Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

Reïntegratie voormalige IS-strijders uit Europa is noodzaak

19 Feb 2019 - 15:42

De president van de VS riep de Europese landen op om een oplossing te vinden voor IS-strijders uit onze landen en ze terug op te nemen. Hij dreigde ze anders vrij te laten. Plots lijkt Europa wakker te worden. De discussie over hoe dat zou moeten en welke oplossingen er zijn, woedt nu ineens heftig in het VK, Nederland, Frankrijk en ook in België. Klaarblijkelijk hebben we de president van de Verenigde Staten nodig om onze kop uit het zand te halen.

Tegelijkertijd is het zeer gebruikelijk dat Europese landen demobilisatie en re-integratie (DDR) van strijders, aan het eind van een conflict, financieren en begeleiden. We weten dat dat noodzakelijk is om een conflict niet opnieuw te laten oplaaien. Dus nemen we onze verantwoordelijkheid. Tenminste als het in andere landen gebeurt. We helpen bijvoorbeeld bij DDR in Congo of in Sri Lanka. Ver van ons bed. Maar we steken liever onze kop in het zand als het over demobilisatie en re-integratie van onze eigen burgers gaat. Dan negeren we bij voorkeur het probleem en hopen we dat het vanzelf verdwijnt. Maar reïntegratie van voormalige strijders uit Europese landen is een absolute noodzaak. Dat is onze verantwoordelijkheid. Niet alleen in Congo. Ook hier.

Want de overheden van de landen in het Midden-Oosten worstelen met het demobilisatievraagstuk. Hoe maken zij een einde aan het conflict en hoe verkleinen ze de kans dat het probleem zich opnieuw aandient? Neem Turkije. Zij weten dat zich in de Koerdische gemeenschap honderden, zo niet duizenden, voormalige strijders ophouden. Dat is vlak bij hun landsgrens. Het mag ons niet verbazen dat de Turkse regering zich daar zorgen over maakt. Datzelfde Turkije merkt dat Europese landen het vraagstuk te lastig vinden en dus liever niets doen. Het zou mij niet verbazen als Erdoğan in een gesprek met de Amerikaanse president heeft laten weten dat hij het op prijs zou stellen dat de laatste zijn Europese ambtgenoten zou wijzen op hun verantwoordelijkheden. En zo geschiedde.

Nu het om onze eigen strijders gaat in Irak en Syrië lijken we verlamd en hebben we een tweet van Trump nodig om in beweging te komen

En terecht. Europese overheden financieren programma’s gericht op reïntegratie van voormalige Al Qaida- en IS-strijders in landen als Mali, Tunesië, Marokko en ga zo maar door. We helpen deze landen om deradicaliserings- en reïntegratietrajecten op te zetten. We maken daarbij gebruik van de expertise van mensen die in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken ervaring hebben opgedaan met dat soort werk. We vinden dat de reïntegratie van voormalige strijders bijdraagt aan de veiligheid en de kans verkleint dat conflicten alsmaar doorgaan omdat mensen blijven hangen in hun oude radicale omgeving. We halen de oorlog uit de mensen door mensen uit de oorlog te halen. We doen dat op basis van jarenlange ervaring met dat soort programma’s in gevangenissen in Europa. Geïnspireerd door reclasseringstrajecten met harde criminelen. Geïnspireerd door het werk van een organisatie als ‘EXIT’ uit Zweden. Een organisatie die dit werk al decennia doet, ook met neonazi’s.

Maar nu het om onze eigen strijders gaat in Irak en Syrië lijken we verlamd en hebben we een tweet van Trump nodig om in beweging te komen. Het werd tijd. Misschien zijn politici bang om mensen terug te nemen vanwege de publieke opinie. Misschien hebben we meer begrip voor de zware crimineel die door de reclassering wordt begeleid naar reïntegratie. Misschien geloven we niet in een tweede kans. Misschien hebben we geen vertrouwen in onze eigen overtuigingskracht en in onze mogelijkheden om mensen te laten zien dat geweld niet werkt. Misschien geloven we dat ze dat in Mali, DRC en in Tunesië wel kunnen, maar wij niet.

Ik geloof dat het wel kan. Niet op basis van een soort overtuiging, maar omdat ik betrokken ben bij programma’s die werken. Omdat ik weet dat je zorgvuldig onderscheid moet maken tussen motieven van individuen om af te reizen, onderscheid moet maken naar wat mensen precies gedaan en meegemaakt hebben. Omdat ik weet dat je in de specifieke trajecten mee moet nemen welke positie individuen hadden in de IS-organisatie; hoe ze gerekruteerd zijn, welke zaken voor hen van belang waren, en zijn, bij hun keuzes. Net zoals we dat meegeven aan de deelnemers van onze programma’s in Mali en Tunesië. Net zoals je dat doet bij reclassering.

Een van de benaderingen die werken bij deradicalisering is cognitieve dissonantie. Dat is het verschijnsel dat je aantoont dat het vijandbeeld dat ‘de ander’ van je heeft niet klopt. Dat doe je door je niet als vijand te gedragen. Het wereldbeeld van de radicale strijder raakt verward. Het werkt. Wat we doen met een vijandig beleid ten aanzien van de terugkeer van de verliezende IS-strijders en onze weigering ze op te nemen, is precies het tegenovergestelde. We bevestigen daarmee het vijandbeeld. Trump heeft een punt als hij bedoelt dat we daarmee op zouden moeten houden. Al was het maar omdat het contraproductief werkt.

Deze column verscheen eerder bij dagblad De Morgen.

Auteurs

Peter Knoope
Senior Visiting Fellow Clingendael