De Turkse operatie in Afrin: een vermijdbare escalatie
Artikelen Conflict en Fragiele Staten

De Turkse operatie in Afrin: een vermijdbare escalatie

07 Mar 2018 - 10:17
Photo: Kurdishstruggle / Flickr
Terug naar archief

In januari 2018 viel het Turkse leger, samen met overwegend Arabische rebellen, de regio Afrin in het noordwesten van Syrië binnen. Met ‘Operatie Olijftak’ wil Turkije de Koerdische militie YPG uit het gebied verdrijven. Turkije beschouwt de YPG als terroristisch vanwege de banden met de PKK. Deze nieuwe escalatie gaat gepaard met een onbekend aantal slachtoffers onder strijders en burgers. De gebeurtenissen zetten ook de Turkse relaties met de Verenigde Staten en met het regime-Assad op scherp. Wat zijn de grondoorzaken en mogelijke scenario’s van Operatie Olijftak? En zijn er nog uitwegen?

Tijdens de Syrische oorlog slaagden de Koerdische PYD (Democratische Uniepartij) en haar gewapende vleugel YPG (Volksbeschermingseenheden) erin een dominante positie te verwerven in een groot deel van het overwegend Koerdische Noord-Syrië. Deze dominantie ging ten koste van andere Koerdische politieke bewegingen en strekte zich uit tot enkele gebieden langs de Turkse grens, waar Arabieren en Turkmenen in de meerderheid zijn. Vanaf 2014 werden de Syrische Koerden zwaar aangevallen door Islamitische Staat (IS). Een dieptepunt in deze episode was de inname van de streek rond de grensstad Kobani in het najaar van 2014. Met intense Amerikaanse militaire steun slaagde de YPG er vanaf 2015 in de verloren gebieden terug te winnen.

Turkije heeft de Amerikaanse samenwerking met de YPG altijd veroordeeld. In de loop van 2014 konden Turkije en de Verenigde Staten het niet eens worden over samenwerking tegen IS. Turkije eiste garanties tegen de PYD/YPG, een bufferzone in het noorden van Syrië en een permanent Amerikaans engagement tegen Assad. In deze context besloten de Amerikanen volop met de YPG samen te werken. Van hun kant probeerden de YPG en de Syrische regering elkaar zoveel mogelijk met rust te laten.

Strijders van de YPG
Strijders van de YPG, de gewapende vleugel van de Koerdische PYD (Democratische Uniepartij). Bron: Kurdishstruggle / Flickr

De YPG vormt de belangrijkste component binnen de militie SDF (Syrische Democratische Krachten). In 2017 ging de SDF, ondersteund door Amerikaanse adviseurs en gevechtsvliegtuigen, IS ook in niet-Koerdische gebieden achterna; in oktober volgde de inname van Raqqa, de hoofdstad van het zelfverklaarde kalifaat. Aan de strijd tegen IS ontleent de YPG een groot internationaal prestige.

De Turkse (in)tolerantie tegenover Koerdische autonomie over de grens
In de ogen van de Turkse regering en de meeste oppositiepartijen is het zelfbestuur door de Syrisch-Koerdische PYD om twee redenen een groot probleem. Ten eerste valt Turkije over de band tussen de PYD en de PKK (Koerdische Arbeiderspartij), waar we zo meteen op terugkomen. Ten tweede kan Koerdische autonomie over de grens impulsen geven aan het Koerdische onafhankelijkheidsstreven in Turkije zelf. Ondanks hervormingen in de afgelopen 20 jaar, die de Koerdische taal en identiteit iets meer ruimte gaven, is Ankara hier absoluut niet klaar voor.

Desalniettemin onderhoudt de Turkse regering al bijna 10 jaar goede betrekkingen met de autonome Iraakse Koerden onder leiding van Massoud Barzani. Naast de lucratieve economische relatie (export van Koerdische olie, Turkse bouwprojecten, e.d.) biedt de conservatieve Barzani ook een ideologisch tegenwicht voor de linkse PKK. Deze relatie hielp de Turkse regeringspartij AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) bij de ontwikkeling van een groot draagvlak onder de miljoenen niet-PKK-gezinde Koerden in Turkije.

Aan de strijd tegen IS ontleent de YPG een groot internationaal prestige

Maar in september 2017 hield Barzani, onder druk van binnen- en buitenlandse uitdagingen, een onafhankelijkheidsreferendum, dat hij gemakkelijk won. Formele onafhankelijkheid was voor Ankara een brug te ver. De harde opstelling van Erdogan wordt mede verklaard door de nieuwe alliantie tussen de AKP en de ultranationalistische oppositiepartij MHP sinds 2016. Ondanks de felle retoriek kwam het echter niet tot Turks militair optreden of tot zware economische sancties tegen Iraaks Koerdistan. De jarenlange tolerantie van Turkije tegenover verregaande Iraaks-Koerdische autonomie ten spijt, mogen wij ervan uitgaan dat Ankara niet zat te wachten op een nieuwe autonome Koerdische regio in Syrië – ongeacht de banden tussen de PKK en de Syrische PYD/YPG.

De flou artistique over de relatie YPG-PKK
Het blijft echter de vraag of Koerdisch zelfbestuur in Syrië door een partij die, net als Barzani, Turkije met rust laat, tot Turkse militaire operaties zou leiden. Dit brengt ons bij de tweede reden voor de Turkse onrust over de ontwikkelingen in Noord-Syrië: de banden tussen de PYD/YPG en de PKK. De Turkse staat en de PKK vechten sinds 1984 een oorlog uit die al aan meer dan 40.000 mensen het leven heeft gekost. De meeste westerse regeringen en media aarzelen echter om de band tussen de YPG en PKK expliciet te erkennen. Het zou hun vérgaande sympathie voor de YPG alleszins in een ander daglicht stellen.

Bij de verovering van Raqqa liet de YPG voor de hele wereld een huizenhoge vlag van PKK-stichter Abdullah Ocalan wapperen.1 Er is echter meer aan de hand dan een ideologische inspiratie. De PKK speelde een cruciale rol bij de oprichting van de PYD. De PYD en PKK maken samen deel uit van de koepelstructuur KCK, die door PKK-leider Cemil Bayik wordt geleid. Nog steeds heeft de PYD/YPG leiders en strijders die rechtstreeks uit de PKK komen.2

Bij de verovering van Raqqa liet de YPG voor de hele wereld een huizenhoge vlag van PKK-stichter Abdullah Ocalan wapperen
Bij de verovering van Raqqa liet de YPG voor de hele wereld een huizenhoge vlag van PKK-stichter Abdullah Ocalan wapperen. Bron: ANHA

De Amerikaanse minister van defensie onder Obama, Ashton Carter, gaf in de Amerikaanse Senaat toe dat de YPG “substantiële banden” heeft met de PKK.3 Een recent rapport van de Director of National Intelligence, de supervisor van de Amerikaanse inlichtingendiensten, noemt de YPG “de Syrische militie van de PKK”;4 terwijl in het World Factbook van de CIA de PYD “de Syrische arm van de PKK” worden genoemd.5 Generaal Raymond Thomas maakt er geen geheim van dat de SDF, die ook Arabische strijders telt, in feite gedomineerd wordt door de YPG. De Amerikanen stelden de YPG om redenen van public relations voor de naam SDF in te voeren.6 De VS, de EU en de NAVO beschouwen de PKK als een terreurorganisatie, maar niet de YPG.

Een rode lijn voor Turkije
Voor Turkije is de ontwikkeling naar een feitelijke PKK-staat een rode lijn. De Turkse regering zegt dat YPG-militanten reeds betrokken waren bij aanslagen in Turkije. Zij heeft geen vertrouwen in Trumps belofte dat de YPG de Amerikaanse wapens weer zal inleveren na de overwinning op IS. De Verenigde Staten hebben verklaard voor onbepaalde tijd in YPG-gebied te willen blijven om herleving van groeperingen als IS, alsook de invloed van Iran, tegen te gaan.7 Het is wellicht ook een extra optie naast de onzekere relatie met Turkije.

De Turkse publieke opinie ziet het beeld opdoemen van een sterke entiteit die tientallen jaren voor destabilisering en aanslagen zou kunnen zorgen. Dit verklaart mede waarom de leider van de grootste oppositiepartij CHP (Republikeinse Volkspartij) er in februari 2018 voor pleitte de Amerikaanse bases in Turkije, zoals Incirlik, te sluiten als de steun aan de YPG doorgaat. Hij staat zelfs open voor gesprekken met Assad voor een gemeenschappelijke strijd tegen de YPG.8

Waarom nu?
De directe aanleiding voor ‘Operatie Olijftak’ vormde een Amerikaanse aankondiging in januari 2018 over het de totstandbrenging van een YPG/SDF-leger van 30.000 troepen “om de grenzen te bewaken”.9 Wellicht spelen hierbij nog andere concrete redenen mee. Tijdens de operatie Eufraatschild van 2016-2017 slaagden Turkije en anti-Assad-rebellen er al in een gebied tussen Afrin en de Eufraat te veroveren op IS en de YPG. Zo lijkt het geïsoleerde Afrin gemakkelijker in te nemen.

De Turkse Operatie Olijftak in Afrin
De Turkse Operatie Olijftak in Afrin met in het geel het grondgebied onder controle van de Koerden, in het groen de aanwezigheid van de door de Turken aangevoerde oppositie-strijders en in het roze het gebied onder controle van het Syrische leger. Bron: Wikicommons / MrPenguin20

Het valt niet uit te sluiten dat ook de Turkse binnenlandse politiek een rol speelt. Met de lokale, parlements- en presidentsverkiezingen van 2019 in aantocht, kan de AKP-MHP-coalitie uit Olijftak voordeel halen. Maar dan mag de strijd niet te lang duren en mogen er niet veel Turkse soldaten en Koerdische burgers bij omkomen. Als het uit de hand loopt, is een felle backlash tegen Erdogan waarschijnlijker. Dan zullen ook veel Koerdische kiezers – een belangrijke groep voor de AKP – afhaken. Cruciale vragen in dit verband: wat zijn de Turkse oorlogsdoelstellingen en hoe ver willen Erdogan en het leger gaan?

De Russische factor
Kan Turkije de YPG wel uit heel Noord-Syrië verdrijven? Nabij Manbij, nog ten westen van de Eufraat, liggen al Amerikaanse troepen. Een confrontatie is ondenkbaar, een tactische Amerikaanse aftocht naar het oosten van de Eufraat eventueel wel. De kans dat de Amerikanen de YPG oostelijk van de Eufraat laten vallen, is klein. Hoe dan ook zou een totale oorlog tegen de ervaren YPG/PKK in dat gebied lang duren en voor het Turkse leger en de burgerbevolking een erg zware tol eisen. Plausibel is dat zoiets juist de steun voor de PKK in de regio en de wereld zou vergroten en Erdogan aan het wankelen zou brengen. De operatie in Afrin verloopt overigens maar traag. Een rode lijn is één ding, de militaire macht om ze te handhaven een ander.

Het wordt allemaal nog gevaarlijker als de Syrische regering zich ermee begint te bemoeien. Damascus verkiest wellicht de YPG boven een coalitie van Turkije en Syrische rebellen op zijn grondgebied. Eind februari verscheen in Afrin reeds een Assad-gezinde militie om de YPG te steunen – tegelijk een signaal dat het Syrische regime alsnog de directe confrontatie met Turkije uit de weg gaat.

YPG-strijders
YPG-strijders in Noord-Syrië. Damascus verkiest wellicht de YPG boven een coalitie van Turkije en Syrische rebellen op zijn grondgebied. Bron: Kurdishstruggle / Flickr

Beseft Turkije dat een unilaterale militaire oplossing voor zijn probleem niet haalbaar is? Hooguit is de controle over Afrin mogelijk, en dan nog tegen een zware prijs. Of is Turkije in Afrin tevreden met de controle over de smalle strook langs de grens, die het begin maart verworven lijkt te hebben? Maar wat brengt de toekomst dan?

Een diplomatiek wild scenario zou Turks gehengel naar Russische steun zijn. In tegenstelling tot de Amerikanen bij Manbij trokken de Russen zich in Afrin wel terug. De vervanging van de Amerikaanse broodheer van de YPG door de Russische, is voor Turkije op zich geen oplossing. Per slot van rekening gedoogde het regime-Assad tot 1998 PKK-bases in Syrië, ook al werden de Syrische Koerden zelf onderdrukt. Welke deal zouden Erdogan en Poetin kunnen sluiten?

Moskou, Damascus en Teheran kunnen helpen bij het verzwakken van de YPG. In een maximaal scenario zetten zij de Amerikanen succesvol onder druk om Noord-Syrië te verlaten. De Amerikaanse factor in Noord-Syrië zorgt voor een gemeenschappelijk belang tussen Ankara en Moskou. Wat krijgt Poetin ervoor terug? Erdogan kan zich nog duidelijker neerleggen bij de overwinning van Assad.

Nu er voor Turkije zoveel op het spel staat, is ook vermindering van het Turkse engagement binnen de NAVO denkbaar. Dit zou wel een diepgaande transformatie van de Turkse strategie behelzen. Maar door het Amerikaanse YPG-verhaal, Europese sympathieën voor de PKK en de zware vertrouwensbreuk tussen Turkije en het Westen als gevolg van de couppoging van 2016 en het Gülen-dossier wordt veel mogelijk. Per slot van rekening vervolgt de Turkse staat nu het merendeel van zijn officieren bij de NAVO wegens vermeende betrokkenheid bij de mislukte coup.

Groepsfoto tijdens een NAVO-top in mei 2017
Groepsfoto tijdens een NAVO-top in mei 2017. Nu er voor Turkije zoveel op het spel staat, is ook vermindering van het Turkse engagement binnen de NAVO denkbaar. Bron: NAVO 

Tijd voor westerse creativiteit
Het ideale scenario zou vrede tussen Turkije en de PKK/YPG zijn. In de periode 2013-2015 vonden er vredesgesprekken plaats en een wapenstilstand. Dat momentum is helemaal weg. Achteraf gezien lag vrede toen evenmin binnen handbereik. De PKK-leiding in het Iraakse Kandil zit op een radicale lijn. Tijdens de wapenstilstand vonden nog altijd gewelddaden plaats, maar geen ontwapening. Het uitzicht op groot succes in Syrië verhardde de PKK. Zichzelf als gewapende groep opheffen en opgaan in parlementaire politiek – zoals het IRA in Noord-Ierland deed – waren niet aan de orde. De PKK wil garanties op een machtspositie in het zuidoosten van Turkije, met behoud van militaire capaciteiten. In Turkije is zoiets onbespreekbaar. Voor de voorziene toekomst zal de huidige AKP-MHP-alliantie de deur sluiten.

Westerse regeringen moeten zich de vraag stellen in welke mate een ‘empowerment’ van de PKK hun belangen dient

In de huidige context zal het Westen meer creativiteit moeten tonen. Als de Amerikanen in het PYD/YPG-gebied ten oosten van de Eufraat blijven, hebben zij de verantwoordelijkheid de PYD van de PKK los te koppelen. Toegegeven, dit zal een bijzonder zware druk vergen, want de PKK noch de PYD zullen dit zomaar aanvaarden. Dit moet leiden tot een machtsdeling van de PYD met andere Koerdische facties en bevolkingsgroepen.

Ook buiten de regio kan het Westen zich inspannen om de PKK te verzwakken, onder meer door de financiering, rekrutering en lobby vanuit Europa aan banden te leggen. De escalatie werd juist veroorzaakt door het versterken van de PKK-beweging. Westerse regeringen moeten zich de vraag stellen in welke mate een ‘empowerment’ van de PKK hun belangen dient. Deze radicale beweging zal altijd een destabiliserende factor zijn.

Nog beter is het brede vredesproces voor heel Syrië (en Irak), waar wij allemaal naar verlangen. Daarbij komen de VS, Rusland, de regionale mogendheden en lokale spelers op dezelfde golflengte. Een exit van Assad met behoud van bepaalde Russische belangen is in dit kader denkbaar. In een nieuw Syrië is zeker ook plaats voor autonome Koerden die met andere groepen en buurlanden in vrede willen leven. De Iraakse casus is verre van perfect, maar toont dat het kan. Theoretisch is een oplossing voor de Koerdische kwesties in Syrië, Irak en Turkije verzoenbaar met democratisering, veiligheid, territoriale integriteit en stabiliteit. Alleen moedige internationale diplomatie en terugkeer van het basisvertrouwen kunnen deze verre droom dichterbij brengen.

Auteurs

Dries Lesage
Hoogleraar aan het Ghent Institute for Internationale Studies (GIIS)