Twaalf beperkingen voor Nederland als EU-voorzitter
Opinions European Union

Twaalf beperkingen voor Nederland als EU-voorzitter

17 Feb 2016 - 12:13
Photo: Flickr.com / EU2016 NL
Back to archive
“Staat Europa op springen?”[1], aldus de voorpagina van de New York Times, van 18 december jl., juist de dag dat Nederland het EU-voorzitterschap overnam van Luxemburg. Nederland krijgt ongekende problemen voor de kiezen: groeiende euroscepsis; poreuze Schengen-grenzen; honderdduizenden vluchtelingen; het uitblijven van nieuwe banen; probleemgeval Griekenland; het dwarsliggend kwartet Polen, Hongarije, Slowakije en Tsjechië; een dreigend vertrek van het Verenigd Koninkrijk; en het haperen van de Frans-Duitse as.
 
“Het was een moeilijke bevalling, maar het is een mooi kind, het Verdrag van Amsterdam”, noteerden honderden journalisten op 18 juni 1997 bij het ochtendgloren. Aan het woord waren EU-voorzitter Wim Kok en minister Hans van Mierlo.
 
Zoiets moois zal zich in dit voorzitterschap niet herhalen. Volgens premier Mark Rutte wordt zijn succes afgemeten aan het verloop van het vluchtelingenvraagstuk. De cijfers daar “moeten naar nul”. Bovendien moeten 1,2 miljoen vluchtelingen over Europa verdeeld worden. Vóór alles wil de premier de lekke Schengengrenzen dichten.
 
De vraag is in hoeverre premier Rutte en zijn ministers Europa dit halfjaar kunnen sturen. De stelling luidt dat hun invloed eerder marginaal zal zijn. Dat komt vooral door minstens twaalf nieuwe aspecten van dit voorzitterschap.  
 
1: Nederland niet echt voorzitter
Veel draait in de Europese Unie rond de Europese Raad, de euro en het buitenlands beleid. Alle drie hebben sinds 2009 een vaste voorzitter, zoals Jeroen Dijsselbloem voor de maandelijkse vergadering van de eurolanden. Als voorzitter mag buitenlandminister Bert Koenders slechts de vergaderingen van de (niet invloedrijke) ministerraad Algemene Zaken leiden. Wereldwijd de Unie vertegenwoordigen op buitenlands gebied, zoals minister Bernard Bot in 2004 nog deed, zit er niet in. Dat moet Koenders overlaten aan EU’s Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini.
 
In 2004 had premier Jan Peter Balkenende via de Europese Raad nog een voorzittersrol bij de staatshoofden en regeringsleiders. Rutte nu niet. Hij moet de vluchtelingencrisis grotendeels overlaten aan Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, en aan Commissievoorzitter Jean Claude Juncker. Wat voor Nederland als voorzitter overblijft, is het leiden van de reeks besluitvormende Europese ministerraden. Dus minister Kamp leidt de ministerraad van economische zaken en concurrentie, Van der Steur/Dijkhoff die van de justitieministers, Schultz die van verkeer, Asscher van sociale zaken, Dijsselbloem van financiën, enz. Bij het intensieve voorbereiden daarvan (Raadswerkgroepen, het Coreper/de 28 ambassadeurs) zitten Nederlanders in de voorzittersstoel. Voor ambtelijk Den Haag en onze Permanente  Vertegenwoordiging te Brussel onder leiding van Pieter de Gooijer is het voorzitterschap een arbeidsintensieve uitdaging.  
 
De vorige keer ontving premier Balkenende als EU-voorzitter nog president Poetin, de Indiase premier Manmohan Singh, de Iraakse premier Allawi, de Turkse leider Erdogan, VN-chef Kofi Annan, enz. Balkenende deed volop zaken met president Chirac, kanselier Schröder en prime minister Blair. Dat voorzitterschap leverde als bijvangst Nederland de zware portefeuille op van concurrentie (Neelie Kroes). Premier Rutte is dit halfjaar in de EU echter helemaal nergens voorzitter van.
 
2: Nederland niet meer pro integratie
Nederland is voor het eerst als voorzitter niet meer pro ‘Europese integratie’. Tijdens het voorzitterschap van 2004 bezigde Den Haag die ambitie nog regelmatig. In de recente omvangrijke voorzitterschapsnota is de term ‘Europese  integratie’ nergens meer te vinden. Het kabinet-Rutte/Asscher publiceert verder geen nota’s over de EU. Zo houdt men de tegenstellingen over Europa tussen VVD en PvdA buiten de deur. In het verleden waren er soms vier gedetailleerde kabinetsnota’s in een jaar – en allemaal met dezelfde strekking: wij willen méér Europese integratie.
 
3: Eerste eurokritische premier
In juni 2012 viel premier Rutte in de Europese Raad uit tegen voorzitter Herman Van Rompuy. Die wilde ten koste van de nationale autonomie vier unies vormen: een Europese Bankenunie, een Europese begrotingsunie, een Europese Economische Unie en als complement de Europese Politieke Unie, waarop eurocraten al een halve eeuw hopen.
 
Rutte is de eerste Nederlandse premier die zulke vergezichten afwijst. Zijn motto: “wie visioenen heeft, moet naar de dokter.” De tijd gaf Rutte gelijk. Van de vier beoogde unies uit 2012 is nauwelijks iets terecht gekomen. Zelfs de Bankenunie, toen als dringend nodig geaccordeerd, wacht al vier jaar op verdere afwerking. 
 
4: Niet eerder ‘Fort Europa’
Europa ondergaat thans haar tweede existentiële crisis. In 1966 legde president De Gaulle de EEG een half jaar stil. Zo dwong de Franse leider de voorrang af van het nationale op het Europese belang. Nu komt de crisis van buiten. De vluchtelingen lokken een cascade aan nationale grenssluitingen uit met hekken en prikkeldraad rondom lidstaten. “De grensbewaking via Schengen is morsdood”, aldus de vroegere president van Frankrijk, Sarkozy.[2]
 
Commissievoorzitter Juncker is ten einde raad: “De euro gaat er aan als het paspoortvrij reizen ophoudt.” Zijn rechterhand Timmermans voorziet dat “het Europese project binnenkort strandt”. Langs de randen van Europa tellen wij al negen regeringen met een eurosceptische tendens: Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Finland, Denemarken, Polen, Slowakije, Tsjechië, Hongarije en Griekenland. Dit heeft zich nooit eerder voorgedaan. “Zijn wij misschien hier voor het laatst bijeen?”, zo was de bange vraag bij de nieuwjaarsrecepties van de Commissie en het Europees Parlement, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 18 januari.
 
L'enfant terrible van Europa: Viktor Orbán in Brussel - Bron: Flickr.com / European People's Party
 
5: Voorzitter zonder eigen programma
Op de website van ons voorzitterschap prijkt het ‘Nationaal programma van het Nederlandse voorzitterschap’. In werkelijkheid bestaat dat echter niet. In de jaren vóór het Verdrag van Lissabon (2009) koos elk land als het aan de beurt was zijn prioriteiten. Vandaag de dag werken telkens drie lidstaten die achtereenvolgens voorzitter zijn samen. Zij hebben een gezamenlijk programma voor anderhalf jaar, dat is afgeleid van wat de Europese Raad en de Commissie willen. Elk land legt nog wel eigen accenten.
 
Dit trio omvat het Nederlandse, het Slowaakse en het daarop volgende Maltese voorzitterschap. Er zijn vier prioriteiten: migratie en internationale veiligheid; Europa als innovator en banenmotor; solide financiën met een robuuste eurozone; en een vooruitziend klimaat- en energiebeleid. Deze formule verschilt van voorheen. Toen leidde Nederland met eigen prioriteiten de vergaderingen van de Europese Raad en de EU-Ministerraden.
 
Alles wijst er bij het begin van dit voorzitterschap op dat justitieminister Ard van der Steur met zijn staatssecretaris Klaas Dijkhoff de belangrijkste rollen gaan spelen. De Europese Raad heeft de ministerraad Justitie en Binnenlandse Zaken opgedragen uiterlijk in juni een Europese grens- en kustwacht op poten te zetten. Dan blijft Schengen wellicht overeind en zal de vluchtelingenstroom wat afvlakken, zo is de bedoeling.
 
6: Akkoorden niet nagekomen
Nooit eerder in het 65-jarige bestaan van de EU waren de regeringen zó weigerachtig om hun afspraken na te komen. Daardoor kwam het met veel tamtam gelanceerde, 315 miljard grote investeringsplan voor meer banen nauwelijks van de grond. Griekenland stopte pas met dwarsliggen toen het uit de eurozone dreigde te worden gezet. De Europese Raad besloot 160.000 vluchtelingen over Europa te herverdelen. Italië en Griekenland zouden opvangcentra bouwen. Turkije kreeg drie miljard euro om de vluchtelingen op te vangen.
 
Allemaal akkoorden die op naleving door de nationale hoofdsteden wachten. Dat wordt een voorheen onbekend probleem voor Nederland als Raadsvoorzitter.
 
7: Haperende Frans-Duitse as
In 2004 kon premier Balkenende samen met minister Bot nog scoren met het openen van onderhandelingen over EU-toetreding met Turkije. Dat werd “het pareltje van ons voorzitterschap”. Het lukte door de actieve steun van president Chirac en kanselier Schröder. Een dergelijke Frans-Duitse injectie mist Rutte. President Hollande komt niet uit zijn schulp, uit angst voor het Front National van Marine Le Pen. Kanselier Merkel raakte met haar Willkommens Kultur in een isolement. Frankrijk leeft bovendien de spelregels van de euro niet na. Dan sta je zwak in Brussel. De klassieke Frans-Duitse as hapert bij het aandrijven van Europa.
 
8: Nooit eerder minder Europa
In 2013 stuurde de regering een lijst met 54 overbodige Europese regelingen naar Brussel. Nederland wil de regelzucht van de Commissie beperken. De tijd van een ‘Ever Closer Union’ is voorbij. De regering is daarom blij dat de Commissie-Juncker de regeldruk wil beperken. In 2011 riep de Tweede Kamer via de breed gesteunde motie-Slob de regering op “geen beweging naar een Europese Politieke Unie te maken”. Anders komen onze soevereiniteit, onze identiteit en cultuur in gevaar, aldus de Kamer. Alweer een verschil met het vorige Nederlandse EU-voorzitterschap.
 
9: Toch rol voor het parlement
“Overleeft de Tweede Kamer Europa?,”[3] was het thema waarmee in 1992 de nieuwbouw van de Tweede Kamer werd geopend. Voorzitter Wim Deetman wierp de vraag op of het Europees Parlement het Binnenhof ging overtroeven. Dat Europees Parlement heeft die sprong echter nooit gemaakt. Inmiddels houden juist Kamer én Senaat ons voorzitterschap van week tot week scherp in het oog. Sinds 2009 kunnen zij met een gele en een groene kaart de Europese wetgeving indammen. Het is al zó ver gekomen dat onze premier zich in de Europese Raad moest verontschuldigen voor een dwarsliggend Nederlands parlement.
 
10: Nooit eerder ‘Dutch Brigade’
“Etterbakje Nederland”, zo schetste Marc Peeperkorn op 4 augustus 2012 op goede gronden in de Volkskrant onze positie. Met een eurosceptische premier en dito kabinet en Tweede Kamer kwam Nederland “moederziel alleen [te] staan in Europa”. Zou dat niet lastig worden zodra Nederland aan de beurt is om voorzitter te zijn? Want bij de genoemde gespecialiseerde ministerraden is toegang tot de Commissiediensten echt een voorwaarde om te scoren.
 
Maar ons gedrag als etterbakje blijkt vervolgens geen beletsel om bij de Commissie topbanen binnen te rijven. Tegelijk bezetten wij nu het prestigieuze 1e vicevoorzitterschap (Frans Timmermans); de alom begeerde sleutelpost van secretaris-generaal (Alexander Italianer); en bovendien, zoals gezegd, Jeroen Dijsselbloems voorzitterschap van de Eurogroep. ‘The Dutch Brigade’, aldus weekblad Politico. Een dergelijke machtspositie voor een van de kleinere landen is héél bijzonder. Kortom een 10de nieuwigheid aan dit voorzitterschap.[4]
 
11: Willem-Alexander geen gastheer
Koningin Beatrix haalde in 1991 in Maastricht de wereldpers door te toasten op het offeren van haar hoofd op onze munten bij de beoogde komst van de euro. Juliana en daarna Beatrix staken altijd een tafelrede af bij de reeks conferenties in Nederland van staatshoofden en regeringsleiders. Voortaan ontbreekt ons koningspaar daar. De Europese Raad vergadert niet meer in Nederland, maar in Brussel. Daarom nu geen fietsende politieke leiders met Tony Blair op kop in de straten van Amsterdam (1997). Het vaderland zal, kortom, minder dan vroeger van dit voorzitterschap merken.
 
12: Nederland geen topscorer
Het 12de en wellicht belangrijkste verschil is dat Nederland de wereld deze keer niet kan verblijden met een belangrijk akkoord. Het Verdrag van Amsterdam is al genoemd. Van nog meer historische betekenis waren het Verdrag van Maastricht (1991) en de Top van Den Haag van 1969.[5] ‘Maastricht’ is mondiaal een begrip geworden voor de betekenis van de EU.  
 
Besluit
Samenvattend is voor Rutte, Koenders c.s. dus geen topscore weggelegd. Maar zij lopen evenmin het risico van een afgang. Want bij een échec krijgen de échte voorzitters Tusk, Juncker, Timmermans de wind van voren, mogelijk met de Duitse, Franse, Turkse en Griekse leiders. Intussen mogen Rutte c.s. dit halfjaar nog wel met een proefballon proberen de leiding te nemen. Zie de suggestie van PvdA-leider Samsom en Rutte om maximaal 250.000 asielzoekers Europa binnen te laten. 
 
 

Jan Werts is EU-correspondent te Brussel en lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van het Montesquieu Instituut.

 
 
[1] ’Has Europe reached the breaking point?’
[2] Le Monde, 8 januari 2016.
[3]  Zie de Kamernota, ‘Overleeft de Tweede Kamer Europa?’, van 6 mei 1992, ter gelegenheid van de ingebruikname van de nieuwbouw.  
[4]   Deze power grab komt niet door geslaagd lobbywerk van het kabinet. “Genoemd trio heeft de eervolle benoeming te danken aan hun persoonlijke inzet, ervaring en kwaliteiten,” zo verzekert een insider.
[5]   De Top van Maastricht bracht in 1991 de komst tot stand van de Economische en Monetaire Unie met de euro, lanceerde het Europees buitenlands beleid en introduceerde het medebeslissingsrecht voor het Europees Parlement en subsidiariteit als leidend beginsel van de EU. De Top van Den Haag in 1969 maakte de weg vrij voor de komst van de Britten, regelde de omstreden financiering van het landbouwbeleid en bracht budgettaire bevoegdheden voor het Europees Parlement. Zie Jan Werts, The European Council, Londen: John Harper Publishing, 2008, pp. 7-9 en 90-92.   
 

Authors

Jan Werts
EU-mediacorrespondent in Brussels and member of the Scientific Council of the Montesquieu Institute