemen, dan moet het zelf dringend in de middelen voorzien om een strategische speler te worden in plaats van een eenvoudige toeschouwer.

De term Midden-Oosten blijft een Westers begrip dat niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met de perceptie dat de mensen en de leiders van de regio van zichzelf hebben. De term moet ook worden herzien met het oog op de geografische gebieden en de spelers die bepalend zijn voor het lot van de regio. Het Perzische en Arabische beschavingserfgoed gaat veel verder dan de huidige grenzen toegewezen aan het hedendaagse Midden-Oosten. De bakermat van onze eigen beschaving ligt voor een groot gedeelte daar. Het gebied was altijd een brug tussen de Euraziatische landmassa en zijn Atlantische kust,  en het blijft een essentiële brug in de geglobaliseerde wereld waarin we nu leven.  Hoewel Syrië een onderdeel van dit beschavingserfgoed was, vormt ze nu een dreiging voor de Europese belangen en stabiliteit. 

De wereld nodigt zichzelf regelmatig uit in de regio, zoals dit vandaag de dag ook het geval is. De twee voornaamste problemen voor de regio zijn de tekortkomingen in menselijke ontwikkeling en de blootstelling aan externe interventies, zoals consequent onderstreept in de Arab Human Development Reports gepubliceerd door het UNDP. De bevolking in de regio kent al met al geen gelukkige geschiedenis.

Westerse bemoeienis
Zonder te ver terug te kijken, is Westerse bemoeienis een belangrijke oorzaak geweest voor de totstandkoming van de huidige situatie. Het begon met de nederlaag van de Ottomanen in de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende opdeling van het Ottomaanse rijk door de overwinnaars van deze oorlog, met als hoofdrolspelers Frankrijk en Groot-Brittannië.  De bemoeienis ging in de laatste decennia verder met de Amerikaanse invasie van Irak (gesteund door sommige Europese landen en krachtig veroordeeld door anderen) en de operatie tegen het regime van Khadafi in Libië (tot op zekere hoogte gestuwd door enkele Europese machten met duistere motieven). Deze machten slaagden er niet in om na het conflict een plan te voorzien. Ze creëerden de voorwaarden voor het falen van de staat, het versterken van niet-overheidsactoren en het leggen van de basis voor een jihadistische opstand die bloeide door de frustraties van de soennitische bevolking terwijl het in Irak de weg effende voor Iraanse ambities om de controle over zijn vorige vijand te nemen en haar invloed in de Golf en de Levant uit te breiden.

VN-Veiligheidsraad neemt Resolutie 2401 aan
De VN-Veiligheidsraad neemt Resolutie 2401 aan, en roept daarmee in februari 2018 op tot een staakt-het-vuren in Syrië van 30 dagen © Mark Garten / UN Photo

Westerse mogendheden dragen niet alleen verantwoordelijkheid voor het aanmoedigen van deze bewegingen door hun strategische fouten. Zij waren vaak actief betrokken bij Islamisten en steunden hen tegen de zittende heersers, in een poging om het Arabische nationalisme en gelijkaardige trends, zoals het bewind van Mossadegh in Iran, gedurende de Koude Oorlog te ondermijnen. Zij gingen zo ver dat ze zelfs jihadi steunden in Afghanistan om de Sovjet-Unie te verslaan, en hebben zo met Saoedische steun aan de totstandkoming van Al-Qaeda bijgedragen.

De rol van de Europese Unie
Als het gaat om de ‘wider Middle East’ is de rol van de Europese Unie altijd bescheiden geweest. Afgezien van de nucleaire overeenkomst met Iran is de EU niet in staat geweest een direct politieke rol te spelen als bemiddelaar, initiator of als interveniërende mogendheid. In het geval van het Israëlisch-Palestijns conflict was die rol voorbehouden aan de VS. In de Syrische burgeroorlog heeft Rusland in samenwerking met Iran en Turkije het initiatief naar zich toe getrokken.

Dit is opmerkelijk aangezien de EU direct wordt getroffen door de gevolgen van conflicten in de buurlanden die zij had willen stabiliseren door samenwerking en progressieve integratie, onder andere via het Barcelonaproces en het samenwerkingsakkoord met de GCC (Gulf Cooperation Council). Haar strategische afwezigheid is echter zorgwekkend, zowel voor Europa als voor de aspiraties van de bevolking van de regio, die in een comfortabele positie zat om een deel van het Europese integratieproces als model van vredesopbouw en welvaart over te nemen. Europa slaagde er niet in om de status quo te veranderen, wat uiteindelijk uitdraaide op een teleurstelling en een bedreiging voor het Europese model zelf.

De terughoudendheid van de lidstaten om in het geval van Syrië aan de EU een duidelijker politiek mandaat te geven, was geen goede zaak

Als Europa invloed wil hebben op een afname van de instabiliteit en de politieke oplossing voor de problemen, dan moet het zelf dringend in de middelen voorzien om een strategische speler te worden om niet te verworden tot een eenvoudige toeschouwer te worden van het lot dat andere actoren de regio maar al te graag zouden opleggen. President Macron gaf daarover een briljant pleidooi vorig jaar in oktober gedurende een conferentie aan de Goethe Universiteit. Het valt nog af te wachten of de Franse diplomatie die weg in de praktijk zal bewandelen. De terugkeer van Rusland in het gebied en in het Middellandse Zeegebied in het bijzonder, China's groeiende belangstelling en aanwezigheid, evenals de relatieve terugtrekking van de Verenigde Staten als dominante macht in het gebied, maken zo’n streven echter onontbeerlijk en dringend. De terughoudendheid van de lidstaten om in het geval van Syrië aan de EU een duidelijker politiek mandaat als strategische speler te geven, was geen goede zaak.  Op hetzelfde moment slaagden de betrokken Europese landen er niet in om op politiek vlak vooruitgang te boeken of om de militaire aanvallen op de grond te doen stoppen. Parallel daaraan heeft de initiële weigering van de Westerse machten om op te treden en hun falen om een werkelijk verenigde oppositie op te bouwen de kansen op een betekenisvolle beëindiging van de vijandelijkheden vertraagd en verminderd.

Zoals de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid Federica Mogherini zei in een speech in Rome, heeft de EU een belangrijk instrument in handen, namelijk geld dat het kan hanteren om de voorwaarden voor post-conflict wederopbouw uit te stippelen; een rol die de EU vaker speelt in de post-conflictfase. Dat zal echter niet genoeg zijn als er geen coherente en samenhangende visie is over een regionale orde die de chronische instabiliteit zou moeten vervangen, en als er geen zicht is op korte- en langetermijnbelangen, evenzeer als er geen middelen zijn om die visie op te leggen aan wereldmachten en regionale machten. De Europeanen hebben zich in dit opzicht niet altijd eensgezind opgesteld, ondanks het aannemen van een Europese strategie inzake Syrië in april 20171. Dit is geen reden om de bijdrage van Europa, op het vlak van humanitaire hulp en de weerbaarheid van ontheemde of in de oorlog verbannen burgers en de steun aan buurlanden die de overgrote meerderheid van vluchtelingen op zich nemen2, te onderschatten. Met de Syriëconferenties in Brussel in april 2017 en 2018, en in de marge de events met het Syrisch maatschappelijk middenveld, heeft de EU laten zien in staat te zijn om aartsvijanden rond dezelfde tafel bijeen te brengen en consensus over meer dan alleen financiële zaken te bevorderen.

Mogherini tijdens EU-top over Syrië
Federica Mogherini op de EU-top "Supporting the future of Syria and its region" in 2017. © Flickr / European External Action Service

Het antwoord op de wederopstanding van IS
IS blijft een onontkoombare actor in de regionale oorlog. Ondanks de verklaring over zijn nederlaag heeft het zichzelf opnieuw georganiseerd in guerrillagroepen die zich gedeisd houden en die klaar staan om actie te ondernemen. Een VN-rapport van 14 augustus schat het aantal IS vechters in Irak en Syrië op 20 à 30.000.  Het Pentagon geeft vergelijkbare cijfers. Niet echt aanmoedigend nadat er al 14 biljoen dollar aan luchtaanvallen tegen de groep werd gespendeerd. En het is verder verspreid dan de Levant, in een vorm van een ondergrondse groepering die zich uitstrekt van Afghanistan tot de Kaukasus en de Maghreb en de Sahel. Een woordvoerder van de Defence Department zei onlangs dat “IS” goed gepositioneerd is om zich te herstellen in Irak en Syrië en om te werken aan de heropbouw van zijn territoriaal kalifaat.  Men moet aanvaarden dat strijd nog niet is gestreden en dat politieke inspanningen en voldoende aantal militaire en andere middelen nodig zijn om deze te winnen,  door, onder andere, normale levensomstandigheden te herstellen op plaatsen die door de oorlog verwoest zijn.

Zonder inbreuk te maken op het principe van het ontzeggen van steun of het principe van geen reconstructie zonder politieke transitie, is het in die context noodzakelijk te erkennen dat de ergste vernietiging, de verwoesting van maatschappijen betreft. En het is van groot belang om zonder uitstel de strijd van lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties te steunen. Het is belangrijk om hen te helpen de doelstellingen van vrijheid, waarden en rechten en openbare orde, die aan de basis lagen van de eisen van de Arabische Lente, van onderaf te realiseren.

Ondanks de penibele omstandigheden proberen Syriërs, Egyptenaren of Yemenieten in hun gemeenschappen en ver van de media-aandacht, de basale diensten voor de bevolking te herbouwen en de lokale economie opnieuw op gang te brengen met het oog op het herstellen van een normaal leven. Ze vragen daartoe mogelijkheden om te werken. Het is van het allergrootste belang dat zij de middelen krijgen om te slagen in hun opzet, in de geest van onze gedeelde notie “integrale aanpak”.

De EU zou zich moeten wenden tot de VS en hen aanmoedigen om een meer actieve diplomatie te voeren omwille van gemeenschappelijke belangen

Dit zou gerealiseerd moeten worden via programma’s gericht op capaciteitsopbouw, die wellicht meer experts ter plaatse vereisen, in een multidisciplinair kader aan de donor-zijde en het vergemakkelijken van migratie (inclusief visums en het bijeenroepen van bijeenkomsten) voor de erkende legitieme lokale spelers. Vele activisten in de regio denken dat grote hulpprogramma’s beheerd door financiële instellingen op vlak van uitgaven vaak niet voldoende efficiënt zijn en dat het productiever zou zijn om meer middelen in directe bijstand aan lokale gemeenschappen te investeren. Deze aanpak van onderaf zou meer kracht kunnen geven aan een bottom-up EU diplomatie ten aanzien van andere spelers, internationaal en lokaal.

Het is dus noodzakelijk om mensen die zowel goede als slechte initiatieven hebben genomen te blijven betrekken, en daarbij het voordeel te behouden op de grond en op het diplomatieke toneel. Het is cruciaal om Rusland te betrekken via zijn traditionele transactionele benadering. Daarnaast zou de EU zich moeten wenden tot de VS en hen aanmoedigen om een meer actieve diplomatie te voeren omwille van gemeenschappelijke belangen, ondanks de huidige trans-Atlantische spanningen. Ten slotte moet er een eerlijk en open dialoog gevoerd worden met de regionale partners, ook met de meest problematische. Zonder een dergelijke recht-voor-z’n raap-diplomatie zullen principeverklaringen en goede intenties vruchteloos en nutteloos blijven.

De Grote Moskee van Damascus  © Seier + Seier / Flickr
De Grote Moskee van Damascus in 2004.  © Seier + Seier / Flickr

Om met alle spelers werken aan het vinden van een politieke oplossing voor de huidige conflicten zou onvolmaakt zijn zonder een brede, lange termijndiscussie over een stabiele regionale economische en sociale orde in het Midden-Oosten. Deze orde moet bewaakt worden door de bevolking van die regio. Het moet gevolgd worden door een politiek initiatief om een proces in die richting op gang te brengen. Dit zou in feite de belangrijkste bijdrage van Europa moeten zijn voor de stabilisatie en de welvaart van het Midden-Oosten als een essentieel element om het Europees project zelf in stand te houden.

De mogelijkheden voor een meer actieve betrokkenheid van de EU bij in het bijzonder het conflict in Syrië zijn paradoxaal genoeg wellicht toegenomen nu de oorlog daar in zijn eindfase lijkt te zijn aangekomen. Alle partijen hebben belang bij verdere stabilisering en normalisering en een begin van wederopbouw. Dat geldt ook voor Rusland, dat omwille van eigen geloofwaardigheid er groot belang bij heeft dat een proces van normalisatie op gang komt. Tegelijkertijd heeft het land niet de middelen om de wederopbouw van Syrië te financieren. Dit biedt de Europese Unie een ‘window of opportunity’, met name in de gesprekken in Genève over grondwettelijke hervorming. Daar zal de EU moeten blijven eisen dat wederopbouw alleen mogelijk is in het kader van een ingrijpende politieke transitie, verzoening en het scheppen van mogelijkheden voor een veilige en vrijwillige terugkeer van vluchtelingen. Dat zal geen gemakkelijk proces zijn. Maar het is de enige weg voorwaarts; een weg waaraan de EU kan bijdragen. 

  • 1. European Council, ‘Council adopts EU strategy on Syria’, 3 april 2017.
  • 2. Sinds de start van het conflict hebben de EU en zijn lidstaten meer dan 10,6 miljard euro aan humanitaire hulp en ontwikkelingshulp uitbetaald.

Auteurs

Marc Otte
Senior Associate Fellow Egmont instituut