Een diplomaat op zoek naar vrede in de Islamitische wereld
Boeken & Films Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Een diplomaat op zoek naar vrede in de Islamitische wereld

30 Sep 2020 - 15:09
Photo: Palestijnse kinderen op een door kogels doorzeefd gebouw in de Gazastrook, 2011. © Flickr - United Nations Photo
Terug naar archief

In Granaten en minaretten blikt de diplomaat en wetenschapper Nikolaos van Dam terug op zijn leven en werk als diplomaat in de Arabische en Islamitische wereld. Terwijl de ondertitel van het boek Een diplomaat op zoek naar vrede in de Arabische en islamitische wereld een andere indruk wekt, bleken de mogelijkheden om bij te dragen aan vrede in dat deel van de wereld meestal zeer beperkt.

coverVan Dam heeft – en dat is zelfs voor een arabist op Buitenlandse Zaken uitzonderlijk –bijna zijn hele loopbaan zich op de Arabische en islamitische wereld mogen concentreren. Op zijn eerste posten (Libanon, Libië en Irak) stonden de directe belangen van Nederlandse bedrijven en burgers centraal. In Egypte, Turkije, Duitsland en Indonesië was zijn portefeuille ruimer.

Tweemaal kreeg hij de kans om een bijdrage aan vrede te leveren: aan het begin van zijn carrière als secretaris van de Europese vredesmissie naar het Midden-Oosten en aan het eind van zijn loopbaan als speciaal gezant voor Syrië. De betreffende hoofdstukken zijn, samen met die over Indonesië, de interessantste van het boek.

Het boek is, zo schrijft hij zelf, geen autobiografie. “Wel heeft dit boek naast analytische gedeeltes het karakter van ‘memoires’ en soms lopen beide door elkaar of wisselen ze elkaar af.”1 Het boek bestaat grotendeels uit klassieke diplomatieke memoires, het soort mooie verhalen dat je aan tafel aan vrienden en familie vertelt.

Zou de toenmalige premier Jan Peter Balkenende eigenlijk strafrechtelijk vervolgd moeten worden vanwege zijn kritiekloze politieke steun aan deze invasie?

Vaak gaat het om vermakelijke anekdotes, maar soms gaat het om incidenten die iets zeggen over de manier waarop de Nederlandse en andere regeringen buitenlandse politiek bedrijven. Hij doet hierover soms boude uitspraken, zoals over de relatie tussen democratie en buitenlands beleid.

Moet een regering fouten erkennen?
Opmerkelijk is wat hij schrijft over het erkennen van fouten. Dat is wel vaker gebeurd, zo schrijft hij: “bijvoorbeeld door de Britse premier Tony Blair, naar aanleiding van de Brits-Amerikaanse invasie in Irak in 2003".2 De massavernietigingswapens, waar het regime van de toenmalige President Saddam Hoessein volgens de coalitie over beschikte, bleken immers afwezig en van een nauwe band met Al Qaida, waar het regime eveneens van werd verdacht, was geen sprake.

Operation Iraqi Freedom, januari 2006. © Flickr / Morning Calm Weekly Newspaper Installation Management
Operation Iraqi Freedom, januari 2006. © Flickr / Morning Calm Weekly Newspaper Installation Management

De invasie maakte weliswaar een einde aan het bewind van Hoessein, maar de nasleep van de invasie kostte honderdduizenden mensen het leven, joeg miljoenen op de vlucht en gaf een impuls aan het terrorisme van Islamitische Staat (IS).

Maar, zo vervolgt Van Dam: “Het kwaad was al geschied en degenen die ervoor medeverantwoordelijk waren, konden vrij blijven rondlopen zonder strafrechtelijk te worden vervolgd.” Wat wil hij hiermee zeggen? Zou de toenmalige premier Jan Peter Balkenende eigenlijk strafrechtelijk vervolgd moeten worden vanwege zijn kritiekloze politieke steun aan deze invasie?

Het onderwerp komt later terug, wanneer Van Dam als Nederlands ambassadeur te Indonesië in 2008 een toespraak hield bij de herdenking van het door Nederlandse militairen aangerichte bloedbad in Rawagede, Java.3 Omdat de bewoners van dit plaatsje niet konden of wilden vertellen waar een door Nederland gezochte vrijheidsstrijder zich verborg, schoten de Nederlandse troepen honderden mannen dood. De majoor die hiertoe het bevel gaf, werd niet vervolgd en ontving later zelfs een koninklijke onderscheiding.

Helaas lieten westerse regeringen zich liever door wensdenken leiden dan door deskundig advies

De Nederlandse tekst van de toespraak was van tevoren door Den Haag goedgekeurd, maar men had verzuimd naar de Indonesische vertaling te kijken. (Of was er op de betreffende directie niemand te vinden die voldoende Bahasa Indonesia kende?) In navolging van de spijt over de politionele acties die de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in 2005 had uitgesproken, werd in de Nederlandse tekst “spijt” uitgesproken over de massamoord, maar in het Indonesisch was dit vertaald als het “vragen om excuses”.

Ambassadeur Van Dam had daar geen problemen mee, maar de in 2008 zittende minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen was hierover “bijzonder verbolgen”. “Het porselein vloog tegen de muur”, aldus de reactie uit Den Haag.

Een paar jaar later ging Den Haag overigens om en mocht de opvolger van ambassadeur Van Dam alsnog de Nederlandse excuses aanbieden voor deze moordpartij. De bredere vraag is hier of Nederland er goed aan doet om zo lang mogelijk vol te houden dat het geen fouten maakt. 

Hoe kunnen we leren van onze fouten wanneer we ontkennen dat we ze maken? Hoe geloofwaardig is het daarnaast om, al dan niet op aandringen van het parlement, kritiek uit te oefenen op andere landen en tegelijkertijd vol te houden zelf vrijwel foutloos te zijn?

Militaire parade van KNIL in 1947 te Bandoeng. © Wikimedia Commons
Militaire parade van het KNIL in 1947 te Bandoeng. © Wikimedia Commons

Deskundigheid versus wensdenken
Kort na zijn aantreden als speciaal Nederlands gezant voor Syrië had Van Dam een ontmoeting met een aantal hoge officieren van de Vrije Syrische Politie. Een van hen raadde hem aan The Struggle for Power in Syria te lezen en was stomverbaasd toen hij hoorde dat hij met de auteur van dit boek sprak.

In kringen van Syriëdeskundigen geniet Van Dam internationale faam en het hoeft daarom niet te verbazen dat het hoofdstuk over Syrië het interessantste van het boek is.

In de inleiding van Granaten en Minaretten relativeert hij de invloed van wetenschappelijk onderzoek op het politieke beleid. Zijn boek The Struggle for Power in Syria illustreert helaas zijn gelijk. Zijn analyse van de machtsverhoudingen in Syrië toonde immers aan dat het opgeven van zijn machtspositie voor President Bashar al-Assad vrijwel gelijk zou staan aan zelfmoord. De roep om zijn aftreden leidde daarom tot een strijd op leven en dood.

"Het is beter niets te doen dan het verkeerde te doen, maar in democratieën is dat om intern-politieke redenen vaak uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk"

Helaas lieten westerse regeringen zich liever door wensdenken leiden dan door deskundig advies. Ze steunden daarom de oproep om het regime van Assad te ontmantelen, zonder de Syrische opstandelingen voldoende steun te verlenen om de strijd van Assad te winnen. Ze droegen daarmee bij aan een langdurige burgeroorlog, waarvan Rusland en Iran gebruik maakten om hun invloed uit te breiden.

De inval in Irak in 2003 is een ander voorbeeld van wensdenken.4 De Amerikaanse regering beschikte over voldoende deskundigen, maar wilde er niet naar luisteren. Ook premier Balkenende leek toentertijd weinig behoefte te hebben aan deskundig advies.

In het Nederlandse geval kan men zich overigens ook afvragen of het na alle bezuinigingen nog voldoende deskundigheid in huis heeft om tot een zelfstandige, weloverwogen visie te komen op het gebied van militaire inzet in verre landen.

Pro-Assad protest in 2010, vlak voor het uitbreken van de burgeroorlog. © Flickr - Beshr Abdulhadi
Pro-Assad protest in 2010, vlak voor het uitbreken van de burgeroorlog. © Flickr / Beshr Abdulhadi

In 2009 hield Van Dam een voordracht over het belang van wetenschappelijk onderzoek voor het buitenlands beleid, getiteld: The (Ir)Relevance of Academic Research to Foreign Policymaking.5 Dit pleidooi voor meer aandacht voor onderzoek en talenkennis had een grotere plaats verdiend in zijn memoires.

Bij de bestrijding van het nieuwe coronavirus hechten de meeste politici terecht veel waarde aan het oordeel van deskundigen, maar waarom denken ze het wel zonder deskundigen af te kunnen wanneer het gaat om zaken van oorlog en vrede?

Zijn democratieën in staat een realistisch buitenlands beleid te voeren?
Wanneer in het parlement een minister die niet goed weet waar hij het over heeft onderhandelt met parlementariërs die ook niet goed weten waar ze het over hebben, hoeft het dus niet te verbazen dat er meer rekening wordt gehouden met het Haagse politieke veld dan met het slagveld.

Is het niet zo dat de overgrote meerderheid van de Arabische landen zich bij het bestaan van Israël heeft neergelegd?

Van Dam verzucht: “Het is beter niets te doen dan het verkeerde te doen, maar in democratieën is dat om intern-politieke redenen vaak uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk.”6 Dat zijn zware woorden.

Terecht onderstreept hij het belang “dat een weldoordachte realistische langetermijnpolitiek prevaleert boven de veelal populairdere politieke waan van de dag”.7 Maar hoe krijgen we dat voor elkaar? Of moeten we ons er maar bij neerleggen dat onze regeringen nu en dan vergissingen begaan die tot honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen leiden? Geen onbelangrijke vraag dunkt me. Wie heeft een antwoord?

Israël versus de Arabische wereld of Israël versus de Palestijnen?
Het was voor een beginnend diplomaat als Van Dam een buitenkansje om in 1981, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, deel te mogen nemen aan een Europese vredesmissie in het Midden-Oosten. Hij vertelt er smakelijk over, maar stelt achteraf terecht de vraag of deze missie veel zin heeft gehad.

In 1981 was sprake van ‘het Arabisch-Israëlische conflict’, maar hoe actueel is dat conflict nog? Is het niet zo dat de overgrote meerderheid van de Arabische landen zich bij het bestaan van Israël heeft neergelegd en zich meer zorgen maakt over de oprukkende invloed van Iran (en daarbij zelfs de voordelen ziet van een sterk Israël)?

Uiteraard zijn er nog allerlei lastige kwesties en bilaterale conflicten, maar is de optelsom daarvan groot genoeg om nog van een Arabisch-Israëlisch conflict te spreken?

Jeruzalem
Jeruzalem, 2009. © Pixabay

Helaas is daarmee het Israëlisch-Palestijns conflict nog verre van opgelost. Israël trekt zich weinig aan van zowel resoluties van de Verenigde Naties als van aanbevelingen en aanwijzingen van andere landen. Het kan zich dit veroorloven omdat het zowel tegenover de Palestijnen als tegenover de buurlanden in een machtspositie verkeert.

Daarbij komt dat het niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in landen als Nederland veel politieke steun geniet. Volgens Van Dam heeft dat (mijn cursivering) “vooral te maken met de sterke lobby en een goed geolied apparaat dat critici van Israël de mond tracht te snoeren, meestal door intimidatie, ‘framing’, zwartmakerij en lastercampagnes tegen personen oftewel ‘karaktermoord’”.8

Maar gaat hij er hier niet ten onrechte aan voorbij dat Israël in veel opzichten (maar zeker niet alle) een ‘West-Europees’ land is, dat op veel punten, zoals publieke voorzieningen, rechtspraak en democratie, ondanks alle tekortkomingen, beter scoort dan de buurlanden?

Heb je lobbyisten nodig om iemand ervan te overtuigen dat als het om vrijheid van meningsuiting, de positie van de vrouw of lhbt-rechten gaat, hij of zij in Israël beter af is dan elders in de regio? Dat vormt natuurlijk geen rechtvaardiging voor de manier waarop Israël met de Palestijnen omgaat, maar helpt wel verklaren waarom veel Amerikanen en Europeanen nog steeds relatief positief staan tegenover Israël.

Concluderend heeft Nikolaos van Dam een boeiend boek geschreven met aardige persoonlijke herinneringen en interessante beschouwingen die verdere overdenking en discussie verdienen.

Omslagfoto van het boek. © Prometheus     Nikolaos van Dam   

    Granaten en minaretten: Een diplomaat op zoek naar vrede in de Arabische en Islamitische wereld

    Uitgegeven door Prometheus (2020)  

    ISBN: 978-9044645217

    320 pagina's

 

 

  • 1. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 8.
  • 2. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 106.
  • 3. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 181-182.
  • 4. Zie ook: Robert Draper, To Start a War: How the Bush Administration Took America Into Iraq, Londen: Penguin Press, 2020; Barend ter Haar, ‘When to contradict your boss?’, Diplomat Magazine, 6 september 2020.
  • 5. Nikolaos van Dam, ‘The (Ir)Relevance of Academic Research to Foreign Policymaking’, in: Jan Michiel Otto & Hannah Manson, Delicate Debates on Islam; Policymakers and Academics Speaking with Each Other, Leiden: Leiden University Press, 2011.
  • 6. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 241.
  • 7. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 301.
  • 8. Nikolaos van Dam, Granaten en minaretten, Amsterdam: Prometheus, 2020, blz. 284.

Auteurs

Barend ter Haar
Columnist Diplomat Magazine en voormalig diplomaat