Israëls morele kruistocht tegen Iran
De betrekkingen tussen Iran en Israël waren ooit tamelijk hecht, maar inmiddels zien twee van de drie (joodse) Israëli's Iran als een “existentiële bedreiging”. Er is zelfs bijna net zoveel steun voor een aanval op Irans nucleaire installaties – ook zonder Amerikaanse instemming.
Hyperbolen en fatalistische retoriek zijn nooit ver weg als Israëlische politici het over Iran hebben. Niet alleen haviken als premier Benjamin Netanyahu, maar ook 'duiven' als voormalig premier Shimon Peres aarzelen niet om de Islamitische Republiek Iran met nazi-Duitsland te vergelijken. Sterker nog, Iran zou gevaarlijker zijn omdat het uit is op nucleaire wapens.
Het duurde even voordat ook het joodse electoraat
Een dreiging hoeft niet per se reëel – of zelfs plausibel – te zijn; als het beoogde publiek haar maar gelooft
In dat narratief wordt nogal losjes met de feiten omgesprongen. Een dreiging hoeft niet per se reëel – of zelfs plausibel – te zijn; als het beoogde publiek haar maar gelooft. Politici (Netanyahu voorop) schrikken er daarbij niet voor terug de geschiedenis te herschrijven, en de vijandschap tussen Israël en Iran dus als een eeuwenoud fenomeen voor te stellen. In werkelijkheid is die vijandigheid van recente datum, grotendeels tot stand gekomen – zo schrijft Leslie – ondanks de politiek van Iran. Hij heeft daar goede argumenten voor.
De betrekkingen tussen het Iran van de sjah en Israël waren lange tijd tamelijk hecht (aanzienlijk langer dan doorgaans wordt verondersteld), ook al werd dit niet aan de grote klok gehangen.
Die doctrine hield decennialang stand – ook na de Iraanse revolutie in 1979, waarbij het regime van de prowesterse sjah plaats moest maken voor de Islamitische Republiek Iran onder leiding van ayatollah Ruhollah Khomeini. Tijdens de achtjarige oorlog tussen Iran en Irak (1980-88) beschouwde de Israëlische regering Iran nog steeds als het minste van de twee kwaden, en bleven de twee landen zakendoen via wapenleveranties in ruil voor olie.
Voor Khomeini's Iran gold hetzelfde. Hoewel hij fel anti-zionistisch en bij tijd en wijle antisemitisch was, was Irak ook voor Iran een grotere bedreiging dan Israël. In 1986 nog claimde Israëls toenmalige minister van Defensie, Yitzhak Rabin, dat Iran “Israëls beste vriend” was. En ook drie jaar later was er nog sprake van Iraanse olieleveranties.
De breuk in de relatie kwam pas met het einde van de Koude Oorlog en de nederlaag van Saddam Hoessein na zijn invasie van Koeweit in 1990-91.
Het keerpunt
Begin 1993 werd voor het eerst over “existentiële bedreiging” gesproken (door Israëls minister van Arbeid, Ephraim Sneh) – al is nooit duidelijk geworden waarom die term juist op dát moment in zwang kwam. Daarna ging het snel. Veel politici namen het dreigingsnarratief over, en midden jaren negentig leek het narratief algemeen aanvaard – althans op het niveau van de politieke elite.
Tijdens zijn latere optredens als premier klopte Netanyahu het Iraanse dreigingsnarratief verder op, waarbij hij soms geholpen werd door acties van Iran zelf
Pas met het eerste premierschap van Netanyahu in 1996
Tijdens zijn latere optredens als premier klopte Netanyahu het Iraanse dreigingsnarratief verder op, waarbij hij soms geholpen werd door acties van Iran zelf. Twee daarvan sprongen in het oog: het bombastische en ronduit antisemitische optreden van voormalig president van Iran Mahmoud Ahmadinejad (2005-2013) en de Libanonoorlog van 2006 (met een prominente rol voor de aan Iran gelieerde beweging Hezbollah).
Irans nucleaire programma is vanzelfsprekend een steen des aanstoots voor Israël (dat zelf over atoomwapens beschikt) en vrijwel alle Israëlische politici – een enkeling daargelaten – zien hierin de bevestiging van Iran als existentiële bedreiging voor Israël. Ook in dit dossier deinst men er niet voor terug feiten te manipuleren; Leslie geeft vele voorbeelden daarvan.
Door de tijd heen, teruggaand tot de jaren negentig, is bijvoorbeeld keer op keer – niet alleen door Netanyahu – beweerd dat Iran “binnen enkele jaren” een atoombom zou hebben.
Als Hassan Rouhani in 2013 hardliner Ahmadinejad opvolgt als president van Iran – en in 2015 het nucleaire akkoord (JCPOA) afsluit
Van Israël naar daarbuiten
Tegen die tijd had het dreigingsnarratief zich ruimschoots genesteld binnen Israël, maar nog niet internationaal. Met hulp van de Amerikaanse president Donald Trump (2017-2021) – ook niet zuinig met een feitenvrije politiek – kwam daar echter verandering in en verspreidde dat beeld zich ook internationaal.
Netanyahu wist Trump ervan te overtuigen dat de Iran-deal “Geen bom vandaag, maar 100 bommen morgen” betekent, en prompt trok Trump in mei 2018 zijn land terug uit het nucleaire akkoord. Leslie wijst in dit verband overigens terecht op de contradictie dat de opzegging van het akkoord Iran juist dichter bij een mogelijke atoombom heeft gebracht.
Inmiddels is Netanyahu aan zijn zesde termijn als premier begonnen, deze keer van het doorgaans als “meest extreme in de geschiedenis van Israël” aangeduide kabinet.
Het land wordt geleid door een politicus die een gemythologiseerd beeld van de geschiedenis propageert, teruggrijpend op de zogenaamde historische vijandschap uit Bijbelse tijden, en intussen de Islamitische Republiek Iran vergelijkt met het Derde Rijk. Niks minder dan een gevaarlijke morele kruistocht.
Jonathan G. Leslie
Fear and Insecurity: Israel and the Iran Threat Narrative
Gepubliceerd door C. Hurst & Co. (2022)
341 pagina's
ISBN: 9781787388123
0 Comments
Add new comment