De geopolitiek van MH17 05 - 2019 - Item 3 from 5
Gerechtigheid voor MH17
Analyse Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Gerechtigheid voor MH17

04 Jun 2019 - 11:18
Photo : Colonne van lijkwagens met slachtoffers van MH-17 op de Nederlandse snelweg ©Wikimedia

Kort nadat vlucht MH17 werd neergeschoten, verklaarde Premier Rutte dat ‘de onderste steen boven moest komen’ en dat de daders moesten worden opgespoord en hun gerechte straf moesten krijgen. Kan er gerechtigheid komen voor deze ramp, hoe ziet dat eruit, en wat zijn de kansen op succes?

Nadat de slachtoffers waren gerepatrieerd en de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) had geconcludeerd dat vlucht MH17 was neergehaald door een BUK raket vanuit een door pro-Russische rebellen bezet gebied, kwam de focus toenemend te liggen op berechting. Daarin is het belangrijk onderscheid te maken tussen berechting van individuen – middels het strafrecht – en dat van staten, enerzijds via de staatsaansprakelijkheid van het volkenrecht dat gaat over de verplichtingen die staten naar elkaar hebben, en anderzijds de mensenrechtenverplichtingen die staten hebben ten aanzien van individuen. Deze drie rechtsgebieden – strafrecht, volkenrecht en mensenrechten – worden elk gebruikt in de zoektocht naar gerechtigheid voor MH17. In dit artikel zal ik de ontwikkelingen in de afgelopen vijf jaar in elk van deze routes toelichten.1

Strafrecht: Vervolging van daders
In het Joint Investigation Team (JIT) werkt Nederland samen met de politie en justitiële autoriteiten van Australië, België, Maleisië en Oekraïne. Het doel van het JIT is ‘waarheidsvinding, het vaststellen van de feiten, het identificeren van de verantwoordelijken voor de crash en het verzamelen van strafrechtelijk bewijs voor een vervolging.’2 Op 28 september 2016 verklaarde het JIT dat zij ongeveer honderd individuen hadden geïdentificeerd die zij nader wilden onderzoeken. Op 24 mei 2018 lichtte het JIT toe dat er grote stappen waren gezet, en de rol van bepaalde individuen nu een stuk duidelijker was geworden. Ze merkten echter nog niemand formeel aan als ‘verdachte’: een term die in het strafrecht vergezeld gaat met rechten van de verdachte, bijvoorbeeld op inzage in het bewijs. Het JIT lichtte toe dat zij in het belang van het onderzoek nog geen specifieke informatie zullen delen over de identiteit van individuen, noch over het bewijs dat zij hebben verzameld, omdat zij hun kaarten nog niet willen laten zien aan de daders.3

Het is onwaarschijnlijk dat het ICC ook daadwerkelijk daders zal vervolgen voor MH17

Na de ramp werd er eerst gesproken over een internationale berechting voor daders, via een speciaal op te richten tribunaal of het reeds bestaande Internationaal Strafhof in Den Haag (International Criminal Court, ICC). De gedachte was dat een internationale berechting beter bestand zou zijn tegen het argument dat de rechtszaak politiek en oneerlijk zou zijn. Het voorstel voor een tribunaal in de VN Veiligheidsraad kreeg – zoals verwacht – een veto van Rusland. Hoewel MH17 binnen het lopende vooronderzoek van het ICC naar het conflict in Oekraïne valt,4 is het onwaarschijnlijk dat het ICC ook daadwerkelijk daders zal vervolgen voor MH17. Onder het beginsel van complementariteit heeft het ICC slechts rechtsmacht als nationale staten niet bereid zijn of in staat zijn om daders te vervolgen.

Bloemen ter nagedachtenis van de maker van het oranje kunstwerk, die omkwam bij de MH17 ramp. ©Flickr/Michael Coghlan
Bloemen ter nagedachtenis van de maker van het oranje kunstwerk, die omkwam bij de MH17 ramp. ©Flickr/Michael Coghlan

Nederland is niet alleen bereid, maar ook in staat om dit te doen,5 en kan dit in principe ook beter dan het ICC of een nieuw op te zetten tribunaal. Redenen daarvoor zijn bijvoorbeeld dat Nederlandse rechtbanken al bestaan, personeel hebben, wetten en jurisprudentie kennen, reeds op een functionerende manier georganiseerd zijn, en ervaring hebben met rechtszaken met internationale componenten. Een nieuw op te zetten tribunaal zou over alle aspecten eerst nog moeten gaan onderhandelen.

Nederland heeft daarnaast de mogelijkheid om in absentia te vervolgen, wat maar weinig andere landen hebben. Dat betekent dat – onder bepaalde voorwaarden – de verdachte kan worden vervolgd, zélfs als deze niet is opgepakt en aanwezig kan zijn in de rechtbank. Omdat Rusland en Oekraïne grondwettelijke verplichtingen hebben om hun eigen onderdanen niet uit te leveren aan een ander land, is het goed mogelijk dat het lastig zal zijn om verdachten te arresteren en uitgeleverd te krijgen. In de meeste landen betekent dit dat er geen strafzaak plaats zou kunnen vinden, maar in Nederland wel. De eventuele veroordeling circuleert dan onder organisaties als Interpol en als de veroordeelde ooit opduikt in een ander land dat bereid is mee te werken, kan de dader alsnog worden gearresteerd.

De JIT-landen zijn daarom samen overeengekomen dat eventuele strafzaken binnen het Nederlandse strafstelsel zullen dienen, bij de rechtbank in Den Haag. Vanwege logistieke- en veiligheidsredenen zullen de zittingen plaatsvinden in het justitieel complex Schiphol.6 Vanaf 2019 is hiervoor jaarlijks 9 miljoen euro gereserveerd in de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.7 Daaruit blijkt dat het Ministerie concreet rekening houdt met vervolgingsactiviteiten gedurende en vanaf 2019.

Of het ooit zover komt, is echter onduidelijk. Als de daders Russische militairen waren, zijn zij mogelijk immuun voor strafvervolging in een ander land.8 En zijn er überhaupt wel individuen die strafbare feiten hebben gepleegd? Voor gewapende strijders geldt de eis dat zij niet zomaar een raket mogen lanceren, maar het beginsel van onderscheid moeten hanteren: zij moeten actief moeite doen om het doelwit te identificeren en onderscheid te maken tussen militaire doelwitten en burgers, en mogen niet zomaar gokken en hopen dat het goed gaat.

Het OM zal niet alleen moeten bewijzen wie wat heeft gedaan, maar ook wat die specifieke verdachten wisten of hadden moeten weten

Het OM zal niet alleen moeten bewijzen wie wat heeft gedaan, maar ook wat die specifieke verdachten wisten of hadden moeten weten, en of ze de benodigde maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat burgerslachtoffers zouden vallen. Zij moeten dit onderzoek doen in een oorlogsgebied, met tegenwerking van Rusland, in een informatieoorlog die ook onderdeel is van het Rusland-Oekraïne-conflict. Bovendien moeten ze dit onderzoek doen met getuigen die inmiddels moeten verklaren over feiten die vijf jaar geleden zijn gebeurd. Dat is een hele kluif.

Volkenrecht: Nederland en Australië stellen Rusland aansprakelijk
Waar het strafrecht een hele hoge bewijslast hanteert om te rechtvaardigen dat individuen in de gevangenis kunnen verdwijnen, zit het volkenrecht anders in elkaar. In het volkenrecht hebben staten met elkaar afspraken gemaakt om zorg te dragen voor een stabiele internationale rechtsorde. Zo hebben de betrokken staten in burgerluchtvaartverdragen afgesproken dat zij zelf geen burgervliegtuigen zullen neerhalen, en dat als er een burgervliegtuig wordt neergeschoten, staten hier actief informatie over delen en zichzelf verplichten de verantwoordelijken hiervoor te vervolgen of uit te leveren.9

Op 25 mei 2018 verklaarden Nederland en Australië dat zij Rusland aansprakelijk houden voor betrokkenheid bij het neerhalen van MH17. Ze houden het voor bewezen dat MH17 is neergeschoten door een BUK TELAR wapensysteem dat tot het Russische leger behoorde. Daarnaast stellen Nederland en Australië dat Rusland mogelijk ook zelf betrokken was bij het neerschieten van MH17, en dat Rusland heeft nagelaten effectief onderzoek in te stellen naar de oorzaken en verantwoordelijken van de ramp, waartoe het wel verplicht was. Om de juridische grondslag van deze claims toe te lichten, maak ik een onderscheid tussen ten eerste de mogelijke betrokkenheid van Rusland bij het neerhalen van MH17 dan wel het niet hebben voorkomen hiervan, en ten tweede de verplichting om effectief onderzoek in te stellen en mee te werken met het JIT.

Stef Blok legt bloemenkrans bij MH17 memorial site in Canberra, maart 2019 - Flickr- Rohan Thomson
Minister Blok legt een bloemenkrans bij de MH17 memorial site in Canberra in maart 2019. © Flickr / Rohan Thomson

Voor wat betreft de mogelijke betrokkenheid van Rusland, is het relevant om te weten of het gebruik van de BUK aan Rusland toe te rekenen is. Dit hangt onder meer af van de identiteit van diegenen die betrokken waren bij het besluit om de BUK te lanceren. Als hier een Russische officier het commando heeft gegeven of niet heeft ingegrepen, is de Russische staat in beginsel direct aansprakelijk omdat militairen een staatsorgaan zijn.10 Als het niet-statelijke actoren betroffen, is het neerschieten van MH17 pas aan Rusland toe te rekenen als kan worden bewezen dat de daders onder de instructies van Rusland hebben gehandeld of onder hun regie of ‘effectieve controle’.11 Die effectieve controle van Rusland over de separatisten moet dan ook nog bewezen worden voor deze specifieke situatie, en gaat niet over de relatie tussen Rusland en de opstandelingen in het algemeen.12

In eerdere rechtspraak heeft het Internationaal Gerechtshof gesteld dat louter het leveren van wapens niet voldoende is om aansprakelijk te worden gehouden voor wat opstandelingen doen met die wapens.13 Hier speelt echter wel de vraag of dit ook op gaat voor technische wapens zoals een raketsysteem, wanneer dat wordt geleverd in een gewapend conflict zonder de benodigde militaire begeleiding en training.

Volgens onderzoeksjournalisten is de BUK bovendien geleverd zonder het commandocentrum dat nodig is om het doelwit te kunnen identificeren, wat nodig is om onderscheid te kunnen maken tussen een burgervliegtuig en een militair doelwit.14 Dit roept de vraag op of Rusland, als het de BUK ‘slechts’ geleverd heeft en niet zelf met militairen aanwezig was tijdens de lancering, niet alsnog het internationaal recht heeft geschonden. Rusland zou toch immers moeten hebben begrepen dat het risico op burgerslachtoffers hier groot was.

Vlag half stok op schiphol-Flickr-MH17
De Nederlandse vlag half stok op Schiphol naar aanleiding van de MH17-ramp. © Flickr / Tom Jutte

De kern is dat de burgerluchtvaartverdragen, oorlogsrecht, mensenrechten, en andere verdragen allen een duidelijk verbod formuleren op het neerhalen van een burgervliegtuig of het hierbij betrokken zijn. Ook zijn staten verplicht maatregelen te nemen om dit te voorkomen, wanneer het redelijkerwijs kennis had kunnen hebben van dit gevaar. Of Rusland hiervoor aansprakelijk kan worden gehouden, hangt dus af van het bewijs dat dit zou kunnen aantonen.

Ook had Rusland na de ramp informatie dat het wapensysteem en betrokkenen de grens met Rusland over gingen. Los van de vragen of Rusland zelf betrokken was bij de ramp of dat het de ramp had kunnen voorkomen, had Rusland meerdere verplichtingen. Allereerst had het de verplichting om direct na de ramp effectief onderzoek in te stellen met het oog op het berechten van mogelijke verantwoordelijken, ook had het de verplichting om relevante informatie te delen met de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO, en om met het onderzoek en berechting door het JIT mee te werken.15

Het frustreren van het JIT onderzoek, het niet direct delen van alle relevante informatie en het niet direct instellen van onderzoek, zijn directe schendingen van juridische verplichtingen. Internationaal recht vereist dat staten, wanneer mogelijke daders van het neerhalen van een burgervliegtuig zich verschuilen, onderzoek instellen naar die individuen, en hen vervolgt of uitlevert.16 Rusland heeft een grondwettelijke verplichting om onderdanen niet uit te leveren. Echter, op basis van Artikel 27 van het Weens Verdragenverdrag mogen staten hun zich niet achter hun nationale regels verschuilen om onder internationale verplichten uit te komen.17 Als Rusland niet mag uitleveren, zal het alsnog zelf daders moeten vervolgen in een eerlijk proces, al dan niet in samenwerking met Nederland.

Hoewel Nederland en Australië Rusland juridisch veel kunnen verwijten, blijft het de vraag of Rusland zich hier veel van aan zal trekken

Hoewel Nederland en Australië Rusland juridisch veel kunnen verwijten, blijft het de vraag of Rusland zich hier veel van aan zal trekken. Op 25 mei 2018, vier jaar na de ramp, stelden Nederland en Australië Rusland aansprakelijk, en nodigden zij Rusland uit om hierover in gesprek te gaan. Concreet willen zij dat Rusland zijn verantwoordelijkheid erkent, compensatie betaalt aan de nabestaanden en meewerkt aan de strafrechtelijke vervolging van individuele daders.18 Op het moment van schrijven vinden die onderhandelingen plaats.

Bij vliegtuigincidenten in het verleden kwam het maar zelden tot een rechtszaak, en kwamen partijen er gewoonlijk uit door onderhandelingen, hoewel dit soms een lange adem vergt. Veelal leidt dat tot compromissen waarbij de beschuldigde partij geen formele aansprakelijkheid erkent, maar bijvoorbeeld wel compensatie betaalt; de zogenaamde ex gratia compensatie.19 Voor Nederland is vermoedelijk de laatste eis de belangrijkste: dat Rusland meewerkt aan strafvervolging.

Op basis van de beweringen van Rusland dat Oekraïne vlucht MH17 heeft neergeschoten en dat Rusland wel degelijk heeft meegewerkt met het onderzoek, lijken de kansen dat er een overeenkomst komt vooralsnog niet heel groot. Echter, zelfs als de partijen niet tot een gezamenlijk akkoord komen waarmee het geschil wordt afgesloten, dan nog is de stap om te onderhandelen juridisch relevant. Eventuele juridische vervolgstappen tegen Rusland voor een internationaal hof of arbitrage vereisen dat er eerst wordt gekeken of partijen er onderling uit kunnen komen.

Bader-Vladimir Putin addressed State Duma deputies, Federation Council members, heads of Russian regions and civil society representatives in the Kremlin march 2014- Kremlin.ru
President Poetin tijdens een toespraak in maart 2014. © Kremlin.ru

Nu Nederland en Australië hebben aangegeven Rusland aansprakelijk te houden, zal de druk hoog zijn om juridische vervolgstappen te nemen als er niets uit de onderhandelingen komt. Die opties zijn er mogelijk, maar vergen een lange adem. Afhankelijk van het bewijs en van welk verdrag kan worden bewezen te zijn geschonden, kan Nederland waarschijnlijk terecht bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (eventueel na eerst arbitrage te moeten hebben geprobeerd) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Ook kunnen ze gezamenlijk overeenkomen het geschil voor te leggen aan een arbitragetribunaal. Procedures bij dit soort instellingen duren jarenlang en kunnen uiteindelijk leiden tot een erkenning van de aansprakelijkheid van Rusland door rechters, en een veroordeling tot het betalen van compensatie en tot medewerking met het onderzoek. Of een vonnis dan ook zal worden nageleefd, is een tweede.20

Mensenrechten: Nabestaanden stellen Rusland aansprakelijk
Naast het strafrecht waarbinnen individuen worden vervolgd voor het plegen van strafbare feiten en het volkenrecht wat gaat om de verplichtingen die staten onderling naar elkaar hebben, spelen er ook juridische procedures in een derde rechtsgebied: de mensenrechten. Mensenrechten zijn verplichtingen die staten hebben jegens individuen. Als lidstaten van de Raad van Europa zijn Rusland, Oekraïne en Nederland lid van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Zowel individuen als andere verdragsstaten kunnen naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om een klacht in te dienen tegen een lidstaat die diens verplichtingen heeft geschonden.

Inmiddels hebben 380 nabestaanden zich tot het EHRM gericht met een klacht tegen Rusland

Inmiddels hebben 380 nabestaanden zich tot het EHRM gericht met een klacht tegen Rusland. Op 3 april 2019 liet het EHRM weten dat het Rusland heeft uitgenodigd te reageren op de beschuldigingen. Nederland had als lidstaat ook zelf een procedure tegen Rusland kunnen starten, maar heeft besloten dit (nog) niet te doen. Het EHRM heeft Nederland, net als andere betrokken staten, uitgenodigd om een eigen verklaring in te dienen. Op 10 mei 2019 liet Nederland weten dit te zullen doen. Dat betekent dat Nederland zich ook zal mengen in deze zaken tegen Rusland, en daarbij schriftelijk zal beargumenteren welke EVRM-bepalingen het vindt dat Rusland geschonden heeft.

Deze mensenrechtenschendingen komen grotendeels op ongeveer hetzelfde neer als in het hierboven beschreven volkenrechtelijke kader. Artikel 2 EVRM waarborgt het recht op leven. De mogelijke betrokkenheid van Rusland bij het lanceren van de BUK en het leveren van het wapensysteem vallen onder dit Artikel 2. Zo ook de plicht om achteraf onderzoek in te stellen, correcte informatie te delen met ICAO en het JIT, en het berechten van de verantwoordelijken.

Daarnaast beargumenteren de nabestaanden dat door de opstelling van Rusland na de ramp, Rusland aanvullende schade aan hen heeft toegebracht (Artikel 3). Daarbij beargumenteren zij dat Rusland zowel hun recht op familieleven (Artikel 8), als hun recht op een daadwerkelijk of effectief rechtsmiddel heeft geschonden (Artikel 13).

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. ©Flickr/Luxontonnerre
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. ©Flickr/Luxontonnerre

Het EHRM heeft een enorme achterstand in het behandelen van zaken: een uitslag zal daarom vermoedelijk nog vele jaren op zich laten wachten. Echter, de bewijslast ligt bij het EHRM net iets anders dan in het volkenrecht: Rusland zal bijvoorbeeld moeten uitleggen wat het aan maatregelen heeft genomen om ervoor te zorgen dat zijn eigen militairen goed getraind en goed georganiseerd zijn om te voorkomen dat nodeloze burgerslachtoffers vallen. Daarop niet reageren betekent voor het EHRM dat Rusland niet uit kan leggen dat het die maatregelen zou hebben genomen.

Mocht het EHRM Rusland veroordelen, is het nog relevant op te merken dat Rusland op 14 december 2015 nationale wetgeving heeft aangenomen die toestaat dat de besluiten van het EHRM zouden kunnen worden genegeerd. Zo stelde het Russische Constitutionele Hof in de Yukos zaak op 17 januari 2017 dat Rusland de door het EHRM opgelegde compensatie voor de aandeelhouders van Yukos niet hoefde te betalen, met de redenering dat het EHRM vonnis een schending was van de Russische soevereiniteit.21 Deze ontwikkeling kan consequenties hebben voor de vraag of Rusland het vonnis van het EHRM zou volgen als er een schending van het EVRM wordt geconstateerd voor MH17.

In een internationale situatie waarbij een partij niet bereid is om mee te werken aan gerechtigheid, is er weinig dat het recht kan doen

Voor de volledigheid is het ook goed om nog kort in te gaan op de discussie rondom het nalaten het luchtruim te sluiten door Oekraïne. Ook hierover is een groep nabestaanden naar het EHRM gestapt.22 In die zaken is nog geen nadere communicatie verricht door het Hof. De kwestie hier draait wederom om Artikel 2 EVRM gecombineerd met de verplichtingen die voortvloeien uit de burgerluchtvaartverdragen: namelijk om de vraag of Oekraïne op basis van de aanwijzingen die het had over het gevaar voor het luchtruim de verplichting had deze aanwijzingen te delen met de ICAO en het vliegverkeer, en het luchtruim volledig te sluiten. Nederland heeft op 2 mei 2019 aangegeven dat het vindt dat er onvoldoende overtuigend juridisch bewijs bestaat dat Oekraïne voldoende kennis had van de gevaren in haar luchtruim om de zorgplicht te hebben gehad te communiceren dat er gevaar bestond.23 Dit wijkt af van de conclusie die het OVV trok.24

Conclusie
Juridisch zijn er mogelijkheden binnen het strafrecht, het volkenrecht en mensenrechten, maar geen van deze opties is makkelijk, ze duren allemaal lang, zijn onzeker, en zullen nooit iets kunnen doen wat de slachtoffers weer terugbrengt en de ramp ongedaan maakt. Vragen naar wat de succeskansen zijn voor een juridische optie is daarom altijd heel lastig te beantwoorden, zeker in een geopolitieke context zoals die van MH17. Recht hebben is niet hetzelfde als recht krijgen.

In een internationale situatie waarbij een partij niet bereid is om mee te werken aan gerechtigheid, is er weinig dat het recht kan doen. De internationale rechtsorde kent geen politie, geen handhaving, en zelfs voor een staat als Nederland waar de internationale rechtsorde hoog in het vaandel staat, blijft het lastig om echt die onderste steen boven te halen. Er is gekozen voor geduld en de lange adem, voor internationale steun, voor gedegen procedures die gericht zijn op geloofwaardigheid, voor het betrekken van de nabestaanden, en voor het richten van de pijlen op Rusland en op de medewerking van Oekraïne. Hopelijk zal dit uitmonden in vormen van gerechtigheid die tenminste iets betekenen voor de nabestaanden, en voor de samenleving.

Wat MH17 ook laat zien is hoe bescheiden we moeten blijven over wat recht en politiek kunnen bewerkstelligen in een internationale orde van staten die met elkaar internationale afspraken en verplichtingen maken, maar minder bereid en in staat zijn om die afspraken ook te handhaven. In de realiteit van de huidige wereldorde en de rol die staten daarin hebben gecreëerd voor de internationale rechtsorde kunnen Nederland en de nabestaanden van MH17 het recht wel aan hun zijde vinden, maar dat betekent nog niet dat ze dit recht ook kunnen en willen claimen. Of er ooit gerechtigheid komt voor MH17 is dus maar de vraag. Dit hangt grotendeels af van welk bewijs er is, wat weer grotendeels afhangt van geopolitieke samenwerking en bereidheid daartoe. Dat verklaart de keuze van Nederland om zich te richten op internationale steun en samenwerking. De toekomst zal uitwijzen waar dat toe leidt.

 
  • 1. Gezien de beperkte lengte van deze bijdrage is het niet mogelijk gedegen juridische onderbouwing op te nemen voor de analyses. Hiervoor verwijs ik naar Marieke de Hoon, ‘Navigating the Legal Horizon. Lawyering the MH17 Disaster’, 33 Utrecht Journal of International and European Law 90-119 (2017); en Marieke de Hoon, ‘Pursuing Justice for MH17. The Role of the Netherlands’, Netherlands Yearbook of International Law 2018: ‘Populism and International Law’ (Janne Nijman and Wouter Werner, eds), Volume 49, Asser Press/Springer
  • 2. Openbaar Ministerie, ‘MH17 vliegramp’
  • 3. Politie ‘Update in criminal investigation MH17 disaster’
  • 4. MH17 is als incident onderdeel van de situatie die onder vooronderzoek is bij het ICC, dat zich richt op Oost-Oekraïne en de Krim.
  • 5. Het ICC zal alleen eventueel relevant worden als er juridische obstakels bestaan voor Nederland die het ICC niet zou hebben, zoals wanneer verdachten immuun zijn voor strafvervolging in een nationale rechtbank (Nederland), zoals mogelijkerwijs militairen, maar niet in een internationaal tribunaal (ICC).
  • 6. De rechtspraak ‘Rechtzaak MH17’
  • 7. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 VI, nr. 1, ‘Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019’
  • 8. Een interessante bijkomende vraag is of Rusland die immuniteit wegneemt als het blijft claimen dat aanwezige Russische militairen vrijwilligers waren in plaats van representanten van de Russische staat.
  • 9. Zie Convention on International Civil Aviation (1944) 15 U.N.T.S. 295 (1994) (‘Chicago Convention’); en Convention for the Suppression of Unlawful Acts against the Safety of Civil Aviation (1971), 974 U.N.T.S. 178 (‘Montreal Convention’). Voor een specifieke juridische onderbouwing, zie Marieke de Hoon, ‘Navigating the Legal Horizon. Lawyering the MH17 Disaster’, 33 Utrecht Journal of International and European Law 90-119 (2017); en Marieke de Hoon, ‘Pursuing Justice for MH17. The Role of the Netherlands’, Netherlands Yearbook of International Law 2018: janne Nijman and Wouter Werner (eds), Populism and International Law Volume 49, Asser Press/Springer
  • 10. Artikel 4 Articles of Responsibility of States for Internationally Wrongful Acts, annex to General Assembly Resolution 56/83 of 12 December 2001, corrected by document A/56/49(Vol.1)/Corr.4.
  • 11. Artikel 8 Articles of Responsibility of States for Internationally Wrongful Acts, annex to General Assembly Resolution 56/83 of 12 December 2001, corrected by document A/56/49(Vol.1)/Corr.4.
  • 12. Case Concerning the Application of the Convention of the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (Bosnia and Herzegovina v Serbia and Montenegro), ICJ, Judgment, ICJ Reports 2007, p.43, 26 February 2007 (‘Bosnian Genocide case’), 400.
  • 13. Case Concerning Military and Paramilitary Activities in and Against Nicaragua (Nicaragua v. United States of America),ICJ, Merits, Judgment, ICJ Reports 1986, p. 14, 27 June 1986, para. 115.
  • 14. Dennekamp G-J, ‘MH17: het moest wel misgaan met de BUK-raket in Oost-Oekraïne’, Nieuwsuur, 15 December 2017
  • 15. Op grond van onder andere artikel 6, 7, 11, 13 Montreal Convention, Artikel 2 EVRM en het IVBPR.
  • 16. Artikel 6 en 7 Montreal Convention omschrijven deze ‘aut dedere aut judicare’ verplichting, die inhoudt dat er slechts keuze is tussen vervolgen of uitleveren.
  • 17. Art 27 Vienna Convention on the Law of Treaties (1969), 1155 UNTS 331, No. 18232.
  • 18. Zie ook het transcript van de persconferentie van Premier Rutte op 25 mei 2018en deze videoclips
  • 19. Zie voor een analyse van de juridische afwikkeling van vliegtuigrampen met name pagina 15-25 in De Hoon M, Fraser J and McGonigle Leyh B (eds., 2016), Legal Remedies for Downing Flight MH17. Tweede Kamer ‘Beleidsreactie onderzoeksrapporten over MH17’
  • 20. Voor een uitgebreide analyse van de mogelijke juridische opties, zie Marieke de Hoon, ‘Navigating the Legal Horizon. Lawyering the MH17 Disaster’, 33 Utrecht Journal of International and European Law 90-119 (2017); en Marieke de Hoon, ‘Pursuing Justice for MH17. The Role of the Netherlands’, Netherlands Yearbook of International Law 2018: Janne Nijman & Wouter Werner (eds) Populism and International Law Volume 49, Asser Press/Springer
  • 21. Zie bijvoorbeeld https://www.ft.com/content/e2bc9f30-de5b-11e6-86ac-f253db7791c6
  • 22. In totaal zijn vier zaken ingediend tegen Oekraïne, geregistreerd onder nummers 73776/14 (Ioppa v Ukraine), 973/15, 4407/15 en 4412/15
  • 23. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 33 997, nr.137.
  • 24. Voor een analyse van de juridische verplichtingen en mogelijke schendingen van Oekraïne voor het nalaten het luchtruim volledig te sluiten, zie Marieke de Hoon, ‘Navigating the Legal Horizon. Lawyering the MH17 Disaster’, 33 Utrecht Journal of International and European Law 90-119 (2017); en Marieke de Hoon, ‘Pursuing Justice for MH17. The Role of the Netherlands’, Netherlands Yearbook of International Law 2018: Janne Nijman & Wouter Werner (eds), Populism and International Law Volume 49, Asser Press/Springer
Auteurs
Marieke de Hoon
Assistant Professor of International Law, International Criminal Law and Human Rights Law at the Law faculty at Vrije Universiteit Amsterdam