Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

‘Burden sharing’ binnen NAVO: naar een eerlijke benadering

20 Aug 2018 - 14:16

Het ‘stabiele genie’ Donald Trump verklaarde tijdens de recente NAVO-top in Brussel, geheel onverwachts, dat lidstaten 4% van hun BNP aan defensie-uitgaven moeten gaan besteden. De Franse president Macron merkte na afloop van de top echter fijntjes op, dat het slotcommuniqué  slechts de in Wales in 2014 gedane belofte vermeldt: alle lidstaten beloven 2% van hun BNP in 2024 aan Defensie besteden.

Deskundigen achten de politieke waarde voor vooral de Verenigde Staten van deze belofte echter groter dan de militaire betekenis ervan. Hoewel verhoging van de defensie-uitgaven algemeen wordt ondersteund, komen de militaire effectiviteit en efficiëntie van de beloofde 2% immers niet aan de orde. De algemene kritiek luidt dan ook dat de militaire output van de 2% belangrijker is dan de financiële input. Anders gezegd: de gevechtskracht die de 2% oplevert is van grotere betekenis dan het geld dat men in defensie stopt.

De 2% doelstelling maakt deel uit van de reeds jarenlang slepende discussie over de lastenverdeling (‘burden sharing’) binnen de NAVO tussen de Verenigde Staten en de overige lidstaten. Deze discussie is voornamelijk financieel van aard, maar dient van zowel Europese als Amerikaanse zijde  te worden voorzien van enkele kanttekeningen, en wel de volgende.

In een ruimere context geplaatst is de 2% doelstelling niet altijd representatief voor de lastenverdeling

Zo is de 2% vrij arbitrair en pakt deze voor de Europese lidstaten geheel verschillend uit. België en Griekenland geven bijvoorbeeld liefst meer dan 75%  van hun defensiebegroting aan salarissen en pensioenen van personeel uit. Dat is beduidend meer dan het gemiddelde van zo’n 50% binnen de NAVO. 

In een ruimere context geplaatst is de 2% doelstelling ook niet altijd representatief voor de lastenverdeling. Zo voldoet Griekenland reeds lang aan de 2% doelstelling, maar is niet in staat gebleken een belangrijke strijdmacht gedurende enige tijd en op grotere afstand in te zetten. Zo was de Griekse deelname aan de conflicten in Afghanistan en Kosovo vrij bescheiden. De Griekse krijgsmacht lijkt zich meer te concentreren op eeuwenoude rivaal Turkije dan op grote NAVO operaties.

In tegenstelling tot Griekenland besteedt Denemarken gemiddeld slechts 1,2 % van zijn BNP aan defensie, maar het land beschikt wel over een zeer capabele, inzetbare krijgsmacht. Zo waren er 750 Deense militairen operationeel op het hoogtepunt van de strijd in Afghanistan. Momenteel nemen 330 Deense militairen deel aan operaties in het Midden-Oosten.

De eveneens lage 1,2% van Italië is niet representatief voor zijn disproportionele bijdrage. Zo dienen op dit moment zo’n 7.000 Italiaanse militairen in het buitenland, waaronder 1.037 soldaten in Afghanistan, 1.220 in Irak en 551 in Kosovo.

Maar ook het delen van risico’s zou tot de lastenverdeling moeten behoren. Zo namen de Denen deel aan risicovolle missies in het zuiden van Afghanistan en dienden Grieken vrijwel risicoloos voornamelijk bij de internationale luchthaven van Kabul en in de bondgenootschappelijke medische faciliteiten in Afghanistan.

Europese lidstaten geven tweemaal zoveel geld uit aan defensie als Rusland, de enige staat die mogelijk Europa bedreigt

Ook aan Amerikaanse zijde passen enige kanttekeningen en relativeringen bij Trump’s klacht dat de Verenigde Staten  een onredelijk deel van de last voor NAVO’s collectieve defensie dragen. Terwijl het militaire budget van de Verenigde Staten ruwweg gelijk is aan 72% van de gecombineerde defensie bestedingen van alle NAVO lidstaten, is zo’n driekwart van de militaire bestedingen van de Verenigde Staten gericht op andere regio’s dan Europa. Het grootste deel, ongeveer 75%, is gewijd aan de verdediging van onder meer Japan, Zuid-Korea, Saoedi-Arabië, Israël, Afghanistan en uiteraard het grondgebied van de Verenigde Staten. Meer concreet: ongeveer de helft van het defensiebudget  van de Verenigde Staten wordt besteed aan het in stand houden van een militaire aanwezigheid in de Pacific, en een ander kwart gaat naar operaties in het Midden-Oosten, strategisch nucleaire ‘command and control’, en andere terreinen.

Analisten van de Amerikaanse National Defense University (NDU) hebben dan ook berekend dat de Europese lidstaten reeds tweemaal zoveel aan de Europese defensie besteden als de Verenigde Staten. Europese lidstaten geven ook tweemaal zoveel geld uit aan defensie als Rusland, de enige staat die mogelijk Europa bedreigt.

De Zweedse oud-premier Carl Bildt schreef recentelijk onder meer, dat bedacht moet worden dat de meeste  strijdkrachten en faciliteiten van de Verenigde Staten in Europa zich richten op de geostrategische boog van India naar Zuid-Afrika. Met militaire faciliteiten zoals Ramstein (Duitsland), Fairford (Verenigd Koninkrijk), Rota (Spanje), Vicenza en Sigonella (Italië), gebruiken de Verenigde Staten Europa al lange tijd als een verzamelgebied voor de inzet van hun strijdkrachten elders. En de faciliteiten voor vroegtijdige waarschuwing en surveillance die de Verenigde Staten onderhouden in het  Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zijn erniet voor Europa, maar om het vasteland van de Verenigde Staten te verdedigen.

Bovenstaande kanttekeningen laten onverlet dat Europa voor zijn verdediging vooralsnog afhankelijk is van de Verenigde Staten en hun strategische capaciteiten. Ondanks tegenstrijdige uitspraken van Trump valt, vooral gezien de dominante stemming in het Amerikaanse Congres, aan de artikel 5 verplichting van het NAVO-verdrag ook niet te twijfelen. Maar de belangrijkste betekenis van de kanttekeningen is wel dat de Europese lidstaten van de NAVO meer solidariteit moeten tonen en hun defensie-bestedingen gemeenschappelijk vooral op effectiviteit en efficiëntie moeten richten. Het echte debat over lastenverdeling dient, hoe complex ook, meer te zijn dan een financiële discussie!    

Auteurs

Kees Homan
Veiligheidsdeskundige en Generaal-Majoor der Mariniers, b.d.