Back to archive
Author(s):
Challenging world views by our team of spectators

Mensenrechten cruciaal in strijd tegen Covid-19

24 Mar 2020 - 11:54

Door de wereldwijde coronacrisis staan overheden voor enorme uitdagingen en moeilijke keuzes bij het bestrijden van de ziekte. Daarbij staat het recht op gezondheid uiteraard voorop, maar als de crisis iets duidelijk maakt is het wel hoe belangrijk goed bestuur en respect voor mensenrechten zijn in deze situaties. De pandemie laat enerzijds indrukwekkende inspanningen zien van autoriteiten, medici en hulpverleners, maar legt ook veel onmacht en onwil bloot. 

Autoritaire staten grossieren in tragezwakke of juist extreme maatregelen en nemen vaak hun toevlucht tot regelrechte propaganda over de toedracht van de ramp. Tal van overheden gebruiken de crisis om tegenstellingen te vergroten, om impopulaire maatregelen te nemen, of om geheime diensten vergaande bevoegdheden te geven.1

De bevolking is vaak razend dat hun regering te weinig in de volksgezondheid heeft geïnvesteerd. “Politici zijn het echte virus”, roepen Iraakse demonstranten die het risico op besmetting trotseren omdat zij “corruptie erger vinden dan corona”.2

Zelden werd het belang van vrijheid van meningsuiting zo goed geïllustreerd als door deze pandemie

Een kleine greep uit de recente berichtenstroom laat zien hoe overheden maatregelen nalaten uit angst gelovigen tegen het hoofd te stoten omdat zij het zelf ook niet weten, of de crisis misbruiken om hun eigen falen te verbloemen.3 Tal van landen hanteren volstrekt onwettige maatregelen door journalisten te arresteren die over het virus berichten, door hen uit te zetten of door het internet af te sluiten.4 

Zelden werd het belang van vrijheid van meningsuiting zo goed geïllustreerd als door deze pandemie. Volgens recent onderzoek zou China het aantal infecties met Covid-19 met 95% hebben kunnen voorkomen als de regering drie weken eerder was begonnen met het nemen van maatregelen.5

In plaats daarvan legde de overheid artsen uit Wuhan in december 2019 het zwijgen op. Zij moesten stoppen met het “verspreiden van geruchten”. Nog steeds belagen Chinese autoriteiten mensen die online informatie over het virus willen delen, zoals de advocaat en burgerjournalist Chen Qiushi.

Vertrouwen
Openheid en transparantie zijn bij het bestrijden van Covid-19 cruciaal. Overheden hebben de medewerking en het vertrouwen van de bevolking nodig. Natuurlijk staat het recht op gezondheid en het recht op leven voorop, maar het recht op vrije meningsuiting en informatie is daarbij eveneens onmisbaar.

Het is van groot belang dat burgers toegang tot betrouwbare informatie hebben, dat overheden transparant zijn over hun aanpak en dat zij zich daarbij laten leiden door mensenrechtenstandaarden. Die schrijven voor dat de inperkingen van burgerlijke rechten en vrijheden die zij opleggen noodzakelijk moeten zijn, wettig, proportioneel en, niet onbelangrijk, tijdelijk.

Niet geheel onverwacht doet premier Viktor Orbán van Hongarije precies het tegenovergestelde: als zijn ‘Wet op de bescherming tegen het coronavirus’ wordt aangenomen kan hij het land voor onbepaalde tijd per decreet regeren.6 Hij beknot de macht van het parlement daarmee nog verder en bepaalt zelf hoe lang de noodtoestand blijft voortduren.

Heel problematisch is dat volgens deze wet ook ‘paniek zaaien’ strafbaar wordt. Journalisten die kritisch zijn over de aanpak van de regering kunnen met deze wet monddood gemaakt worden. Orbán smoort daarmee de stem van het maatschappelijk middenveld dat een belangrijke bijdrage aan het oplossen van de crisis kan leveren.

De geschiedenis kent genoeg voorbeelden van landen die eenmaal ingevoerde beperkingen niet meer willen terugdraaien

Ook keurige rechtsstaten moeten ervoor waken dat rechten niet eindeloos worden opgeschort. De Duitse historicus René Schott verbaast zich terecht over de “adembenemende snelheid” waarmee rechten buiten werking worden gesteld die over de eeuwen moeizaam zijn bevochten en “een verbijsterende bereidheid van de bevolking ermee in te stemmen”.7

Hij noemde de vrijheid van vergadering, de vrijheid van geloof, het recht op onderwijs en het recht op vrij reizen. De geschiedenis kent inderdaad genoeg voorbeelden van landen die eenmaal ingevoerde beperkingen niet meer willen terugdraaien.

Overheden mogen bij de aanpak ook niet discrimineren. Mensenrechtenverdragen verplichten regering tot bijzondere inspanningen om mensen te beschermen. Juist ook de mensen die extra kwetsbaar zijn zoals ouderen, chronisch zieken, hulpverleners en medisch personeel, dak- en thuislozen, mensen die in armoede leven, migranten, en asielzoekers.

Zo vraagt de situatie in de overvolle vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden om Europese solidariteit. De situatie was er al mensonterend, met zeer beperkte toegang tot drinkwater en onvoldoende middelen voor persoonlijke hygiëne. De oproep om fysiek afstand te houden is onder deze onmenselijke omstandigheden bijna surrealistisch.

Een tweede catastrofe dreigt in dit rampgebied. Mensenrechtenorganisaties roepen de Europese leiders dan ook op om mensen uit de vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden te evacueren.8

Meer dan ooit blijkt dat mensenrechten geen luxeproduct zijn voor betere tijden

Dit is ook het moment om gewetensgevangenen vrij te laten. Overal waar mensen onterecht vastzitten, vaak onder abominabele omstandigheden, moeten de gevangenisdeuren geopend worden. Het is een grof schandaal dat Iran wel 70.000 reguliere gevangenen vrijliet om te voorkomen dat Covid-19 zich verder zou verspreiden, maar de poorten gesloten houdt voor mensenrechtenverdedigers die nog nooit geweld hebben begaan.9

De coronacrisis plaatst ons voor immense uitdagingen. Het stelt onze vasthoudendheid aan principes en waarden op de proef, maar meer dan ooit blijkt dat mensenrechten geen luxeproduct zijn voor betere tijden.

Met een zuiver kompas, gezond verstand en goede internationale samenwerking kunnen we veel bereiken. Mensenrechten zijn daarbij een onmisbaar instrument, en we moeten er voor waken dat overheden hun macht in deze noodsituatie niet misbruiken.

Authors

Nicole Sprokel
Senior Political Affairs Officer at Amnesty International