Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

Venezuela heeft weer hoop, maar wat nu?

13 Feb 2019 - 11:16

De nieuwe Venezolaanse oppositieleider Juan Guaidó, die in januari als vanuit het niets opkwam, heeft de ontwikkelingen in het getergde land in een stroomversnelling gebracht. Tijdens een massale demonstratie tegen het regime van Nicolás Maduro, verklaarde hij zichzelf tot interim-president.

Guaidó deed dat op basis van een grondwetsartikel dat de parlementsvoorzitter de leiding geeft zodra de zittende president verstek laat gaan. Maduro liet zich op 10 januari opnieuw beëdigen, nadat hij verkiezingen had gewonnen die aan geen enkele democratische standaard voldeden. Oppositiekandidaten zaten gevangen, hun partijen mochten niet meedoen of zich presenteren op televisie. De uitslag is dan ook binnen en buiten Venezuela niet erkend, en dus was het presidentschap na 10 januari vacant – zegt de oppositie.

Guaidó’s actie is hier en daar wel vergeleken met de zelfkroning van Napoleon en is zelfs een couppoging genoemd. Toch was de brede erkenning – door de Verenigde Staten, vrijwel heel Latijns Amerika en later door een twintigtal landen in Europa waaronder Nederland – gezien de Venezolaanse context verstandig.

Maduro’s bewind gaat over lijken, de politie executeert burgers, kinderen sterven van de honger. De democratie ligt in coma. Maduro lapt de grondwet aan zijn laars en ontnam het parlement, het enige instituut dat nog eerlijk is gekozen, in 2017 al zijn macht – over coup gesproken. Verkiezingen, referenda, demonstraties, zelfs dialoog met de regering, alles is geprobeerd en steeds bedenkt Maduro een nieuwe list. Ondertussen overspoelen miljoenen vluchtelingen de regio.

De Venezolaanse strijd voor democratie is uit een jarenlange impasse

Als democratische opties doodlopen, een autocraat weigert te vertrekken, en een volk dat smeekt om vrijheid eindelijk een sluipweg in de grondwet vindt om vreedzaam van de autocraat af te komen, dan past maar één reactie: onvoorwaardelijke steun. De sluipweg was gewaagd, maar alles beter dan een militaire oplossing of andersoortig bloedvergieten.

Het internationale applaus werkt. De Venezolaanse strijd voor democratie is uit een jarenlange impasse. Het gebrek aan eenheid, een charismatische leider en een project – de grote euvels van de oppositie – zijn even verdwenen. Mensen gaan zingend en dansend de straat op. Het initiatief ligt weer bij de meerderheid.

Aanzienlijk riskanter is het vervolg. De VS hebben betalingen voor Venezolaanse olie opgeschort en reserves bevroren, wat de humanitaire crisis zal verhevigen. Maduro bekostigt uit de staatskas niet alleen corruptie, maar ook de import van voedsel en medicijnen, waar nu al een schrijnend tekort aan is. Doel is Maduro uit te roken, maar vooral de bevolking zal het voelen.

“Guaidó en Trump gokken erop dat de sancties het regime omver helpen voordat de Venezolaanse bevolking omkomt van de honger,” schreef The Economist cynisch. Die gok is inderdaad groot en de ervaring met Cuba of Noord-Korea stemmen niet hoopgevend. Nu al gebruikt Maduro de sancties om de Amerikanen de schuld te geven van alles wat het gevolg is van twintig jaar wanbeleid. Persoonsgerichte maatregelen waren wat dat betreft beter geweest.

Maduro maakt schaarste en van honger stervende kinderen al jaren inzet van een cynisch spel voor machtsbehoud

De humanitaire hulp, die de VS als compensatie van de sancties aan de Venezolaanse grens opstapelt, maakt het vooral erger. Maduro blokkeert liever de grens dan toe te zien hoe zijn volk wordt geholpen door USAID. Dat is niet nieuw. Hij maakt schaarste en van honger stervende kinderen al jaren inzet van een cynisch spel voor machtsbehoud.

Maar de Amerikaanse hulpshow is niet minder cynisch. Veiligheidsadviseur John Boltons opmerking over toekomstige kansen voor Amerikaanse oliemaatschappijen in Venezuela droeg wat dat betreft niet erg bij aan de positieve beeldvorming, zeker niet van een land met zo’n slechte reputatie op het gebied van interventies in Latijns-Amerika.

Het Rode Kruis laat zich wijselijk niet voor dat karretje spannen en weigert mee te doen, in tegenstelling tot Guaidó. Die dook deze week op in een gelikt filmpje, compleet met dozen babyvoeding en een spannend achtergrondmuziekje, alsof de strijd voor democratie gaat om wie het snelst eten bij de armen krijgt.

Wat Venezuela nodig heeft is een brede internationale coalitie, voorbij de Amerikaanse olieambities, inclusief financiële instellingen en met de bondgenoten waar Maduro wél naar luistert. Rusland en China, die Maduro miljarden hebben geleend, zullen een degelijk financieel plan verkiezen boven de onzekerheid van een zinkend schip.

En daar is haast bij. Tijd werkt in Maduro’s voordeel. Hij wacht tot de bevolking de hoop weer kwijtraakt, de oppositie opnieuw verdeeld raakt, en de Amerikanen elders een brandje moeten blussen. Guaidó en de VS hebben hoge verwachtingen geschapen. De Venezolanen kunnen niet nóg een teleurstelling verdragen.

Auteurs

Edwin Koopman
Latijns-Amerika journalist en analist voor VPRO Bureau Buitenland, Trouw en Elsevier en auteur van "De Oliekoning" over de revolutie in Venezuela