Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

Coronationalisme

18 Mar 2020 - 15:16

De corona-crisis zoekt – en vindt wellicht – oplossingen langs nationale scheidslijnen. Hoewel het virus geen grenzen kent, en er alleen al in de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een zeer uitgebreide multilaterale bestuurlijke catalogus klaar ligt om de pandemie te temmen, kiezen landen het zekere voor het onzekere en besluiten tot het bewandelen van de soevereine weg.

Dat leidt tot een tamelijk chaotisch totaalbeeld met aanzienlijke en verbazingwekkende verschillen per land, maar dat wil ook weer niet op voorhand zeggen dat het resultaat inferieur is. 194 WHO-lidstaten, 194 oplossingen? Nee, zo verkokerd is het natuurlijk niet, al was het maar door de vele ambtelijke en wetenschappelijke contacten.

Je zou kunnen veronderstellen dat multilateralisme tot uniforme(re) en snell(er)e oplossingen kan leiden

In elk geval kan nu nog niet gezegd worden dat een multilaterale aanpak per se succesvoller geweest zou zijn, al zou je kunnen veronderstellen dat multilateralisme tot uniforme(re) en snell(er)e oplossingen kan leiden.

Het heeft misschien even geduurd totdat internationaal politieke analysten zich realiseerden dat de corona-crisis ook voor hun tak van sport stof tot nadenken gaf en de gelegenheid bood tot het afwegen van een hen vertrouwd thema: langs welke weg bereik je the collective good, zo evident in het uitschakelen van een existentiële dreiging die zich niet aan landsgrenzen houdt? De internationale verhoudingen worden in tijden van crisis getest en uitvergroot.

Een zekere gěne kan hierbij een rol hebben gespeeld, omdat het stellen van een vraag over internationale politiek in tijden van nood minder urgent is dan het vinden van een medicijn. Maar ook de stelling van de beleidsmakers dat ‘de experts’ en ‘de wetenschap’ leidend zijn bij het zoeken naar oplossingen, en de onbewezen en vooringenomen gedachte dat virologen en epidemiologen die etiketten monopoliseren, heeft de sociale wetenschappers op afstand geplaatst.

Waarom zou de keuze om de samenleving al dan niet op slot te zetten geen rekening behoeven te houden met de deskundigheid die niet-medici toe te voegen hebben? Ook binnen die kring is de inmiddels fameuze ‘groepsimmuniteit’-theorie waarop Rutte zich in zijn veelgeprezen toespraak verliet, niet onomstreden.

Neem de drie-scenario’s-benadering die premier Mark Rutte tot uitgangspunt nam in zijn toespraak tot het volk op 16 maart. Dat was een nationaal uitgangspunt, en de keuze voor scenario-2 (de aanpak van de ‘uitsmeervariant’) was al evenzeer een Nederlandse. In China had men een andere gekozen (de radicale lockdown) en zelfs binnen de EU waren nationale verschillen gemakkelijk te onderscheiden. Sommige analyses wezen zelfs op het dreigende einde van de EU.1

Een handzaam overzicht van deze nationale, en zelfs intra-Europese verschillen bood het Britse dagblad the Guardian op 16 maart onder de kop ‘How do coronavirus containment measures vary across Europe?’2 Hieruit blijkt dat in een erkend oncontroleerbare, zeer ernstige fase van de dreiging, allerlei (buur-!)landen op tal van maatregelen tot afwijkende besluiten komen.

Het valt op dat de VS niet alleen een nationale, maar uitgesproken anti-bondgenotenlijn volgden

Transatlantisch was al opgevallen dat de VS op twee punten zelfs niet alleen een nationale, maar uitgesproken anti-bondgenotenlijn volgden. Het Amerikaanse besluit tot een inreisverbod was anti-Europees en eenzijdig genomen. De vermeende poging van Trump om het met een zak dollars op een exclusief vaccin-akkoordje met een Duits biotechbedrijf te gooien3 – mislukt en veroordeeld op aandeelhoudersniveau – wees ook niet echt op multilateralisme en solidariteit.

Verder was opmerkelijk dat multilateralisme toch op tenminste drie sluiproutes werd beproefd, maar dan als alternatief voor nationale soevereiniteit en niet als geprefereerd instrument. Nederland besloot op 15 maart toch tot onmiddellijke sluiting van de horeca, in weerwil van het in beton gegoten primaat van de medische elite die de regering adviseerde.

Een van de redenen was het zogenaamde café-toerisme uit België, waar de horeca al eerder gesloten was. Dit grenseffect was dus medebepalend en roept associaties op met het in de EU lang gepropageerde beleid om via beleidsconcurrentie ‘vanzelf’ tot harmonisatie te komen, in plaats van door moeizaam top-down overleg. Kleinere eenheden, zoals nationale staten, zouden in dit geval wel eens effectievere harmonisatiekaders zijn dan grote.

Een tweede route is het gegeven dat landen die in hetzelfde schuitje (lees: de EU) zitten, door lotsverbondenheidheid tot harmonisatie gedwongen zijn. ‘Social distancing’ valt aan Noord-Brabanders niet op (en uit) te leggen als je dat niet tegelijkertijd doet aan de andere kant van de Maas.

Ten derde, de EU-Commissie reageerde op de Amerikaanse dwingelandij en pan-Europese lappendeken door een tijdelijk Schengen-reisverbod voor te stellen, om nog iets van gezamenlijkheid uit te stralen. Drie keer nationaal onvermogen, drie keer aanpassing achteraf.  De les voor de wereld van internationale betrekkingen: het virus van nationale soevereiniteit is een fictie, lotsverbondenheid prikt illusies door.

Auteurs

Ko Colijn
Senior Research Fellow Clingendael