Wie zijn de beste strategen?
Boeken & Films Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Wie zijn de beste strategen?

27 Aug 2019 - 10:08
Photo: Flickr / US Department of Defense
Terug naar archief

John Lewis Gaddis doceert militaire- en politieke strategie aan de Yale University en wordt gezien als de meest vooraanstaande historicus over de Koude Oorlog. In zijn recente studie over Herodotus, Sun Tzu, Von Clausewitz en andere grote strategen probeert de Amerikaan uiteen te zetten waarom bepaalde leiders succesvol waren en andere niet. Wat vergt een geslaagde Grand Strategy?

De gelauwerde Amerikaanse historicus John Lewis Gaddis moet wel een geweldige docent zijn. Tenminste, als zijn colleges over ‘grand strategy’ aan Yale net zo meeslepend zijn als de vele boeken die hij inmiddels het licht heeft doen zien, vooral over de Koude Oorlog. Zijn meest recente studie, On Grand Strategy, vormt daarop geen uitzondering. In dit met veel vaart geschreven werk, een mooie combinatie van persoonlijke observaties, literatuurstudie en geschiedenis, probeert Gaddis uiteen te zetten waarom bepaalde leiders/strategen/militairen succesvol waren en andere niet. Hij neemt daartoe een breed kader, van de Perzische invasie van Griekenland tot de oorlog in Vietnam, maar dat kader is zeker niet storend en stelt Gaddis in staat mooie paralellen te trekken tussen verleden, heden en weer terug.

Gaddis definieert ‘Grand Strategy’ – in zijn woorden bedoeld ‘to prevent doing dumb things’ – als volgt: ‘The alignment of potentially unlimited aspirations with necessarily limited capabilities’ (p. 21). Zij die deze balans het best weten te bewaren, zijn in Gaddis’ opvatting de succesvolste strategen. Hij grijpt daarbij ook vaak terug op de analogie van de vos en de egel: eerstgenoemde is terughoudend, vooral gericht op intuïtie, laatstgenoemde is agressief, en geneigd verstrikt te raken in zelf-felicitatie. Of, om één van Gaddis’ prachtige beeldspraken te gebruiken: ‘Talk show hosts rarely invited them [vossen, ML] back; [cycles of self-congratulation, ML] played well as sound bites, but bore little relationship to what subsequently occurred’ (p. 9).

Amerikaanse soldaat.
Grand strategy: 'The alignment of potentially unlimited aspirations with necessarily limited capabilities'. © Flickr / US Department of Defense

In zijn studie legt Gaddis de nadruk op oorlogen, en vooral hoe deze te winnen. Dat leidt tot een soms wat al te eendimensionale verklaring, namelijk een sterke focus op individuele leiders. Hoewel zij vanzelfsprekend een essentiële rol spelen (men hoeft slechts te denken aan Napoleon, die in het boek veel aandacht krijgt)  in het verloop van de geschiedenis, zijn er ook andere factoren van belang, zoals ideologie en economie. Die laatste twee worden wat stiefmoederlijk behandeld.

Dat gezegd hebbende, is Gaddis’ analyse bepaald overtuigend en vaak ook provocatief. Zo volgt Gaddis in zijn argumentatie militaire historicus Geoffrey Parker in diens stelling dat de vernietiging van de Spaanse Armada het Amerikaanse continent openlegde voor invasie en kolonisatie door de Noord-Europeanen, en aldus de creatie van de Verenigde Staten mogelijk maakte. In de woorden van Gaddis: ‘If that’s right, then the future pivoted on a single evening – August 7, 1588 – owing to a favorable wind, a clever lord admiral, and a few fiery ships. Had he succeeded, Philip would have required Elizabeth to end all English voyages to America. But from the moment his captains cut their anchor cables, Spain began a slow decline, and a new world order its gradual ascendancy’ (p. 152).

Strategen uit de niet-Westerse wereld komen veel minder aan bod

In de ‘Nieuwe Wereld’ zou uiteindelijk een wereldmacht ontstaan – de Verenigde Staten – waar Gaddis begrijpelijkerwijs veel ruimte voor neemt. Veel aandacht gaat daarbij uit naar Abraham Lincoln en Franklin D. Roosevelt, die Amerika door de moeilijkste tijden die het land doormaakte hebben geloodst, en waarvoor Gaddis zijn bewondering niet onder stoelen of banken steekt. Opvallend genoeg schrijft Gaddis veel minder over George Washington.

Dat gebrek aan belangstelling geldt niet voor iconische figuren als Perikles, Julius Caesar, Augustus, Elizabeth I, en Napoleon (strategen uit de niet-Westerse wereld komen veel minder aan bod). Gaddis wijst nadrukkelijk op de steeds op de loer liggende overmoed, van de Atheners die totaal onnodig Syracuse aanvielen, tot de aanvallen van Napoleon en Hitler op Rusland. Gaddis verwijst veel naar Clausewitz’ On War (en daarnaast naar Sun Tzu), alsmede naar het werk van Machiavelli. Napoleon had kunnen weten, zo schrijft Gaddis, dat wat fout kan gaan, fout gaat: ‘Or, still more succintly, shit happens’ (p. 203). Daarom trok Napoleon met zo’n enorme troepenmacht het uitgestrekte Rusland binnen, net als eeuwen eerder Xerxes in Griekenland: ‘Both sought to overcome friction by intimidating their enemies. Neither saw, though, that the retreat of a foe can become resistance, owing to the ascending costs of protracted pursuits. Both, for this reason, wore out their military machines, to the point that further advances emboldened adversaries, not themselves’ (p. 203-204).

Gaddis’ boek is provocatief, sommige stellingen zijn discutabel en zetten de lezer aan het denken

De beste strategen zijn volgens Gaddis de ‘vossen met een kompas’ (foxes with compasses), zoals Augustus, the Founding Fathers en, zoals gezegd, Roosevelt. Zij hadden de nederigheid onzeker te zijn over wat de toekomst zou brengen, in tegenstelling tot mensen als Napoleon, Woodrow Wilson en de dictators van de twintigste eeuw. Deze strategen waren er volgens Gaddis allemaal van overtuigd te weten hoe de wereld werkt, wat in het meest extreme geval kon leiden tot uitroeiing. Gaddis geeft, en daar kun je het alleen maar hartgrondig mee eens zijn, de voorkeur aan de ‘vossen met een kompas’, al waren zij zeker niet allemaal gezegend met een groot moraal. Maar, in Gaddis woorden: ‘All had the humility to be unsure of what lay ahead, the flexibility to adjust to it, and the ingenuity to accept, perhaps even to leverage, inconsistencies. They respected topographies, crafted choices within them, and evaluated these carefully once made’ (p. 310-311).

Gaddis heeft een prachtig en zeer toegankelijk boek geschreven, vol met scherpe observaties en (persoonlijke) anekdotes. Meer aandacht voor recente ontwikkelingen was welkom geweest: de opkomst van China, bijvoorbeeld, en hoe denkt Gaddis over de Amerikaanse (buitenlandse) strategie sinds 2001? Hoe zou hij George W. Bush, Obama en Trump indelen in de tegenstelling vos-egel? Gaddis’ boek is provocatief, sommige stellingen zijn discutabel en zetten de lezer aan het denken. Precies zoals het een goede docent betaamt.

 

Wat doen ze daar eigenlijkJohn Lewis Gaddis
‘On Grand Strategy' 

Penguin Press New York - ISBN 9780143132516 
384 blz. - €13,99

Auteurs

Martijn Lak
The Hague University of Applied Sciences en Erasmus Universiteit Rotterdam