Wat doen ze daar eigenlijk, in Europa?
Boeken & Films Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Wat doen ze daar eigenlijk, in Europa?

20 May 2019 - 11:27
Photo: Flickr / European Parliament
Terug naar archief

In aanloop naar de Europese verkiezingen is veel aandacht gevestigd op de nog zittende Europarlementariërs. Maar wat voeren zij eigenlijk uit in Brussel en Straatsburg? Gijs de Vries (Senior Visiting Fellow bij de London School of Economics) bespreekt het recent verschenen boek “Wat doen ze daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs” van Mendeltje van Keulen en Chris Aalberts.

‘Hast du einen Opa, schick ihn nach Europa’. Een dinosauruskerkhof. Zo stond het Europees Parlement lange tijd te boek, en niet ten onrechte. De eerste voorzitter van het Europees Parlement die ik in 1984 meemaakte was Pierre Pflimlin, toen 77 jaar oud. Hij was in 1958 nog een paar weken minister-president van Frankrijk geweest, onder de Vierde Republiek. Het meest illustere lid van het Parlement was jarenlang Otto von Habsburg, de laatste kroonprins van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, tot dat werd opgedoekt in 1919. Otto von Habsburg was lid van het eerste rechtstreeks gekozen EP (in 1979) en nam afscheid in 1999, 87 jaar oud, maar geestelijk nog zo scherp als een scheermes.

Nationale parlementsleden hebben met het EP nooit veel opgehad. In sommige landen had dat met de vergoedingen te maken, die in het EP lange tijd hoger lagen dan in eigen land. Sommigen zagen de EP-leden bovendien als concurrenten in de strijd om een ministerspost – een vrees die bewaarheid werd toen (ook in Nederland) EP-leden opklommen tot kabinetsposities. Soms, zoals in Denemarken en Letland, schopten ze het zelfs tot minister-president. Daarmee is het EP een gemakkelijk doel voor politici die hun eurokritische achterban willen bedienen. “Een feestcommissie op zoek naar een feest”, hoonde Mark Rutte. “Zolang zij de helft van hun tijd in vergaderzalen doorbrengen, krijgt het Europees Parlement wat mij betreft minder invloed bij belangrijke onderhandelingen, zoals over de Brexit of over hoe de EU betaald wordt”, aldus Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zaken, in 2017.

Rutte in het Europees Parlement
Minister-president Rutte geeft zijn visie op de toekomst van de Europese Unie in het Europees Parlement. © Flickr / European Parliament

Ervaringen van Nederlandse Europarlementariërs
Hoe gaan de Nederlandse Europarlementariërs om met dit soort neerbuigendheid? Dat verschilt nogal, zo blijkt uit het boek “Wat doen ze daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs”  van Mendeltje van Keulen en Chris Aalberts. Sommigen, zoals Hans van Baalen (VVD), Wim van de Camp (CDA) en Annie Schreijer-Pierik (CDA), waren lid van de Tweede Kamer voor zij overstapten naar het EP. Van Baalen zoekt het contact, al gaat dat niet altijd goed: “(…) ik rijd met de premier mee, zoals laatst met de auto naar Groningen. Maar soms zit hij dan de hele rit aan de telefoon.” Van de Camp is ronduit kritisch: “Buma en Rutte hebben de afgelopen jaren alleen maar op Europa gevit.” Terugkijkend op haar twaalfjarig Kamerlidmaatschap trekt Schreijer-Pierik zelf het boetekleed aan. “Ik had dit (het belang van de EU – GdV) niet zo goed op mijn netvlies. Als daar Europa aan de orde was, dan keken we op ons horloge: ‘Het is half twaalf, we gaan een broodje eten in het ledenrestaurant.’ Nu zit ik hier zelf en denk ik: wat heb ik toch veel laten liggen. Wat heb ik mij in de Tweede Kamer vaak door een minister of staatssecretaris voor de gek laten houden.”

Tweede Kamerleden zijn niet de enigen die zich afvragen wat “ze” daar doen, in Brussel. Dat was kennelijk ook het uitgangspunt van de redacteuren van dit boek. “Wat doen ze daar eigenlijk?” biedt een kijkje in de keuken. De kern van het boek bestaat uit interviews met 20 van de 26 Nederlandse leden van het Europees Parlement van de afgelopen legislatuur. Met twee leden (Bas Belder van de SGP en Marietje Schaake van D66) lukte het niet een afspraak te maken, en de vier PVV-leden van het EP weigerden collectief hun deelname. Het boek vult een leemte, want zo’n vergelijkend overzicht van het werk van Nederlands Europarlementsleden ontbrak tot op heden.

Drie vragen staan centraal: wat hebben de leden gedaan, wat hebben ze bereikt, en hoe bereiken ze hun kiezers? De auteurs laten de EP-leden zelf aan het woord, maar geven daarnaast een aantal eigen analyses. Het resultaat is een soms verrassende caleidoscoop.

Sophie in 't Veld in het Europees Parlement
Een minuut stilte in het Europees Parlement. © Flickr / European Parliament

Allereerst: de werkzaamheden. Zoals alle parlementsleden ter wereld hebben Europarlementariërs drie kerntaken: het volk vertegenwoordigen, wetgeven en begroten, en controle uitoefenen op de uitvoerende macht. Maar de EU is geen staat, en dus krijgen deze taken in het EP anders gestalte dan in nationale hoofdsteden. Zo oefent het EP vooral controle uit op de Europese Commissie, en niet op nationale regeringen; dat is de taak van nationale parlementen. Helemaal sluitend is het systeem overigens niet, want noch het EP, noch de nationale parlementen hebben greep op de Europese Raad, het machtige orgaan van de regeringsleiders. In de praktijk ligt het accent in het werk van het EP op twee kerntaken: wetgeven en politiek agenderen. Daarop concentreren zich ook de Nederlanders.

Succes
En het moet gezegd: dat doen velen van hen met succes. Dat succes loopt dwars door de partijen heen. In de grootste fractie, die van de christendemocraten, bezetten Nederlanders toonaangevende posities: Wim van de Camp als fractiecoördinator in de vervoerscommissie, Lambert van Nistelrooij als eerste woordvoerder over regionaal beleid (budget: 325 miljard euro), Esther de Lange als ondervoorzitter van de commissie financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking. PvdA-Europarlementariër Kati Piri was de rapporteur van het Europees Parlement over de betrekkingen met Turkije; haar collega Paul Tang tekende voor een belangrijk rapport over belastingontduiking. Judith Sargentini (GroenLinks) was de drijvende kracht achter de kritiek van het EP op de ontmanteling van de rechtsstaat in Hongarije. Peter van Dalen (ChristenUnie) en Dennis de Jong (SP) zetten godsdienstvrijheid op de Europese agenda. D66’er Gerben Jan Gerbrandy was rapporteur over tal van milieumaatregelen en werd in 2017 uitgeroepen tot de groenste politicus van Nederland.

De verhouding met ‘Den Haag’ levert zo nu en dan spanning op

Opvallend is dat de invloed van de Nederlanders niet afhangt van de grootte van hun fractie. Drie Nederlanders uit kleinere fracties behoorden volgens de website Politico 1 de afgelopen vijf jaar zelfs tot de invloedrijkste 40 leden van het EP: Bas Eickhout (GroenLinks), Marietje Schaake (D66), en Judith Sargentini (GroenLinks).

Toch is niet alles botertje tot de boom. D66 was ontevreden over Matthijs van Miltenburg en heeft hem niet opnieuw gekandideerd; bij de SP trof Anne-Marie Mineur hetzelfde lot. Het contrast met de PVV is groot. Het boek laat zien dat de vier PVV-leden (André Elissen, Marcel de Graaff, Olaf Stuger, Auke Zeilstra) niet of nauwelijks deelnamen aan het wetgevende werk. De PVV is daar tevreden over, en heeft elk van hen opnieuw gekandideerd.

Zichtbaarheid
De vraag is natuurlijk wat de kiezers hiervan meekrijgen. Hoe zichtbaar zijn de Nederlandse EP-leden? Ook dat hebben Van Keulen en Aalberts uitgezocht. Bas Eickhout is koploper, gevolgd door vijf Europarlementariërs die gemiddeld twee keer per week in de Nederlandse media komen (Paul Tang, Sophie in ’t Veld, Hans van Baalen, Marietje Schaake en Esther de Lange). Een aantal andere Europarlementariërs bereiken de media wekelijks, zoals Dennis de Jong, Peter van Dalen en Agnes Jongerius. Judith Sargentini en Kati Piri trokken daarnaast veel aandacht met hun rapporten over het Europees beleid ten aanzien van respectievelijk Hongarije en Turkije.

Stemming in het Europees Parlement
Stemming in het Europees Parlement. © Flickr / European Parliament

Er blijken wel grote verschillen tussen de nieuwsmedia. Terwijl de radio (Radio 1 en BNR Nieuwsradio) relatief veel aandacht heeft voor het werk van het EP, is de televisie (RTL Nieuws en SBS 6) duidelijk de hekkensluiter. Er is geen duidelijke relatie tussen de zichtbaarheid van de Europarlementariërs en hun wetgevende werk. RTL heeft geen eigen correspondent in Brussel, en geeft de voorkeur aan EP-leden die in Nederland al bekend waren. Van de gedrukte media besteden vooral Elsevier en het Parool aandacht aan het EP. De landbouwwoordvoerders komen goed aan bod in Boerderij Vandaag. De ene helft van de Europarlementariërs twittert dagelijks en de andere helft minstens wekelijks. Slechts zes van hen halen meer dan 10.000 volgers. De PVV is op sociale media het minst actief.

Spanningen met Den Haag
De verhouding met ‘Den Haag’ levert zo nu en dan spanning op. Wim van de Camp vertelt dat het CDA in Brussel om binnenlandse redenen wordt teruggefloten en niet voor de toetreding van nieuwe lidstaten mag stemmen. Dennis de Jong merkt op hoe gauw de interesse voor de EU wegzakt, bijvoorbeeld op de partijraad: “dan moet iedereen weer helemaal wakker worden.” Jeroen Lenaers legt de vinger op de zere plek: “Bij de Armeense kinderen Lili en Howick staat heel Nederland op zijn achterste benen en wil iedereen snellere procedures. Dat is wetgeving die hier in Brussel gemaakt wordt.”

Al met al is dit een interessant boek, dat noch in Nederland, noch over de grens een pendant heeft. De interviews zijn boeiend, en het cijfermateriaal biedt een goede aanvulling. Toch had het boek nog in waarde gewonnen als de schrijvers hadden gekozen voor een vergelijkend perspectief. Nu komen wij wel te weten wat de Nederlandse EP-leden doen, maar niet hoe dat zich verhoudt tot de concurrentie. Zijn Nederlandse Europarlementariërs actiever dan, bijvoorbeeld, Belgische, Deense, of Italiaanse? Zijn Nederlanders meer of minder invloedrijk? Er bestaan internationale websites die daar enig inzicht in geven, zoals VoteWatch EU2. Misschien kunnen die in een volgende editie worden meegenomen.

Hoe Nederlandse Europarlementariërs het doen in vergelijking met Tweede Kamerleden komt ook niet helemaal uit de verf. Neem bijvoorbeeld de publiciteit. De auteurs schrijven dat de EP-leden een zeer geringe zichtbaarheid hebben. In vergelijking met wie? Met Tweede Kamerleden? Zes van de EP-leden halen twee keer per week de media, en nog eens drie slagen daar wekelijks in – jaar in, jaar uit. Dat doet, is mijn indruk, niet onder voor het gros van de Tweede Kamerleden. En het is des te opvallender omdat, zoals NRC Handelsblad3 berichtte, er nog geen twintig Nederlandse journalisten in Brussel werken, tegen ruim honderd in Den Haag. Wat doen ze daar eigenlijk, in Den Haag?

Wat doen ze daar eigenlijkMendeltje van Keulen en Chris Aalberts
‘Wat doen ze daar eigenlijk? Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs’ 

Uitgeverij Boom - ISBN9789462369221 
Pagina's 234 - €20,00

Auteurs

Gijs de Vries
Senior Visiting Fellow London School of Economics (LSE)