Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

Wetenschappelijk samenwerken met China? Lees de bijsluiter!

11 Dec 2018 - 14:09

Internationale samenwerking met China in wetenschap en technologie heeft in de afgelopen tien jaar een enorme vlucht genomen. Ook in Nederland werken universiteiten uitgebreid samen met Chinese partnerinstellingen, zowel op het gebied van onderwijs als van onderzoek. Daarnaast rekruteren universiteiten studenten en promovendi in China. Met succes, de groep Chinese studenten zijn, na de Duitsers, de tweede grootste groep internationale studenten in Nederland.

De grote interesse in samenwerking is een logisch gevolg van China’s opkomst in de wetenschap. Dankzij flinke investeringen in het hoger onderwijs en een strategisch beleid dat erop gericht is van China een wereldleider in wetenschap en innovatie te maken is het land inmiddels al een belangrijke speler: China publiceert de meeste wetenschappelijke artikelen ter wereld, en staat op de tweede plaats waar het gaat om het budget voor onderzoek en ontwikkeling en om aanvragen van patenten via de WTO. Diverse Chinese topuniversiteiten staan inmiddels in de top-50 van de wereld.

Nederland, en met name Technische Universiteit Delft, staat in de top tien van bestemmingen voor het Chinese leger

Sinds enige tijd worden er echter steeds meer vraagtekens geplaatst bij deze samenwerking. Mediaberichten en onderzoeksrapporten wijzen op risico’s die uiteenlopen van spionage en het weglekken van data en technologie naar China, tot toenemende beperking van academische vrijheden in China en onder Chinese studenten in het buitenland. Zo werden er vorige maand Kamervragen1 gesteld over een Australisch onderzoeksrapport dat aantoonde dat het Chinese leger op grote schaal wetenschappers naar westerse universiteiten stuurt voor onderzoek dat mogelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van Chinese militaire technologie.2 Nederland, en met name Technische Universiteit Delft, staat volgens het rapport in de top tien van bestemmingen voor het Chinese leger. Een ander voorbeeld betreft de bekendmaking dit voorjaar dat wetenschappelijke uitgevers zoals Springer Nature en Cambridge University Press buigen voor Chinese censuur en de toegang tot artikelen over politiek gevoelige onderwerpen zoals Taiwan, Tibet, en Chinese activiteiten in de Zuid-Chinese Zee blokkeren in China. Na de internationale ophef hierover draaide Cambridge University Press de censuurmaatregelen terug, maar Springer Nature gaf aan dat zijn belangen in China te groot zijn om tegen het verzoek van de Chinese overheid in te gaan.

Een recent onderzoek van het Leiden Asia Centre naar Europees-Chinese samenwerking in hoger onderwijs en onderzoek stelt dat de toenemende zorgen over de risico’s van samenwerking met China terecht zijn maar waarschuwt ook voor ‘paranoia’ over China.3 Samenwerking met China is en blijft belangrijk voor de wetenschap in Nederland en brengt ook veel voordelen met zich mee, zoals toegang tot talenten, data, onderzoeksfaciliteiten en kwalitatief hoogwaardig onderzoek. Bij de meeste wetenschappelijke samenwerkingsprojecten met China spelen er weinig of geen directe risico’s en kunnen er maatregelen genomen worden om de risico’s te minimaliseren.

Waar Chinese kennisinstellingen weten welke kennis en expertise zij willen halen in het buitenland, hebben Nederlandse universiteiten vaak minder goed nagedacht over wat zij precies willen bereiken

In de eerste plaats moet er een strategisch antwoord komen op China’s aanpak ten aanzien van wetenschappelijke samenwerking. Waar Chinese kennisinstellingen weten welke kennis en expertise zij willen halen in het buitenland en bij welke universiteiten zij die kunnen vinden, hebben Nederlandse universiteiten vaak minder goed nagedacht over wat zij precies willen bereiken met hun samenwerking met China. Een goede strategie voor samenwerking met China moet gebaseerd zijn op inzicht in de eigen belangen, een grondige evaluatie van de voordelen en risico’s van samenwerkingsprojecten, gelijkwaardige financiering door beide partners, en kennis over de drijfveren van de Chinese partnerinstellingen. In veel gevallen ontbreekt het echter aan voldoende kennis over het Chinese wetenschapsbeleid, de nauwe verwevenheid van China’s academische systeem met de Chinese overheid, en China’s financiering van onderzoek. Bij gebrek aan een goede strategie en financiering aan Nederlandse zijde, bepaalt China al snel de samenwerkingsagenda en wordt er gemakkelijk voorbijgegaan aan de veiligheidsrisico’s die samenwerkingsprojecten met zich mee kunnen brengen.

In de tweede plaats moeten universiteiten zorgen dat gevoelige data en kritische infrastructuur goed beschermd zijn, en dat het bewustzijn van de veiligheidsrisico’s van internationale samenwerking onder studenten en onderzoekers versterkt wordt. Dat is een lastige taak in een wetenschappelijke cultuur waarin openheid en het delen van kennis en gegevens als een groot goed worden beschouwd en waarin financiering van onderzoek niet voor het oprapen ligt.

Bij veel universiteiten ontbreekt het aan de capaciteit en expertise om de benodigde kennis op te bouwen en om maatregelen te ontwikkelen die de risico’s beperken en tegelijkertijd onderzoekers niet beknotten in hun samenwerking met internationale collega’s. Een deel van de oplossing voor dit probleem ligt in samenwerking van universiteiten onderling en met het bedrijfsleven.  Ondernemingen zijn zich vaak beter bewust van risico’s van samenwerking met China en hebben soms ook instrumenten ontwikkeld die de risico’s zo klein mogelijk maken. Ook de Nederlandse overheid heeft een belangrijke rol te spelen, zowel waar het gaat om het stimuleren van brede, triple helix samenwerking 4, als het actief ondersteunen van de opbouw van kennis over China’s wetenschapsbeleid. Een evenwichtige en veilige samenwerking met China in wetenschap en technologie is immers niet alleen belangrijk voor de academische wereld; het is een belang dat de gehele Nederlandse samenleving raakt.

Auteurs

Ingrid d'Hooghe
Senior Research Associate Clingendael