Europese militaire bijdrage Zuid-Chinese Zee verandert niets
Opinie Conflict en Fragiele Staten

Europese militaire bijdrage Zuid-Chinese Zee verandert niets

30 Jun 2021 - 16:06
Photo: Luchtverdedigings- en Commando Fregat (LCF) Zr.Ms. Evertsen na de passage van de “Grote Belt” brug in Deense wateren in 2019. © Beeld bij Defensie
Terug naar archief
Author(s):

Met het sturen van een Europees eskader zou ook Nederland een vuist tegen de Chinese aanwezigheid in de Zuid-Chinese Zee maken. Maritiem historicus Jaap Anten noemt het idee dat Europa een belangrijke militaire bijdrage in Oost-Azië kan leveren ridicuul.

Het Westen beoordeelt zichzelf bij militair optreden het liefst op zijn intenties en nauwelijks op zijn daden. Deze intenties zijn bekend – vaak het redden van de wereldorde die onder westerse dominantie is opgesteld. Maar militaire optredens zoals in Afghanistan en Irak zijn uiterst kostbaar en weinig succesvol gebleken.

Nu vaart er langzaam maar zeker een ‘Europees’ eskader (waaronder een Nederlands fregat), de zogeheten Carrier Strike Group, naar de Zuid-Chinese Zee rond het Britse vliegkampschip1 Queen Elizabeth. Dit leidde tot koppen in kwaliteitskranten als ‘Het Nederlandse fregat en het Britse vliegdekschip varen straks als “wijkagenten” door de Indo-Pacific’ en ‘Ook Nederland maakt vuist tegen Chinese aanwezigheid in Zuid-Chinese Zee’.2

Wat zou er gebeuren als we deze intenties als wijkagenten van de wereldzeeën eens beoordelen op hun militaire daadkracht? Gaat de Carrier Strike Group iets veranderen?

Hoe sterk is de Carrier Strike Group?
Het door de Britten gedomineerde eskader bestaat uit het vliegkampschip HMS Queen Elizabeth met acht Britse F-35’s aan boord, aangevuld met nog eens tien F-35’s van de Amerikaanse mariniers. Eerder een kroontje dan een kroon. Het gevolg van de Queen Elizabeth bestaat uit twee Britse torpedobootjagers, twee fregatten en een onderzeeboot, aangevuld met een Amerikaanse torpedobootjager en het Nederlandse fregat Zr.Ms. Evertsen.

Anten - Het Britse vliegkampschip Queen Elizabeth in Portsmouth in 2017. Defence Images - Flickr
Het Britse vliegkampschip Queen Elizabeth in Portsmouth in 2017. © Defence Images / Flickr

Maar hoe indrukwekkend is deze strijdmacht binnen de Oost-Aziatische verhoudingen ter zee? Voor het antwoord moet men kijken naar de sterkte van de Oost-Aziatische vloten.

Vergelijk de Zuid-Koreaanse vloot eens met die van de Britten en Fransen, de twee sterkste NAVO-vloten – uitgezonderd van de Amerikanen uiteraard. De Zuid-Koreanen bezitten bij elkaar 23 fregatten en torpedobootjagers. Wellicht wijzen zij er fijntjes op dat de totale Britse zeemacht er 4 minder telt. En de totale Franse vloot 8 minder.

De Zuid-Koreanen zullen overigens tot in de kleinste details geïnteresseerd zijn in het Britse vliegkampschip. Ze willen er namelijk zelf een bouwen3, wat echter financieel onzeker is –  laat staan er twee zoals de Britten bezitten.

Dat Europa via de NAVO (of anderszins via de Europese Unie) een belangrijke militaire bijdrage in Oost-Azië kan leveren is ridicuul

En hoe sterk is de Britse slagkracht vergeleken met Japan? Dit land bezit 4 helikoptercarriers, waarvan 2 geschikt voor F-35’s, plus in totaal 37 fregatten en torpedobootjagers, meer dan Groot-Brittannië en Frankrijk bij elkaar dus. 

Nee, Japan en Zuid-Korea zullen niet erg onder de indruk zijn van deze militaire Oost-Aziatische machtsexplosie van Global Britain, van China nog minder en van de Verenigde Staten enkel diplomatiek.4 Een korte explosie, want na een tijdje varen de schepen weer weg.5

Waarom toont Europa deze daadkracht?
Europa doet dit omdat de Amerikanen met name de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) steeds meer als een instrument gaan zien tegen China. Europa moet de Amerikanen te hulp schieten; de recente G7- en NAVO-toppen zijn hier voorbeelden van.

Maar dat Europa via de NAVO (of anderszins via de Europese Unie) een belangrijke militaire bijdrage in Oost-Azië kan leveren is ridicuul. Ter zee totaal niet, zoals net is aangetoond, maar te land of in de lucht evenmin.

Dan blijft de NAVO als politieke organisatie over. Die kan wel nuttig zijn als extra overlegorgaan om westers beleid tegen China te coördineren. Niet alleen wat betreft Azië, maar ook vanwege de Chinese invloed in Europa. In die zin kan de NAVO een aanvulling op de EU vormen. Maar al met al lijkt een Europese militaire bijdrage in Azië niet zozeer nieuw beleid, maar eerder overjarig. Dat geldt zeer zeker voor Nederland.

Waarom doet Nederland dit?
Het idee bij hooggeplaatste Nederlandse beleidsmakers, zo betoogde hoogleraar Fred van Staden tien jaar geleden, was dat het stabiel houden van de internationale orde niet zonder een garantiemacht kan.6 Die garantiemacht waren de Verenigde Staten, die daarmee ook de enorme militaire kosten droegen.

Om de relatie met dit land goed te houden, moest Nederland af en toe iets terugdoen, meende men, door zijn militaire solidariteit tonen. Deze relatie is naar mijn mening uiterst transactioneel.

Anten-Vaaropleiding Korps Mariniers, 16nov2018-Beeld bij Defensie, Flickr
Training van de Vaaropleiding Korps Mariniers in 2018. © Beeld bij Defensie / Flickr

Volgens de beleidsmakers kon Nederland door af en toe een militair offer te brengen profiteren van de mondiale stabiliteit, die de welgezinde garantiemacht ons schonk. Een winstgevende transactie is het ook; het maakte ons jarenlang mogelijk bijna driemaal minder van ons bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uit te geven dan de VS.

Ik zie enige Nederlandse solidariteit aangaande de Zuid-Chinese Zee dan ook niet als iets nieuws, maar als het tot de laatste snik vasthouden aan dit transactionele beleid. De VS zullen in ruil hiervoor Europa vast blijven verdedigen.

Treurig intermezzo: gaat de marine alleen omdat de politiek het wil?
De marine vaart uit in opdracht van de politiek als ze dat qua personeel en materieel aankan, en draagt dan als een ambassadeur de politieke intenties uit. Maar los van die politieke werkelijkheid bestaat er ook nog een andere realiteit: de militaire. En die bestaat tegenwoordig uit nogal treurige keuzes.

Die keuzes hebben van doen met de beroerde staat van de landmacht, luchtmacht en marine. Die ligt nu ook op straat, zeker na de klacht van de commandanten hiervan dat het bij alle drie zeer ernstig mis is.7

Zo ook bij de marine. Kort gezegd gaat het om te weinig operationele schepen, veel te weinig personeel, achterstallig onderhoud en te weinig oefeningen. En als je het één kiest, bijvoorbeeld oefenen, gaat dat financieel nog meer ten koste van iets anders, bijvoorbeeld onderhoud.

Dat Zr.Ms. Evertsen meevaart, kan worden geïnterpreteerd als de keuze dat tenminste één fregat weer serieus kan oefenen, met als bonus zelfs langdurig. Maar wel eenzijdig: het fregat gaat zich uitsluitend richten op luchtverdediging, want oefenen tegen onderzeeboten zit er niet in. De NH-90 helikopter gaat namelijk niet mee, symptomatisch voor de kwalijke toestand waarin veel materieel verkeert.8

Anten - Een Nederlandse NH-90 helikopter tijdens een NAVO-oefening in 2018. NATO2
Een Nederlandse NH-90 helikopter tijdens een NAVO-oefening in 2018. © NATO

Niet alleen staat de vloot er slecht voor, hij is ook nog eens piepklein. Ter vergelijking: in 1994 bezat de Koninklijke Marine twintig fregatten. Nu zijn het er maar zes, waarvan lang niet alle operationeel zijn. Mogelijk zal de situatie verder verslechteren.

De Algemene Rekenkamer waarschuwde al jaren geleden: “Defensie kampt met zulke achterstanden, dat eerst gaten moeten worden gedicht voordat je resultaten zult zien.”9 Tegenwoordig zijn die gaten nog gapender geworden.

De nieuwe Commandant der Strijdkrachten heeft gewaarschuwd dat als de krijgsmacht er géén vier miljard euro bijkrijgt, er nog verder zal moeten worden gesneden. Gezien de verkiezingsprogramma’s kan er bijvoorbeeld één miljard bijkomen, wat een zinkgat van  pakweg drie miljard betekent. Dit is de – overigens niet exclusief Nederlandse – realiteit, alle geopolitieke praat ten spijt.

Waarom vragen de machtige Verenigde Staten om Europese steun?
De Amerikanen vragen Europa om steun omdat ze een confrontatiepolitiek tegen China voeren. Ze zijn tot het inzicht gekomen dat het voeren van die politiek zonder steun niet gaat lukken. Wat betreft de machtsverhoudingen op zee is de Amerikaanse vloot niet groot genoeg meer.

Het ‘waarom ‘wordt duidelijk uitgelegd door John F. Lehman, die als minister van Marine onder de voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan de Amerikaanse vloot krachtig uitbreidde tot de ‘600-schepen vloot’. In een interview in 2016 stelt Lehman dat het niet mogelijk is China in bedwang te houden:The fact is, we have cut our navy more than in half, and while the president says we are pivoting to Asia, we’re not. We talk about building a bigger navy, but the Chinese see we’re building an average of 8 ships a year, with a 30-year life. They know how big our fleet is going to be. We are not maintaining the balance of power and we’re not maintaining command of the seas.”10

Hij maakt duidelijk dat de teloorgang, die uiteindelijk tot meer dan de halvering van de Amerikaanse ‘600-schepen vloot’ leidde, China’s opkomst op zee aanzienlijk heeft vergemakkelijkt en bespoedigd. Later vervolgt Lehman in het interview over de Zuid-Chinese Zee met het volgende: “It’s dangerous to keep the rhetoric where it is with regard to China’s role in the South China Sea, however much we disagree with it. We must be careful about provocation, because we don’t have the power to back it up.”

Anten - De Amerikaanse torpedobootjager USS Martin vuurt een torpedo af tijdens een oefening in 2020. US Indo-Pacific Command
De Amerikaanse torpedobootjager USS Martin vuurt een torpedo af tijdens een oefening in 2020. © U.S. Indo-Pacific Command

De VS hebben ook nog verplichtingen elders en kunnen dus niet hun totale vloot tegen China inzetten – al lijkt het erop dat de VS zich steeds meer rondom de Middellandse Zee en het Midden-Oosten gaan terugtrekken. Maar heel veel zal dit niet helpen. De US Navy lijkt inderdaad simpelweg te klein.11

Lehman adviseert (in interviews) om een alliantie van democratisch gezinde landen als soft power in te zetten – zoals nu gebeurt met de Carrier Strike Group. Als effectieve harde militaire dreiging tegen China adviseert hij geen grote directe zeeslagen, maar dreigen om met bondgenoten zijn lange, kwetsbare handelsroutes lam te leggen. Meer kun je niet doen, ook niet met een wat grotere vloot.12

Slotoordeel
Uit het voorgaande valt allereerst op hoezeer het centrum van de mondiale militaire macht ter zee nu al naar Oost-Azië – en niet te vergeten India – is verschoven. Dit zal blijven doorgaan, en natuurlijk beperkt dit alles zich niet tot zaken ter zee.

Japan zal – gezien de Amerikaanse twijfel tegen China op te kunnen – uiteindelijk zijn defensiebudget moeten vergroten, mogelijk zelfs verdubbelen naar twee procent van het bbp. Japan ter zee vier- of maar driemaal zo sterk als Groot-Brittannië: that is the question.

Gegeven de Amerikaanse confrontatiepolitiek tegen China wordt het steeds onwaarschijnlijker dat de VS in de jaren 2030 militair zeer nadrukkelijk buiten de Stille Oceaan aanwezig zullen zijn. De Amerikanen zullen de gebieden rond Europa niet meer stabiliseren, wat vaak gebeurde door de potentie van hun militaire macht en anders door de toepassing ervan.

De opdracht aan Europa is, of het wil of niet, om een regionale grootmacht te worden

Wat als die Amerikaanse militaire macht er niet was geweest? In Syrië en Irak zou Europa zelf doorslaggevend tegen Islamitische Staat hebben moeten optreden. In Egypte zou de fanaat Mohamed Morsi zonder deze macht mogelijk niet zijn vervangen door de autocraat Adbul Fatah al-Sisi. De Iran-deal viel door zuiver Europese militaire macht niet af te dwingen of te garanderen toen de VS die opzegden. Het stabiliseren van Noord-Afrika lukte Europa ook niet. En Turkije in het gareel dwingen? En bij dat alles ook nog Rusland?

Europa kan dat allemaal niet met de huidige en beoogde eigen middelen. Maar de opdracht aan Europa is, of het wil of niet, om een regionale grootmacht te worden die zelfstandig de machtsbalansen in zijn brede regio kan laten doorslaan.13

Want die twee procent bbp van die NAVO-norm impliceert qua slagkracht naar mijn mening hooguit een soort 50/50-verdeling, respectievelijk Europa/VS. In de jaren 2030 wordt dat eerder een 80/20-verdeling.

De Amerikaanse vliegdekschepen USS Ronald Reagan en USS Nimitz Carrier Strike Groups in de Zuid-Chinese Zee in 2020. IS Indo-Pacific Command
De Amerikaanse vliegkampschepen USS Ronald Reagan en USS Nimitz Carrier Strike Groups in de Zuid-Chinese Zee in 2020. © U.S. Indo-Pacific Command 

Anders gezegd, we gaan naar een multipolaire wereld met als polen de VS, China, India – met zijn niet geheel geruststellende Hindoenationalisme – én Europa, als dat niet te veel verbrokkelt. Anders ligt er nog een prachtkans voor het aftakelende Rusland.

De gedachte om een unipolaire westerse wereldorde militair af te dwingen is achterhaald; er zal onderhandeld moeten worden. Door de grotere economische groei elders staat de tijd daarbij niet aan westerse zijde. 

Wat het Westen wil, is beoordeeld worden op zijn intenties – die het beste met de wereld voorhebben – en niet op zijn daden

Wat erger is, bij een te directe militaire confrontatiepolitiek van het Westen kan China besluiten om zijn defensie geleidelijk op te voeren van het huidige ongeveer 1,9 procent van het bbp naar het Amerikaanse niveau van ruim 3 procent. Dan groeit China’s defensie ruim anderhalf keer sneller dan nu. Tot er een evenwicht ontstaat met de exploitatiekosten, bouwt China dan in plaats van om de vijf jaar (zoals nu), elke drie jaar de gehele Britse oorlogsvloot erbij.

Willen we dit? Nou, het is niet onze intentie. Om te eindigen met het begin: wat het Westen wil, is beoordeeld worden op zijn intenties – die het beste met de wereld voorhebben – en niet op zijn daden. Dit geldt voor Europa en met name voor Nederland. Nederland heeft het er regelmatig over dat zijn krijgsmacht moet bijdragen aan het handhaven van de (westerse) wereldorde.

Maar, zoals gezegd, werd die orde qua kwalijke militaire daden uitbesteed aan de VS. De Europese landen deden in ruil hiervoor van tijd tot tijd iets militairs terug – een financieel uiterst lucratieve transactie voor ze, die bovenal de verdediging van Europa garandeerde.

In dit licht moet ook onze reis naar de Zuid-Chinese Zee worden gezien. Nederland wil  het liefst eeuwig met deze transactionele militaire ‘zonder de Verenigde Staten gaat het niet’-politiek in zee. Desnoods als de Titanic na de aanvaring.

  • 1.In Nederlandstalige literatuur wordt soms een onderscheid gemaakt tussen vliegdekschip en vliegkampschip. Het eerste is een schip met vliegdek, veelal een verbouwd koopvaardijschip, het tweede is een oorlogsschip specifiek gebouwd voor het opereren met vliegtuigen.” Zie hier.
  • 2. Bas Knoop, ‘Ook Nederland maakt vuist tegen Chinese aanwezigheid in Zuid-Chinese Zee, Het Financieele Dagblad, 9 mei 2021.
  • 3. Brian Kim, ‘South Korean shipbuilders unveil competing carrier designs’, DefenseNews, 11 juni 2021.
  • 4. China bezit nu 2 vliegkampschepen. Daarnaast 50 torpedobootjagers en 40 fregatten, met een heleboel in aanbouw om de aantallen te vergroten en oudste te vervangen. En nog veel meer. En al ligt het niet in Oost-Azië, India dat 1 vliegkampschip bezit, 9 torpedobootjagers, 13 fregatten en streeft naar veel meer.
  • 5. Een Europese bijdrage op langere termijn zou misschien het permanent stationeren van drie fregatten kunnen zijn – een te verwaarlozen hoeveelheid, maar een zware last voor zijn uitgemergelde thuisvloten.
  • 6. Fred van Staden, ‘Nederlands veiligheidsbeleid en het Atlantisch primaat. Over beknelde ambities en slijtende grondslagen’, in Duco Hellema, Mathieu Segers en Jan Rood (red.), ‘Bezinning op het buitenland. Het Nederlands buitenlands beleid in een onzekere wereld’, Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, oktober 2011.
  • 7. Wendelmoet Boersema en Bart Zuidervaart, ‘Geef ons geld, zeggen deze topmannen van Defensie: “Wij zijn de klaplopers van de NAVO”’, Trouw, 2 april 2021. Zie verder bijvoorbeeld: Marineschepen.nl, ‘Marine zit klem, moet maatregelen treffen die juist meer kosten’, 14 april 2021.
  • 8. Jaime Karreman, ‘Geen NH-90 helicopter’, Marineschepen.nl overzichtspagina van reis Zr.Ms. Evertsen met vliegkampschip HMS Queen Elizabeth, laatst aangepast: 24 mei 2021.
  • 9. Wendelmoet Boersema en Bart Zuidervaart, ‘Algemene Rekenkamer over mislukte bezuinigingen bij de krijgsmacht: ‘Het is ontluisterend’’’, Interview met president Alegemene Rekenkamer Arno Visser, Trouw, 13 april 2021.
  • 10. Constantin Wangenheim, ‘J. John F. Lehman, former U.S. secretary of the navy, speaks to The Diplomat on U.S. strategy in the South China Sea’ in The Diplomat, October 10, 2016 .
  • 11. Heeft Lehman gelijk? Het aantal in dienst gestelde schepen van de US Navy komt in 2022 optimistisch uit op 296, en hoewel geen 600, lijkt dat heel wat. Beperkt tot die oppervlakteschepen waarmee je echt kunt vechten kom je op 113 – de 22 litoral combat ships met hun beperkte gevechtswaarde reken ik niet mee. Van de 11 grote vliegkampschepen daarbij zijn er niet meer dan 6 of 7 daadwerkelijk beschikbaar. Iets dergelijks geldt ook voor de rest. Er is dus in de hogere tientallen aan oppervlakteschepen beschikbaar, verspreid over de wereldzeeën! De concentratie op de Pacific betekent lege andere zeeën. Daar komt nog wel de machtige onderzeebootvloot bij, van 4 speciale met kruisraketten en 55 aanvalsonderzeeboten, welk aantal voorlopig gaat slinken. De 14 onderzeeboten voor nucleaire afschrikking zijn hierbij niet meegerekend.
  • 12. Dmitri Filipoff, ‘Secretary John Lehman on Strategic Credebility and Leveraging Command of the Seas’, Centre for Maritime Security, 22 mart 2021. Lehman propageert tegenwoordig een veel sterkere Amerikaanse vloot dan de huidige, een die weer het command of the seas kan verwerven, maar lijkt te beseffen dat dit niet haalbaar meer is.
  • 13. Opties voor een Europese aanpassing worden besproken in: Monika Sie Dhian Ho, Luuk van Middelaar en Frans-Paul van der Putten, ‘Speler of speelbal. Nederland en de wending naar Europese geopolitiek’, De Groene Amsterdammer, 3 februari 2021.

Auteurs

Jaap Anten
Specialist maritieme en militaire historie en geostrategie