Boekbespreking: groene welvaart op wereldschaal als einddoel
Boeken & Films Geopolitiek & Wereldorde

Boekbespreking: groene welvaart op wereldschaal als einddoel

24 May 2016 - 13:48
Photo: Wikipedia
Terug naar archief

Stephan Slingerland
Energie voor groene welvaart - Drie verhalen over de toekomst van de mondiale energievoorziening
’s-Hertogenbosch: Aeneas Media B.V., 30 november 2015; 160 pp.; € 29,95; ISBN: 978-94-6104-041-1

 

Hoe moet het verder met de mondiale energievoorziening? En hoe bereiken we onze ambitie om – op termijn – groene welvaart op wereldschaal werkelijkheid te laten worden?

Met het stellen van deze vragen geeft auteur Stephan Slingerland zijn visitekaartje af; in zijn boek proeven we een bevlogenheid te willen bijdragen aan de ordening van complexe vraagstukken waar de ‘energiewereld’ mee worstelt. Bovendien gebruikt hij ‘zijn’ ordening als opmaat voor een viertal – gedurfde – voorstellen aan (inter)nationale beleidsmakers om de omslag naar een vergroening van de wereldwijde energievoorziening op gang te brengen.

Het groene, fossiele en ontwikkelingsverhaal
Slingerland ordent zijn kijk op de complexiteit met behulp van de verhalende analyse. Zijn boek bestaat uit drie verhalen over de toekomst van de energievoorziening. Die verhalen zijn steeds samengesteld vanuit één kernconcept in het gevoerde beleidsdiscours: het groene verhaal van de milieubeweging; het fossiele verhaal van de marktsector; en het ontwikkelingsverhaal over eerlijke verdeling van welvaart.

Slingerland werkt elk verhaal uit volgens een vast stramien, met aandacht voor historische achtergrond, doelen van het concept, voor prioriteiten, voor de samenhang tussen internationale en typisch Nederlandse aspecten, en voor onzekerheden in de onderbouwing. Elk verhaal mondt uit in enkele conclusies en aanknopingspunten voor de verwezenlijking van ‘echte’ vergroening van de energievoorziening in de toekomst.

De auteur schrikt er niet voor terug om in een aantal van die conclusies prikkelend stelling te nemen. Zo bepleit hij de noodzaak van een meer integrale blik op de maatschappelijke betekenis van de energievoorziening door de pleitbezorgers van het groene verhaal. Het fossiele verhaal mondt onder meer uit in een pleidooi voor een “geplande en geleidelijke exit-strategie voor fossiel”. Tot slot concludeert Slingerland in het ontwikkelingsverhaal dat het van belang is de koppeling van het begrip ‘welvaart’ aan materiële consumptie ter discussie te stellen.

Voorstellen aan beleidsmakers
Daarnaast stelt hij in het concluderende hoofdstuk dat “doorgaan met wat we doen, geen zin heeft, wanneer we de mondiale energievoorziening met succes willen vergroenen”. Hij formuleert mede op basis van deze urgentie een viertal voorstellen aan beleidsmakers.

 

De ambitie van de auteur om drie wezenlijk verschillende benaderingen van de energietransitie bij elkaar te brengen, lijkt goed geslaagd

 

Zo moet het groene verhaal consistenter worden door de energietransitie niet alleen te richten op klimaatverandering, maar op een bredere set van internationaal erkende milieudoelen, die in samenhang met elkaar zijn opgesteld. Daarnaast moet het fossiele aanbod worden beperkt door ‘fossiel’ exporterende landen en bedrijven met fossiele reserves te prikkelen met financiële compensaties om die reserves onder de grond te houden. Bovendien moet de steun van ontwikkelingslanden voor de mondiale energietransitie worden gestimuleerd door de transitie in de eerste plaats te richten op ontwikkeling en vervolgens pas op milieudoelen. Tot slot moet het transitieproces zich richten op de relatie tussen energie en welvaart, waarbij de inhoud van het begrip ‘welvaart’ en het meten ervan onderwerp van discussie zullen zijn.

De ambitie van de auteur om met een verhalende analyse drie wezenlijk verschillende benaderingen van de energietransitie bij elkaar te brengen, lijkt goed geslaagd. Slingerland heeft het met deze aanpak mogelijk gemaakt de complexiteit van de problematiek helder te ordenen. Hij heeft bovendien zowel oog voor de ontwikkelingen van de afgelopen decennia als voor de mogelijkheden en risico’s die in de toekomst een rol kunnen spelen.

Zijn keuze de drie conflicterende concepten vergroening, neoliberaal marktdenken en evenredige welvaartsverdeling naast elkaar te zetten, werkt goed. Deze keuze biedt openingen voor een beter begrip van de concepten, het leggen van onderlinge verbanden en het formuleren van handelingsperspectieven voor de beleidsontwikkeling gericht op mogelijkheden voor verzoening van – tot nu toe tegengestelde – belangen.

Strategie met begrip voor belangen van anderen
In de inleiding benoemt de auteur zijn voorkeur voor een transitiestrategie die is gericht op “het proberen te begrijpen van de belangen van anderen en te kijken of het mogelijk is deze mee te nemen op weg naar een groene energievoorziening”. Slingerland stelt in deze context dat een dergelijke strategie momenteel weinig populair is en volgens hem bovendien onderbelicht in de mondiale discussie over vergroening van de energievoorziening. Het staat er niet met zoveel woorden, maar succesvolle implementatie van zo’n strategie vereist een stevige regierol van overheden en politici.

De complexiteit van juist dit aspect is mijns inziens onderbelicht in het boek. Slingerland schenkt op dit terrein vooral aandacht aan de mogelijke ontwikkelingen op internationaal, multilateraal, VN-schaalniveau enerzijds, en op nationaal, Nederlands schaalniveau anderzijds. Het valt op dat in het boek weinig tot geen aandacht is voor handelingsperspectieven en politieke sturing op het schaalniveau van de Europese Unie. Dat kan betekenen dat daarover bij de auteur enige scepsis bestaat, maar informatie over zijn opvattingen in deze zijn niet te vinden.

Tenslotte gaan de ontwikkelingen zeer snel; het boek was geschreven vóór de uitkomst van de klimaatconferentie in Parijs bekend was. De consequenties van COP21 zijn dan ook niet meegenomen in de conclusies van het boek, maar ze ondersteunen wel degelijk de grote lijnen van de door Slingerland bepleite aanpak van de transitie. Dat stemt gerust. En het maakt het lezen van het boek meer aanbevelenswaardig.

Auteurs

Paul Hofhuis
Senior Research Associate bij Instituut Clingendael